PlusReportage

Caffè, panini en weemoed bij Caldi e Freddi – een stukje Italië in de Spuistraat

Een caffè espresso voor 1 euro, een broodje prosciutto-mozzarella voor €3,50. Alleen al vanwege de prijzen is Caldi e Freddi in de Spuistraat een begrip. Maar ook omdat alles en iedereen er op-en-top Italiaans is. Kom maar op met die grappen over Juve.

Kees van Unen
Aan het eind van de ochtend wordt de rij voor Caldi e Freddi steeds langer – élke dag!  Beeld Anneloes Pabbruwee
Aan het eind van de ochtend wordt de rij voor Caldi e Freddi steeds langer – élke dag!Beeld Anneloes Pabbruwee

Elke dag gaat het zo. Aan het einde van de ochtend vormt zich een rij in de Spuistraat die steeds langer wordt, maar waar tóch tempo in zit. Het zijn studenten vooral, en Italianen. Die laatsten herkennen hun vlag aan de gevel. Die zaak is Caldi e Freddi, een Italiaanse broodjeswinkel waar echt álles Italiaans is. De mensen, de waar, de voertaal en de prijzen. De laatste recensie die ze deze week online kregen dekt de lading: ‘Zo lekker, en kost geen reet.’

Beetje oneerbiedig misschien, maar wat wil je? €3,50 voor een broodje, 2,50 voor een calzone, net als de tiramisù, en dan die koffie: 1,30 voor een cappuccino staat er op het raam, en voor een espresso betaal je een euro.

Nou ja, meteen maar even over de koffie dan. Mede-eigenaar Flavio Fachechi (58): “Ik zeg niet dat ik deze zaak begonnen ben alleen omdat ik dan tenminste ergens een goede Italiaanse espresso kon krijgen in Amsterdam, maar het scheelt niet veel. Ik ben koffiefanaat. Als ik ’s ochtends mijn bed uit moet komen, is dat vooral omdat ik weet dat ik dan tien minuten later mijn koffie heb. Dus daar heb ik me hier altijd fanatiek mee bemoeid. Grootste compliment: als ze zeggen dat hij smaakt zoals in Italië. De prijs is in ieder geval al hetzelfde.”

Ja, ze zijn gek, zegt Luigi Strembelli (29) even later tussen heel veel broodjes door over zijn twee bazen. “Het is alsof ze niet weten wat een espresso moet kosten in Amsterdam. In deze stad vragen ze er makkelijk twee, drie euro voor.”

Weet Fachechi best, maar die prijs is expres zo. Die communiceert iets, een boodschap over hoe koffie voor iedereen beschikbaar moet zijn, en eigenlijk: hoe geluk voor ons allemaal te pakken is. “In Napels hebben ze caffè sospeso: uitgestelde koffie. Je bestelt er eentje voor jezelf én eentje voor iemand die na jou komt en het eigenlijk niet kan betalen. Dat doen we hier niet, maar die lage prijs staat eigenlijk voor hetzelfde. Die is symbolisch. En dan te bedenken dat je in Amsterdam ook weleens tweeënhalve euro moet betalen voor iets dat niks meer is dan heet en donker water.”

O, hij drinkt weleens Nederlandse koffie hoor, ‘maar op voorwaarde dat ze het geen koffie noemen’.

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Liefde

Bijna tien jaar geleden begon Fachechi samen met Gerardo Mazziotta (53) deze zaak, toen nog een deur verderop, en een paar maten kleiner. Oké, niet alleen voor de koffie dan, Fachechi had nog een andere reden: heimwee. Ooit kwam hij voor de liefde naar Nederland. Hij ontmoette zijn vriendin – nu zijn vrouw – als student in Perugia, waar hij Italiaans en Latijn studeerde. Hij kwam naar Nederland, werkte als truffelimporteur, docent en bij een uitgeverij, maar ja... Italië.

Fachechi: “Ik was gelukkig maar ik miste mijn land, heel erg. We keken thuis Italiaanse tv, we praten Italiaans... Italië was er nog wel, maar ik wilde nog meer Italië in m’n leven. Ik wilde werken met Italiaanse spullen, ik wilde Italianen om me heen. Voor mij was dat misschien wel de belangrijkste reden om deze zaak te beginnen: als oplossing voor mijn eigen heimwee. En het werkte hoor. Bij ons eerste zaakje, Spuistraat 106, stonden er buiten de spitsuren alleen maar Italianen binnen. Te babbelen, koffie te drinken, gewoon zoals waar ik vandaan kom.”

Missie geslaagd dus, en de zaken gingen goed. Zo goed dat ze verhuisden naar een groter pand.

Voor Mazziotta was het niet z’n eerste succes in de Amsterdamse horeca. Op zijn zestiende ging hij – afkomstig uit het dorp Palomonte in de buurt van Napels – als ober in het noorden van Italië werken, een jaar later vertrok hij naar Nederland. Lang verhaal kort: in 1999 opende hij restaurant A Tavola op het Kadijksplein. Johannes van Dam kwam eten, gaf een 9, en jarenlang was het twee maanden van tevoren reserveren als je een tafeltje wilde krijgen.

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Simpel

Amsterdam maakte er kennis met de essentie van de Italiaanse keuken, voorbij pizza’s en lasagne. Die essentie is als volgt, legt Mazziotta uit: “Het gaat allemaal om de schoonheid van simpel. Een paar ingrediënten, en die dan zo goed mogelijk. Dat is lastig, hoor. Kijk, patat met mayonaise is altijd lekker want je hebt die mayonaise. Maar zonder de mayonaise proef je de aardappel en dan moet je dus goede aardappels hebben. Cruijff zou zeggen: koken is makkelijk, maar het moeilijkste wat er is, is makkelijk koken.”

Bij Caldi e Freddi is de essentie niet anders. Ook hier: niks ingewikkelds. De drempel laag, de prijzen laag. Dat is altijd het idee geweest. Hoe? Door uit de Italiaanse keuken te plukken wat makkelijk en betaalbaar is. Geen lamsvlees dus, wel kip. En als profiteroles te bewerkelijk blijken, dan zoeken ze wel ander zoet.

Hun gelijk staat elke dag meterslang in de Spuistraat in de vorm van die enorme rij. En daarin zijn de prijzen gespreksonderwerp nummer één. Hoe doen ze het, voor zulke prijzen op zo’n plek, midden in de stad? Nou, ten eerste: omdat ze het gewoon willen, zo goedkoop zijn. Dat was vanaf het begin het idee. Italiaanse prijzen. Door direct in Italië producten in te kopen, kunnen ze de kosten drukken.

En dan is er nog iets, zegt Fachechi: “Toen we begonnen, dachten we: we kunnen twee dingen doen. Of we verkopen vijftig broodjes voor 5 euro per stuk, of honderd broodjes voor 3,50 euro. Dan verdien je min of meer hetzelfde, maar bij honderd broodjes is het wel veel drukker. Dat betekent: meer mond-tot-mondreclame en meer buzz. Het is ook meer werk natuurlijk, maar inmiddels is die drukte bij deze plek gaan horen. Leuk juist. En we kunnen het aan.”

Dat blijkt. Binnen ramt men – tak, tak, tak – broodjes in elkaar op knaltempo. Dat gaat ieder voor zich. Bestelling opnemen, klaarmaken en betalen, allemaal bij dezelfde persoon. Voor corona ging dat chaotischer, maar noodgedwongen is het systeem gestroomlijnd. En het werkt. Je zou bijna zeggen: on-Italiaans efficiënt. Flauw natuurlijk, maar Fachechi kent ze inmiddels allemaal, de vooroordelen over Italianen in den vreemde. “Als je als blonde Nederlander te laat komt, ben je gewoon te laat. Als ik als Italiaan te laat ben, dan ben ik die Italiaan die natuurlijk te laat is.”

Hij voelt daarom een extra verantwoordelijkheid om op tijd te komen. “En dat leg ik ook de jongens uit als we een levering krijgen. Dat gaat in Amsterdam meestal zo: truck stopt midden op straat, iemand moet in z’n eentje alles uitladen en dat duurt maar en duurt maar. Daarom zeg ik: sta klaar als de bestelling komt, en dan met z’n allen, zo snel als een Formule 1-pitstop. Want als iemand van DHL rustig aan doet, roept iemand misschien: hé, idioot, schiet eens op. Maar als wij langzaam zijn, dan is het: hé, fucking slome Italianen.”

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Zachte landing

Fachechi woont al meer dan twintig jaar in Nederland. Voor veel van zijn personeel - bijna allemaal man, állemaal Italiaans – is veel nieuw. Om allerlei redenen zijn ze uit Italië gekomen en moeten ze wennen. Dan is Caldi e Freddi een zachte landing, vertelt Luigi Strembelli. “De eigenaren hier helpen je een beetje op weg in Nederland. Iedereen hier is Italiaans, dus ik kan m’n taal spreken, m’n grapjes maken, eten wat ik ken. Alsof ik bij een nieuwe familie terecht ben gekomen.”

Natuurlijk is dat prettig, zegt Fachechi. Beter dan terechtkomen bij bezorgdiensten als Deliveroo of Gorillaz, waar jonge Italiaanse arbeidsmigranten aan de slag gaan. Dat zijn er veel. De afgelopen tien jaar is het aantal Italianen in Nederland bijna verdubbeld. In Amsterdam alleen wonen er nu meer dan tienduizend. Vaak jong, op zoek naar meer kansen dan in hun thuisland. Maar ja: je weet pas wat je mist als je het niet meer hebt. Heimwee dus.

Fachechi: “Dat is een van de redenen dat Italianen in het buitenland elkaar zo graag opzoeken. Aan de andere kant: wie niet? Marokkanen, Turken – die doen dat toch ook? Bij ons heeft het ook met de taal te maken. Voor Italianen is het ontzettend ingewikkeld om Nederlands of Engels te leren. Dat komt omdat het Italiaans de meest fonetische taal is die er bestaat, met eigenlijk maar vijf klanken. Daarom is het zo makkelijk om het te praten en te begrijpen. Als een Italiaan dan op eens die vreemde ei-, ui-, uh-klanken uit het Nederlands moet onderscheiden, wordt het een nachtmerrie. Daarom klitten Italianen samen, om de taal, maar ook om de cultuur natuurlijk.”

Dat heeft hij zelf dus ook altijd gedaan. “En nu nog steeds, want Caldi e Freddi is voor mij ook een manier om nog steeds Italiaan te zijn. Italiaans te praten, Italiaans te denken, te eten natuurlijk, maar ook om dingen op z’n Italiaans te dóén gewoon, en Italiaanse grapjes te maken. Ik ben voor Juventus maar ik miste Italië juist als Juventus verloor en er niemand was die me daar eens lekker het leven zuur over ging maken. Hier in de zaak krijg ik het meteen te horen.”

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Serie A

Even later, spitsuur nu. Mozzarella, mortadella, prosciutto, pizzastukken – ze vliegen over de toonbank. Een jongen uit Napels heeft geen tijd om te praten, maar zijn collega Maurizio Quaranta (44) weet wel waarom hij zo vrolijk kijkt. Napoli staat eerste in de Serie A. Zelf kwam hij in 2014 naar Nederland en Caldi e Freddi ziet hij inmiddels als z’n tweede familie. “Natuurlijk mis ik Italië, elke Italiaan mist Italië als hij niet in Italië is. Maar als je hier binnenstapt, ben je er een beetje. Luister maar, je hoort alleen maar Italiaans. En iedereen in zijn eigen dialect. Dat is waarom ik hier wil werken.”

Nou ja, dat is dan een van de redenen. Want natuurlijk is het fijn dat ciao, grazie en alora. Maar als Fachechi even eerlijk mag zijn: veel van de jongens die hier werken, willen dat omdat de winkel altijd vol staat met leuke meisjes. “Geen wonder, met de universiteit om de hoek, en al die winkels. Kijk, ik ben daar inmiddels te oud voor, maar jong genoeg om te weten dat het een plus is.”

Topdrukte nu. Twee broodjes Cortona graag– prosciutto crudo, mozzarella, tomaat en pesto – die gaat het hardst. Een calzone calabrese. En vooruit, een espresso, voor de prijs laat je het niet. In één teug op en een duim omhoog.

Mazziotta: “Elke dag zo druk, voor mij is dat vooral een kwestie van trots. Kijk, ik hou van geld tellen, hoor, maar ik hou ook van mensen die terugkomen omdat het zo goed was. Dat er elke dag een rij staat, dat is echt niet alleen omdat we zo goedkoop zijn. Dat is omdat we al het goede van Italië hier hebben.”

Flavio Fachechi en Gerardo Mazziotta, de eigenaren van Caldi e Freddi. Beeld Anneloes Pabbruwee
Flavio Fachechi en Gerardo Mazziotta, de eigenaren van Caldi e Freddi.Beeld Anneloes Pabbruwee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden