Bureaucratie? Het is hier nog net niet zo erg als in Terry Gilliams film Brazil

Er is een nieuw parlement, er komt een nieuwe regering. We moeten maar hopen dat Nederland niet nog meer gaat lijken op Brazil, een kostelijke karikatuur van een ontspoorde heilstaat.

 Sam Lowry (Jonathan Pryce) tussen de buizen in Brazil, 1985. Beeld Alamy Stock Photo
Sam Lowry (Jonathan Pryce) tussen de buizen in Brazil, 1985.Beeld Alamy Stock Photo

Het begon met een klop op de deur. Het was eind september in het eerste jaar van de pandemie. De acute dreiging was verdwenen. Ik had Caravaggio en Bernini in een heerlijk rustig Rijksmuseum gezien en daarna op een terras ­gezeten. In de nazomer leek het alsof iedereen meer van Amsterdam genoot dan ooit tevoren. Maar de berichten uit andere windstreken suggereerden dat het leven nog steeds met afwegingen gepaard moest gaan. Is er een ­besmettingsrisico? Is dat aanvaardbaar?

Er werd op de deur geklopt. Een inspecteur van netbeheerder Liander wilde mijn etagewoning betreden om te zien of de gas- en elektrameters vervangen moesten worden. Hij was al weken in de buurt op huisbezoek maar ik was de eerste die hem verzocht een mondkapje te dragen. Dat had hij niet. Ik dacht even aan de krakkemikkige oudjes die hier toen nog door de buurt schuifelden. Mijn voorland. Het pandemische begrip ‘superspreading event’ veranderde in mijn gedachten prompt in ‘die super spreading vent’.

De ongenode gast accepteerde het wegwerpkapje dat ik hem aanbood en vroeg of ik soms besmet was. Ik moest uitleggen dat de drager van een kapje de besmetting van anderen kan voorkomen. Het virus maakte in Nederland al acht maanden slachtoffers maar de netbeheerder stuurde ongeïnstrueerd personeel doodleuk onbeschermd op huisbezoek. In een vergrijzende stadswijk. Kan het erger?

Altijd: in het hele pand moesten de meters en leidingen vervangen worden.

Staatsbuizenpost

Een dag voor de verkiezingen was het zover. Het was ­inmiddels maand dertien van de pandemie. De zon kwam op, het hele pand werd even van het gas en de elektra afgehaald. De eerste werkman die op de deur klopte wilde best een mondkapje dragen, maar had er geen op zak. Mijn nieuwe doos kwam goed van pas! De tweede werkman had wel ergens een kapje, maar niet bij de hand. Was toch niet nodig? Het werd een komen en gaan, dat ik zes uur lang in retraite achter het glas-in-lood van de oude schuifdeuren met groeiend onbehagen aanzag.

Er pasten zowaar zes forse werkmannen in de woon­kamer van mijn sociale huurwoning, maar er kon geen ­enkel kapje bij. Moest ik de werkzaamheden stilleggen om de heren bij te scholen over het mondkapje of de anderhalve meter? Iets zeggen over één bezoeker per dag en vragen of de hoester zijn specialisme misschien buiten kon uitoefenen? De nachten waren nog koud, gas en elektra onontbeerlijk. Laat ze maar rauzen, dan zijn ze sneller klaar. Je wil niet als Sam Lowry in Brazil eindigen. Dat nooit!

In de dystopische satire van Terry Gilliam bewoont ­Lowry (Jonathan Pryce) ‘ergens in de 20ste eeuw’ een klein appartement dat voor alle vormen van comfort op het buizenstelsel van Central Services is aangesloten. De buizen van het staatsbedrijf duiken in de film overal op. Ze lopen dwars door huiskamers, winkels, kantoren en restaurants. De omvangrijke papierwinkel van de alomtegenwoordige bureaucratie wordt verspreid via staatsbuizenpost.

Wanneer de temperatuur in Lowrys appartement een kookpunt bereikt, kan zijn reparatieverzoek om administratieve redenen niet verwerkt worden. Daarom gaat hij in zee met Harry Tuttle (Robert De Niro), een freelance verwarmingsmonteur en buizenexpert die dermate efficiënt is dat hij tot staatsvijand is uitgeroepen. Daar komt trammelant van, die door Gilliam met adembenemende visuele flair en toenemende beklemming wordt uitgewerkt. Brazil (1985) is een hoogtepunt in zijn oeuvre.

Totalitaire bureaucratie

In zijn audiocommentaar bij de director’s cut omschrijft Gilliam de film als ‘een brute overval op het publiek’, maar de voormalige Monty Pythonanimator verloochent zijn humoristische wortels niet. De regisseur maakt een kostelijke karikatuur van een ontspoorde heilstaat, waarin brave burgers worden gemangeld door een systeem dat alleen op zelfbehoud is gericht. In de totalitaire bureaucratie draait alles om het verleggen en ontlopen van verantwoordelijkheid, waardoor een daadkrachtige verwarmingsmonteur een gevaar voor de staat wordt.

Nederland is geen dictatuur. Er wordt niet lukraak door de staat gemoord en gemarteld, zoals in Gilliams film. Wij hebben vrijheid van meningsuiting en ik mocht vorige week mijn stem uitbrengen op een verliezende partij naar keuze. Maar Harry Tuttle kon ik niet bellen.

Ik ontving sinds de uitbraak van de pandemie tien mensen in mijn huurwoning: drie goede vrienden en zeven ­onbekenden die me door de netbeheerder werden opgedrongen, omdat de installatie van slimme meters niet door een virus vertraagd kan worden. De boekhouding gaat boven alles. Net als in Brazil.

Een week na de overval word ik geplaagd door nachtmerries over indringers in mijn huis en gekweld door schuld en schaamte over mijn onvermogen ze de toegang te ontzeggen. Dat zijn de symptomen. Het kon erger. Ik ben met de schrik vrijgekomen.

De extra lange en wrange director’s cut van Brazil verscheen op dvd en blu-ray bij Criterion. De reguliere versie is verkrijgbaar op beide media van Fox en te zien op Amazon Prime.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden