Erik Voermans. Beeld Linda Stulic
Erik Voermans.Beeld Linda Stulic

Bruckner, de grote vernieuwer

PlusEerste hulp bij klassieke muziek

Erik Voermans

Met de muziek van de Oostenrijker Anton Bruckner (1894-1896) is al heel lang iets merkwaardigs aan de hand. Zonder dat ook maar iemand met de ogen knippert, wordt hij in alle muziekgeschiedschrijvingen gerekend tot de grote romantici, samen met Richard Wagner, Johannes Brahms, Robert Schumann en Gustav Mahler.

Bruckner en Mahler worden zelfs vaak in een adem genoemd. In het Concertgebouw staan ze gebroederlijk naast elkaar op het frontbalkon vereeuwigd op de chique bordjes met componistennamen. Die bordjes zijn zo chic dat ze per se cartouches genoemd wensen te worden.

Natuurlijk is de toontaal van Bruckner en Mahler sterk verwant. Ze leefden en werkten per slot van rekening in dezelfde tijd en in hetzelfde land. Toch was de ene componist veel radicaler dan de andere. In de boeken valt die eer toe aan Mahler, terwijl er toch veel meer reden is om juist Bruckner als de grote vernieuwer te beschouwen. Zijn symfonieën werden in de loop der jaren steeds meer gigantische mozaïeken, waarin ontwikkelingen abrupt werden afgebroken en na een korte stilte verder gingen met iets anders. Deze montagetechniek was in Bruckners tijd volkomen nieuw.

Bruckner stond nog op een andere manier buiten zijn tijd. Zijn symfonieën zijn in hoge mate abstracte scheppingen; alleen maar klinkende vormen, zonder onmiddellijk te doorgronden psychologische dimensies, die bij Mahler juist zo ontzettend op de voorgrond treden en zijn muziek daarom toegankelijker maken.

Dat maakt het begrijpelijk waarom modernere componisten als Alban Berg (en veel later Wolfgang Rihm en Willem Jeths) juist Mahler als een groot voorbeeld zagen, maar het blijft vreemd dat Bruckner in de jaren dat ‘objectieve muziek’ eventjes dominant werd, na de Tweede Wereldoorlog, niet veel meer eer heeft gekregen.

Een van de weinigen die het begreep is dirigent Riccardo Chailly, die ooit over Bruckner sprak als ‘de grote avant-gardist’.

Bruckners Achtste symfonie is trouwens de mooiste.

Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen speelt Bruckners Achtste symfonie en Scale ‘Le tombeau de Mahler’ van Jeths. Zaterdag (aanvang 20.15 uur) en zondag 29 mei (aanvang 14.15 uur) in het Concertgebouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden