PlusAchtergrond

Botanisch stoepkrijten wordt steeds populairder: ‘Ik vond de eerste keer best spannend’

De stoep onkruidvrij? Zonde! Liefhebbers wijzen inwoners van de stad op het bestaan van die sterke wildgroeiers. Plant, krijt, naam: ‘botanisch stoepkrijten’ is populair.

Maxime Boersma en Arend Wakker op ‘botanisch stoepkrijt’-expeditie in de Plantagebuurt.Beeld Nosh Neneh

“Ach, hier hebben we mijn favoriet,” zegt Arend Wakker (65). Hij zakt door zijn knieën en inspecteert nauwkeurig een strookje groen tussen de tegels voor de ingang van de Hortus Botanicus. “Veel mensen denken dat dit gras of mos is, maar het is liggend vetmuur. Een plantje met piepkleine bloemetjes dat behoort tot de anjerfamilie.”

Zodra Wakker uitgekeken is, trekt hij met stoepkrijt een cirkel om het groen en schrijft hij de naam van de plant erbij, in duidelijke blokletters. Een nieuwsgierige vrouw komt aangelopen en vraagt of hij iets zeldzaams heeft gevonden. “Dat niet mevrouw, liggend vetmuur is overal in de stad te vinden. De meeste Amsterdammers zien het niet. Maar als u het eenmaal weet, ziet u het overal.”

De vrouw kijkt verrast. “Wat geweldig. Dat wist ik niet. Ik ga erop letten.”

Wakker is geoloog en heeft zich de laatste twintig jaar in zijn vrije tijd toegelegd op stadsnatuur. Hij kijkt ‘zijn hele leven al naar beneden’ en kent intussen vrijwel alle stadsplanten bij naam.

Vandaag gaat hij met Maxime Boersma (23) op zoek naar de plantjes waar anderen geen oog voor hebben. Boersma heeft net haar afstudeerstage bij de Hortus afgerond en heeft een educatieve pop-uptentoonstelling over stoepplantjes opgezet.

Zij zag botanisch stoepkrijten steeds vaker op Instagram voorbijkomen en dacht: daar wil ik ook wat mee doen. Wakker heeft geen Instagram. Hij las in de Britse krant The Guardian dat steeds meer Britten aan ‘botanical chalking’ slaan. “Het artikel heb ik direct naar Hanneke Jelles, hoofd educatie van de Hortus in Leiden, doorgestuurd met de vraag of we ook niet zoiets konden initiëren. Zij ­bedacht vervolgens de naam stoepplantjes en dat is nu de hashtag van de Nederlandse botanisch stoepkrijters ­geworden.”

Een naslagwerk van wilde stadsplanten helpt bij het identificeren van de wildgroeiers.Beeld Nosh Neneh

Water en insecten

Die beweging wordt steeds groter. Wakker: “Als beweging roepen we niet hard om ons punt te maken, maar maken we mensen bewust door iets op de stoep te schrijven. Hopelijk blijven de plantjes dan nét iets langer staan.”

Want wie een stoepplant laat staan, helpt de natuur in de stad een handje. Stoepplanten houden water vast en koelen op die manier de stad af. Bovendien trekken bloeiende plantjes insecten aan en dragen ze in die zin bij aan de biodiversiteit.

Onder stoepplantjes verstaan de natuurliefhebbers alles wat op de stoep groeit. In Amsterdam mag straatgras, liggend vetmuur en varkensgras tot de top drie stoepplantjes van de stad gerekend worden. “Ik vond het best spannend toen ik voor het eerst begon met krijten,” vertelt Boersma. “Met trillende handen ben ik te werk gegaan. Ik las namelijk dat in Engeland iemand was opgepakt toen hij het deed.”

In Nederland is dat gelukkig niet het geval, maar ze merkt wel dat ze veel bekijks trekt. “Ik ben ook nog eens extra lang bezig, omdat ik dyslectisch ben en er zeker van wil zijn dat ik iets goed opschrijf. Nu gaat het steeds sneller.”

De vrienden van Boersma weten dat wanneer ze met haar gaan wandelen ze drie keer zo lang op pad zijn, omdat ze om de paar meter weer een interessant plantje tegenkomt. Boersma: “Waar ik ook ga, ik heb eigenlijk altijd wel krijt bij me. In een zakje, want het geeft anders af in mijn tas.”

Beeld Nosh Neneh

Oersterk

Voor Wakker geldt hetzelfde. Hij maakt graag ommetjes in zijn buurt en knoopt gesprekken aan met nieuwsgierige passanten. Laatst heeft hij nog een mooie ronde bij het Azartplein gedaan, waar veel verschillende stoepplanten groeien die meestal dichter bij zee groeien. Dat is te danken aan het brakke IJwater en resten van de gladheidsbestrijding. “Als mensen vragen wat ik doe, leg ik hen uit: het is een soort gratis tentoonstelling in de stad waar iedereen aan kan meedoen. Al moet ik zeggen dat Amsterdam iets achterloopt op steden als Utrecht en Leiden, daar kom je het veel meer tegen.”

We vervolgen onze zoektocht en komen grote weegbree ­tegen, een plant met een groot groen blad die zich niet laat wegjagen. Wanneer je erop hebt gestaan, springt het blad haast moeiteloos weer omhoog. Wakker: “Dat is ook een kenmerk van stoepplantjes.” Boersma beaamt dat: “De naam onkruid is onterecht en gebruik ik niet. Stoepplanten zijn juist interessant omdat ze sterk zijn.”

Wakker: “Kijk, op dit stukje parkeerplaats zitten wel tien verschillende soorten plantjes. Varkensgras, verschillende distels, paardenbloemen, kruipertjes en verharde ­klaverzuring. Dat is een heel bijzonder plantje.”

Verharde klaverzuring is volgens Wakker een subtropische plant, die zijn oorsprong heeft in Zuid-Europa. Mede dankzij de opwarming van de aarde heeft het plantje de afgelopen decennia zijn weg naar Nederland gevonden. Wakker spreekt van een kolonist. “De klaverzuring heeft onze steden gekoloniseerd en is zelfs doorgedrongen tot in de subtropische kas van de Hortus. Die krijgt daar geen bordje en wordt er verwijderd. Jammer eigenlijk, want het is nog best een leuk plantje. Het wordt door niemand ­gestuurd, de zaadjes verspreiden zich door de wind. Zo zie je maar weer: de natuur stopt nergens.”

Door de naam van de stoepplantjes op de straat te kalken, hopen Wakker en Boersma op een herwaardering van het groen tussen de kieren van de stad. Boersma: “Kennis is liefde, zeg ik altijd. Wanneer mensen meer van de plantjes weten en ze beter gaan bekijken, zullen ze er beter voor gaan zorgen.”

Maar wat als de plantjes straks toch weer worden weggeschoffeld, geveegd of gebrand omdat men denkt dat het onkruid is? “Ach, dan hadden ze maar geen stoepplantje moeten zijn,” zegt Wakker. “Dat is het risico van de stad. Maar het goede nieuws is: ze komen weer terug. Stoepplantjes zijn namelijk oersterk.”

Misschien wel net zo sterk als de wil van de botanisch stoepkrijters om na elke regenbui de namen naast de plantjes weer op de stoep te schrijven. Het is een bewerkelijke klus, maar als dat ervoor zorgt dat mensen minder minachtend naar het groen tussen de tegels en het asfalt kijken, vinden zij hun missie geslaagd.

Wie op stoepplantjes zoekt, vindt op Instagram voorbeelden van botanische stoepkrijtwerken in Nederland. In Engeland heet het botanical chalking, in Frankrijk sauvages de ma rue.

Doe het zelf

Wie zelf stoepplantjes wil identificeren, doet er goed aan het boek Stadsflora van de lage landen van Ton Denters erop na te slaan. Ook zijn oudere boeken zijn volgens botanisch stoepkrijter Arend Wakker een aanrader. Medestoepkrijter Maxime Boersma gebruikt ook de app Picture­This. Wie een foto van een plant uploadt, weet binnen een paar seconden welke plant het is. De app kan meer dan 10.000 plantensoorten identificeren. Wat krijt betreft voldoet regulier, dik stoepkrijt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden