Bonen blijven, wees niet bang

Hollandse sperziebonen Foto ANP Beeld
Hollandse sperziebonen Foto ANP

En dan nog eens wat, zei uw verslaggever tegen de directie van het supermarktconcern. Sperziebonen. Ook oud zeer. En je moet er in het voorjaar al over beginnen met die lui want, zakelijk hebben ze de zomer al in de kop. Met de Paas kopen ze al in voor Sinterklaas.

Zelden of nooit worden journalisten door kruideniers uitgenodigd om zich uit te laten schelden. En helemaal nooit zeggen ze deemoedig, u hebt gelijk mijnheer.

Het overkwam me in Amersfoort. De directie van Plus supermarkten gaf toe dat er wat aangerotzooid wordt. En beloofde beter.

Sperziebonen dus. Het is treurig. Het hele jaar rond kunnen we slome sperziebonen kopen uit Egypte, Marokko en Senegal. Als ze ginder geoogst worden zijn ze goed, ze knakken. Maar na de lange reis naar Nederlandse winkels is het opwindende er af. Je eet ze, maar ze doen je niks.

Nee, dan verse sperzies in de zomer, Hollandse, van dichtbij. Je bent op slag wakker als je zo een boon op je bord vindt. Maar ook in het Hollandse sperziebonenseizoen liggen in de supers nog altijd Afrikanen slap te wezen. Gelukkig is er de groentespeciaalzaak en is er verkoop langs de weg, bonen direct van de tuinder.

Hebben we een nieuwtje voor u, zei Plus. We gaan deze zomer de Hollandse sperzieboon opnieuw introduceren en als het kan, maar we weten nog niet of we er genoeg bij elkaar kunnen kopen; de pronkboon. De pronkboon is de moeder van de snijboon en de vader van de sperzie. Een sterke heel smakelijke boon. Misschien al deze zomer bij de Plus maar vast ook wel bij de groenteboer in zijn speciaalzaak of op de markt. Thuisblijven; de zomer belooft wat.

En denk niet, kruideniers, dat het ons onverschillig is. Ze denken het te zien aan verkoopcijfers. Als we het kopen, zegt de kruidenier, zijn we er blij mee. Anders kochten we het niet. Maar zo zit het niet, zakenman. Niet iedereen heeft tijd om uren rond te fietsen op zoek naar betere spullen. Maar dat het verlangen naar betere waar groot is weet ik van lezers.

Schrijf ik over bonen, dan regent het enthousiaste reacties. En bonen in mijn brievenbus. Brief uit Apeldoorn. Schrijver is bang dat de boon teloor gaat.

'Een echt bonenland is Italië. Er zijn verhalen over stadjes rond Florence die jaarlijks strijden om wie de beste bonen heeft. De canneliniboon en de borlottiboon zijn geliefd. De eerste is een witte en de tweede een soort kievitsboon. Cannelinebonen zijn romig en vol van smaak, heerlijk met rijpe tomaten, een worstje, wat salie en kaas erover. Maar top zijn de berglinzen uit Umbrië, snel gaar en een fantastische smaak. Helaas zijn in Nederland maar weinig bonengerechten bekend. Als dat niet verandert zal de droogboon hier verdwijnen. Van vakantie neem ik altijd wat voorraad mee uit Duitsland, Italië en Portugal. In Italië schept de kruidenier ze zo in een papieren zak en in Portugal zie je op de markt zo 10 soorten bij elkaar.'

Maar heer Apeldoorn, u hoeft het helemaal niet zo ver te zoeken. Uit Wieringerwerf krijg ik witte bonen toegestuurd met een mannetje er op. Soldatenbonen, schrijft de goede gever. Ze zouden meegekomen zijn met soldaten van Napoleon. Vandaar de naam. Er is ook een andere verklaring. Op de witte boon staat een zwart figuurtje dat eertijds mensen aan een tinnen soldaatje deed denken.

Geweldige bonen. Ik ga ze vermenigvuldigen tot ik er zoveel heb dat ik ook in Apeldoorn soldatenbonen uit kan delen. (WOUTER KLOOTWIJK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden