PlusReportage

Boer blij, natuur blij: deze Amsterdammers maken thee van onkruid langs het weiland

Matthijs Westerwoudt (rechts) bij de oogst. ‘In gesprek met boeren merk ik nog steeds hoe weinig ik zelf eigenlijk weet.’ Beeld Renate Beense
Matthijs Westerwoudt (rechts) bij de oogst. ‘In gesprek met boeren merk ik nog steeds hoe weinig ik zelf eigenlijk weet.’Beeld Renate Beense

Met hun onkruidthee willen de Amsterdamse jongens van Wilder Land laten zien: er zit geld in biodiversiteit. Boeren staan in de rij om mee te doen.

De salie staat hoog bij boerderij Schevichoven in Leersum, en dus moet er geoogst worden. Dit is een van de boerderijen waar de (on)kruidenthee van Wilder Land vandaan komt, met inheemse kruiden geplant in bermen naast weilanden en akkers die anders ongebruikt zouden blijven. Zonde, vonden Daan van Diepen (29) en Matthijs Westerwoudt (32), de oprichters. Allebei studeerden ze psychologie en bedrijfskunde, wonen ze in Amsterdam en wisten ze amper iets over hoe je boeren moet. Maar zie ze eens staan vandaag: kaplaarzen aan, oogsttas en een beetje boerenbranie op de smoelen. Ze worden bijgestaan door James Snoerwang (27) en stagiair Quinty (23).

Schevichoven is een boerderij met de modernste agrarische bedoelingen. Regeneratief is het idee: mét de natuur werken in plaats van ertegen. Zo’n beetje in alles het tegenovergestelde van hoe er elders geboerd wordt, met ­megastallen en uitputting van de bodem.

Kijk, zegt Van Diepen, en hij wijst in de verte. Niet naar het veldje met weelderig opgekomen dropplanten en salie, maar daarachter. Naar een imposant grote, strakke grasmat. Daar heeft de natuur dus precies niks aan, legt hij uit. Het is inmiddels een bekend verhaal: door monocultuur gaat de biodiversiteit in ons land naar de knoppen. Geen bloemetjes betekent geen bijtjes, geen bijtjes betekent geen leven. Dat moet anders, is inmiddels algemeen geaccepteerd. Dat kán anders, vonden Van Diepen en Westerwoudt.

Liefde voor het land

Door kruiden in te zaaien langs akkers en weilanden ­herstellen ze samen met boeren de natuur. En het levert dus nog iets op. Want die kruiden, daar maken ze kruidenthee van. Niet van alles wat ze zaaien trouwens. Zeker de helft blijft gewoon staan voor de insecten en de verspreiding van de zaden, totdat er niks meer gezaaid hoeft te worden – dat kan de natuur na een tijdje immers zelf.

Van Diepen en Westerwoudt werkten ooit voor hetzelfde bedrijf, verloren elkaar daarna uit het oog maar kwamen elkaar na drie jaar weer tegen op Koningsdag. Westerwoudt stond op de Prinsengracht limonjello-shots te verkopen: uitgeholde citroenpartjes met daarin wodka, gelei en limoncello – nou ja, lang verhaal. Van Diepen dacht: wij moeten eens praten.

In oktober van dat jaar zegden ze hun baan op, zonder plan, alleen een richting. Ze gingen praten met boeren, peilen wat er leefde. In die gesprekken hoorden ze steeds: wij boeren willen zo duurzaam produceren als het maar kan, alleen dan moet er wel markt voor zijn. Biodiversiteit? Prima. Maar er moet wel iets verdiend kunnen worden.

‘We denken commercieel, maar we willen met ons bedrijf geen nieuw probleem creëren.’ Beeld Renate Beense
‘We denken commercieel, maar we willen met ons bedrijf geen nieuw probleem creëren.’Beeld Renate Beense

Van Diepen: “De gemiddelde leeftijd onder boeren is hoog. Geen wonder dus dat ze het doen zoals ze het deden. Paardenbloemen? Die spuiten ze weg. Maar er komt nu een nieuwe generatie die geen zin heeft om het weer precies op dezelfde manier te doen als hun vaders. Ze willen best boeren, maar op hun manier. En dat is een manier die meer bij deze tijd past.”

Westerwoudt: “Alle boeren hebben liefde voor hun land, maar het is maar net waar je mee bent opgevoed. Melkvee eet in Nederland al heel lang alleen maar gras. Maar laatst zagen we hoe koeien door het schrikdraad heen kwamen omdat er klaver stond, zóveel behoefte hebben ze aan een gevarieerder dieet. Als boeren dat zien, beginnen ze vaak zelf met het planten van klaver tussen al dat gras, of ze ­laten het nu wel staan. Ondertussen zit er natuurlijk ook zo veel kennis bij boeren. In gesprek met ze merk ik nog steeds hoe weinig ik zelf eigenlijk weet.”

Van Diepen: “Laatst heb ik voor het eerst een kip de nek omgedraaid. Een jonge boer waar we de berm bij inplanten vroeg of ik dat een keer wilde doen. Met blote handen dan. Nou, ik eet nog weleens een stukje kip, dus vond dat ik eigenlijk geen nee kon zeggen. Best even slikken ja. Maar dat is wel waar het over gaat.”

Wachtlijst

Maar sinds eind 2018 gaat het vooral over thee. Het idee nam een vlucht toen het duo de ASN Bank Wereldprijs won en er opeens budget kwam voor marketing. Het vermaarde Amsterdamse creatief bureau …,staat zag er brood in en zette het merk neer, inclusief verpakkingen, uiting en naam. En de boeren? Die willen mee. Inmiddels is er een wachtlijst met akkers en weilanden waarvan de bermen mogen worden beplant.

Zo bouwen ze ook nog eens een brug van stadse jongens naar het platteland. Van Diepen: “Je moet niet aankomen met zaaien, oogsten en weer weg. Het gesprek is belangrijk. Even koffiedrinken met elkaar, dat is heilig. Kruidenthee? Nee, echt koffie. En dan komen we er altijd achter dat we elkaar veel beter begrijpen dan je vooraf misschien zou denken. Bijvoorbeeld in het idee dat een boer nu eenmaal geld moet verdienen, maar dat ook het behoud van de natuur ontzettend belangrijk is.”

Westerwoudt: “Aan de ene kant willen we ondernemen en denken we commercieel. Aan de andere kant: we willen met ons bedrijf geen nieuw probleem creëren. Nee, we willen dat het actief beter wordt door wat wij doen. Hoe beter het gaat met Wilder Land, hoe meer natuur er terugkomt. Zo kunnen we zorgeloos groter worden, zonder schuldgevoel over wat we er de wereld mee aandoen. Integendeel.”

F***ing fris

Inmiddels zit de oogstzak vol salie, bedoeld voor de ­Opkicker Blend, waar verder nog paardenbloemblad, weegbree, venkel en goudsbloem in zit. De Opkicker is ­populair, net als de blend F***ing fris, met duizendblad, zuring, citroenmelisse, kruizemunt en korenbloem. Of de (On)Groen Blend met hennep, paardenbloem, heermoes en goudsbloem – geen groene thee, maar het smaakt er wel naar.

null Beeld Renate Beense
Beeld Renate Beense

Theesommelier Anne Adams bedacht de blends, en dat was een uitdaging. Westerwoudt: “Dat is een nadeel van inheemse kruiden: ze zijn niet allemaal megasmaakvol. Paardenbloem, weegbree: het smaakt allemaal een beetje hetzelfde, een beetje naar gras. En we moeten concurreren met specerijen als kardemom en kaneel, of gember en ­citroengras. Culinair is dat ingewikkeld, maar het is ook waar de pret zit.”

Eigenlijk is het allemaal pret, vinden ze. Het met de poten in de klei staan verveelt nog lang niet en ondertussen gaat het over de wereld veroveren. Straks gaat de salie mee naar Amsterdam, waar Westerwoudt en Van Diepen hun eigen droogmachine hebben staan. Daarna hebben ze nog een afspraak over het volgende plan: wodka met inheemse ingrediënten. Zelfde idee, maar dan anders.

Westerwoudt: “Ons doel is niet om thee te maken, het doel is om een verdienmodel op biodiversiteit te vinden. En dan niet beperkt op de schaal waarop we het nu doen, maar zo groot als het maar kan. Gewoon, omdat deze manier van boeren werkt. Voor de boer, voor de consument en voor de natuur. Win-win-win.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden