PlusReportage

Boeken waren zijn ontsnapping, nu is vluchteling Gunifort Uwambaga eigenaar van boekwinkel Mendo

De een gaat aan de drugs, de ander drinkt zich te pletter, maar Gunifort Uwambaga (30) verslond boeken om aan zijn verleden als vluchteling te ontsnappen. Nu staat hij als mede-eigenaar én -uitgever aan het roer van boekwinkel Mendo in hotel De L’Europe. ‘Ik ben al jaren aan het bouwen, hosselen, doorgaan.’

Kees van Unen
null Beeld Sophie Saddington
Beeld Sophie Saddington

“Pfff,” zegt Gunifort Uwambaga, ­“volgens mij zitten we nog niet eens op vijf procent van m’n verhaal.” Dat klinkt als een magere schatting na een hele middag praten. Over later, over nu, over vroeger en nog langer geleden. Maar het is zo. Er was al eens een journalist die zei: ik kan het niet opschrijven, want het is gewoon te veel. Zonde, want sommige verhalen ­moeten wel verteld worden. Dit is er zo eentje.

En dus ging hij er eerder vanmiddag voor zitten aan een tafel bij het raam in hotel De L’Europe, waar hij een beetje thuis is. Daarover later meer. Eerst maar eens: waarom nu? Omdat het het er tijd voor is, zegt Uwambaga. “Ik heb het gevoel alsof ik al dertig jaar naar iets toe aan het rennen ben en nu ben ik eindelijk op het punt gekomen om even stil te staan en om me heen te kijken. Misschien zelfs een beetje terug te kijken, dat weet ik nog niet. Maar nu ik aan het stuur sta van Mendo, dat is een mijlpaal waarbij het voelt alsof ik even mag ademen van mezelf.”

Glazuur, alles

Mendo, voor wie het niet kent: dat is in twintig jaar uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende boekwinkels van de stad. Een boekwinkel – én uitgeverij – voor mooie boeken. Koffietafelwerk, soms zo groot als een stoeptegel, en met pijlers als fotografie, kunst, mode en design. Uwambaga heeft de oorspronkelijke ­eigenaars uitgekocht en gaat samen met Lillian Bennink de koers bepalen, nadat hij al vijf jaar mede-eigenaar was. Elf jaar geleden was hij er als student binnen­gestapt – toen nog in de Berenstraat – en wist hij meteen: hier wil ik werken. Ze hadden niemand nodig, zeiden ze. Maar een week later kwam hij terug, nu met zelf­gemaakte citroencake. Glazuur, alles. Oké, laten we het proberen, zeiden ze.

null Beeld Bastiaan Woudt
Beeld Bastiaan Woudt

Tijdens zijn studie international business administration, ­tijdens zijn master information and knowledge management, zelfs toen hij als trainee ­private banker werkte voor ABN Amro MeesPierson: hij stond er in de winkel, boeken te verkopen en zelf inspiratie op te doen. En hoe langer hij er rondliep, hoe zekerder hij wist dat hij er hoorde. Tussen de boeken, tussen het moois en tussen de verhalen vooral. Hij vond dat Mendo meer kon worden en kocht zich in. En nu gaat hij dus zelf aan het roer staan van de uitgeverij en winkel, inmiddels gevestigd in hotel De L’Europe aan de Nieuwe Doelenstraat. Hij voelt zich er thuis.

Maar om te snappen hoe bijzonder dat is, moeten we terug in de tijd. Bij het begin beginnen. Of nee, daarvoor nog. Bij zijn opa’s in Rwanda, allebei founding fathers van het land toen het onafhankelijk werd van België, de voormalige kolonisator. En als ministers van het nieuwe Rwanda hadden zijn beide opa’s een plek in de toplaag.

Uwambaga: “Elf jaar hebben ze ge­regeerd, totdat er in de jaren zeventig een militaire coup kwam, zoals in veel Afrikaanse landen. Allebei mijn opa’s zijn toen meegenomen en we hebben ze nooit meer teruggezien. Natuurlijk is er onderzoek gedaan naar wat daar gebeurd is, dat is vreselijk om te lezen. Martelingen, noem maar op.”

Niet meer meedoen

Uwambaga buigt voorover. “Weet je, ik heb hier nooit over verteld aan mensen buiten mijn eigen kring. Laat me je dit alvast zeggen: het verhaal van onze familie is: opbouwen, elke keer opnieuw. In die ­periode werden we teruggeworpen op de maatschappelijke ladder. We mochten niet studeren, niet meer meedoen eigenlijk. Maar mijn vader is de slimste man die ik ken, die haalde zulke hoge cijfers op school dat hij uiteindelijk toch een beurs kreeg om te studeren in Kiev. Daar studeerde hij en kwam terug in Rwanda als aerodrome civil engineer. Een carrière als expert op gebied van infrastructuur van vliegvelden en wegen volgde met posities bij verschillende internationale organisaties binnen de VN. Zo klom de familie weer omhoog, treetje voor treetje. Belangrijk: niet vanwege geld of status, maar ­v­anwege trots. Mijn vader Polycarpe Uwamungu had door onze familiegeschiedenis ongetwijfeld ambitie, grote dromen, bewijslast misschien. Dat stuwde hem omhoog.”

null Beeld Sophie Saddington
Beeld Sophie Saddington

Maar toen, 1994. Oorlog. Niet samen te vatten in een alinea, maar het was duidelijk: de familie van Uwambaga moest weg. Dus gingen ze: Gunifort, zijn moeder en zijn broertje Godulphe Uwampeta. Een tocht langs Congo, blauwe tentenkampen, zoals vluchten eruitziet. “Je maakt het wel mee als kind,” zegt Uwambaga, “maar voor het meeste sloot ik me af. Ik was vooral bezig met het fietsje met zijwielen dat ik net had gekregen in Rwanda en dat ik had moeten achterlaten. Als ik eraan terugdenk, is het eigenlijk niet dat fietsje wat me werd afgenomen maar het hele kind zijn. Om even de schaal aan te geven: er woonden zes miljoen mensen in Rwanda, waarvan er een miljoen zijn vermoord. Zo ongekend, een slachting. The Walking Dead. Als één op de zes mensen dood op straat ligt, dan kun je dat niet missen. Ook als kind niet. Je moet het zien, je ruikt het. Mijn zoon, Beaufort Uwajemube, mijn ­grote liefde, is nu zo oud als ik toen was, en ik zie hoe hij zich steeds bewuster van dingen wordt. Daardoor kan ik ook weer beter plaatsen hoe ik het toen moet hebben ervaren.”

Beetje reuring

Het lukte hen om weg te komen en lang verhaal kort: daar stonden ze opeens op het Rokin in Amsterdam, moeder met twee jonge kinderen, een paar tasjes bij zich, de taal niet machtig en van de ene verbazing in de andere. Uwambaga vertelt het, honderd meter van de plek waar ze toen stonden, en laat net twee bloody mary’s op tafel laat zetten. Extra spicy, zo doet hij dat het liefst elke zaterdag hier. Behalve de winkel van Mendo heeft hij in hotel De L’Europe ook zijn kantoor, samen met andere Amsterdamse creatieven die door het hotel onder de noemer ’t Huys zijn binnengehaald om hun binding met de stad te benadrukken. En voor een beetje reuring, dat ook. Bij een korte rondleiding door het hotel vertelt de conciërge dat ze even moesten wennen aan het nieuwe publiek dat opeens het eeuwenoude hotel wist te vinden. Jonge creatieve stedelingen – een verrijking vinden ze het nu.

Terug naar de aankomst in Amsterdam. Drie dagen zwierven ze door de stad. ­Ontheemd, platzak en zonder idee wat te doen. Maar ook opgelucht, want veilig. Dit was de finishlijn: het einddoel van de vlucht. Maar dan? Op de Dam werden ze uiteindelijk opgemerkt door een fotograaf, die wat geld gaf in ruil voor een foto en ze vervolgens aanmeldde bij het politiebureau op de Nieuwezijds Voorburgwal.

Gunifort in zijn kantoor, luisterend naar zijn vader. Beeld Sophie Saddington
Gunifort in zijn kantoor, luisterend naar zijn vader.Beeld Sophie Saddington

Toen begon het, de jarenlange tocht langs asielzoekerscentra. Ter Apel, Schalkhaar. Een leven zonder privacy, met zorgen om de achterblijvers, maar ook met de schouders eronder. Klagen had geen zin, besloot moeder Francoise Minani. Wat je overkomt heb je niet in de hand, maar wel hoe je ermee omgaat.

Ze kregen een huis toegewezen in Lelystad en het eerste wat ze deed: haar kinderen op logopedie. De taal leren, dan kun je meedoen. En vervolgens meteen naar de bibliotheek. Elke woensdag, vier boeken. Alles werd gelezen, eerst de kinderafdeling en toen die uit was, volwassen literatuur. Het zaadje voor boekenliefde werd er geplant, dat kan bijna niet anders. Er kwam een verblijfsvergunning, vader kwam over. Het vmbo-advies werd niet geaccepteerd, hij moest het maar proberen op het gymnasium. Omlaag kan altijd nog. “We waren in onze familie een bepaalde maatschappelijke positie gewend. Die was ons in Rwanda al eens afgenomen en nu moesten we weer onderaan beginnen. Klimmen dus.”

Eredivisie van de mode

Soms heb je een duwtje nodig als je klimt, en Uwambaga kreeg dat duwtje doordat hij in contact kwam met een groep jongens die hem begrepen. Amsterdammers, allemaal migrant, sommigen ook vluchteling. Het werden vrienden, helemaal toen Uwambaga zelf naar Amsterdam trok en mee kon in de energie. De groep vond elkaar in een aan smaak gekoppelde ambitie. Er ontstond synergie, ze stuwen elkaar omhoog en zie ze nu eens: de eredivisie van de internationale mode is het geworden. Met Olaf Hussein, Daily Paper, Filling Pieces. Zonder rivaliteit, met broederschap. Uwambaga was erbij vanaf het begin. “Terwijl zij opstegen met hun merken, was ik druk met mijn studie en Mendo. Ik zag mezelf niet als creatief en ik voelde me verantwoordelijk voor mijn familie. Als we ook hier weer wilden ­klimmen, dan moest ik dat doen.”

Maar omringd door creatieven ging Uwambaga toch zoeken naar de creatief in zichzelf. Eigenheid werd aangemoedigd, dus hij ging zich kleden zoals hij wilde. En door zijn positie bij Mendo gingen er nog meer deuren open. Als ambassadeur van het Stedelijk, in het bestuur van fotokunstbeurs Unseen – stiekem vooral om te leren. Dat hij nu bij Mendo de creatieve koers mag bedenken, daar waren de afgelopen jaren achteraf een aanloopje voor. Zelf noemt het zijn coming-out als creatief. En hij heeft er zin in. Geïnspireerd door zijn eigen omgeving zit hij vol ideeën.

null Beeld Bastiaan Woudt
Beeld Bastiaan Woudt

“Ik zie het als de volgende versnelling, met mooie projecten die er de komende tijd aankomen en die passen bij de filosofie die mijn zakenpartner en ik hebben over wat Mendo moet zijn als zorgvuldig gecureerd platform voor wat mooi is, voor wat er echt toe doet, voor verhalen. Die verhalen vinden, samenbrengen en prachtig presenteren – dat is het doel. Er komen zo veel mooie dingen aan. In het najaar bijvoorbeeld, een samenwerking met ­creatief bureau …,staat, waarbij we meer dan vijftig Nederlandse creatieven hebben samengebracht. De hele Nederlandse creatieve scene. Echt een statement, The New Stijl noemen we het. En we blijven bezig met persoonlijke verhalen, zoals we ook met Martin Garrix en Virgil Abloh hebben gedaan. Ik kan nog niet zeggen wie, maar er komt een grote naam aan. Op zulke ­projecten ben ik trots, echt, daar wil ik ons visitekaartje mee afgeven.”

Escapisme

Hij ziet het als een soort bekroning. De top van zijn klim, misschien wel. Maar hij weet ook: dat waren heel veel passen omhoog. En hoe hoger je klimt, hoe beter je kan zien waar je vandaan komt. Het roept vragen op, zoals: durf je dan nog om te kijken, en loop je ergens voor weg?

“Escapisme komt in vele vormen. Sommige mensen gaan aan de drugs, anderen drinken zichzelf te pletter. Voor mij is vluchten in boeken altijd een gezonde optie geweest, maar uiteindelijk is ook dat een vlucht. Net als dat steeds maar doorgaan. Natuurlijk ben ik bang of er dingen van vroeger naar boven gaan komen als ik even rustig aan doe. Ik merk nu dat mensen hier beter begrijpen wat het betekent om vluchteling te zijn, omdat de situatie in Oekraïne dat begrijpelijker voor ze maakt. Voor mij schept dat een gelegenheid om mijn verhaal te doen, maar het is meteen ook een spiegel: in hoeverre begrijp ik mijn eigen verhaal, begrijp ik mezelf? Heb ik gedeald met wat er is gebeurd?”

Een slok, en verder: “Ik ben nooit zo geneigd geweest om mezelf uit te pluizen. Ik wil altijd vooruit. Maar ik word me wel steeds meer bewust van hoe het vluchteling zijn ook mijn voornaamste identiteit is. Niet dat ik zwart ben of wat dan ook, ik voel me in de eerste plaats en boven alles vluchteling. Het alles achter moeten laten, de kunst van het opnieuw beginnen, dat heeft me het meest gevormd in m’n leven. Mijn moeder heeft altijd gezegd: wij moeten het maximale doen om het minimale te krijgen. Maar stel je voor hoeveel het waard is als het dan lukt om het maximale te bereiken.” En dan toch nog even: “Eerlijk, ik ben al jaren aan het bouwen, hosselen, doorgaan. Natuurlijk heb ik zin in nog meer magie. Ik heb grote plannen voor Mendo en er komen al heel mooie projecten aan. Maar nu? Even uitrusten. Over twee weken ga ik voor het eerst in tien jaar op vakantie. Leunen, genieten van wat ik heb en wat ik heb gebouwd. Ik ben erg tevreden. Ik wil van alles, ik heb zin in alles wat er nog komt. Ik ben op de wereld gezet om verhalen te vertellen. Van iedereen die een ­verhaal heeft, ook degenen die niet zo snel een platform zouden krijgen. Daar heb ik een manier voor gevonden: boeken. Dus echt, als ik dit de rest van mijn leven mag blijven doen, dan ben ik fucking gelukkig, man.”

Mendo. Beeld Sophie Saddington
Mendo.Beeld Sophie Saddington
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden