PlusInterviews

Blijven de 75-plussers thuis? ‘Ik ben totaal niet bang om ziek te worden’

Jaap de Jong vermaakt zich thuis met het poetsen van zijn verzameling motorfietsen. Beeld Jakob van Vliet

Vooral voor 75-plussers - aangemerkt als risicogroep - is het advies: blijf thuis. Hoe gaan zelfstandig wonende ouderen hiermee om? 

‘Bleib zu Hause. Restez à la maison. Blijf thuis.’ Jaap de Jong (80) heeft de woorden van minister-president Rutte ter harte genomen. Op een kort ommetje na blijft hij de hele dag thuis. “Ja, ik luister goed naar Rutte,” zegt hij met een lach.

In februari is De Jong nog met zes man in Noord-Italië geweest voor een motorevenement. Kort erna brak het ­coronavirus los. “Ik ben de dans ontsprongen en niet ziek geworden. Tja, je moet een beetje geluk in het leven hebben, hè.” Om dat geluk niet te tarten, doet hij nu extra voorzichtig. De werkplaats waar hij vier dagen per week aan zijn motorfietsen sleutelde, bezoekt hij niet meer. “Daar heb ik goed aan gedaan, want een van de sleutelaars is in het ziekenhuis opgenomen met corona.”

De Jong vermaakt zich nu in huis. Hij heeft de afgelopen twee weken drie motorfietsen per dag gepoetst, want hij koestert thuis een verzameling klassieke Aermacchi­motoren. Zijn zestien jaar jongere vrouw Ellen doet de boodschappen. “Mijn dochter en kleindochter, die allebei in de verpleging werken, spreek ik alleen per telefoon. Hetzelfde geldt voor vrienden van de Aermacchi Motorclub.”

Mensen die, zoals De Jong, boven de zeventig jaar zijn, wordt met nadruk aangeraden binnen te blijven. Zij be­horen tot de risicogroep, zeker als zij ook kwetsbaar of chronisch ziek zijn.

Ouderen bezetten het grootste deel van de intensive­carebedden. Over hen komen onrustbarende sterftecijfers naar buiten. Nare berichten, maar De Jong ligt er niet wakker van. “Het klinkt misschien raar, maar ik ga ervan uit dat ik het virus niet krijg. Ik vermijd de risico’s en ben goed gezond. Krijg ik het wel, dan zal het mijn einde wel zijn. Ik weet niet of ik dan op de intensive care wil liggen. Nog voor de coronacrisis heb ik daarover iets op papier gezet. Ze moeten me een redelijke kans kunnen geven dat ik er niet als een kasplantje uitkom. Maar goed, op papier kun je dat makkelijk zeggen. Als het moment daar is, is zo’n beslissing nog niet zo eenvoudig.”

Laatste oorlogsjaren

Wil (82) en Leen Overweg (82) willen allebei de beste behandeling die mogelijk is, mochten zij getroffen worden door het coronavirus. “Al ben ik bang dat jongeren misschien voorrang krijgen, als de krapte met de ic-bedden weer zou toenemen,” zegt Leen Overweg. Hij is net als zijn vrouw bang en bezorgd over wat hen nog te wachten staat. “Ik heb hetzelfde gevoel als toen ik acht was en in familiekring de laatste oorlogsjaren meemaakte. Wil en ik volgen het nieuws over het coronaspook nauwlettend. Als de berichten minder positief zijn, worden we er niet vrolijker op. Dan zoeken we een luchtiger tv-programma.”

Wil is de afgelopen periode, mede op advies van haar zoon, niet meer buiten geweest. Ze doodt de tijd met ­legpuzzels en diamond painting. Een luchtje scheppen doet ze op het balkon. Leen gaat nog wel op de fiets naar hun volkstuin, of hij zit aan de waterkant vlakbij hun huis.

“Wil en ik gingen als trouwe supporters elke zondag naar ons voetbalcluppie DWS. Dat missen we heel erg. Net als we onze zoon, schoondochter, hun honden, mijn alleenstaande zus en de tuinvrienden missen. We verlangen ernaar om iedereen weer te zien en hopen dat alles weer op zijn pootjes terechtkomt.”

Wel of geen ic-opname

Ook Thea de Haan (78) blijft zo veel mogelijk thuis met haar man. Ze doet slechts eens per week boodschappen. “We hebben geluk met een grote tuin. Daar heb ik met het mooie voorjaarsweer veel in gewerkt. Ook ben ik druk met bestuurswerk voor de Zondagsschilders, een amateurkunstvereniging waar ik al dertig jaar lid van ben. We ­krijgen nu online schilderles. Onderling hebben we veel telefonisch contact. Verder is er in feite bij ons niet zoveel veranderd. Ik heb meer medelijden met gezinnen die op driehoog opgesloten zitten.”

Thea de Haan: ‘Ik heb meer medelijden met gezinnen die driehoog opgesloten zitten.’Beeld Jakob van Vliet

Wel mist ze haar dochter en kleindochter. “Mijn kleindochter heeft laatst een stukje met me gefietst, met grote afstand ertussen. Dat was zo fijn. Misschien kan dat met mijn dochter ook, maar zij is als de dood dat ik ziek word. Omgekeerd word ik soms angstig wakker bij de gedachte dat zij dood zou gaan en ik haar dan helemaal niet meer gezien heb.”

De Haan is zelf niet bang voor de dood. “Voor mijn familie en vrienden zou ik het naar vinden, maar voor mezelf ben ik er reëel in. Stel dat ik ziek word, dan wil ik geen plek op de intensive care innemen van mensen die waardevoller zijn voor de maatschappij of een gezin hebben. Aan de andere kant ben ik nog fit en hang ik aan het leven. Als er wél een plek op de ic voor me is en er geen belangrijker mensen wachten, zou ik die toch graag krijgen.”

Humphrey Sedney (85) houdt zich met zulke toekomstscenario’s niet bezig. “Ik ben totaal niet bang om ziek te worden. Dat heeft toch geen zin? Ik ga gewoon naar buiten en doe nog steeds bijna alle dingen die ik voorheen deed. Ook boodschappen. Natuurlijk, je moet wel. Als het weer het toelaat, gaan mijn vrouw en ik naar ons tuinhuis. ­Alleen mijn biljartclub en wekelijkse conditietraining zijn gestopt.”

Sedney volgt steeds het nieuws om zijn eigen mening te kunnen vormen. “Ik vind dat ze mensen die onverantwoord bezig zijn, moeten aanpakken. Het is lastig de ­regels te volgen, maar als niemand zich eraan houdt, is dat rampzalig.” Zelf probeert hij de anderhalve meter afstand wel in de gaten te houden. “Als het lukt, want het kan niet altijd.”

Zijn biljartvriend Ben Cozijnsen (76) veroordeelt zichzelf ook liever niet tot volledige thuisisolatie. Hij is net terug van een wandeling met zijn vrouw (74). “Dat doen we elke dag. Of we gaan lekker een eind fietsen. Dan zijn we zo tweeënhalf uur onderweg. We vermaken ons wel. Alleen jammer dat mijn biljartclub voorlopig is weggevallen.”

Bang voor het coronavirus? “Zeker niet,” antwoordt ­Cozijnsen vastberaden. “Ik ben daar heel nuchter in. We houden ons aan de regels, meer kun je niet doen. Boodschappen doen we op gepaste afstand. Met mijn dochter videobellen we alleen nog. En we zoeken de drukte ­natuurlijk niet op.”

Vertrouwen op Rutte

Barbara van Esch (88) blijft uitsluitend binnen en komt de dagen door met lezen en denksportpuzzels. “Ik heb wel geprobeerd naar buiten te gaan, maar vond het lastig om andere mensen te ontwijken. Voor de zekerheid doe ik dat liever niet meer. Een vrouw, die een halve eeuw jonger is dan ik doet nu de boodschappen voor mij. We ontmoetten elkaar ooit bij de bank waar zij werkte en zijn al twaalf jaar bevriend.”

Van Esch krijgt ook hulp van een vrijwilligster van Stichting Senior&Student, een organisatie die studenten inzet om ouderen coronahulp te bieden. “Zij maakte me wegwijs met Skype, zodat ik contact kan houden met mijn 92-jarige zus in Heerlen. Het is leuker dan gewoon bellen.”

De eerste tijd is Van Esch behoorlijk bang geweest voor het coronavirus. “De angst neemt nu af. Misschien is het gewenning. Ik vertrouw op de berichten van de minister-president. Hij doet het goed en dat stelt me gerust.”

Wel ziet ze ernaar uit weer mensen te ontmoeten en het gewone leven te hervatten. “Ik ben dan wel 88, maar voel me niet zo. Ik heb het leven lief en hoop dat ik nog lang te gaan heb.”

Humphrey Sedney: ‘Ik doe nog steeds bijna alles wat ik ­voorheen deed.’Beeld Sanne Zurne
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden