PlusInterview

‘Binnenstadburgemeester’ Dehlia Timman: ‘We willen niet dat de toeristen hier komen voor drugs en hoeren’

‘Sommige mensen noemen Amsterdam Wokum. Alle moderne discussies worden hier uitgevochten.’ Beeld Martin Dijkstra
‘Sommige mensen noemen Amsterdam Wokum. Alle moderne discussies worden hier uitgevochten.’Beeld Martin Dijkstra

Dehlia Timman (42) is sinds kort voorzitter van stadsdeel Centrum. Daar waar Peter R. de Vries werd vermoord, steeds jongere drugsdealers klanten zoeken en waar hordes toeristen ongein uithalen. ‘Ik wil de bewoners terug.’

Burgemeester van de binnenstad. Mooie functie. Sinds drie maanden is Dehlia Timman (42), voormalig gemeenteraadslid voor D66, voorzitter van het stadsdeel Centrum, het bekendste stukje stad van Nederland. Zoals een van haar voorgangers zei: als de echte burgemeester langs komt, mag jij met je bezempje de boel aanvegen.

Daar moet Timman hard om lachen. Ze kende Femke Halsema al voordat Femke Halsema haar kende, zegt ze. Het moet in 2004 zijn geweest, toen ze met haar moeder bij Matthijs van Nieuwkerk zat in het programma TV3, de voorloper van De wereld draait door. Haar moeder had net een kookboek uitgebracht over de Caribische keuken en mocht vertellen over haar ontmoeting met Bob Marley. Halsema, die in Den Haag furore maakte als leider van de fractie van GroenLinks, zat in dezelfde uitzending.

Timman: “Als meisje dacht je dan: oooh, Femke Halsema!”

Op de dag dat ze door diezelfde Halsema werd beëdigd tot voorzitter van de binnenstad zat ze ’s avonds rustig naar de televisie te kijken toen de eerste schokkende berichten binnenkwamen: Peter R. de Vries is neergeschoten in de Lange Leidsedwarsstraat. “Nadat ik was bekomen van de eerste schrik, dacht ik: dit is veiligheid en dit is stadsdeel Centrum. Shit, dat ben ik! Meteen kwamen de diensten op de lijn: hoi, Dehlia.”

Kwam u onmiddellijk in actie?

“Ik heb mijn voorganger gebeld, Mascha ten Bruggencate. Ik zei: ‘Mas, wat moet ik doen?’ Ik had geen idee. Nou, rustig blijven dus. Ik kreeg al snel informatie over wat er aan de hand was. Maar zo’n zaak wordt ook meteen opgeschaald naar de burgemeester en de minister van Justitie. Als stadsdeelvoorzitter bungel je ergens onderaan. Wij zijn er om de volgende dag de nazorg te doen.”

Wat moet ik me daarbij voorstellen?

“Dan komen we met een busje en gaan we de buurten in. We zorgen dat de buurt­regisseur en de buurtmakelaar ter plekke zijn. Die kennen de sleutelfiguren en ondernemers in de buurt. Ik ben ook gaan kijken. Er hing een vreemde sfeer in de stad. Mensen voelden zich onveilig. Het stadsdeel is dan het loket dat het dichtst bij de burger staat.”

Timman groeide op in Zuid, ging naar school op het Barlaeus. Hangen in schaakcafé Het Hok in de Lange Leidsedwarsstraat, uitgaan in Paradiso en de RoXY, waar je in die tijd ‘als provinciaal echt niet binnenkwam’.

Veel Amsterdamser kun je bestuurders niet krijgen. Haar ouders, de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Timman en de Surinaamse psycholoog en kookboekenschrijver Ilse Dorff, ontmoetten elkaar in de jaren zestig in kunstenaarssociëteit De Kring aan het Kleine-Gartmanplantsoen.

Ze maakt zich grote zorgen, zegt ze. “In mijn tijd werd een beetje geblowd, ik had vriendjes die weleens een pilletje slikten, maar cocaïnegebruik op de middelbare school was echt nog niet aan de orde. Nu krijgen we signalen dat de drugsdealers in het centrum steeds jonger worden. Kinderen die het als bijbaantje zien. Die komen in drukke weekenden naar de stad om een beetje bij te verdienen.”

In plaats van vakkenvullen bij Albert Heijn?

“Van de mensen die weten wie daar rondlopen, horen we bijvoorbeeld dat ze in het weekend van de Formule 1 in Zandvoort veel jonge jongens zagen die zij niet kenden. Het vreet zich in. Drie jaar geleden werd in een buurthuis op Wittenburg een jongen van 17 doodgeschoten door een drugscrimineel. Die jongen had niets van doen met het criminele circuit, integendeel. Zijn vader kende ik goed, die werkt in het bedrijf van mijn ex. Nou kan ik niet voor alle inwoners spreken, maar ik weet wel dat zo’n gebeurtenis niet zomaar weg is. Veel mensen in de buurt voelen zich nog steeds onveilig, zeker als ze kinderen hebben. Het maakt het leven met een gezin in de stad enorm kwetsbaar.”

Wat kunt u daaraan doen?

“Het is vechten tegen het snelle geld. Een soft verhaal misschien, maar als samenleving zul je er toch voor moeten zorgen dat je alternatieven biedt: buurthuizen, opleidingen, stages en een carrière­perspectief. Met opsporing en vervolging alleen komen we er niet.”

Heeft u de politiek van huis uit meegekregen?

“Totaal niet. Mijn vader stemde PvdA omdat zijn moeder raadslid voor de PvdA in Delft was. En mijn moeder stemde PvdA omdat alle Surinamers in die tijd op de PvdA stemden. Maar verder? Mijn vader was wereldtop en redelijk dominant, dus bij ons thuis ging het eigenlijk alleen over schaken. De Nederlandse polderpolitiek werd niet besproken.”

Maar de grote wereldpolitiek wel?

“In de zin van: schaken tegen de Russen. Mijn vader zat daar, tijdens de Koude Oorlog, voor het Vrije Westen. Dat hield hem wel bezig. In schaken zit altijd een politieke dimensie. Alleen al die stukken: koning, koningin, raadsheren. Het is oorlog voeren op een bord. Ik heb weleens een filmpje gezien dat hij zich zat voor te bereiden op een match tegen Karpov of Kasparov. Hoor je hem zeggen: ‘We moeten oppassen dat we niet worden afgeluisterd, want die Russen zijn tot alles in staat’.”

‘De politiek is verslavend; of misschien is de Stopera dat.’ Beeld Martin Dijkstra
‘De politiek is verslavend; of misschien is de Stopera dat.’Beeld Martin Dijkstra

Hoe is uw relatie met uw vader?

“Goed.”

Heeft hij u leren schaken?

“Nee.”

Waarom niet?

“Hij heeft het wel geprobeerd, maar hij had er totaal geen geduld voor. Het had altijd een lading. Als mensen met mij gingen schaken, gingen ze niet schaken met mij, maar met de dochter van Jan Timman. Dus een beetje oefenen in de luwte zat er niet in.”

U zat wel de hele tijd in dat schaakcafé.

“Daar zaten we te hartenjagen. Kijk: mijn oudste zoon is nu erg bezig met schaken. Hij heet geen Timman. Toen ik hem als kind op schaakles zette, heb ik tegen hem gezegd: vertel niet wie je opa is! Gewoon: niet over hebben.”

En nu is hij trots op zijn opa?

“Ja, ja, ja.”

Als ik aan uw vader denk, zie ik een man met lange haren in een spijkerpak.

“Dat was het imago dat hij cultiveerde. Zijn vader was hoogleraar aan de TU Delft. Voor mijn vader was schaken een manier om zich vrij te vechten van dat milieu. Maar hij was heel serieus. Hij wilde wereldkampioen worden en dat is hem ook bijna gelukt. Als klein meisje herinner ik me hem urenlang zittend in een grote leren stoel achter een gigantisch bureau met een schaakbord. Dan ging ik wel eens achter in de kamer zitten.”

Mondje dicht.

“Ik kreeg dan een pepermuntje, maar daar mocht ik alleen op zuigen, want kauwen maakte te veel geluid. Als ik aan de stoel zat te pulken, schrok hij al op. Zit je toch op dat pepermunt te kauwen? Zijn hele leven speelde zich af op dat bord. Ik kan dat niet, dat is voor mij te benauwend.”

Wat heeft u van hem geleerd?

“Ambitieus zijn. En ik heb van mijn vader geleerd te incasseren. Ik heb in 2017 verloren bij de verkiezingen voor het lijsttrekkerschap van D66 in Amsterdam. Nou, boehoe. Ik was oprecht verbaasd dat mensen het gênant vonden. Alsof er een taboe zit op verliezen. Toen mijn vader de match om het wereldkampioenschap tegen Anatoli Karpov verloor, was ik nog steeds trots op hem.”

Voelt u zich Surinaams?

“Mmm… Ja. Natuurlijk. Zeker. Mijn moeder is daar geboren en ik ben een kind van mijn beide ouders.”

Wat voor verwachtingen had uw moeder van Nederland?

“Dat weet ik niet, dat moet je aan haar vragen. Ze kwam hier in 1963, op haar 18de, om te studeren. Het was een andere tijd. Er hing een soort exotische romantiek om de komst van de eerste Surinamers. Toen kwam ze in 1972 ook nog met een kookboek: Surinaams koken. Het was nieuw en bijzonder, het schuurde allemaal nog niet zo.”

Gemengde huwelijken waren nog bijzonder in die tijd.

“Zeker.”

Wat merkte u daarvan?

“Voor mij waren mijn vader en moeder gewoon mijn vader en mijn moeder. Maar in Zuid was ik wel het enige gekleurde kindje in de buurt. Echt het enige. Op het Barlaeus kwam ik in de klas met een van mijn beste vriendinnen: Valerie Gonçalves. Waren we met zijn tweeën, dat was al beter. Onze moeders kenden elkaar uit Suriname. Ik werd omarmd hoor, op het Barlaeus, maar bij vlagen kon het eenzaam zijn.”

“Weet je: al die discussies die worden gevoerd over het koloniale verleden. Het bevreemdde me in het begin, omdat ik dacht: dat wisten we allemaal toch al? Dat is mij met de paplepel naar binnen gegoten. Slavernij, de Gouden Koets, Zwarte Piet? Mijn moeder vond daar in de jaren zeventig al iets van. Voor mij was het gesneden koek. Oud nieuws.”

En nu komen die stomme Hollanders...

“Ik denk soms: moeten we het er alweer over hebben? Maar tegelijkertijd realiseer ik me dat het voor heel veel mensen nieuw is. Waar ik me af en toe wel aan stoor, is de hardheid van de discussie. Alles wordt zwart-wit gemaakt, letterlijk en figuurlijk. Het gestrekte been is niet mijn natuurlijke discussievorm. Misschien kunnen we het opbrengen om het beschaafder te doen en er geen loopgravenoorlog van te maken.”

U noemde het aanbieden van excuses door Amsterdam voor het slavernijverleden een historisch moment.

“Ik vind het goed dat de discussie wordt gevoerd. Ik vind het ook goed dat die soms scherp wordt gevoerd. Er zit schade bij de Amsterdammers van kleur. Excuses helpen een beetje om die te herstellen, maar uiteindelijk komt werkelijke emancipatie pas tot stand als je ervoor zorgt dat je meedoet in de maatschappij, dat je op plekken terechtkomt die ertoe doen en waar je invloed hebt. Dat moet uit de mensen zelf komen.”

Weet u iets van uw eigen geschiedenis?

“In Suriname ben ik niet meer geweest sinds Bouterse er aan de macht kwam, maar ik ben een keer in West-Afrika gaan kijken. Ik heb in ook de slavernijregisters gezocht op de naam van mijn moeder, maar dan krijg je alleen summiere informatie. Ik weet dat mijn oma, die ik goed heb gekend, van een Joodse plantage komt en ook Joods bloed heeft. Maar goed, dat is dus allemaal overlevering en het was ook niet zo dat mijn oma daar gretig over vertelde. Sterker: ze vertelde er helemaal niet over.”

Was u bij de Black Lives Matterdemonstratie op de Dam?

“Er was corona. Dus ik dacht: mwah.”

Was u verrast door de explosie van ongenoegen?

“Ik kan me voorstellen dat het filmpje waarin je ziet hoe George Floyd wordt vermoord door een politieagent een kettingreactie ontketende. Bij mij riep het ook een emotionele, zelfs fysieke reactie op. Maar tegelijkertijd denk ik: gelukkig zit ik in Nederland.”

Lachend: “Sommige mensen noemen Amsterdam Wokum. Alle moderne discussies worden hier uitgevochten. Fantastisch.”

‘We zijn de ziel van de binnenstad kwijt.’ Beeld Martin Dijkstra
‘We zijn de ziel van de binnenstad kwijt.’Beeld Martin Dijkstra

Wat vindt u mooi aan de binnenstad van Amsterdam?

“Het is een archeologische schatkamer. En op die erfenis van onze voorvaderen zie je nog steeds een bruisende, moderne wereldstad. Amerikanen betalen heel veel geld om dat hier mee te mogen maken.”

Ondertussen willen Amsterdammers er niet meer dood gevonden worden.

“Hahaha. Sorry, dat is waar.”

Wat is het grootste probleem?

“Opnieuw: het snelle geld. Het geld dat zich richt op de toerist en niet op de Amsterdammer. Er is een paar jaar geleden een soort omslagpunt geweest. Eerst zag je op elke hoek van de straat een ticketshop verschijnen en opeens waren er overal ijswinkels en donutshops en dacht je: potverdorie, we zijn de ziel van de binnenstad kwijt.”

Het gebeurde...

“Onder onze ogen, ja.”

En nu?

“Naast alle maatregelen die al genomen worden, zoals het terugdringen van Airbnb en de mogelijke bouw van een erotisch centrum elders in de stad, onderzoeken we of we in het meest kwetsbare gebied, de Wallen, de openingstijden terug kunnen brengen. En we treffen voorbereidingen om tijdelijke afsluiting mogelijk te maken voor toeristen.”

Een hek?

“Ja, een hek.”

Wat primitief.

“De burgemeester ziet er wel brood in. En zo nieuw is het niet. De Kalverstraat hebben we ook weleens afgesloten toen het er zo druk werd dat de veiligheid in het geding kwam. Je moet alleen niet denken dat je met dit soort paardenmiddelen alle problemen oplost. Uiteindelijk moet je het met een combinatie van maatregelen zo moeilijk maken om rotzooi te trappen dat mensen dat niet meer zien als de norm in zo’n gebied. Het kost alleen veel tijd. Juridisch moet alles in orde zijn.”

Zo loop je altijd achter de feiten aan.

“Het is reactief, ja. Daarom vind ik dat we niet alleen moeten zeggen wat we niet willen in de binnenstad, maar ook wat we wel willen.”

Zeg het maar.

“Ik wil de bewoners terug. Ik wil dat Amsterdammers zich in de binnenstad veilig voelen en er weer willen werken. Ik wil dat gezinnen zich er vestigen. Ik sprak laatst een vrouw die met drie kleine kinderen op de Oudezijds Achterburgwal woont. Die houdt dapper vol, maar het is echt een beproeving. Maar het laat ook zien dat het wel kan. Er zitten twee basisscholen en een kinderopvang in het gebied. Ik denk dat het belangrijk is dat we de binnenstad doorontwikkelen en niet blijven hangen in hoe het vroeger was. Ik zou het gaaf vinden als we een manier vinden om leefbaarheid met duurzaamheid te combineren: minder mensen en meer groen.”

Uw partij zei in 2018 nog heel tevreden dat de stad er mooi bij lag.

“Het een sluit het ander niet uit.”

Het kwam D66 op forse kritiek te staan: alsof u de drukte niet wilde zien.

“Er is natuurlijk ook een economisch argument. Het is niet zo dat we geen toeristen in de binnenstad willen. We willen alleen de ongein niet meer. We willen niet dat de toeristen hier alleen komen voor de drugs en de hoeren, om daarna ergens een potje te kotsen. We willen mensen die van een hapje en een drankje houden, maar ook wezenlijk geïnteresseerd zijn in de stad. Mensen die waarderen dat het een bijzonder gebied is.”

Ik wens u veel succes.

“Dank je.”

‘Mijn ambitie is grenzeloos, dus Den Haag is nog wel een droom.’ Beeld Martin Dijkstra
‘Mijn ambitie is grenzeloos, dus Den Haag is nog wel een droom.’Beeld Martin Dijkstra

Waar eindigen uw persoonlijke ambities?

“Niet bij het stadsdeel, al wil ik heel graag een termijn van vier jaar door, want ik doe dit nog maar een paar maanden. Maar zoals ik al zei: mijn ambitie is grenzeloos, dus Den Haag is nog wel een droom.”

De grote politiek?

“Den Haag is het centrum van Nederland. Daar wil je uiteindelijk toch zijn als politicus. Maar goed, het is zwaar. Ik heb een gezin en die willen ook een geestelijk gezonde, beschikbare vrouw en moeder. Dus die droom gaat even in de ijskast.”

“De politiek is verslavend. Of misschien is de Stopera dat. Ik weet niet wat het is. Ik heb het bij mijn afscheid als gemeenteraadslid proberen te duiden. Bij de politiek hoort nederigheid, daar hebben politici vaak moeite mee, maar je bent ook onderdeel van de maatschappij. Op feestjes gaat het altijd over je werk. Dat is soms vervelend, maar het doet je ook beseffen dat je werk ertoe doet.”

Toen u de verkiezingen om het lijsttrekkerschap van D66 verloor, donderde u meteen naar de dertiende plek op de lijst.

“Dat is uitgebreid beschreven, ja.”

Er zou sprake zijn van een afrekening.

“Het was een confrontatie met de harde kant van de politiek. Die was veel harder dan ik had verwacht.”

Bent u er wel tegen opgewassen?

“Ik ben er nog steeds. Maar ja: ik ben mezelf wel tegengekomen. Sommige mensen denken dat de persoonlijke aanval onderdeel is van het politieke spel. Ik niet. Maar als ik dan toch moet bloeden, doe ik dat liever voor de samenleving.”

null Beeld Dehlia Timman
Beeld Dehlia Timman

Dehlia Timman

29 januari 1979, Amsterdam

1991-1997 Barlaeus Gymnasium, Amsterdam
1998-2003 Studie Nederlands recht
2002-2007 Bedrijfsjurist Gerose Vastgoedontwikkeling, Amsterdam
2004-2008 Bachelor algemene economie
2008-2009 Onderzoeksmanager Nipo
2010-2011 Master algemene economie
2010-2014 Adviseur Bouwen en wonen, ­Amsterdam, stadsdeel Centrum
2014-2021 Gemeenteraadslid in Amsterdam voor D66
juli 2021-nu Voorzitter stadsdeel Centrum

Dehlia Timman woont in Amsterdam-Oost. Ze heeft een partner en drie kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden