PlusReportage

Bikerunner Berry den Brinker (76) laat zich niet afremmen door zijn blindheid

Berry den Brinker rent door het Vondelpark, in het kielzog van zijn vriendin Betty. Beeld Eva Plevier
Berry den Brinker rent door het Vondelpark, in het kielzog van zijn vriendin Betty.Beeld Eva Plevier

Blinde hardlopers beperken zich vaak tot de loopband in de sportschool. Berry den Brinker – hij heeft nog 0,1 procent zicht – rent liever in de buitenlucht, met een aangepaste blindenstok achter de fiets van vriendin Betty aan.

Marc Kruyswijk

“Drempel: óp!” klinkt het door de straat. Berry den Brinker houdt niet in, zo is hij niet. Maar door de aanwijzingen van zijn vriendin Betty Veenboer weet hij wel dat hij iets van een hellinkje kan verwachten. Als je zo goed als niets ziet, zoals hij, dan kunnen kleine oneffenheden in het wegdek al pijnlijke tuimelingen tot gevolg hebben.

Zijn zelfgemaakte blindenstok, eigenlijk een plexiglas bedieningsstang voor de jaloezieën, heeft hij bij het verlaten van zijn huis bevestigd aan de bagagedrager van de fiets van zijn vriendin. Zo weet Den Brinker precies waar hij kan lopen en met welke snelheid. Beter dan het touwtje waarmee hij jaren geleden alweer voor het eerst achter de fiets aan draafde. “Als Betty ineens stopte, knalde ik erbovenop.”

Hij heeft er net een rondje Vondelpark op zitten. In het kielzog van vriendin Betty dus, die over het algemeen precies hard genoeg fietst om Den Brinker op de gewenste snelheid te houden. Ook weer een voordeel van de stok: als Den Brinker dan tóch vindt dat het harder moet, duwt hij zijn vriendin er zachtjes mee vooruit.

0,1 procent zicht

De 76-jarige is voor velen inmiddels een bekende voorbijganger in het Vondelpark. Ten minste om de dag rent hij door het park, net zoals de meeste joggers tegen de klok in. Hij is verkeersdeskundige en gekend luis in de pels bij gemeentelijke en politieke bijeenkomsten over de inrichting van de openbare ruimte en de rijweg.

Maar Den Brinker is dus ook blind, dat kan hij nu wel zeggen met zijn ongeveer 0,1 procent zicht. Erfelijke maculadegeneratie, een aandoening van het netvlies waardoor hij steeds minder ziet. Vanaf zijn tiende levensjaar al heeft Den Brinker ermee te kampen. “Tot mijn pensioen, zo’n tien jaar geleden, ging mijn zicht langzaam achteruit, maar sinds ik officieel gestopt ben met werken lijkt het sneller te zijn gegaan. Inmiddels zie ik praktisch niets meer.”

Zijn slechte zicht heeft hem er nooit van weerhouden te sporten: Den Brinker is zijn hele leven lang meer dan actief geweest, ondanks zijn visuele beperking. Hardlopen, wielrennen, schaatsen, hij deed het allemaal. “Duursporten, dat wel. Tennis is niet zo’n heel handige sport als je de bal met geen mogelijkheid op tijd kan zien aankomen.”

Zo goed en zo kwaad als het gaat, zou je denken. Maar zo staat Den Brinker er niet in: hij wilde voor vol worden aangezien en deed altijd gewoon mee met de mensen die wel goed zicht hadden. “Al zeg ik het zelf, ik was best goed. Het was ergens in de tijd van Ard en Keessie en ik raffelde met mijn slechte ogen de 500 meter af in de 42 seconden.”

Dat het af en toe best lastig was, manifesteerde zich in die tijd vooral bij de schaatswedstrijden. “Dan werden de startlijsten hoog opgehangen. Ik weigerde te vragen of mensen me konden helpen. Als iedereen weg was, haalde ik het formulier eraf zodat ik het met een loepje dat ik altijd aan een touwtje om mijn nek had kon ontcijferen.”

Tegen een boom

Dat was toen, als twintiger en dertiger. Nu is Den Brinker 76 jaar en heeft hij van schaamte voor wie hij is en wat hij heeft geen greintje last meer. Want hij weet natuurlijk ook wel dat hij bekijks heeft, lopend aan de stok achter Betty aan. Hij ziet het alleen nooit. “En tja, gêne, hoezo? Er zijn zoveel mensen die alles gek vinden. Als jongeling ben je altijd bang op te vallen, maar dat punt ben ik nu wel gepasseerd.”

In zijn eentje lopen ging tot voor kort ook wel: je hoeft geen 100 procent zicht te hebben om je veilig rennend door een park te bewegen. “Ik heb ook een tijdje gerend met een stok met zo’n balletje aan het uiteinde. Die hield ik soms langs de stoeprand van het fietspad, dat ging ook prima. Hoewel ik in die tijd ook best weleens tegen een boom ben aangelopen.”

Heeft hij weleens overwogen mee te doen aan sporten speciaal voor gehandicapten? Den Brinker piekerde er vroeger niet over. “Ik heb me mijn hele leven bewust ver gehouden van allerlei paralympische sporten. Ik vond de mensen in de blindenwereld erg op elkaar georiënteerd, ik wilde liever sportief zijn tussen de ziende mensen. Ik denk dat ik best hoge ogen had kunnen gooien als ik me wel was gaan meten met andere blinden of slechtzienden. Het is natuurlijk best leuk als ik daarmee meer bekers zou hebben gewonnen dan ik nu heb gedaan, maar dat mogen anderen dan doen.”

Vroeg oud zonder sport

Sporten is bepalend voor zijn lichamelijke en mentale welbevinden. “Als ik niet sport, gaat het kriebelen. En als ik te lang niet intensief beweeg krijg ik pijnklachten, dan gaat mijn rug opspelen. Zonder sporten word je denk ik vroeg oud.”

En dus rent hij daar, rondjes door het park, naar de zus van zijn vriendin in de Rivierenbuurt. Of zoals onlangs in zijn nette burgerkleding van Zuid naar de Lutherse Kerk bij het Spui, voor een oratie. “De tram bleek ineens niet te rijden. Ik heb toen iemand aangehouden die langsfietste en heb gevraagd of zij mij naar het Spui kon leiden. Ik was nog net op tijd.”

Want of hij het er nu mee eens is of niet, Den Brinker is afhankelijk van anderen om zijn sport te bedrijven. Betty, 74 jaar, is meestal de pineut. Hoewel ze het helemaal niet erg vindt als haar vriend weer aandringt op een rondje hardlopen. “Nee hoor, dan ben ik ook lekker buiten en in beweging. In het begin was het best spannend, maar tegenwoordig zijn we perfect op elkaar ingespeeld, ik doe het graag. Het is een beetje alsof je een hondje uitlaat.”

Maar Betty kan natuurlijk niet altijd. Ook daardoor laat Den Brinker zich niet van het hardlopen afhouden. “Ik hou soms passanten aan in het Vondelpark, dan vraag ik of ik een stukje kan meelopen. Ik heb daar heel goede ervaringen mee, vrijwel iedereen doet dat graag. En het levert vaak leuke gesprekken op.”

Vrijwilligers gezocht

Den Brinker is de apostel van de sportende mens: als hij zich er zo goed bij voelt, dan moet dat toch voor meer mensen gelden? Het is de bewegingswetenschapper in hem. Hij wil graag een vereniging in het leven roepen om wat hij bikerunning noemt, meer handen en voeten te geven. Niet om met zijn allen te gaan rennen: de vereniging zou dan moeten dienen als contactpunt, waar je informatie kan vinden voor een veilige sportbeoefening. “Maar ook als middel om vrijwilligers aan sporters te koppelen: ik heb Betty, maar veel mensen hebben niet iemand die ze kunnen inzetten om voor hen uit te fietsen.”

Den Brinker wil het prettige gevoel dat sporten hem geeft graag delen, zegt hij. Helemaal ideaal wordt het nooit. “Paaltjes op fietspaden, drempels en putdeksels, stelplaten over de stoep: je zult er als blinde of slechtziende hardloper op moeten anticiperen. Wij houden er rekening mee, denken voortdurend aan verbeteringen hoe we met elkaar communiceren. Ik heb net zo’n intercomsysteem voor scheidsrechters gekocht om elkaar makkelijker te kunnen verstaan in de drukte van het verkeer. Dat werkt geweldig. Hoe harder je gaat, hoe belangrijker dat is.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden