PlusAchtergrond

Bij dovenschaakclub Tot Ons Genoegen leid je je tegenstander alleen af met ‘visueel lawaai’

Doven kunnen al honderd jaar terecht bij de Amsterdamse Dovenschaakclub Tot Ons Genoegen aan de Stadhouderskade, dat dit najaar het EK schaken voor doven organiseert. ‘Daar kon ik ineens een gesprek voeren.’

Schakers van dovenschaakclub Tot Ons Genoegen. Beeld Dingena Mol
Schakers van dovenschaakclub Tot Ons Genoegen.Beeld Dingena Mol

Opgetogen gebaren, kleine veranderingen in de mimiek, bewegende monden en nu en dan een zacht, enthousiast geluidje – een bescheiden explosie van vrolijkheid. Een zestal leden van de Amsterdamse Dovenschaakclub Tot Ons Genoegen voert een geanimeerd, muisstil gesprek. Zwart gedekte tafeltjes staan klaar voor een potje schaak. Alleen de koeling zoemt.

Hun ontmoeting heeft iets gemoedelijks. Voor de horende toeschouwer is het alsof het geluid van de televisie is weggedraaid, waardoor er niets anders overblijft dan kijken naar de gebaren, naar lachende hoofden zonder de grap te kennen, naar bezorgde gezichten zonder het probleem te snappen.

Geagiteerd beent Ingrid Jansen (59) heen en weer en gebaart naar haar man Henk Havik (70). “De gebarentolk is er nog niet,” schrijft Jansen ten slotte op een stukje papier. Zonder tolk voelt een horende tussen uitsluitend doven zich vermoedelijk ongeveer hetzelfde als andersom.

En dat is precies waarom Tot Ons Genoegen (TOG) al honderd jaar standhoudt. De naam verwijst naar het plezier en de ontspanning die het schaakspel de doven na een inspannende werkdag tussen horenden bezorgde. Want met doven onder elkaar is het net even anders, zo ervoeren ze een eeuw geleden al.

Sinds 30 maart 1921 komen de schakers van TOG bijeen en nemen ze deel aan nationale en internationale wedstrijden en toernooien voor zowel doven als horenden. De club begon ooit in het gebouw van de dovenvereniging Door Liefde Saamgebracht aan de Westermarkt. Vanaf 1982 heeft TOG een vaste speelplek in het Dovenontmoetingscentrum aan de Stadhouderskade, dat wordt beheerd door de Stichting Welzijn Doven Amsterdam. ‘Togenaren’ ­noemen de leden elkaar onderling.

Wereldkampioenschap

Zo is Henk Havik al 51 jaar een bevlogen Togenaar. Hij schaakte tot zijn zestiende alleen bij verenigingen met ­horenden. “Ik was gek op het spel, maar vond het lastig dat ik niet goed met iemand kon communiceren. Dat veranderde toen ik vernam dat er een dovenschaakclub bestond. Daar kon ik ineens een gesprek voeren in gebarentaal. Tot Ons Genoegen bracht gezelligheid en nieuwe vrienden. Ik deed ook mee aan toernooien, met als hoogtepunt het wereldkampioenschap voor doven in Bilbao, waar ik achtste werd.”

Havik raakte zo enthousiast over de schaakvereniging dat hij zijn best deed om veel andere dove, jonge schakers te werven. Mark Schenk (58), voorzitter van TOG, was er een van. “Ik ontmoette Henk bij een sportdag van dovenscholen. Hij vroeg me mee naar de club. ‘Jij hoort hier,’ zei hij toen ik aanschoof,”zegt Schenk lachend.

Hij beaamt dat schaken met horenden vaak anders is vanwege de moeizame communicatie. “We hebben als ­doven een eigen cultuur en voelen elkaar meteen aan. Het schaakspel en de regels zijn hetzelfde, maar het is leuker als je een partij na afloop uitvoerig kunt analyseren. Dat neemt niet weg dat ook horenden bij ons van harte welkom zijn. Zo heeft een Duitse student, die zelf niet doof is, een jaar lang met plezier bij ons geschaakt.”

Hoewel dove schakers naast de interne competitie net zo goed meedoen aan ‘gemengde’ toernooien, zoals het ­bekende Tata Steel Schaaktoernooi, speelt ook het niveauverschil een rol. “Dat ligt bij doven doorgaans wat lager en heeft te maken met een gemist zintuig. Niet-dove mensen halen veel informatie uit de combinatie van zien en horen. Uit onderzoek blijkt dat doofgeborenen eerder een leerachterstand hebben, omdat het vaak even duurt voordat de ouders en de omgeving de gebarentaal beheersen. Taal is voor ons niet vanzelfsprekend. Daardoor is het moeilijker om het spel goed uit te leggen. Het kan met gebarentaal of uit een boek, maar zelf heb ik het via YouTube ­geleerd,” vertelt Saïd Jamal Alyass (31).

Alyass was al langer een fervent schaker, maar ­vijf jaar geleden overtuigde Havik hem ervan dat bij TOG te gaan doen. “Het mooie aan schaken is dat je zo veel verschillende technieken kunt gebruiken. Je bent soms wel vier uur ­bezig. Bij snelschaken speel je juist weer onder druk. En hoewel het ­niveau lager ligt, zijn er ook dove topschakers met hoge scores.”

‘Visueel lawaai’

De stilte die doven ervaren is enerzijds een voordeel bij het schaken, omdat ze niet worden afgeleid door geluid. Maar doordat ze heel visueel zijn ingesteld, komt daarvoor in de plaats zogenaamd ‘visueel lawaai’ dat ze uit hun concentratie haalt: mensen die aan hun handen frunniken, bewegende gordijnen, wisselingen in de lichtval en schaduwen. Of een fotograaf die flitst en ze uit hun spel haalt. “Het lijkt hier wel een disco,” mompelt een speler.

Peinzend kijkt Alyass naar de zwart glimmende stukken op het bord. Tegenover hem klinkt de gespannen ademhaling van zijn tegenstander Jan Koningh (68). Ingrid Jansen, die zelf niet schaakt, maar wel alles regelt voor de club, springt overeind bij de binnenkomst van twee jonge vrouwen.

Saïd Jamal Alyass (rechts), aan het schaken. Achter hem staat Henk Havik (geruite blouse). Beeld Dingena Mol
Saïd Jamal Alyass (rechts), aan het schaken. Achter hem staat Henk Havik (geruite blouse).Beeld Dingena Mol

Ze was al heel blij met de komst van Margot Geursen (30), als eerste vrouw sinds jaren, maar dit is boven verwachting. De twee blijken dove Deense toeristen te zijn, die een kijkje komen nemen bij het Dovenontmoetingscentrum. Schenk weet ze meteen achter de schaaktafel te krijgen. Hoewel ze een andere taal spreken, begrijpen ze elkaar meteen prima. “In gebarentaal gaat dat veel sneller, ook als die anders is dan de onze,” zegt Jansen.

De Deense vrouwen wonen te ver weg om lid te worden. Jammer, vindt Jansen, want jonge aanwas kan de vereniging goed gebruiken. TOG heeft momenteel twintig leden, van wie een aantal al meer dan veertig jaar lid is. Nieuwe leden werven is lastig, omdat er de afgelopen jaren veel is veranderd in de dovenwereld.

“Vroeger waren dovenscholen nauw betrokken waren bij het verenigingsleven. ­Tegenwoordig zitten veel dove kinderen op reguliere scholen met horenden. Dat kan omdat ze steeds vaker een cochleair implantaat hebben, een elektronisch apparaat dat ze de mogelijkheid biedt weer iets te horen. Het idee is ook dat er dan minder onderscheid is. Door deze ontwikkeling zijn ze versnipperd over verschillende scholen en veel moeilijker te bereiken.”

Ook voor vrouwen

Als gevolg daarvan werden ook dovenschaakclubs minder populair. Er zijn er nog maar twee in Nederland: één in Amsterdam en één in Rotterdam. In het verleden waren dat er zo’n zeven. Internationaal zijn er nog wel genoeg ­dove tegenstanders te vinden.

Ter gelegenheid van het honderdjarig jubileum organiseert TOG van 18 tot 22 oktober 2021 het EK schaken voor doven in de Zuiderkerk. “We zijn er heel trots op dat we dit namens de Koninklijke ­Nederlandse Doven Sport Bond en het International Chess Committee of the Deaf mogen doen. Om alles financieel te kunnen realiseren, krijgen we steun van de gemeente, de schaakbonden, bedrijven en fondsen,” zegt Jansen.

Ze verwacht op het EK tussen de 120 en 150 deelnemers uit 24 landen te ontvangen. Op 20 oktober zal in het Dovenontmoetingscentrum bovendien een open schaaktoernooi voor dove vrouwen worden gehouden. “Zo proberen we hen te stimuleren om ook te gaan schaken.”

Terwijl Geursen het schaakspel even onderbreekt om energiek naar haar tegenspeler te gebaren, wandelt oudgediende Jacob Mantel (77) met een dienblad koffie en thee door de zaal. Al 61 jaar is hij lid. Geen week slaat hij over. Hij raakte verknocht aan het spel, de schaakstukken, maar bovenal aan de mensen, zijn vrienden inmiddels. Met duim en wijsvinger maakt hij schuivende bewegingen. Daarna zijn handpalmen vlug langs elkaar en een ­afsluitend gebaar: “Met schaken ben je nooit klaar.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden