PlusReportage

Bij deze garages in Noord wordt hard gewerkt. Maar hoelang nog?

Noem het gerust een subcultuur: de garages op het bedrijventerrein in de Klaprozenbuurt in Noord. Achter elke deur een mannenbolwerkje van sleutelaars. Nóg wel: nieuwbouw komt eraan. ‘Hier wordt hard gewerkt. Dat schept een band.’

De garage in de Klaprozenbuurt in Noord. Beeld Bas Verwoerd
De garage in de Klaprozenbuurt in Noord.Beeld Bas Verwoerd

Dik 15.000 stappen per dag zet Mukremin Uyar (33), en allemaal op die 250 vierkante meter van garage NRD aan de Draaierweg in Noord. Hij is er mede-eigenaar, en het begint en eindigt hier allemaal bij hem. Alles doet ie, behalve sleutelen. Nou ja, een lampje vervangen ook nog wel, en af en toe een band. Maar verder zorgt hij er vooral voor dat de sleutelaars sleutelen kunnen en verder nergens aan hoeven te denken. Noem hem de spelverdeler, maar tegelijk de trainer en de voorzitter.

“Ik doe duizend verschillende dingen en het mooie is: ik hou ervan. Als dat niet zo was, zat ik binnen no time thuis met een zware burn-out. Mijn vader is precies hetzelfde, daarom is hij op z’n 48ste gestopt met werken: hij spande zich gewoon te veel in. Ik weet het wel: af en toe even rust nemen, minder koffie, minder roken, niet vergeten te lunchen. Maar ik heb actie nodig. Vrienden van me die zijn afgestudeerd hebben kantoorbanen, die zitten acht uur per dag en staan alleen op om koffie te halen. Dan kom je niet aan 15.000 stappen, hoor. Het ene moment ontvang ik hier een klant, het volgende moment bestel ik onderdelen. Ik doe de diagnoses, de planning, de administratie: laat vrouwen die zeggen dat mannen niet kunnen multitasken hier maar een keer komen kijken.”

null Beeld Bas Verwoerd
Beeld Bas Verwoerd

Vijf auto’s staan er nu onder behandeling in de garage. Telefoon, een klant. Ondertussen een vraag van een monteur. Airpods in z’n oren, sigaretten in z’n hand en op z’n kin een Besiktas-mondkapje. “Wacht even, zo terug.”

Hoogbouw

Uyar hoort met zijn garage NRD bij een concentratie van garages en aanverwante zaken op een bedrijventerrein met straatnamen als de Metaalbewerkerweg, de Slijperweg en de Polijsterweg. De Klaprozenweg oversteken en er begint een ander Noord. Op de Kaasjeskruidstraat worden de appartementen afgehamerd op zeven ton. Daarachter verrijst nog meer hoogbouw, vers van de tekentafel. Heel anders dan de onooglijke blokkendozen waar de garages zitten - gewoon allemaal naast elkaar. Onooglijk voor het ongeoefende oog dan, want wie beter kijkt, ziet de schoonheid ervan. Achter elke garagedeur een ander mannenbolwerk met sleutelaars die overal op de wereld geboren zijn, of hier om de hoek, maar allemaal komen ze hier thuis.

Mukremin Uyar. Beeld Bas Verwoerd
Mukremin Uyar.Beeld Bas Verwoerd

Daar is Uyar weer, een kind van de buurt, opgegroeid in de Van der Pekstraat. Klant geholpen, snel onder een motorkap gekeken en een set bougies besteld. “Dit is een ambachtsbuurt, allemaal kleine indus­trie. Er wordt hard gewerkt en dat zorgt voor saamhorigheid. Iedereen loopt gewoon bij elkaar naar binnen. Als ik misgrijp, ga ik even naar de buren. En andersom: zij naar mij.”

Raket

Zelfde garage, tien meter verderop. Onder een motorkap staat Adil Othman (33) gebogen. Iets met de ontsteking. Bekend euvel, komt vandaag nog goed. “Toen ik voor het eerst onder een motorkap keek, dacht ik dat het rocket science was, maar nu is het allemaal logisch voor me. Trouwens, de motor van een raket werkt in de basis hetzelfde, dus ergens had ik wel gelijk.”

Adil Othman. Beeld Bas Verwoerd
Adil Othman.Beeld Bas Verwoerd

Othman groeide op in Noord. Hij wilde piloot worden maar de puberteit kwam met de bekende afleidingen en voor hij het goed en wel doorhad, moest ie een vak leren op de ambachtsschool. Automonteur werd het, en hij vindt het prachtig. Al tien jaar werkt hij bij garage NRD nu, dag in, dag uit – met elkaar. Dat kweekt iets, een soort broederschap. In een mannenwereld betekent dat al snel kleedkamerhumor. Even met de spray remmenreiniger bij de billen als iemand bukt, een rotje onder de motorkap als iemand er net onder ligt – zulke dingen. Maar er is ook het lief, en ook het leed. “Als iemand wat stiller is dan normaal, dan merk ik het,” zegt Otman. “Niet dat ze dan meteen iets zeggen, maar ik zie je, ik zie je. En dan ga ik gewoon even vissen, net zolang totdat het visje bijt. En dan vertellen ze het wel.”

Een Marokkaanse collega komt tussendoor en maakt een eetgebaar. In het Arabisch praat Otman terug. Zelf is hij geboren in Indonesië, maar hier is de voertaal een mengelmoes: Turks, Arabisch en Amsterdam-Noords – je herkent het als je het herkent.

Even later staat de lunch op tafel: khobz met een stoof van kip, aardappel, doperwten en groene olijven. Uyar steekt z’n hoofd om de hoek: “Ja precies, deppen met het brood. Zo moet het.” En dan gaat z’n telefoon weer.

Twee deuren verder bij garage Kemme is het rustiger. Te rustig, vindt Bilal Kucudemirci (55), en dat is al zo sinds maart vorig jaar, toen de wereld stil kwam te staan. In het kort: thuiswerkers rijden hun auto’s niet stuk, dus de klandizie is bijkans opgedroogd. En dan wil het ook maar niet winteren dit jaar, dus aan de winterbanden heeft hij ook geen werk.

Bilal Kucudemirci. Beeld Bas Verwoerd
Bilal Kucudemirci.Beeld Bas Verwoerd

Zorgen? Natuurlijk maakt hij zich zorgen. “Voor die ziekte kwam, had ik genoeg te doen. Niet veel, maar genoeg om het elke maand te redden. En nu? Wie weet hoe lang dit nog gaat duren. Ik zie het niet snel goed komen en, tja.”

Nog een sigaret en even stil.

“Vroeger had ik een garage bij het Surinameplein. Daar stopte ik vanwege de gezondheid van mijn vrouw. Nooit heb ik in die tijd een uitkering aangevraagd, ik heb mezelf altijd gered. En toen het beter ging met haar, ben ik meteen hier begonnen. Weet je waarom? Omdat ik hóú van dit werk.”

Maar die liefde heeft weinig met auto’s te maken. Het is iets anders: de mensen. Niet voor niks staat er een set met drie luie stoelen en een koffietafel in de deuropening, direct aan de straat. In tien minuten tijd heeft hij al drie keer gegroet. Meestal garagevrienden, zoals hij ze noemt. Vraag hem niet naar welke auto hij zich nog herinnert, vraag hem naar die vrouw die hij hielp met een noodreparatie toen ze ’s avonds nog terug naar Haarlem moest. Wat dat kostte? Niks, zei hij. En de volgende ochtend kwam ze aanzetten met een doos gebak. Of die Italiaan, ook een noodreparatie. Een Maserati, maar daar ging het dus niet om. Diezelfde avond werd hij door hem gebeld: of hij meeging, de stad in – en laat je portemonnee maar thuis.

null Beeld Bas Verwoerd
Beeld Bas Verwoerd

Ruiken

Kucudemirci heeft bezoek vandaag. Een Turkse man op leeftijd, met pensioen na een leven lang in de autobranche. Eerst in Ankara, later hier. Vieze handen, geklooi onder motorkappen, tikken, schroeven, pielen, en altijd die geur van garages. Olie en benzine, vermengd met stof en vers mannenzweet. En nu mist hij het. Een keer in de twee weken gaat hij daarom naar Kucudemirci. Koffie drinken, babbelen, maar vooral: ruiken. Heel diep snuift ie af en toe dat odeur op, omdat hij het nodig heeft.

Een klant dan. Nette jas, haren geföhnd – het nieuwe Noord. Of z’n auto klaar is, die grijze Audi, een spuitbeurt. Morgen, morgen, zegt Kucudemirci. Beloofd. Dan gaat hij weer zitten. Sigaret, koffie, zucht.

En het zal z’n laatste zucht niet zijn. De gemeente heeft grote plannen met de Klap­rozenbuurt. Vanaf het IJ rukt de vooruitgang op. De vaart der volkeren komt hier in de vorm van nieuwbouw die op papier heerlijk oogt en klinkt. Tweeduizend woningen, een hele buurt bedacht door de aanstaande bewoners zelf. Vorig jaar in deze krant: ‘Binnenkort verrijst hier een levendig woongebied met pleintjes en hoge panden, waar mensen kunnen winkelen aan de doorgaande weg, op een terrasje zitten of picknicken in het Buiksloterdijkpark.’

Maar als de vooruitgang wint, dan verliest er ook iets: dat wat verdwijnt. Als een donkere wolk hangt het boven de garages hier. Wanneer? Onduidelijk. Hoe precies? Geen idee. Maar dat de boel hier binnen een paar jaar platgaat, is onvermijdelijk.

Yuppies

Nog een deur verder: garage CVS: de bandenboeren van het blok. Tot aan het plafond staan de autobanden opgestapeld. Yasin Yildirim (43) runt hier de boel samen met zijn broer, al veertien jaar. Tuurlijk, Yildirim snapt het wel: mensen willen naar Noord, er moet gebouwd worden. Heel anders dan toen hij hier kwam wonen, als jongetje nog, geboren in Turkije maar opgegroeid aan de overkant van het IJ. Want zo voelt het nog altijd voor hem, alsof de rest van de stad iets anders is dan dit. “Vroeger zag je ze hier nooit, nu staan de yuppies in de rij. Ik schrik van die hoge gebouwen, het maakt me claustrofobisch. Ik kan het IJ niet meer zien.”

Yassin Yildirim. Beeld Bas Verwoerd
Yassin Yildirim.Beeld Bas Verwoerd

Toch is het ook voorstelbaar dat planologen dit randje van de stad wel erg rafelig vinden. Het ís er ongepolijst, maar volgens Yildirim zit daar ook de kracht. “Negentig procent van onze klanten is Nederlands en die gaan meestal naar een dealer of een erkend bedrijf. Waar ze goed Nederlands spreken, waar ze een mooi kantoor hebben, opgeruimd, leuke vrouw achter de receptie. Daar krijgen ze dan zo’n lange uitleg dat ze geen idee meer hebben waar het over gaat en uiteindelijk de rekening: 900 euro. Vervolgens komen ze bij ons, en dan kost het de helft. Hoe kan dat nou, vragen ze dan. Nou, dat is dus de prijs van luxe koffie en een leuke vrouw achter de receptie. Duur grapje. Maar straks is heel Amsterdam een duur grapje.”

“Deze stad is net als het heelal, het dijt uit,” zegt Otman. “Straks wordt Purmer­end opgeslokt, en Zaandam. Er wordt gekeken naar New York, naar Londen, maar ondertussen wordt er een hele groep de stad uitgedrukt. Vrienden van vroeger zijn massaal de stad ontvlucht. En straks ben ik ook weg. Mijn vrouw komt uit Limburg en die viel achterover toen ik vertelde wat ik moest betalen voor mijn appartementje bij het Buikslotermeerplein. En zelf zie ik dat nu ook. De enige reden dat ik hier nog ben is dit, de garage. Als dat verdwijnt, vertrek ik en dan zal ik Amsterdam geen seconde missen, omdat mijn Amsterdam dan simpelweg niet meer bestaat.”

null Beeld Bas Verwoerd
Beeld Bas Verwoerd

Trots

Dan gaat er wel iets bijzonders verloren, vindt Yildirim. “Noorderlingen zijn trots en dat moeten ze ook zijn. In deze garages zie je wat het is waar we trots op zijn. Dit is oud Noord, waar mensen elkaar kennen. In deze buurt wordt gewerkt, hárd gewerkt Dat schept een band. Iedereen gunt het elkaar hier, en als je elkaar helpt, dan verdien je allemaal meer. Die sfeer zie ik niet in Geuzenveld of Osdorp. De mensen hier zijn trots, maar we doen het wel samen, met elkaar. Het gaat toch weleens over het echte Noord? Over de zíél van Noord? Nou, dit is hem. Hier, recht voor je neus.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden