PlusDe klas in

Bij de vraag of gays hand in hand mogen lopen, werd een grens getrokken

null Beeld Inge Duiker
Beeld Inge Duiker

Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Deze week: groep 8, Noord.

Jocelyn Vreugdenhil

HOMO.

De meester had het woord in grote letters op het digibord geschreven. Om daarna vanachter zijn bureau de reacties gade te slaan van de leerlingen, die een voor een de klas binnenkwamen.

“Ieuw!”

“Dat schrijf je toch niet op het bord, ­meester?!”

“Wat raar.”

Hij had een paar dagen nagedacht over de aanpak; er werd te veel gescholden met ‘homo’ en ‘gay’, en dat moest stoppen.

Nadat alle kinderen binnen waren, werd in een kringgesprek het nieuws doorgenomen. En dan met name het bericht over homogeweld in de stad. Daar spraken de kinderen schande van. “Dat doe je toch niet. Daar zijn we tegen.”

Vervolgens ging het gesprek over in de stelling: ‘Mag je zelf weten op wie je verliefd wordt?’ Ook daarover waren ze het snel eens: ja, dat mag. En verliefdheid kun je niet sturen, dat overkomt je.

Bij de vraag of gays hand in hand mochten lopen, werd een grens getrokken: hand in hand mag, zoenen in het openbaar is vies.

Toen draaide de meester de zaken om. Stel je voor dat je opgroeit in een wereld waarin iedereen homo is en jij de enige hetero bent. Dat in alle films en series alleen mannen met mannen zoenen en vrouwen met vrouwen. Nooit een man met een vrouw, terwijl je dat zelf het liefst zou willen. Hoe dat zou zijn, en voelen, vonden de leerlingen lastig voor te stellen.

De meester liet een filmpje zien over de coming-out van tv-presentator Sipke Jan Bousema. Dit voorbeeld laat volgens hem zien dat het nog altijd lastig is om te vertellen dat je gay bent. Zelfs in een onbevooroordeelde omgeving. Daarbij benadrukte hij nog maar eens dat je als hetero nooit uit de kast hoeft te komen, omdat hetero zijn de norm is.

Een goed uitgedachte drietrapsraket van de meester: het woord ‘homo’ op het digibord, gevolgd door het kringgesprek en het coming-outfilmpje. En toen kon hij terugkomen op wat de leerlingen aan het begin van de dag riepen. “Heel fijn om te horen dat jullie tegen homogeweld zijn en vinden dat gay zijn moet kunnen. Maar als ik het woord ‘homo’ op het bord schrijf, reageren jullie met ‘ieuw’ en ‘meester, wat heb je nou opgeschreven’. Dat leidt uiteindelijk tot het krantenbericht over homogeweld.”

Toen was het stil. En begrepen de leerlingen na een intensieve anderhalve uur dat het een gewoonte was geworden ‘gay’ en ‘homo’ als scheldwoorden te gebruiken. En dat daardoor de klas misschien geen veilige omgeving was voor eventuele gay klasgenoten. “Ik zag het kwartje vallen. Daarna heb ik de scheldwoorden nooit meer gehoord.”

De meester zet deze lesmethode, die spontaan is ontstaan, nu minstens één keer per jaar in. Steeds met een andere insteek. “Het werkt zo goed omdat ik ze niets verbied. Maar ik bespreek iets wat in de klas speelt. Ze ervaren wat het effect van hun gedrag is op anderen.”

Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Lees hier al haar verhalen terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden