PlusReportage

Bij buurtwinkel Rief in de Marnixstraat draait het om de glimlach – en de merguezworsten

Eigenaar Abdellatief El Ghoulbzouri met dochters Youssra (r) en Saloua. Beeld Eva Plevier
Eigenaar Abdellatief El Ghoulbzouri met dochters Youssra (r) en Saloua.Beeld Eva Plevier

Buurtwinkel Rief in de Marnixstraat is al sinds 1978 in handen van dezelfde familie, en ook hun merguezrecept bleef onveranderd. ‘Als je een centje tekortkomt, mag je dat later brengen.’

Over Slagerij Rief in de Marnixstraat kan ik niet schrijven zonder mezelf in het verhaal te betrekken. Ik woon sinds 2000 aan de noordwestkant van de Jordaan, en het moet ook in dat jaar geweest zijn dat ik voor het eerst bij deze winkel binnenstapte. Rief was wat ik miste in de oude Pijp, waar ik daarvoor gewoond had: een kleine handel in levensmiddelen met ­rekken vol groenten en fruit voor de pui. ­Binnen trof je nog meer groenten, een slagersbalie – lam, orgaanvlees en geit! –, een vensterbank vol noten en zuidvruchten en een hele wand met exotische droogwaar als bulgur, couscous en tchicha. Het hart van dit soort zaken zijn altijd de eigenaren, in het geval van Rief waren dat Abdellatief El Ghoulbzouri en zijn broer Mohamed. Op welk moment van de dag je ook aankwam of langsfietste: ze waren er.

De familiebuurtwinkel was in die tijd al uit het Centrum aan het verdwijnen vanwege stijgende huren, teruglopende klandizie of een volgende generatie die er niet mee verder wilde. Minimarktjes die bleven, spitsten hun assortiment steeds ­verder toe op passanten: meer sigaretten, bier, frisdrank en snoep. Op dit moment ken ik in het hele gebied tussen de Leidsegracht en de Haarlemmerdijk nog drie ouderwetse, niet-toeristische levensmiddelenwinkels: Roos Market op de Rozengracht, Slagerij Buzhu op de Haarlemmerdijk en Rief.

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Hoewel je in dit soort zaken zelden bekroonde biologische rastomaten vindt, hebben ze wél een assortiment dat de kookgrage klant kan uitdagen om nieuwe dingen te proberen. Naast gangbare groenten voert Rief bijvoorbeeld kleine groene paprika’s, goede feta, betaalbare kruiden, platbroden, granaatappelsiroop, rozenwater, allerhande linzen, gierst, kardoen en artisjokken. Wie vaker komt, gaat automatisch een band aan met de eigenaar: gebutste tomaten krijg ik voor bijna niets mee zodat ik er saus van kan maken. Ik zeur niet over een rotte aardbei, maar als ik na drie weken vakantie zeg dat er iets mis was met een kaas die ik daarvoor nog heb gekocht, geven ze me meteen een nieuwe mee.

Dat El Ghoulbzouri op ­54-jarige leeftijd nog weken van tachtig uur zou maken, was nooit de bedoeling, maar zijn broer Mohamed moest in 2020 wegens privé-omstandigheden stoppen met werken. Abdellatief werkt nu dus voor twee – waar het kan bijgestaan door een van zijn vier kinderen. Wie binnenkomt, ziet een geduldige en vriendelijke man, en hoewel hij zijn klanten altijd vlot probeert te helpen, kan El Ghoulbzouri niet méér doen dan met twee handen mogelijk is. Je staat dus vaak even te wachten met een arm vol ­granaatappels, dadels en broccoli. Er zijn in Rief geen ­karretjes, geen gangpaden die naar de kassa leiden. Er is geen heldere rij om in te wachten, en dus raak je bijna vanzelf met andere klanten in gesprek.

Bij Rief spreek ik buurtgenoten van ­buiten mijn eigen cirkel, van buiten die bubbel die zo angstaanjagend veel zegt over mijn eigen opleidingsniveau, inkomen, etniciteit en interesses. Bij Rief is de verbindende factor waar we wonen en wat we kopen voor lunch of avondeten; gesprekken gaan over ingrediënten of over dingen die gebeurd zijn in de buurt. Door zulk contact steeds aan te gaan, krijg je er weer een vriendelijk gezicht bij, een bekende om te groeten als je je kinderen naar school brengt of op weg bent naar de kroeg.

Goedaardige corona

Hoewel ik er niet altijd met een glimlach binnenkom, loop ik de winkel heel vaak met een glimlach uit. Mensen spiegelen elkaar: dat lachen is iets overdraagbaars, een goedaardige soort corona. Stelt u zich voor hoe uw ochtend zou aanvoelen als er op straat drie vreemden breed naar u lachten. In een supermarkt, wil ik maar zeggen, loop je minder snel een glimlach op. Het doel is daar om de klant met snelheid langs zoveel mogelijk producten te sturen en hem daarna in een rijtje door te sluizen naar de kassa. Bij die kassa ziet hij louter ruggen; het voelt niet eens meer onbeleefd om met oordopjes in boodschappen te doen. De caissière, normaliter de enige van wie hij het gezicht te zien krijgt, is optioneel geworden. En meestal rekent de klant nu af bij de zelfscankassa, waar het contact met personeel is teruggebracht tot steekproefsgewijze tascontroles – niet bepaald een fijne kennismaking. Wie stelt dat een buurtwinkel duurder is, rekent dus een hele hoop niet mee.

De eerste jaren kwam ik twee keer per week bij Rief, en meestal met de nodige haast, op doortocht naar het een of ander. Dat daar elke dag dezelfde mannen aan het werk waren, leek vanzelfsprekend. Toch, vertelt El Ghoulbzouri’s dochter Saloua (27), hadden zij en haar broers en zus zéker geen afwezige vader. “Toen mijn oom Mohamed nog in de winkel werkte, had mijn vader om de week op zondag vrij, en op dinsdag kon hij later beginnen. Hij maakte elke ochtend ontbijt en nam na het werk een toetje en fruit voor ons mee. ’s Avonds bracht hij ons naar taekwondotraining en op zaterdag kregen we ieder een zakje chips of een Kinder Surprise-ei. Vroeger was de winkel nog op zondag gesloten, dan gingen we er met zijn allen heen om alles klaar te stomen voor de volgende week. Voor ons was dat een uitje! Destijds ging Rief ook eerder dicht, maar toen de supermarkten langer openbleven, deden wij dat ook.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

De kinderen groeiden op in Westerpark, en Saloua zat als tiener op het nabijgelegen Cartesius Lyceum. “Ik ging vaak in mijn lunchpauze langs de winkel, dan kreeg ik iets lekkers en kon ik even bij mijn vader zijn. Sinds mijn veertiende doe ik de boekhouding voor hem, en in het begin ging dat nog met een papieren kasboek, waar ik dan met mijn mooiste handschrift in schreef. Dat vond ik leuk om te doen.”

“Rief is al lang in de familie,” vertelt dochter Youssra (25, eigenaar van ijswinkel YoYo’s Ice Corner in de Rivierenbuurt). “In 1978 begon mijn vaders moeder de winkel. Mijn vader leerde onze moeder kennen toen hij hier kwam werken.”

Abdellatief El Ghoulbzouri verhuisde op 20-jarige leeftijd van Al Hoceima in Marokko naar Amsterdam, en werd een aantal jaar daarna gevolgd door zijn jongere broer Mohamed. In 1992 namen de broers de winkel over. Veel veranderden ze niet, en het recept voor de merguez – met een mix van veertien specerijen – bleef al die tijd hetzelfde. “Dat is waarvoor de meeste mensen komen,” vertelt El Ghoulbzouri terwijl hij zijn klanten helpt. “Voor de groenten en noten ook.”

Zware routine

Vlees, brood en baklava worden bij de winkel afgeleverd, maar voordat Rief rond half negen open kan, moet El Ghoulbzouri meestal nog inkopen doen. Zijn dagen beginnen dus vroeg, met een rit langs de groothandels in het Food Center aan de Jan van Galenstraat. Daarna laadt hij alles uit op de stoep voor de winkel, sleept de rekken naar buiten en tilt de kratjes met groenten en fruit erop. Dat deze routine hem zwaarder begint te vallen, is zo nu en dan op zijn gezicht te lezen, maar gelukkig komen de kinderen tegenwoordig helpen wanneer ze kunnen.

“Onze vader haalt energie uit het contact met zijn klanten,” zeggen de dochters. “Vroeger kwam hij vaak thuis met verhalen over wie er nu weer in de winkel was geweest. Een politicus, een dokter die net iemands leven had gered... Toen de winkel zeven jaar geleden een paar maanden dicht moest omdat het hele pand werd gerenoveerd, vond hij dat maar niks. Hij zal waarschijnlijk nooit helemaal bij Rief weg kunnen blijven.”

“Ik ga wandelen met mijn vrouw, als ik stop met werken,” zegt El Ghoulbzouri, die net een handvol merguezworsten afweegt. Waar hij dan heen gaat wandelen? In ieder geval even bij de winkel langs. “Maar ik ga echt minderen. Echt. Drie uur per dag moet eraf.”

De dochters lachen. Youssra: “Dat zei hij vorig jaar óók.” Als El Ghoulbzouri minder gaat werken, dan zullen twee van zijn kinderen die uren opvullen. Samen met haar broer Samir (23) zal Saloua Rief geleidelijk overnemen, en daarom zijn ze nu al steeds meer in de winkel. Of ze veel gaan veranderen, weet Saloua nog niet. “Wat we hier verkopen is afgestemd op de vraag van onze klanten. Als die andere wensen krijgen, passen we ons daarop aan.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

En die klanten blijven komen, ook op deze grijze doordeweekse ochtend. Maar heel zelden is de winkel leeg. Horecaman Jeroen Kramer (66): “Ik haat al dat plastic van de Albert Heijn, al dat afval. Hier zie je wat je pakt, en je pakt niet meer dan je wilt. Ik weet wat ik zeg, want ik kom hier al veertig jaar: Abdellatief is altijd vriendelijk.”

Ook Boudewijn Oranje (66), voormalig bestuursvoorzitter van stadsdeel Centrum, heeft het niet op supermarkten. “Het fruit is hier rijper. Ik kom voor de dadels en groenten, en natuurlijk voor de sfeer. Dit soort plekken is een leuk anker in de buurt.”

“Als je hier een centje tekortkomt”, vult buurman Nasr (49, liever geen achternaam in de krant) aan, “mag je dat later brengen. Het gaat om vertrouwen. Je moet dúrven schenken. Misschien pakt dat af en toe nadelig uit, maar uiteindelijk valt zo’n klein verliesje in het niet.”

‘Wat we verkopen, is afgestemd op de vraag van onze klanten. Als die andere wensen krijgen, passen we ons daarop aan.’ Beeld Eva Plevier
‘Wat we verkopen, is afgestemd op de vraag van onze klanten. Als die andere wensen krijgen, passen we ons daarop aan.’Beeld Eva Plevier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden