Plus Interview

Bianca Sistermans over haar schrijversportretten: ‘Het duurt soms 4 uur’

Hafid Bouazza. Beeld Bianca Sistermans

Fotograaf Bianca Sistermans (50) legde Menno Wigman vast in een duster, Hafid Bouazza was na haar bezoek gesloopt. Al een kleine tien jaar portretteert Sistermans Nederlandse schrijvers en dichters.

“Ik ben weleens binnengelopen bij een dichter, die dacht dat ik binnen een kwartier weer buiten zou staan. Maar zo werkt het niet. Ik neem de tijd. Soms duurt een bezoek vier uur. De gesprekken leveren vaak een blijvende verbinding op. Niet met iedereen, maar wel met veel schrijvers en dichters. Ik draag de meesten een enorm warm hart toe.”

Met Hester van Hasselt portretteert Bianca Sistermans sinds 2012 schrijvers; Van Hasselt tekent de verhalen op over het scheppend proces, Sistermans maakt ­foto’s met haar Hasselblad. “Ik houd van literatuur en van poëzie. Ik vind het fijn om te lezen, en om dan vanuit het werk ­iemand te ontmoeten. Het werk is het uitgangspunt, ik ben niet speciaal benieuwd naar de schrijver achter het boek, maar wil weten hoe hij of zij werkt. Een schrijver schrijft zichzelf vaak weg, maar is onzichtbaar aanwezig in het werk. Een schrijversportret schuift de persoon vanachter het werk naar voren.”

Kapotte peertjes

Bianca Sistermans studeerde grafische vormgeving aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in Breda, maar besteedde veel tijd aan fotografie. In 2011 stopte ze als docent grafische vormgeving en fotografie, en ­besloot ze zich fulltime op fotografie te storten.

Lieke Marsman. Beeld Bianca Sistermans

Dat deed ze met verschillende projecten, waaronder ­Alledaagse ergernissen (stillevens van kapotte peertjes, ­lege wc-rollen in een fonteintje; dingen die blootleggen waar we ‘omheen denken’), Lang zal ze leven! Met mijn moeder verdween het keuvelen (portretten van mensen die hun moeder verloren hebben) en een serie portretten van ­Nederlandse en Vlaamse schrijvers en dichters.

Van kinderboekenschrijvers en stadsdichters tot vertalers; van Ester Naomi Perquin, Remco Campert, Lieke Marsman en Kira Wuck tot Esther Gerritsen, A.L. Snijders, Willem Thies, Radna Fabias en Ted van Lieshout.

Anekdotes

Jacques Hamelink, die zich bijna nooit laat interviewen of portretteren, zocht ze op in Ilpendam. “Hij dacht dat ik zo weer weg was, maar ik zei: ik moet even aankomen. Uiteindelijk was het een heel leuke middag. Hij schrijft ook zo prachtig, zo precies.” Als ze haar foto’s laat zien, komen de anekdotes vanzelf. “Die schrijft ook zo mooi,” zegt ze vaak, bij weer een nieuw portret.

De Vlaamse dichter Delphine Lecompte, die in 2010 de C. Buddingh’-prijs won voor haar poëziedebuut De dieren in mij, was een van de eersten die ze portretteerde. “Zij woonde destijds in Gent. Hester en ik hadden ons zorgvuldig ingelezen; haar werk is heel geestig en meedogenloos tegelijkertijd. We logeerden in Gent, de volgende dag zijn we omstebeurt bij haar op bezoek geweest. Ik ga meestal als eerste, dan is de toon gezet.”

Delphine Lecompte. Beeld Bianca Sistermans

Sistermans gaat veel naar lezingen, literaire avonden en ze kent onderhand wel wat schrijver en dichters. “Af en toe kom ik op feestjes van schrijvers, waar ik dan weer andere schrijvers ontmoet. Toen Anneke Brassinga zeventig werd, was Wim Noordhoek daar ook. Die schrijft ook zo mooi. Toen heb ik een tijdje met hem gekletst en heb ik ­gevraagd of ik hem mocht portretteren. Kreek Daey Ouwens was ook zo’n mooie ontmoeting. Ik kende haar niet echt voordat Eva Gerlach me op haar werk had gewezen. Toen ben ik het gaan lezen, ik vond het heel bijzonder, en heb haar toen thuis in Eindhoven opgezocht.”

Boterham met kaas

Toen ze een recensie had gelezen waarin stond dat Wessel te Gussinklo tot het puikje van de Nederlandse literatuur behoorde, las ze zijn werk, benaderde ze hem via zijn uitgever en ging bij hem op ­bezoek in Zeeland. Ze mocht in zijn tuinhuisje blijven ­logeren. Hafid Bouazza zocht ze op toen hij bij een vriend in Zutphen verbleef. “De trein was vertraagd, hij was ook verlaat. Toen hebben we eerst samen een boterham met kaas gegeten en koffiegedronken. En intussen kijk ik dan waar mooi licht valt. Pas dan pak ik de camera uit, en ga ik wat schuiven met stoelen. En dan praten we weer verder, vaak over het werk, maar dan met mijn Hasselblad op een statief tussen ons in.” Ze lacht. “Ik ben heel lang gebleven. Hij was gesloopt na mijn bezoek.”

“Ik zeg altijd: misschien kom ik terug, maar meestal is dat niet nodig. Van Atte Jongstra had ik best een fijne foto gemaakt, maar ik vond ’m toch niet treffend genoeg. Ik geef nauwelijks aanwijzingen of zo. Sommige schrijvers worden daar wat zenuwachtig van. ‘Wat moet ik doen?’ vroeg Thomas Rosenboom. ‘Zeg iets. Fotografen zeggen me altijd wat ik moet doen.’ Nou, van mij hoef je niks te doen. Ik heb geen matrijs, ik werk vanuit de situatie. Wim Noordhoek zei het mooi: ‘Jij doet het zoals het gaat.’”

Menno Wigman. Beeld Bianca Sistermans

Voor de SLAA, de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, volgt Sistermans al jaren de Stadsdichters, van F. Starik en Menno Wigman tot K. Schippers en Gershwin Bonevacia. “Dat is vooral reportagefotografie, met een ­digitale camera, maar ik heb ook altijd de behoefte om een echt, analoog portret van zo’n stadsdichter te maken. Menno Wigman portretteerde ik in 2012, bij hem thuis in de Bonairestraat. We hadden een heel fijne klik, hij was heel voorkomend en charmant, en hij formuleerde prachtig, ook als hij gewoon een beetje zat te babbelen.”

“Hij was keurig gekleed, een blouse en een jasje, geloof ik. Toen vroeg ik hem wat hij droeg als hij schreef. Een duster, antwoordde Menno. Ik vroeg hem of hij die even wilde aantrekken. ‘Nee, nee,’ zei hij, maar ik kende hem best wel een beetje en zei: trek die duster toch effe aan en dat heeft hij toen gedaan.” Ze kijkt kort naar haar foto. “Ik vind het een fijn portret. Geen opgepriktheid, maar verstilling. Openheid. Het laat ruimte voor de gedachtewereld van de schrijver en de verbeelding van de kijker.”

Notoire weigeraars

Ze heeft nog een lijstje. “Er zijn notoire weigeraars, maar er zijn ook schrijvers die er nog niet van gekomen zijn of met wie we bezig zijn. Alfred Schaffer bijvoorbeeld, een heel goeie dichter, maar die woont nu in Zuid-Afrika. K. Michel staat nog op ons lijstje, Tonnus Oosterhoff. En Judith Herzberg. Maar zij heeft er een hekel aan om gefotografeerd te worden. Ik weet niet wat het is, maar de meeste schrijvers gaan niet graag op de foto. Maar achteraf valt het altijd mee. Jacques Hamelink stuurde me een bundel met een briefje erbij: het was zo licht, schreef hij, alsof de buurvrouw even langskwam voor een kopje koffie.”

Mensje van Keulen. Beeld Bianca Sistermans
Bernke Klein Zandvoort. Beeld Bianca Sistermans
Radna Fabias. Beeld Bianca Sistermans

Bundeling

De portretten van Hester van Hasselt en Bianca Sistermans zijn in diverse kranten, tijdschriften en websites gepubliceerd. In het voorjaar van 2021 verschijnt een bundeling bij Querido.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden