Bevlogen over hun jazzhelden

Fred van Doorn: Blue Notes, Jazzportretten. Thomas Rap, 17,90 euro
Koen Schouten: Jazzhelden; interviews, (Meulenhoff), 15 euro.

Er kan geen boek over jazz verschijnen, of het wordt begeleid door de tekst: jazz weer springlevend. Is het genre ooit doodgebloed?
Het antwoord wordt gegeven in de vorm van twee boeken, geschreven door twee journalisten van een compleet andere generatie. Het een is Blue Notes; jazzportretten van krasse knar Fred van Doorn, vroeger filmjournalist voor onder andere Het Parool en HP/De Tijd, later tv-regisseur. Het andere boek is Jazzhelden; interviews van Koen Schouten.

Beide boeken maken duidelijk dat elke generatie zijn eigen jazzhelden creëert. En dat sommige helden - Miles Davis, John Coltrane, Thelonious Monk - elke generatie weer opnieuw wordt ontdekt.

Van Doorn groeide op in de jaren vijftig. Hij heeft de opkomst van de langspeelplaat nog meegemaakt. Als puber was hij met zijn vrienden te vinden in één van de drie Amsterdamse platenzaken met jazz in de bakken. Hij gaf zijn zakgeld uit aan vinyl. Nauwkeuriger gezegd: aan het vinyl van Blue Note. Bij dat label was de kans op een miskoop het kleinst, was zijn overtuiging. De muziek was het hipst en het beste opgenomen. De hoezen waren het mooist en roken het lekkerst. In zijn boek beschrijft hij met grote liefde de helden van Blue Note.

Koen Schouten, vroeger jazzjournalist voor Het Parool, tegenwoordig voor de Volkskrant, is de jonge hond. Toen hij opgroeide was de cd in opkomst. De tijd was voorbij dat het kopen van een langspeelplaat gelijk stond aan een queeste naar de Heilige Graal. Op de fiets naar school schalde Guns N' Roses, maar even zo makkelijk John Coltrane uit zijn walkman.

Tussen de jeugd van Schouten en die van Van Doorn ligt meer dan dertig jaar. In die tijd veranderde vooral de keuzevrijheid. Van Doorn was aangewezen op de import van Amerikaans vinyl en de programmering van de jazzclubs. Schouten hoefde de radio maar aan te zetten of hij kon zich in een jazzclub in New York wanen. Maar de opwinding over een nieuwe ontdekking, een nieuw geluid, verandert nooit.

Van Doorns boek bevat 21 portretten van helden van het Blue Note-label, allen Amerikaans, allen man, bijna allemaal dood: John Coltrane, Art Blakey, Hank Mobley, Dexter Gordon. Schouten bundelde twintig van zijn beste interviews met levende grootheden uit de jazzwereld; Nederlands, Amerikaans, Engels, Italiaans, allen nog in leven, allen, op Rita Reys na, mannen.

In zijn portret van Lee Morgan beschrijft Van Doorn een concert van de trompettist, dat hij in november 1958 bijwoonde. Hij wist niet wat hij hoorde. 'Als hij soleerde, spatten de vonken eraf. Razendsnel drukte hij de ventielen van zijn trompet in, soms maar half, en dat gaf van die halve tussentonen die als een soort vegen klonken. (...) Die herfst- en wintermaanden van 1958 was hij de magische trompettist.'

Eerder heeft Van Doorn al uitgelegd dat Morgans reputatie hem was vooruitgesneld, onder meer omdat hij sinds een paar maanden lid was geworden van de toen uitermate populaire Jazz Messengers. Zijn naam ging als een lopend vuurtje, want zoals Van Doorn zegt, jazzliefhebbers spellen de samenstelling van hun favoriete bands, zoals voetbalsupporters de opstelling van hun clubteams.

Schouten schrijft: 'Later ontdekte ik als tiener in een Praagse discotheek de trompettist Lee Morgan, een held van het label Blue Note uit de jaren zestig, die weer als sideman bij Art Blakey in mijn vaders platenkast bleek te staan.' De twee journalisten kunnen elkaar de hand schudden.

Mooi hoe ze beiden hun bevlogenheid over weten te brengen op de lezer. En je hoeft niet te kiezen tussen Schouten of Van Doorn. Integendeel, het leukste is om de bundels naast elkaar te lezen.

Van Doorn vertelt met veel kennis van zaken verhalen over zijn helden. Hij beschrijft in zijn portret van Sonny Rollins hoe deze bij zijn doorbraak een meteorietinslag veroorzaakte, en hoe groot de schok was toen deze zich tot twee maal toe terugtrok uit de jazzscene. Schouten belt met Rollins en vraagt hem naar zijn verdwijntrucs. 'De eerste keer ging ik weg om af te kicken, de tweede keer om te studeren zodat ik het publiek meer kon bieden.' (MAARTJE DEN BREEJEN)

undefined

Van Doorns boek bevat 21 portretten van helden van het Blue Note-label, allen Amerikaans, allen man, bijna allemaal dood: John Coltrane, Art Blakey, Hank Mobley, Dexter Gordon. Op archieffoto de onvolprezen John Coltrane. Foto ANP Beeld
Van Doorns boek bevat 21 portretten van helden van het Blue Note-label, allen Amerikaans, allen man, bijna allemaal dood: John Coltrane, Art Blakey, Hank Mobley, Dexter Gordon. Op archieffoto de onvolprezen John Coltrane. Foto ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden