Dagelijks hijst Ten Hoope de vlag, als eerbetoon aan de hier begraven verzetshelden.

PlusReportage

Beheerder Eerebegraafplaats neemt afscheid: ‘Wel een traantje gelaten’

Dagelijks hijst Ten Hoope de vlag, als eerbetoon aan de hier begraven verzetshelden. Beeld Dingena Mol

George ten Hoope (69), al 29 jaar beheerder van Eerebegraafplaats Bloemendaal, gaat woensdag met pensioen. ‘Ik was liever gebleven.’

Kaarsrechte rug, de armen langs het lichaam, de vingers gespreid. De panden van zijn zwarte uniformjas volgen het ritme van zijn eerbiedige passen. Schelpjes knisperen onder zijn schoenen. Kalm loopt George ten Hoope (69), beheerder van Eere­begraafplaats Bloemendaal in Overveen, over het vierhonderd meter lange pad naar het ­ereveld. In de grauwe schemer tekent zich op het hoogste duin het houten kruis af dat symbool staat voor de begraafplaats. Al negentwintig jaar, 365 dagen per jaar, wandelt Ten Hoope iets voor negen uur ’s morgens vanuit zijn dienstwoning naar de begraafplaats om de vlag te hijsen.

Hij ­beklimt de met carboonzandsteen beklede treden naar de sobere, maar imposante plek, waar 372 Nederlandse verzetsstrijders begraven liggen. Voorbij het bordje ‘Blijft indachtig de eerbied verschuldigd aan wie hier rusten.’ In zijn broekzak de sleutels van het hokje onder de klokkentoren, waarin de vier bij zes meter grote vlag opgeborgen ligt.

11 december

Boven op de heuvel heeft de zeewind vrij spel, hij jaagt fluitend over de vlakte. Duinhelm buigt mee op de wind. De vlaggenmast trilt. Plechtig trekt Ten Hoope de klepperende driekleur de hoogte in. Dan sa­lueert hij, een bewijs van eer. Dat doet hij elke ochtend, al is er niemand bij. “Om zes uur ’s avonds sluit ik het toegangshek weer af. Rond een uur of elf maak ik een laatste ronde over de begraafplaats om te kijken of alles in orde is.”

Op 11 december zal het de laatste keer zijn. Ten Hoope neemt dan afscheid als beheerder van Eerebegraafplaats Bloemendaal. Achter zijn beheerste handelingen schuilt een bewogen gemoed. “Het voelt vreemd en emotioneel dat ik dit straks niet meer zal doen. De laatste zondag in november had ik bij de Hannie Schaft Herdenking mijn laatste officiële optreden. Toen heb ik wel een traantje gelaten.”

Geboortegrond

Als beheerder is Ten Hoope ook gastheer voor de bezoekers en begeleidt hij alle ceremoniële herdenkingen, zoals de nationale dodenherdenking op 4 mei, de Paroolherdenking op 5 februari en de Hannie Schaft Herdenking. “Op 4 mei luid ik handmatig een half uur de klok op de begraafplaats. Dan staan hier zo’n vijfduizend mensen. Ik moet de klok precies in het juiste tempo luiden. Dat is zwaar werk, want alleen de klepel weegt al ruim acht kilo. Na afloop staat het zweet op mijn rug.”

Het geeft hem altijd weer een bijzonder gevoel, zegt hij. Niet alleen omdat zijn hart bij deze taak ligt, ook omdat dit zijn geboortegrond is. “Wie kan er zeggen dat er ‘Eerebegraafplaats Bloemendaal’ op zijn geboortekaartje staat?” zegt hij lachend. Ten Hoope kwam in 1950 ter wereld in de dienstwoning, die zijn vader Gerrit in 1946 als beheerder betrok.

Jeugdherinneringen

Kort na de bevrijding hielp Gerrit ten Hoope met bijna alle 422 opgravingen van gefusilleerde verzetsstrijders in de Bloemendaalse duinen. “Een mentaal loodzware klus, want onder de strijders zaten mensen die hij kende. Mijn vader verleende diensten aan het verzet door voor onderduikers, wapens en munitie te vervoeren. Het heeft hem voor het leven getekend. Hij sprak er weinig over. Pas later kregen mijn moeder en ik filmbeelden van de opgravingen in handen, gemaakt door Pinkeltje-auteur en amateur­filmer Dick Laan. Daarop was mijn vader ook te zien. Sprakeloos waren we over die schokkende beelden. Pas toen begrepen we wat hij had doorgemaakt en waarom hij vaak zo hard kon zijn.”

De opgegraven verzetsstrijders kregen later een plek op de Eerebegraafplaats. Gerrit ten Hoope, die voor de oorlog al in de uitvaartbranche werkte, was de aangewezen persoon om het ereveld te beheren.

George ten Hoope trad in de voetsporen van zijn vader. ‘Zijn zwarte uniform liet ik namaken.’Beeld Dingena Mol

Als jongen zag George ten Hoope, die soms mee mocht, hoe zijn vader het werk deed. “Als ik hier loop komen de jeugdherinneringen vanzelf boven,” zegt hij. Hoe hij als kleine jongen voor het raam stond te kijken toen in de ­jaren vijftig de communisten geweigerd werden op de Hannie Schaft Herdenking, bijvoorbeeld. “Overal was ­politie, iedereen was in rep en roer. Ik mocht niet naar buiten. Het maakte veel indruk op me, het is een van mijn vroegste herinneringen.” Ook ziet hij nog voor zich hoe Godfried Bomans een pijp rookte in de tuin. En dat oud-minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns door hun huis liep. “Er kwamen vaak bekende mensen en hooggeplaatste heren bij ons. Daar keek ik als jongen tegen op.”

Ontroerende gesprekken

In 1971 ging Gerrit ten Hoope met pensioen. George ten Hoope was met zijn 21 jaar nog te jong om de functie over te nemen. “Mijn oudere halfzus heeft de begraafplaats toen jarenlang met haar man beheerd. Op mijn veertigste werd ik wel voorgeleid voor de erebaan. Daar was ik heel trots op. Ik liet mijn zwarte uniform precies in de stijl van mijn vader namaken.”

Ten Hoope was twaalf uur per week in dienst van Stichting ’40-’45 en bekleedde de functie eerst naast zijn werk als manager gebouwenbeheer in de Benelux. “Toen ik stopte met werken, besteedde ik al mijn tijd aan de Eere­begraafplaats. In de praktijk ben je als beheerder vierentwintig uur per dag beschikbaar. Zo stuitte ik regelmatig op ongewenste bezoekers en illegale activiteiten, zoals drugshandel, vandalisme of afval­dumping. Maar ik was ook op het terrein om informatie te geven of bezoekers te woord te staan.”

Het leverde niet zelden ontroerende gesprekken op. ­Zoals met de Joegoeslaviëveteraan die Ten Hoope op een dag tegemoetliep. “Hij was zwaar getraumatiseerd door wat hij had meegemaakt in de oorlog. Een stoere vent, maar de tranen stroomden over zijn wangen toen hij daarover vertelde.”

Opvolger

Lange tijd bezochten de zussen en verzetsstrijders Freddie Dekker-Oversteegen en Truus Menger-Oversteegen het graf van hun vriendin Hannie Schaft. “‘Zorg goed voor haar, jongen,’ zeiden ze dan tegen me. Een andere vrouw, die hoorde dat ik afscheid zou nemen, bedankte me dat ik al die jaren voor haar vader had gezorgd. Zo zien de nabestaanden dat, je waakt over hun dierbaren. Een prachtige taak die ik met liefde vervulde.”

Op het asverstrooiingsveld achter de begraafplaats ligt een bos rode rozen. “Die heeft een dochter neer­gelegd voor haar moeder, die koerier was in de oorlog,” zegt Ten Hoope. Zijn vader, in 1986 overleden, ligt ook op het veld.

Waardige opvolger

Met pijn in het hart draagt Ten Hoope zijn taak over op Bart Blank, die eerder als hovenier op de begraafplaats werkte. “Na mijn 65ste kon ik nog twee keer twee jaar bijtekenen, maar nu moet ik echt met pensioen. Dat zijn de regels voor ambtenaren. Ik was liever gebleven, maar Bart is een waardige opvolger.”

Ten Hoope zal de dienstwoning verlaten, hij verhuist met zijn vrouw Anneke naar Limmen. “Ik zal de vrijheid en de natuur om me heen missen, maar helemaal weg ben ik niet. Ik zal de herdenkingen blijven bezoeken of gewoon even komen kijken. Bij een ­gewone baan kun je als gepensioneerde beter niet terugkomen. Dit ligt anders. Deze plek zit in mijn hart en dat zal altijd zo blijven.”

Dagelijks hijst Ten Hoope de vlag, als eerbetoon aan de hier begraven verzetshelden. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden