PlusAchtergrond

Beeldmaker Rebekka van Hartskamp maakt visuele herinneringsdocumenten voor nabestaanden: ‘Ik wil dat iemand weer een beetje gaat leven’

Haar eigen vader overleed jong en onverwacht. Om te begrijpen wie hij was, maakte filmmaker Rebekka van Hartskamp een levendig filmportret over hem, met videobeeld, filmisch bewerkte foto’s en gesprekken met haar moeder. Nu maakt ze ook lofdichten voor en over anderen.

Els Quaegebeur
Rebekka van Hartskamp: ‘Een lofdicht zet aan tot het beschrijven van herinneringen waar je anders misschien niet zo snel de ruimte voor zou nemen.’ Beeld Sophie Saddington
Rebekka van Hartskamp: ‘Een lofdicht zet aan tot het beschrijven van herinneringen waar je anders misschien niet zo snel de ruimte voor zou nemen.’Beeld Sophie Saddington

De vader van filmmaker Rebekka van Hartskamp overleed plotseling in het voorjaar van 1992. Hij was 52, zij was twaalf. Zijn dood, waarschijnlijk door een hartinfarct, was een schok. Hij ging gewoon op bezoek bij iemand in Amersfoort, daar gebeurde het en weg was hij, voor altijd.

Het gezin dat achterbleef schakelde over op de overlevingsstand, zegt Rebekka nu, dertig jaar later, in de keuken van het huis in Amsterdam-Noord dat ze deelt met haar vriend, hun zesjarige zoon Hugo, en een leuke hond, gered uit het asiel. “Mijn moeder moest nog harder werken dan ze al deed, omdat ze ineens de enige kostwinner was. Ik stortte me buiten school op het huishouden, om haar zoveel mogelijk te helpen. Dat het zwaartepunt lag op de voortgang van het alledaagse, bood houvast. Ik heb het ervaren als iets goeds en ben mijn moeder eeuwig dankbaar dat ze haar schouders er zo onder zette.”

“Over de dood van Steef, mijn vader, praatten we weinig. Als het over hem ging, kregen we altijd te horen dat hij ‘bijzonder’ was. Ik had een vaag idee wat daarmee werd bedoeld. Steef was een lieve vader, maar ik voelde als kind dat hij vaak met zichzelf in de knoop zat. Fysiek was hij er wel, maar zijn hoofd was ergens anders.”

Op een voetstuk

Tijdens de coronapandemie bracht Rebekka veel tijd thuis door met haar zoontje. Films maken was er even niet, of weinig, bij. Haar vriend, die longarts is, had het juist druk. Ze ondervond veel duidelijker dan in de eerste jaren van het moederschap hoeveel aandacht kinderen vragen.

Dat bracht vragen over haar eigen jeugd met haar vader naar boven: hoe was het nou eigenlijk vroeger thuis, toen hij nog leefde? “Ik ben naar mijn moeder gegaan en zei: ‘Mam, ik wil een positief en eerlijk gesprek over wie hij was in jouw ogen, want ik heb hem op een voetstuk gezet, maar eigenlijk ken ik hem niet, ik heb zo weinig herinneringen.’ Ik dook ook het familiearchief in, met foto’s en filmpjes waar we eigenlijk nooit naar keken.”

De verhalen van haar moeder, Jeanne van Hartskamp, nu tachtigplus, en het beeldmateriaal bracht Rebekka samen in een korte film. Een visueel herinneringsdocument noemt ze het, een lofdicht met als intentie een krachtig kader dat mild gestemd is zonder te verzanden in een sentimentele niets-dan-goeds-over-de-doden-aquarel.

Lieve briefjes

Het was een mooie man, die Steef. Knappe kop, ondoorgrondelijke oogopslag. ‘Wat mij aantrok in hem was zijn romantische kijk op de dingen,’ begint Jeanne van Hartskamp haar verhaal. Als zij vanuit Amsterdam de trein nam naar haar werk in Zandvoort, ging hij naar het station om lieve briefjes op haar fietszadel te plakken met een plan voor de avond.

‘Hij had geloof ik wel moeite met het krijgen van kinderen,’ zegt ze even later. Omdat het leven dan veranderde. ‘Eigenlijk had hij een vrouw moeten hebben die altijd thuis was. Dan had hij zich vrij kunnen voelen om de dingen te doen die hij wilde. Lezen, filosofische gesprekken voeren over de wisselwerking tussen lichaam en geest, weggaan wanneer hij dat nodig vond.’

In zijn element was Steef tijdens kampeervakanties in een land met ruige natuur, zoals Ierland. Geen verplichtingen, een andere horizon, gewoon vrij en buiten zijn met zijn vrouw en kinderen. ‘Maar als het nu ging spelen, wat je allemaal moest, dan kon hij niet goed meedoen,’ eindigt Rebekka de film met haar moeders woorden die meelevend, niet bitter van toon zijn. ‘Hij had last van zichzelf. Hij zocht, hij zocht, hij zocht, maar hij kon het hier niet vinden. Hij zocht naar de volmaakte liefde, maar die is op aarde niet te vinden.’

Hightech kijkdoos

Voor Rebekka bleek het lofdicht voor Steef troostrijk te zijn, zowel het resultaat als de weg ernaartoe. Ontbrekende puzzelstukjes over wie hij was, en daarmee over een deel van haar eigen identiteit, zijn op hun plaats gevallen. De film was ook een aanzet om lofdichten te gaan maken voor en over anderen. Dat doet ze nu, in opdracht. Haar werkwijze is hetzelfde: gesprekken over de dode met naasten die hem of haar goed kenden, liefhadden, en haar een tas met beeldmateriaal kunnen meegeven.

Als het archief omvangrijk is, kan ze helemaal losgaan in de montagefase, zegt ze. “Het moet natuurlijk niet zo’n diareeks worden die je vaak op begrafenissen ziet: een statische aaneenschakeling van foto’s begeleid door tranentrekkende muziek. Ik wil dat iemand weer een beetje gaat leven, niet alleen in verhalen, maar ook zichtbaar door diepte, licht en beweging.”

Als er videobeelden zijn – wat niet vanzelfsprekend is bij overledenen die jong waren in de jaren vijftig of zestig – is Rebekka daar blij mee, maar ze heeft het niet per se nodig. Met allerlei technische beeldmakersvernuftigheden maakt ze van 2D-foto’s uit de oude doos filmische scènes in 3D. Het effect is betoverend, alsof je een hightech kijkdoos wordt ingetrokken. Sigarettenrook kringelt boven de hoofden van mensen die lachend een sigaret vasthouden op een feestje. Muziekinstrumenten bewegen mee met de handen die hen bespelen. Trotse ouders rijden ouderwetse kinderwagens door een heerlijk jaren zeventig-decor.

Één waarheid

Over de dood gaat het niet veel in de lofdichten die er tot nu toe zijn. “Ik stel wel vragen over hoe het is gegaan, en als er een ziektetraject was, stop ik dat niet weg. Maar in de acht minuten herinneringsdocument die ik maak, leg ik de nadruk op iemands leven.”

In het voorgesprek kaart Rebekka aan waar de naaste die de film laat maken het over wil hebben, met als oogmerk een lief, noem het romantisch, maar wel uitgebalanceerd portret van een gewoon mens. “Een ander belang is er niet. Het is één perspectief, één waarheid. Dat kan een waardevolle functie hebben in de rouwverwerking. In die zin gaan de lofdichten wel over de dood: je kijkt niet weg van wat was en nooit meer terugkomt. Het zet ook aan tot het beschrijven van herinneringen waar je anders misschien niet zo snel de ruimte voor zou nemen.”

Een lofdicht van Rebekka kan een luikje zijn naar herinneringen die pas komen bovendrijven als de film al af is, en naar onverwachte gesprekken over de dode. Zelf liet ze die over haar vader bijvoorbeeld zien aan haar schoonouders. “Het leidde tot een prachtig gesprek met hen over Steef, waarvan ik bijna zeker weet we er niet toe waren gekomen als ik alleen een ingelijste oude vakantiefoto van hem op de schoorsteenmantel had.”

Ze kijkt haar moeders ode regelmatig terug. Vorige week nog, toen ze in een melancholieke bui was. Het was weer troostrijk. “Mijn zoontje heeft de film ook gezien. Hij zei: ‘Wow, dit is gewoon jouw vader, mijn opa.’ Zonder dat hij er weet van heeft, vallen voor hem zo ook puzzelstukjes op hun plek over waar hij vandaan komt.”

Meer informatie: lofdicht.com of rebekkavanhartskamp.com/lofdicht

Rebekka van Hartskamp

23 oktober 1979, Amsterdam

2002-2007 Filmwetenschappen aan de UvA

2014 Laura (documentaire over dakloos meisje Laura); City Nomads (film over

Amsterdamse stadsnomaden) en Moroccan Mothers (expositie van vijf korte films in de Melkweg)

2015 Moroccan Mothers (vijfdelige televisieserie)

2018 I love My Muslim

2021 Lofdicht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden