Recensie

Beck is het toppunt van cool zo langzamerhand voorbij (***)

De meest recente cd van Beck Hansen 'Morning phase' is mooi, maar niet hartslagverhogend. De HMH is eigenlijk net een maatje te groot voor een artiest die al zo lang zijn neus niet heeft laten zien.

Beck in de Heineken Music Hall Beeld HMH

Eerst een bekentenis. Toen Beck in Paradiso stond ten tijde van zijn 'Midnite Vultures-tour', was ik een kleine bakvis die klem tegen het podium stond aangedrukt. Zo vooraan dat de zweetdruppels van de rondhuppelende zanger boven op mij vielen. Dichterbij kon niet. Beck, met zijn knalroze broek en androgyne uiterlijk, was het toppunt van cool, vond ik als tiener. En die plaat uit '99 was zo verfrissend anders, met zijn rare mix van pop, r&b en bombastische blazers dat je deze kameleon als rechtgeaarde 'alto' wel moest bewonderen.

De uit Los Angeles afkomstige Beck Hansen (44) is vanaf zijn doorbraakplaat Odelay een lieveling van recensenten. Hij wordt geprezen om zijn veelzijdigheid, zijn muzikale eigenwijsheid, en, eigenlijk heel vervelend voor recensenten: Beck laat zich niet in een hokje vangen. Door zijn hit 'Loser' werd hij in 1996 pardoes vertegenwoordiger van de 'slacker-generatie' genoemd, een label waar hij zich altijd tegen heeft verzet.

Duizendpoot
Beck begon als arme straatartiest die folk- en blues-nummers speelde. Ook liet hij zich inspireren door de hiphop- en latinomuziek van zijn jeugd in Los Angeles, waar hij opgroeide als 'the only white kid in the neigh­bourhood'. Later kwamen daar nog soul en r&b-invloeden bij, en niet te vergeten elektronische muziek. Op elk album vindt deze duizendpoot zichzelf opnieuw uit en licht hij andere accenten uit.

Daar komt soms geeneens geluid bij kijken. Zijn voorlaatste album, 'Song reader', bestaat uit louter blad­muziek. Een open uitnodiging aan artiesten er hun eigen draai aan te geven. Zijn meest recente cd, 'Morning Phase', is in vergelijking bij eerder werk ingetogen. Als de soundtrack voor een eerste lentedag na een lange winter. Met veel akoestische gitaar, piano, xylofoon en strijkers.

Nieuw werk
Hij begint zijn optreden in de HMH met een greatest-hitsopsomming: 'Devil's Haircut', 'Black Tambourine' en dan meteen 'Loser'. Iedereen die alleen op dit nummer gewacht heeft, kan al na een kwartier naar huis. Een stevig begin, maar Beck heeft dan ook zeven jaar niet op Nederlandse bodem gespeeld en de kaartverkoop liep niet storm. De HMH is eigenlijk net een maatje te groot voor een artiest die al zo lang zijn neus niet heeft laten zien.

In tegenstelling tot de sets die hij deze zomer op festivals speelde, is er meer ruimte voor nieuw werk. Blue moon is een dekentje dat je om je heen wilt wikkelen, met een warme akoestische gitaren met dubbele snaren. De recente nummers wisselt hij af met een stukje rap (Hell yes), de dissonante akkoorden van Novocane, of het rauwe en bluesy One foot in the grave met mond­harmonica.

Verschil
Deze 'oudjes' benadrukken hoe gladgestreken zijn nieuwere werk is, ontdaan van die onverwachte rafelrandjes die Beck zo spannend maakten en hem in de voorhoede van de vernieuwing plaatsten. 'Morning phase' is mooi, maar niet hartslagverhogend. Na een kabbelend middendeel herpakt hij zich in de toegift, met twee nummers van 'Midnite Vultures': het ophitsende 'Sexx laws' en de zwoele 'slow jam' Debra. Komt het oude idool toch weer even tevoorschijn.

Beck

Ons oordeel: ★★★☆☆
Waar: Heineken Music Hall
Gehoord: 8/9
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden