PlusExclusief

Bart Römer, directeur Filmacademie en ‘de zoon van’: ‘Mijn vader oordeelde over alles en iedereen’

Bart Römer. Beeld Linelle Deunk
Bart Römer.Beeld Linelle Deunk

Voordat Bart Römer directeur van de Filmacademie was, voor zijn producent- en acteurschap, was hij al de zoon van Piet Römer, die in Baantjer een lange carrière bekroonde. In Hoe vind je zelf dat het gaat? schrijft hij over wat hij leerde van zijn ouders, die door de roem waren overvallen. ‘Het was omgaan met het vak op een manier die nu niet meer past.’

Marcel Wiegman

Het was zijn broer Peter die de televisie­serie Baantjer (1995-2006) heeft ontwikkeld, zegt Bart Römer. “Ze hebben eindeloos gecast, maar konden niemand vinden. Totdat iemand zei: kan je vader het niet doen? De rol bleek hem te passen als een jasje en een hoedje.”

Piet Römer werd wereldberoemd in Nederland met zijn rol als inspecteur ­Jurriaan de Cock (met cee-oo-cee-kaa). De nostalgie van de jaren vijftig – toen alles nog leuk was, ook als het niet leuk was – in de setting van het criminele Amsterdam van de jaren negentig.

Voor zijn vader was het een cadeautje, een tweede leven als acteur op het moment dat zijn carrière als een nachtkaars dreigde uit te gaan, zegt zijn zoon, tegenwoordig directeur van de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam. Even verrassend als succesvol.

Bart Römer, ooit zelf acteur en later televisieproducent, schreef een boek over de relatie met zijn vader én zijn moeder: Hoe vind je zelf dat het gaat? Een verhaal met maar één perspectief: het zijne.

“Ik kan je nog wel een mooi verhaal ­vertellen over Baantjer,” zegt hij. “Er hing veel van die serie af. Voor hemzelf, maar ook voor mijn broer Peter en voor het bedrijf van John de Mol. Niemand wist of het wat zou worden, maar ik heb op een papier geschreven: het volgende seizoen win jij er je derde Televizier-Ring mee. In 1964 en 1970 had hij er al twee gewonnen, met Stiefbeen en zoon en Het Schaep met de 5 pooten. Hij had ontzag voor die prijs omdat die van de kijkers kwam. Nog nooit had iemand er drie gekregen.”

Bart en Piet Römer. Beeld ANP
Bart en Piet Römer.Beeld ANP

“Het papier heb ik in een envelop gedaan met mijn naam erop, die heb ik dichtgeplakt en ik heb hem gezegd: die mag pas open als ik het zeg. De serie werd een megasucces, hij won zijn derde ring, maakte de envelop open en zei: leuk, grappig. Klaar. Nooit meer wat van gehoord. Totdat we na zijn overlijden in 2012 in een laatje zijn ringen tegenkwamen en die envelop en die brief van mij. Hij had ze bij een lijstenmaker laten inlijsten, maar mij heeft hij nooit gezegd wat het voor hem betekende.”

Zijn vader, zegt Römer, was een ‘emotioneel onhandige’ man. “Iemand die moeilijk uit de voeten kon met ontroering. Dat had hij thuis nooit geleerd. Mijn vader had ook niks met zelfreflectie. Dat vond hij ingewikkelde flauwekul.”

In uw boek staan twaalf lessen van uw vader. Een van zijn wijsheden luidt: liever een klap op je bek dan over je heen laten lopen.

“Toen de oorlog uitbrak was hij twaalf en moest hij van school. Hij had allerlei baantjes, van kolenboer tot banketbakker en behanger. Mijn opa was een harde man. Mijn vader stond permanent in de overlevingsstand. Over je heen laten lopen was een slecht idee als je iets wilde of nodig had.”

Met Baantjer werd in een keer een grauwsluier van hem afgetrokken, zag zijn zoon. “Hij zei altijd: ik heb een geweldige toekomst achter mij. Maar opeens was hij weer relevant. Ook in zijn vak. Dat vond hij belangrijk.”

Piet Römer werd in 1928 geboren in de Kerkstraat in een wereld van alcoholisme en geweld. “In elk geval,” zegt Römer, “van zeer ruwe omgangsvormen.”

Zijn vader, uw opa, was een ‘gecertificeerde steuntrekker’, schrijft u.

“Mijn opa was de zoon van een politieagent en had daardoor een ongelooflijke schurft aan autoriteit. Hij sukkelde met zijn gezondheid, maar hij had ook een gezin te onderhouden. Daarom moest mijn vader aan het werk. Het was bittere armoede. Terugvallen in afhankelijkheid van de steun, dat was de grootste angst van mijn vader. Dat gevoel is hij nooit meer kwijt geraakt.”

“Er is een moment dat mijn vader aan tafel in een lichtblauw hemd de post zat te openen. Ik stond achter hem en zag dat hemd in één keer zeiknat worden. Het zweet spoot uit elke porie. Het was een brief van de belastingen waarin hij werd gesommeerd 100.000 gulden vooruit te betalen. Ik liep om hem heen en keek hem aan. In zijn ogen zag ik de angst. De luikjes gingen snel weer dicht, maar even had ik zicht gekregen op zijn diepste binnenkant. Er was echt wel een oplossing voor het probleem, maar voor hem was die brief niet minder dan een voorbode: we gooien je terug in de armoede.”

Heeft hij die angst aan zijn kinderen doorgegeven?

“Ik heb in mijn leven één keer een korte periode een klein stukje rood gestaan. Ik heb er een week niet van geslapen.”

U beschrijft uw vader als een man die moeite had met roem.

“Je moet je voorstellen: je bent niet geschoold, je komt uit een arbeidersmilieu, je vader zit in de steun, de oorlog is net voorbij en opeens is er de televisie. In de jaren vijftig speelde hij in een kinderserie: Varen is fijner dan je denkt. Daarmee werd hij al bekend, maar in de jaren daarna explodeerde het. Mensen dachten dat ze mijn vader kenden. Hij speelde de boze zoon van Stiefbeen. Ik heb meegemaakt dat ik met hem over straat liep en dat een vrouw hem een draai om zijn oren gaf. Zei ze: je moet maar eens wat liever zijn voor je vader. Hij vond dat heel moeilijk. Vooral dat hij niet meer anoniem was. Dat hij niet meer zomaar met zijn kinderen naar het zwembad of de speeltuin kon. Hij hield wel van aandacht, maar niet van dat soort aandacht.”

Van dwepers?

“En van mensen die geintjes met hem wilden uithalen. Hij kon nooit zichzelf zijn, omdat er altijd naar hem werd gekeken. Als hij een café of restaurant binnen ging richtten alle ogen zich op Kwatta.”

Het was ook een wereld van drank en vrouwen.

“Het waren de jaren zestig. Overal was revolutie, van Parijs tot Berlijn, en ook in Amsterdam. Je carrière gaat skyhigh, je bent een fris uitziende, grote man. Het komt allemaal naar je toe. Daar moet je mee leren omgaan.”

Kon hij er weerstand aan bieden?

“Nee.”

Het was één groot feest?

“Het was omgaan met het vak op een manier die nu niet meer past.”

Hoe hebben uw ouders elkaar ontmoet?

“In het buurthuis in de Jordaan. Ik denk van de sociaaldemocratische buurtvereniging Ons Huis. Dansen rond de meiboom. Daar is hij ook begonnen met amateurtoneel. Ze gebruikten de cultuur in die tijd nog voor volksverheffing. Ik heb foto’s van die tijd. Ze moeten rond de zeventien jaar oud zijn geweest.”

Wat hadden zij voor huwelijk?

“Een huwelijk met alles erop en eraan. Het was niet saai, zal ik maar zeggen. Mijn vader was geen boekhouder. Het was een gewoon gezin in bijzondere omstandigheden.”

U schrijft dat naar buiten toe het beeld van het perfecte huwelijk in stand werd gehouden, terwijl de gezinsrealiteit steeds pijnlijker werd.

“Omdat mijn vader er met enige regelmaat amoureuze escapades op nahield. Het is een aantal keer omhoog gekomen op een manier dat…. Hoe moet ik dat nou zeggen?”

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Ze hadden er knallende ruzie over?

“Als je je vrouw belooft om een relatie te verbreken en een aantal maanden later blijk je dat niet te hebben gedaan, dan heb je gewoon ordinair lopen liegen. Dat heeft mijn moeder hem heel erg kwalijk genomen – en niet zozeer de amoureuze relatie. Dat hij plat heeft lopen liegen vond ze moeilijk te verteren. Ik heb daar geen oordeel over. Ja, ik vind er wel wat van, maar het was hún relatie.”

Wat vindt u ervan?

“Ik vind dat je niet moet liegen.”

Maar vreemdgaan vindt u geen probleem.

“Het klinkt misschien een beetje raar voor een man die al bijna vijftig jaar monogaam samenwoont met zijn vrouw, maar ik geloof niet dat monogamie als model zaligmakend is. Waar het mij om gaat is dat je als partners helder moet hebben: wat spreken wij af? En daarbinnen moet je eerlijk zijn.”

Hadden ze er een afspraak over?

“Nadat mijn moeder in korte tijd drie keer een kind kreeg, heeft ze tegen mijn vader gezegd: God, Piet, ik word al zwanger als je naar me kijkt, ik zou het niet erg vinden als je eens buiten de deur keek. Misschien heeft ze het niet letterlijk zo bedoeld, maar mijn vader heeft het wel ­letterlijk opgevat.”

Had het ook met die roem te maken?

“Roem maakt veel dingen moeilijker, maar ook makkelijker. Begin jaren negentig, toen ik een rol had in de soapserie Medisch Centrum West, ben ik zelf een soort bekende Nederlander geweest. Dat je op straat loopt en wildvreemde mensen met je op de foto willen. Dan wordt dat aspect eenvoudiger. Dat dringt zich op. De vraag is: wat doe je ermee?”

“Het is tussen mijn ouders een huwelijk geweest met veel ups en downs. Na dat liegen was mijn moeder er helemaal klaar mee. Maar scheiden wilde ze niet. Ik denk dat ze dacht: we hebben dit samen opgebouwd, ik heb geen zin om te eindigen in een kamertje op driehoog achter. Dus besloot ze te blijven. Het rare is: het is niet geëindigd in een down, maar in een up. Er is vanuit die situatie toch weer nabijheid gegroeid.”

Ik vond het grappig te lezen dat uw ouders een stacaravan in Ermelo hadden.

“Voordat ze die caravan hadden, hadden ze een huisje in de polder, vlak bij Lelystad. Dat heeft mijn vader opgegeven, omdat ze van de vereniging kwamen kijken of er geen gras tussen de tegels groeide. Daar werd hij gek van.”

Het is niet helemaal wat ik mij voorstel bij een glamoureus leven.

“Wat hadden ze dan moeten doen?”

Ze hadden ook op vakantie kunnen gaan in Cannes.

“Motorjachten en buitenhuizen, dat zei mijn moeder niks. Het idee dat je twee maanden in Cannes zou moeten doorbrengen – dat wilde ze niet, want dat was ongezellig. Het zat ook niet in haar belevingswereld. Ze zou zich er doodongelukkig hebben gevoeld. Barbecuën met de buren, dát vonden ze fantastisch. Dat hebben ze veel gedaan.”

Wat zijn de belangrijkste lessen die uw vader u heeft meegegeven?

“De eerste is: hoofd omhoog, blik vooruit, de wereld is van jou. Het besef dat je er mag zijn, daar heb ik veel aan gehad.”

Had hij het daar, als zoon van een ‘steuntrekker’, zelf moeilijk mee?

“Als dat al zo was, is hij er snel overheen gegroeid. Als mijn vader een ruimte binnenkwam, zoog hij alle aandacht naar zich toe. En als het niet zo was, kwam hij wel met een goed verhaal of een grap.”

“De andere les die voor mij echt iets wezenlijks heeft betekend: je bent alleen de koning als anderen spelen dat jij de koning bent. Je moet je ook goed realiseren dat je alleen applaus krijgt als er iemand naast je staat, doorgaans in een grijze stofjas, die niet op jouw plek wil staan, maar wel het doek ophaalt. Staat die er niet, dan is er geen hond die je ziet. Toneel maak je met je collega’s op het podium en achter het podium. Mijn vader was doordrongen van het feit dat je elkaar nodig hebt.”

Uw moeder leerde u, als ik het even mag samenvatten: oordeel niet.

“In elk geval: niet meteen. Mijn moeder nam iedereen voor wie die was. Ik heb haar zien praten met de rijkste man van Nederland, met de burgemeester en met iemand van de stadsreiniging. Allemaal gingen ze open, binnen een paar minuten. Mensen die ook mijn vader kenden, zeiden altijd: doe de groeten aan je moeder. Ze merkten bij haar een soort ontvankelijkheid. Mijn moeder vond niks vreemd eigenlijk.”

Was dat de reden dat ze het met uw vader uit kon houden?

“Mijn moeder heeft ongelooflijk veel van mijn vader gehouden.”

En niet over hem geoordeeld?

“Ze heeft haar oordeel altijd buiten haar liefde weten te houden, tot het moment dat het brak en het vertrouwen een knauw kreeg. Maar het was ook niet met wortel en tak uitgeroeid. Er is iets voor in de plaats gekomen, iets met een andere intensiteit. Voor mij was voelbaar dat het er was.”

Was uw vader ook iemand die niet oordeelde?

“Hahaha, mijn vader oordeelde over alles en iedereen.”

Eigenlijk had uw moeder alles wat uw vader niet had.

“Daarom waren wij zo’n hecht gezin. Vergis je niet: ze hebben een rocky road gehad, maar ze hebben gekregen wat ze wilden: een warm gezin. Met vijf waren we: een meisje en vier jongens. Ik geloof dat we alle vijf, zoals mijn moeder dat noemde, een schitterend ongeluk waren. Maar stuk voor stuk liefdevol ontvangen. We zien elkaar nog steeds een aantal keer per jaar. Mijn beste vriend is mijn jongste broer Paul.”

Peter (links) en Bart Römer met hun vader in bed. De hele familie had de griep. Beeld ANP /  ANP
Peter (links) en Bart Römer met hun vader in bed. De hele familie had de griep.Beeld ANP / ANP

Kunt u zich voorstellen dat uw vader een leven had gehad zonder uw moeder?

“Dat was ontspoord, daar ben ik heilig van overtuigd. Terwijl mijn moeder prima had kunnen leven zonder mijn vader. Maar dat wilde ze niet.”

Hoe kan het dat die enorme familie van u vrijwel volledig terecht is gekomen in de theater- en televisiewereld, tot de achterneven en -nichten aan toe?

“Is dat gek?”

Het lijkt wel of er iets in het water zat dat jullie dronken.

“Hoeveel bakkers zijn er geen bakker omdat hun vader bakker was? De culturele wereld is ons huis. Wij zijn verhalenvertellers. Thuis waren wij constant grappen aan het stapelen. Er zit een hoop testosteron in de familie. Zelfs mijn kleinzoon van vijf loopt naar voren en roept: luister nu naar mij, luister nu naar mij, luister nú naar mij!”

Waarom wilde u zelf acteur worden?

“Niet omdat ik mijn vader op televisie zag, wel omdat ik als kind meeging naar repetities in het theater. De geur van het decor, van vers gezaagd hout, dat zit in mijn systeem. Het mooiste speelgoed dat ik ooit heb gehad was een grote doos met houtafval uit de werkplaats van het theater. Daar heb ik eindeloos huizen en kas­telen mee gebouwd. Ik ben nu vijfenzestig. Ik heb mijn hele leven, vanaf mijn negentiende, mijn brood kunnen verdienen in de cultuur, als acteur, als schrijver, als televisiemaker. Hoe fantastisch is dat?!”

Waarom bent u gestopt?

“Het werd te ingewikkeld. Ik zat vooral in commerciële, vrije voorstellingen. Als ik mij verder had willen ontwikkelen, had ik keuzes moeten maken die ten koste zouden gaan van mijn gezin. Ik vond het moeilijk dat ik niets te zeggen had over de vraag met welke collega’s ik moest spelen. En, je zou het nu niet meer zeggen, maar het begon me tegen te staan dat ik op mijn dertigste nog steeds werd gecast voor rollen van een achttienjarige. Ik heb het er met mijn vrouw over gehad. Ik zei: ik ga er niet meer in investeren. Ik kreeg ook steeds meer werk bij de televisie. Dan versterft het.”

Komt het ook omdat u de hele tijd hoorde: ben jij er eentje van Piet?

“Ik heb een dikke huid. Voor mijzelf viel het op zijn plek toen ik een interview las met de Amerikaanse acteur Chris Mitchum, de zoon van Robert. Die zei: mijn vader en ik lopen langs hetzelfde strand, maar we trekken ons eigen spoor.”

Was u bang voor zijn oordeel?

“Ik wilde dat hij mijn talent zag. Ik wilde door mijn vader gezien worden als de acteur die ik wilde zijn.”

Dat lijkt me niet eenvoudig voor een man die emotioneel onhandig is.

“Hij heeft me op zeker moment gezegd: je bent goed bezig. Je bent je eigen plek aan het veroveren. Hij was niet scheutig met complimenten, maar dat was wat hij zei. Toen we samen speelden in het toneelstuk Jeanne d’Arc kwam hij naar me toe en zei: ik ga straks een scène doen, doe me een plezier en ga even in de zaal zitten. Ik wil weten wat je ervan vindt.”

Zijn ogen vullen zich met tranen: “Sorry, ik ga iets anders om met emotie dan mijn vader, het ontroert me. Het was een cadeau. Hij had het ook niet kunnen doen, maar ik weet nu hoe hij naar me heeft gekeken en daar ben ik ongelooflijk blij mee. We hebben elkaar van alles verweten, maar dit was de kern. En ik heb dat dus niet op zijn doodsbed hoeven horen. Hij heeft me laten weten en laten voelen hoe serieus hij me nam.”

U komt als directeur van de Filmacademie vast ook veel kinderen van beroemde ouders tegen.

“Ik wil altijd weten wie het zijn.”

Waarom?

“Dat weet ik niet. Ik wil het gewoon graag weten.”

Hoe gaat het met de nieuwe generatie studenten?

“Ze zijn kwetsbaar. Kijk, de generatie van mijn vader kwam uit een wereld die uit elkaar was gevallen en weer in elkaar gezet moest worden. Toen ik jong was, lag er een toekomst voor me in het verschiet met een vanzelfsprekendheid die nu niet meer bestaat. Mijn eerstejaars hebben door corona hun eindexamen niet kunnen vieren, ze zijn niet op excursie geweest en hebben als middelbarescholier twee jaar binnen gezeten. Die komen hier, onzeker over wie ze zijn, overprikkeld omdat alles in een keer weer mag. En dan gaan ze een toekomst in met een klimaatcrisis, een economische crisis en oorlog in Europa.”

Heeft u met ze te doen?

Weer tranen: “Die vanzelfsprekendheid die ik heb ervaren gun ik hun ook. In deze generatie zit zoveel talent en zoveel kracht. Ik had ze betere condities gewenst.”

null Beeld privéarchief
Beeld privéarchief

Bart Römer

20 augustus 1957, Amsterdam

1963-1969 Spartaschool, openluchtschool voor het gezonde kind, Amsterdam
1970-1977 Berlage Scholengemeenschap, Amsterdam
1977-1993 Acteur, op toneel in onder meer Jan Rap en z’n maat, De moeder van David S. en List en liefde, in de films Field of Honor, Muren van behang en de series Medisch Centrum West en Spijkerhoek
1993 Eindredacteur bij de Avro, van Déjà vu, Glamourland en Televizier-Ring Gala
1995-1997 Hoofd programma-ontwikkeling John de Mol Produkties/Endemol, onder meer Big Brother
1997-2002 Hoofd amusement/drama bij de KRO
2002-2007 Creative consultancy RCC
2006 Publicatie jeugdboek De veenheks, later gevolgd door Het geheim van Ruysbroeck (2008), De geheime kamer (2011), Kwakoe (2013) en De dromendief (2020, illustraties door zoon Leon)
2007-2009 Directeur-hoofdredacteur Multiculturele Televisie Nederland
2009-2012 Netmanager Nederland 2.
2012-heden Directeur van de Nederlandse Filmacademie, Amsterdam
2023 Publicatie Hoe vind je zelf dat zelf gaat; 12 lessen van mijn vader en 1 van mijn moeder

Bart Römer is getrouwd, heeft twee kinderen en twee kleinkinderen. Hij woont in Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden