PlusInterview

Athenaeumdirecteur Caroline Reeders over haar leven na de diagnose

Athenaeumdirecteur Caroline Reeders (55) kreeg borstkanker en ontdekte daardoor een ­fascinerende wereld: die van de ziekte en de zorg. In U mag even plaatsnemen beschrijft ze haar leven na de diagnose.

Caroline Reeders schreef een boek over haar wereld nadat ze de diagnose kanker kreeg. ‘Ik gebruik mijn talige wereld in de wereld van ziekte.’ Beeld Friso Keuris
Caroline Reeders schreef een boek over haar wereld nadat ze de diagnose kanker kreeg. ‘Ik gebruik mijn talige wereld in de wereld van ziekte.’Beeld Friso Keuris

Toevallige symboliek, bedenkt Caroline Reeders als ze in september 2019 hoort dat ze geopereerd zal worden: ook het Spui moet open. Haar werkkamer kijkt uit op het Spui, boven boekhandel Athenaeum waarvan zij directeur is. Het plein wordt een ‘war zone’, schrijft ze in haar boek U mag even plaatsnemen, dat vandaag verschijnt; tramrails, riool en leidingen worden vervangen, verkeersstromen gaan veranderen.

Ook haar borst wordt oorlogsgebied. Na de diagnose borstkanker en een borstbesparende operatie volgen bestralingen. ‘Whitwhitwhitwhitwhitwhitwhut. Wwwwwww whit. Ssssjhk, ssjhk, ssjhk, ssjhik, ssjhik, ssjhik, ssjhik, ssjhik, ssjhik’ doet bestralingsapparaat ‘B’ in de eenakter die ze schreef over die ervaring. Groene laserstralen, die haar bovenlijf beschieten.

Arme, arme borst, dacht u. Toen ik dat las, moest ik wat wegslikken.

“Zo voelde het echt: ach nee, die arme borst! Zo compleet weerloos, symbool van vrouwelijkheid. Een ontzettend leuk lichaamsdeel bovendien, essentieel ook: het kan baby’s voeden. Mijn oksel werd ook bestraald. Maar ­daarbij bleef dat gevoel van mededogen uit. Dat vond ik onaardig van mezelf, alsof die oksel er niet toe deed.”

U kwam niet verder dan ‘Nou oksel, doe je best!’, daarmee liet u me binnen dat ene stukje dan weer lachen.

“Ik ben blij dat te horen. Zo is het ook, het is niet allemaal kommer en kwel. Soms is het ook grappig.”

Uw boek is opgebouwd uit schetsjes, verhalen, die eenakter dus, en een toespraak die u daadwerkelijk moest houden na de diagnose en waarbij u in een subtekst beschrijft wat u tijdens het uitspreken dacht. Hoe is dit zo ontstaan?

“Ik had van een collega wiens vrouw kanker had gehad de suggestie gekregen om emailupdates te sturen. Hij zei: ‘Anders gaan mensen je de hele tijd bellen en appen en als je niet opneemt of antwoordt, bellen of appen ze je man.’ Je kunt niet iedereen te woord staan. Je vergeet op enig moment wie je wat hebt verteld. Zeker in het begin, als er zoveel wachtmomenten en beslismomenten zijn. Maar die updates werkten niet voor mij. ‘Maandag moet ik naar de Mammapoli en de uitslag komt dan en dan.’ Het werden impressies over wat ik meemaakte en ontdekte omdat ik in zo’n nieuwe wereld terechtkwam. In een ­oogwenk: er klinkt een startsignaal en dan is het gaan.”

U was diep onder de indruk van de professionaliteit in die nieuwe medische werkelijkheid, alles zo logisch, ­consistent en zorgvuldig.

“Het was ondertussen ook een hele gave wereld.” Lachend: “Ja, ik snap dat je je nu verslikt. In het OLVG is kwaliteit leidend, het streven naar perfectie. De situatie waarin ik terechtkwam, was natuurlijk bedreigend, maar ik kon niet helpen dat ik dat meteen waarnam.”

U had ook oor voor de taal van wat u dat ‘parallelle ­universum’ noemt.

“Ja, het idioom en de eufemismen, het is bijna alsof je een nieuwe taal leert. Dat zit ook in de titel natuurlijk. Om de haverklap mag je ‘even plaatsnemen’. Daarin ligt de illusie besloten van controle. Alsof je kunt zeggen: ‘Nee, dat doe ik niet, ik ga maar eens even naar buiten’.”

In een van de verhalen geeft u weer hoe bedwelmend dat schrijven voor u wordt tijdens het hele ziekteproces.

“Bedwelmend. Prachtig woord. Die zet ik even in het lijstje in mijn telefoon. Het was alsof er een extra zintuig bij kwam dat nu permanent open staat. En tegelijkertijd was het schrijven een afweermechanisme, afstand nemen van wat er met me gebeurde. Audre Lorde schreef over Black Lives Matter: ‘Grijp de taal.’ Dat is precies wat ik probeer te doen. Ik gebruik mijn talige wereld in de wereld van ziekte.”

En omgekeerd beschrijft u hoe u dat ‘logisch, zorgvuldig en consequent’ van de zorg gaat toepassen bij boekhandel Athenaeum.

“Ik zoek altijd naar een verbindende lijn. Het is niet dat ik een aha-erlebnis had, ik heb er een wereld bij gekregen waaruit ik kan putten. Ik moest ook zoeken naar de taal om tussen die werelden te schakelen. In het begin verblijf je voornamelijk in de wereld van die ziekte, dan is er focus, zorg, liefde en veel bloemen. Maar al snel ga je ook weer de gezonde wereld in en ben je moeder, echtgenote, collega, dochter.”

U bent doorgedenderd bij Athenaeum.

“Mijn man heeft me op een gegeven moment naar de bedrijfsarts gestuurd in de overtuiging dat die zou zeggen dat ik het rustiger aan moest doen. Ik ben wel even min of meer gestopt met werken hoor. Ik heb het advies van de bedrijfsarts niet helemaal opgevolgd, maar op een gegeven moment kun je niet meer. De vermoeidheid bouwt op.”

U had ook medelijden met uw man, die arts is. ‘Ziek zijn is voor patiënten,’ schrijft u, ‘niet voor zijn vrouw.’

“Het was lastig voor hem, hij wilde er zijn voor mij als echtgenoot, niet als dokter. Hij ging elke keer mee. Bij het Antoni van Leeuwenhoek krijg je een soort ID-kaart met een barcode die je voor behandeling moet scannen; mijn man checkte altijd of de coördinaten klopten. Heel ontroerend, hij wilde zeker weten dat het allemaal goed was.”

Ook ontroerend: de stukjes over uw toen 16-jarige dochter en haar oudere zus.

“Toen we de uitslag vertelden, raakte de jongste in paniek. Dat snap ik: kanker heeft nu eenmaal een dode­lijke bijsmaak. Maar kinderen gaan altijd spiegelen. Ik besefte: dit is een belangrijk keuzemoment. Ik moet mijn evenwicht vinden, vertrouwen dat het wel goed komt, ook om het voor mijn omgeving hanteerbaar te maken. Daar kun je ook een zekere eer in stellen. Als ik me niet evenwichtig voelde, probeerde ik dat terug te krijgen. Daarin zit ook het zwijgen. Je grijpt de kans van de behandeling. Maar evenwicht zoeken en herstellen doe je in stilte.”

U heeft het over eenzaamheid, niet per se akelig: naar binnen keren om te wennen aan dat gewonde lichaam.

“Je moet jezelf daartoe verhouden. Dat is onvermijdelijk.”

Maar er is ook verzet: tegen sporten in een revalidatie-klasje, tegen de hormoonkuur van vijf jaar met alle mogelijke bijwerkingen waaraan u nu toch bent begonnen.

“In het begin ga je van uitslag naar uitslag naar behandelen. Maar dat gapende gat van vijf jaar, daarover probeerde ik met mezelf te marchanderen; kan het niet korter, kan het niet minder? Ik vond het moeilijk – maar er is geen weg terug. Tot zover is het te dragen. En ja, ‘Oncofit’, die naam alleen al. Maar inmiddels is die hier bij Athenaeum volledig ingeburgerd. Ik ben een overtuigd Oncofitter geworden. Ik moet er zometeen weer naartoe. Het is allemaal verzet tegen de situatie, niet tegen de zorg.”

U wilt geen kanker hebben, u wilt geen kanker gehad hebben.

“Nee. Maar nu ik dat parallelle universum heb gezien, kan ik het niet meer ont-zien. Het is een fascinerende wereld met eigen codes, tempo en standaarden, die altijd doorgaat. Dat is een verrijking. Maar als je mij vraagt of borstkanker krijgen een verrijking is? Nee, natuurlijk niet. Dat staat los van elkaar.”

Caroline Reeders: U mag even plaatsnemen, Nijgh & Van Ditmar, €17,50.

Tropenjaren

Caroline Reeders trad begin 2018 aan als directeur van Athenaeum Boekhandel. Zij was betrokken bij de overname van boekhandel Van Rossum en de sluiting van de vestiging Roeterseiland. In september 2020 werd mede door corona een ­reorganisatie aangekondigd waarbij het personeel met bijna een kwart moest inkrimpen. Vanaf mei wordt Reeders directeur bij Uitgeverij Atlas Contact, waar zij eerder al vijf maanden interim-directeur was.

“Het waren tropenjaren, we moesten scherp aan de wind zeilen. Maar ­Athenaeum is geen zinkend schip. We hebben het heel goed gedaan met z’n allen. Ik ben overtuigd van het ­bestaansrecht van Athenaeum, je moet meegaan met de tijd. Daar heb ik aan bijgedragen, de omstandigheden waren er ook naar. Niets doen was geen optie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden