Interview

Artist in ­residence Emmy Storms: ‘De viool was een leuk spelletje’

Voor één keer muzikaal doen wat je wilt. Dat is het voorrecht van artist in ­residence Emmy Storms. De violiste won vorig jaar de GrachtenfestivalPrijs. De jury prees haar als een ‘authentieke musicus met een sterk ­podiumkarakter’. Wat vindt ze daar zelf van?

Emmy Storms, violiste,Beeld Sanne De Wilde

‘Authentiek? Ja dat is leuk om over jezelf te horen.” We zitten in een park tegenover het huis van violiste Emmy Storms (31) aan een singel in Leiden. De stoeltjes en tafel heeft ze zelf aangesleept. Thee en stukjes chocola op tafel. “Ik heb denk ik een natuurlijke manier van spelen ontwikkeld. Bovendien speel ik veel verschillende stijlen en dat is ook nog steeds wel bijzonder, al doen steeds meer mensen dat. Ik zal niet zeggen dat mijn klank uniek is, ik klink alleen niet tra­ditioneel klassiek. Er zit veel wereldmuziek in. Dat is ­logisch want dat heb ik altijd gespeeld, al vanaf toen ik klein was.”

Hoe klein was u?

“Het begon toen ik op mijn negende met Ierse muziek in aanraking kwam; die heb ik nooit meer losgelaten. Een Ierse juf tijdens een Suzukiworkshop (Japanse lesmethode, red.) leerde me wat liedjes. Mijn tante was net naar Ierland verhuisd. Toen we haar gingen opzoeken, had ze van alles geregeld en uitgezocht: spelen in een pub, een muziek­avond en summerschools. Zo ben ik van die muziek gaan houden. Ook thuis draaiden we veel wereldmuziek. Mijn vader had zijn kast er vol mee staan.”

Draaide u die muziek zelf?

“Nee, mijn vader deed dat. Ik deed niks zelf, ik liep altijd achter iedereen aan. ‘O dat vind ik wel mooi!’ en dan ging ik daarheen. Zo was ik.” Ze kijkt even uit over het grasveld. “Ik had gewoon mijn mond open en alles ging erin, als een soort stofzuiger! Het was geen nieuwsgierigheid, ik kwam gewoon dingen tegen.”

En de viool, die kwam u ook gewoon tegen?

“Nee, daar heeft mijn vader voor gezorgd. Ik was vijf. Hij zei: ‘Nou, laten we dat eens proberen’, en het werkte. Nu ben ik daar heel blij om. Het ligt me goed en ze spelen het overal! Je zal toch als slagwerker geïnteresseerd raken in wereldmuziek! Moet je ineens twintig instrumenten aanschaffen. Dat hoef ik niet. Ik kan dat allemaal op dat hout dat ik al heb! Ik vond die viool in het begin vooral een leuk spelletje. Het was direct een vanzelfsprekend ding in mijn leven. De viool gaf me ook zelfvertrouwen in die tijd. Dat was iets wat ik kón.”

En dat zelfvertrouwen had u nodig? Ik las ergens dat u het op school niet makkelijk had.

“Ik had één vriend en later een vriendinnetje, dus ik was niet alleen. Maar voor de rest… ja, het was vervelend maar niet veel meer dan dat. Ik denk dat het een jaloeziedingetje is geweest. Ik speelde viool en daar begrepen ze niks van.” Ze maakt een wegwuivend gebaar. “Die klasgenoten zijn er acht jaar en daarna zijn ze weg. Die viool is er altijd.”

Was het conservatorium een logische keus voor u?

“Nee, ik ben gestuurd. Echt! Mijn docent stuurde ­iedereen door: naar óf een andere docent óf het conservatorium. Ik was conservatoriummateriaal, dus ging ik daarheen.”

Maar Emmy Storms heeft toch ook een eigen wil?

“Het was niet van: ‘Ik wíl daarheen!’ en ‘O yes, ik ben aangenomen!’ Het was voor mij besloten en mijn eigen ziel zat er nog niet echt in, of zo. Ik heb echt periodes gehad dat ik totaal niet gemotiveerd was om te studeren. Ik vond vioolspelen leuk, zeker! En het was iedereen wel duidelijk dat ik niet gepusht was door mijn ouders. Op het podium staan en publiek, dát wilde ik. Dat daar studeren bij hoorde, moest ik nog even ontdekken.” Ze strijkt haar jurk met muzieknootjes glad. “Ik moest een half uur per dag oefenen, best weinig, maar goed: ik had een wekker gezet. Als ik eerder stopte, zei mijn moeder: ‘Nou, dan haal ik je van het conservatorium af.’ ‘Oké,’ zei ik dan, ‘ik ga al!’”

U wilde spelen voor publiek. ’Sterk podiumkarakter’ zei de jury.

‘Op het podium ben ik honderd procent in control. Ik ben ook nooit bang dat het misgaat. Laatst, bij de repetitie voor mijn eerste concert sinds corona, was ik even kwijt hoe een tweede deel ook weer ging, maar mijn vingers wisten het nog. Ik keek ernaar en dacht: oké, prima! Het is soms groter dan mezelf. Dan vloeit er iets muzikaals door me heen. Bij het Oskar Back Concours, elf jaar geleden, met het vioolconcert van Tsjaikovski op de lessenaar, had ik dat heel sterk.”

“Ik was als laatste aan de beurt, de muren van de kleedkamer kwamen op me af. Wel honderd keer oefende ik het begin, stokindeling, alles. Toen ik eindelijk op mocht, ging het compleet anders! Maar wel goed, een soort muzikale flow. Toen dacht ik: ik kan nu ingrijpen, maar laat het maar gebeuren.”

U bewandelt uw eigen weg.

“Zeg maar ‘koppig’, hoor. Als een leraar met honderd jaar ervaring zegt: ‘Je moet dáárheen,’ ga ik toch de andere kant op. Ook als het gaat om met wie ik speel. Als je een bepaald niveau bereikt, speel je niet meer met amateurs; zo wordt het gezien. Daar ben ik het dus niet mee eens, ik speel nog steeds met amateurs. Ik geniet ervan en ik leer er veel van.’

Wat leert u zoal?

‘Geduld, maar ook de creativiteit om problemen op te lossen als je daar niet de techniek voor hebt. En je leert wat de eigenlijke waarde van muziek zou moeten zijn. Ik speelde een keertje mee in een middelmatig orkestje. Ze probeerden zich door Beethoven Vijf heen te worstelen in het halve tempo. Vrienden en familie in het publiek en iedereen vonden het fantastisch! Toen dacht ik: wie ben ik dan om te zeggen dat het af en toe vals was en niet het goede tempo? Ik bedoel: dit is toch wat in muziek telt? Het wordt gewaardeerd. Dat leer ik ervan: dat je nooit uit het oog moet verliezen waar het werkelijk om gaat.”

Het mag dus minder mooi als het maar doorleefd is. Legt u de lat voor uzelf af en toe ook wat lager met die ­gedachte in het achterhoofd?

“Op een bepaalde manier wel. Ik heb inmiddels de reputatie dat geen concert van mij ooit helemaal perfect is; dus dat verwachten mensen ook niet. Ik bied ze iets wat ik veel belangrijker vind. Op het moment dat het perfect is, mist het iets. Je moet over die risicogrens heen om iets te grijpen wat ‘magie’ is.”

Wat is de waarde van een GrachtenfestivalPrijs voor uw carrière?

“Ik denk nooit in termen van carrière; dus ik weet niet hoe groot het is, maar ik weet wel wat ik eraan heb. Ik leer hierdoor meer naar dingen te zoeken dan tegen dingen aan te lopen. Zoals een concert geven met zowel klassiek als wereld­muziek en met dezelfde mensen. Dat is iets dat ik ben gaan doen door het Grachtenfestival. Dat had ik anders nooit gedaan en daar ga ik zeker mee door.”

Emmy Storms op het programma

-Emmy Storms in Residence: De Moed om te Vertrekken
Zaterdag 8 augustus, 19:00 uur, Mr. de Wit

-Emmy Storms in Residence: Indian Nights
Dinsdag 11 augustus, 20:00 uur, Het Scheepvaartmuseum

-Meesterlijk! Emmy Storms in Residence & Camelot
Woensdag 12 augustus 21:00 uur, NH Collection Grand Hotel Krasnapolsky

-Emmy Storms in Residence: Trio Suleika
Vrijdag 14 augustus, 14:00 uur, De Waalse Kerk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden