PlusDagboek

Arnon Grunberg besloot zijn dansschaamte te overwinnen op het podium, naakt – ‘Ik dans zoals ik leef, met tegenzin’

Charlotte Van den Broeck en Arnon Grunberg. Beeld Dingena Mol
Charlotte Van den Broeck en Arnon Grunberg.Beeld Dingena Mol

Dansen in het openbaar: het idee alleen al vervulde schrijver Arnon Grunberg met angst en schaamte. Dus klopte hij aan bij choreografe Nicole Beutler. Na maanden repeteren heeft hij nu een rol in de voorstelling Microcosm. ‘Dansen blijkt een kantoorbaan.’

Arnon Grunberg

Maandag 1 november

Nooit heb ik met plezier gedanst. Niet op verjaardagsfeestjes van Deborah K. in de Roerstraat die steevast ontaardden in dansfestijnen. (Ik bleef het liefst op de bank zitten of verstopte me in de keuken.) Niet in de disco’s, de dancings, de nachtclubs waar ik heen ging omdat ik verwachtte dat daar mijn leven een beslissende wending zou nemen. (Al begreep ik niet hoe een mens kon communiceren met zijn lichaam; waar de taal ophield begon de dood, vandaar dat ik bleef praten.) Niet op de paar huwelijksfeesten die ik heb bijgewoond. (Ik herinner me een Italiaans huwelijksfeest: toen het dansen een aanvang nam, bleef ik achter bij de hoogbejaarden en een jongeman in een rolstoel die een ski-ongeluk had gehad. Deze rol was me op het lijf geschreven, chaperon van de halfdoden en een pechvogel.)

Maar als leven vooral een aaneenschakeling is van angsten die overwonnen ­dienen te worden, dan moest ook deze angst eraan geloven, deze schaamte, toch weer anders dan al die andere schaamtes, door nog een keer in de absurditeit te kunnen springen; aangezien je je nooit kunt beroepen op de waarheid moet je in het absurde blijven springen. (Camus: ‘Het enige wat de absurde mens kan doen is de mogelijkheden van het bestaan en van zichzelf volledig uitputten.’)

Het begon met een openbare briefwisseling met de dichter Charlotte Van den Broeck, het idee om de angst voor het eigen dansende lichaam aan gruzelementen te slaan. Dansen in het openbaar bleken we griezeliger te vinden dan pakweg neuken in een parenclub, iets wat mede daarom ook nooit mijn favoriete vrijetijdsbesteding is geworden.

We meldden ons bij het NDT, het Nederlands Dans Theater. Een welwillende dame verwees ons door naar choreografe Nicole Beutler en na wat vooronderzoek door Nicole in de vroege zomer van 2019 werden Charlotte en ik geaccepteerd als niet-dansers die wilden gaan dansen.

(Het woord ‘amateur’ schijnt niet meer politiek correct te zijn, maar ik ben ook geen amateur – een amateur is letterlijk een liefhebber – ik dans zoals ik leef, met frisse tegenzin.)

In de lange tijd tussen conceptie en ­eerste barensweeën was ik een deel van mijn verlangen vergeten. Waarom wilde ik dit ook alweer? Ja, het eigen lichaam was een vreemdeling, maar kon dat niet zo ­blijven? De schrijver bestaat elders, in de taal.

De ietwat onttakelde studio in Amsterdam-Noord betreed ik in een gloednieuw trainingspak, eerder als trainer van een amateurvoetbalclub dan als bijna voormalig niet-danser. De studio herinnert me aan mijn jongensjaren, toen ik acteur ­wilde worden en ik mijn lichaam wenste te oefenen door middel van balletlessen van Jolanta Zalewska, aan wie ik veel te danken heb. Het is goed haar naam nog een keer te noemen, Jolanta Zalewska. Ook zij putte de mogelijkheden van het leven uit, maar op een manier die niet goed was voor het eigen lichaam. Ze werd in een gracht gevonden.

De dansers, drie in totaal, inclusief een understudy, zijn jonger dan ik had ­verwacht. Twintigers. Liah uit Israël, Rob uit Twente en Dominik uit Weimar. Vooral Dominik treft mij als tragisch. Ik vermoed dat hij ’s nachts stiekem duistere gedichten schrijft, associaties met de Oostenrijkse dichter Georg Trakl en Romy Schneider komen bovendrijven, zonder dat ik precies kan zeggen waarom; de geest is soms net zo beweeglijk en oncontroleerbaar als het lichaam. Maar één ding is zeker, waar het lichaam spreekt, wordt de fantasie tot leven gewekt, en het lichaam van Dominik spreekt een taal waarvan ik de afzonderlijke zinsdelen niet altijd kan verstaan.

Bij de warming-up en de dansimprovisaties meen ik dat ik probleemloos in mijn nieuwe rol glip. Het gaat om te doen alsof, ongeveer zoals iemand door een bivakmuts over zijn hoofd te trekken een overvaller wordt. Maar veinzen vereist concentratie, vooral het lichamelijke veinzen, je moet wel je hoofd erbij houden wil je de komende jaren niet doorbrengen in een cel of eindigen als de risee van de ­danswereld.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Donderdag 4 november

De laatste dag van de eerste week. Het dansen blijkt een kantoorbaan. Stipt op tijd beginnen, werkdagen van tien tot zes, al zit er wel een royale lunchpauze van een uur bij. Toen ik nog als jongste bediende op een kantoor aan de Willemsparkweg werkte, werden wij geacht broodje en ­karnemelk in een kwartier weg te werken.

De warming-up is oersaai. Noodzakelijk, ik begrijp het, maar toch. Alleen het spelelement dat er soms insluipt, doet mij ontwaken. Beweer dat het gevaar van verlies op de loer ligt en ik ben klaarwakker.

Liah vraagt of ik elke dag hetzelfde trainingspak draag. “Nee,” zeg ik, “ik heb twee dezelfde broeken.” Ik had beter trainingspakken in verschillende kleuren kunnen kopen, nu heb ik de verdenking op mij geladen onhygiënisch te zijn. Meteen zal ik broeken en jasjes in andere kleuren aanschaffen. Hygiëne, of de schijn ervan, is een serieuze aangelegenheid.

Nicole wil taal in het stuk, dus niet alleen lichaamstaal, ook gewone, al te menselijke, ordinaire taal. Tijdens improvisaties stelt ze vragen als: wat is schrijven? Wat is dansen? Wat is het publiek? Wat is het lichaam?

Als Rob over dansen spreekt, blijkt hij een mysticus. Voor zijn mystiek is mijn oor nog niet geoefend genoeg, maar allicht zal hij ook mijn antwoorden (‘Dansen is zelfmoord uitstellen’) curieus vinden.

We tolereren elkaars lichamen en talen, toch wil het paradoxaal genoeg niet tot ware nabijheid komen, zoals ik die wel heb ervaren toen ik mij begaf onder soldaten, circusartiesten, psychiatrische patiënten en monniken. Vermoedelijk ligt het aan mij. Ik heb weinig tijd, tijdens de lunchpauze schrijf ik. Later zal ik meer toenadering zoeken. Wel voel ik nu al een zwak voor Rob, zijn lach, de innemende lach van een dwaas die in een andere tijd voor profeet had kunnen doorgaan. Leren Dostojev­ski en Erasmus ons niet dat heiligheid en waanzin familie van elkaar zijn?

De eerste week eindigt met een doorloop van een uur op de muziek van Gary Shepherd. Er is muziek, dat is al heel wat.

“Overleef,” zegt Nicole.

Deze doorloop is een hoogtepunt van de eerste week, want overleven doe ik graag, op het podium en daarbuiten, zeker als het maar een uur hoeft te duren.

Bij het verlaten van de studio spreekt een lange, magere vrouw me aan. “Weet je nog wie ik ben?” vraagt ze.

“Nee,” zeg ik.

“Liet Lenshoek.”

Ach, Liet Lenshoek, toen ik in 1992 een schrijfopdracht van Toneelgroep Amsterdam kreeg, was zij de dramaturg die het stuk begeleidde.

“Wat doe jij hier?” vraagt ze.

“Ik dans,” zeg ik. Ze kijkt me aan zoals ze me begin jaren negentig kon aankijken: ietwat bezorgd en een tikkeltje ongelukkig. Ik denk weer aan bankovervallers en die prachtige film met Al Pacino, Dog Day Afternoon.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Maandag 13 december

Als ik eraan denk dat we in januari en februari nog zes weken zullen repeteren, overvalt de weemoed me. Ook verplichtingen kunnen weemoed zijn. Minder schrijven is net als minder eten een dieet dat niet altijd even aangenaam is, zeker niet voor mij, en is het wel zo gezond?

We zitten tegenwoordig in Entrepotdok 4, een vooruitgang. De studio heeft iets intiems, iets huiselijks, misschien ook door de oude witte vleugel waar je tegenaan loopt als je binnenkomt.

Nicole had aangekondigd dat we ook naakt zullen gaan dansen en daarmee heb ik me verzoend. Waarom nu nog preuts zijn? Bovendien is naaktheid op het podium, althans in Nederland, zo normaal als een paraplu bij regen.

Nicole wilde ‘huid’ zien, maar tot ­volledige naaktheid is het nog niet gekomen. In het kader van je lot omarmen dring ik noch op kleding noch op naaktheid aan.

Lunch haal ik bij een bakker om de hoek. Doorgaans een croissantje en een broodje gezond voor Nicole. Op oneven dagen haalt Nicole lunch voor mij, op even dagen doe ik dat voor haar. Als zij de lunch haalt, komt ze vaak met een speltcroissant voor mij terug. Ze wil dat ik gezonder eet. Misschien, alles is interpretatie, en je moet af en toe vertrouwen op je interpretatie, anders slaat de krankzinnigheid toe.

De dansers en Charlotte lunchen boven, zij hebben hun eigen eten bij zich. Nicole en ik blijven tijdens de lunchpauze in de studio. Ik zit op de grond achter mijn laptop. Als de schrijver een secretaresse van het onzichtbare is en zich moet openstellen voor stemmen (Coetzee), kan hij niet de hele dag onder de mensen zijn, want dan hoort hij niets meer. Zou het lichaam ook stemmen horen of slechts de stem van de choreograaf die zegt: “Doe hetzelfde, maar dan beter.” (Een anekdote van Nicole over een collega van haar. Ach, werken met menselijk gereedschap valt niet altijd mee.)

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Vrijdag, 17 december

Tussen Charlotte en de dansers is een band ontstaan. Ze eten samen, fietsen samen naar de studio, blijven hangen na afloop. Aanvankelijk voelde ik een milde jaloezie, maar daarvan bleef al gauw berusting over. Ik heb een kind van negen maanden, een petekind van zeventien jaar, deadlines, en stemmen waarnaar geluisterd moet worden.

De laatste repetitie van 2021 sluiten we op mijn verzoek af in de poffertjestent op het Leidseplein. Poffertjes zullen ons nader tot elkaar brengen, en dat doen ze ook, al blijft hilariteit uit.

We zitten daar in onze trainingspakken en Liah zegt: “Je bent een afwezige vader.”

Liah heeft haar naam veranderd. Ik voel geregeld de neiging haar daar vragen over te stellen, maar ik merk dat als ik haar vraag wat ze de avond ervoor heeft gegeten ik al behoorlijk ver ga.

In de studio raken we elkaar vrijwel overal aan en rollen we over elkaar heen. Zonder erotische connotatie, zelden heb ik zoveel mensen, zo vaak, zo intiem aangeraakt zonder ook maar een moment de buitenwijken van het erotische universum te hebben betreden.

Als de taal van het lichaam de taal van de liefde is, dan ben ik mij in deze studio een laaggeletterde gaan voelen. Ik zie de knobbeltjes op de tenen, de haren op de armen, de kleine en grotere littekens, een verdwaalde blauwe plek, dat wel. Het lichaam als hermetisch gedicht.

Nog steeds heb ik de hoop niet opgegeven dat ik de split zal kunnen als de voorstelling in februari in première gaat. (Kierkegaard: ‘In de nederlaag vindt de gelovige zijn overwinning.’ Ik ben nog niet gelovig genoeg om in deze mogelijke nederlaag een overwinning te zien.)

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Vrijdag 14 januari

Ook deze week eindigt met een doorloop voor het team, kostuum, licht, techniek, een enkele genodigde. De voorstelling bestaat vooralsnog uit geïmproviseerde delen die aan strikte grenzen en opdrachten zijn onderworpen en scènes waarbij elke beweging tot op de seconde is vastgelegd. Net als muzikanten tellen dansers veel, hardop of inwendig. De schrijver telt eigenlijk nooit, hooguit wat woorden.

Het onthouden van lichaamsbewegingen vergt een geheel andere training dan het onthouden van gesproken taal, het lichaam kent een eigen logica – lichamelijk heb ik vijftig jaar lang maar wat geïmproviseerd. Geleidelijk aan lukt het me de reeks van bewegingen te onthouden die ik met de dansers moet uitvoeren. En als ik misstap, zijn Liah en Rob er om mij te corrigeren. Zolang we dansen is er vertrouwen.

Ook wordt er tijdens de voorstelling verbaal geïmproviseerd op de al genoemde thema’s: schrijven, dansen, lichaam en publiek. Gary, de componist, die in een film over een Engels kustplaatsje met gemak de rol van visser had kunnen ­spelen – ‘een indrukwekkend drama met de brexit op de achtergrond’ – is na afloop furieus, met name over wat over het publiek werd gezegd, de functie ervan.

“Ik kan dat gezeur over het publiek niet meer horen,” zegt hij, terwijl hij hartstochtelijk door een piepklein opschrijfboekje bladert. “Al twintig jaar moet ik naar die onzin luisteren.”

Zijn tirade maakt indruk op me, al deden wij slechts wat ons was opgedragen.

Die avond vraagt mijn vriendin: “Heb je het eigenlijk wel leuk met de dansers?”

“Ik ben verdwaald,” zeg ik, “maar ­verdwalen kan ook genot zijn.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Donderdag 20 januari

Sinds er een tennisbal in de dansstudio is opgedoken bestaat mijn warming-up voor zeker driekwart uit het spelen met die bal. Ook hebben de stemmen mij een ingeving bezorgd; mijn solo zal ik dansen als een tennisser. “Probeer maar,” zegt Nicole.

Ze staat open voor veel en als ze het niets vindt, zegt ze ‘Nee, doe toch maar niet,’ na een paar dagen.

Ik ben gefascineerd door de haren van de assistent van Nicole, Justa. Pogingen om op zeer beschaafde wijze met Justa contact te maken zijn op niets uitgelopen. Nicole zegt: “Maar Justa komt ook uit Friesland.”

Voor wie mild is, en dat ben ik, is alles een verklaring, zelfs Friesland.

’s Avonds dineren we met zijn allen

in een hotelkamer. Het is goed om elkaar eens in andere kleren te zien dan trainingspakken en dergelijke.

Rob is opmerkelijk stil tijdens het eten, hij heeft een steak besteld, gemaakt van selderij, en tijdens de koffie zegt hij: “Ik kan niet goed tegen bediening, ik word zenuwachtig van obers.”

Liah verklaart na afloop: “Ik vond het knap hoe je je als gespreksleider hebt opgesteld.”

De afwezige vader als gespreksleider van de dansers, het was niet helemaal wat ik me bij deze avond had voorgesteld, maar het is een begin.

Soms spreek ik Hebreeuws met Liah, dat beetje Hebreeuws dat ik ken. Ook in de voorstelling zit een moment dat ik kort iets in het Hebreeuws zeg tegen Liah, een moment waarvan ik altijd enorm geniet. Een paar seconden van niet-professionele intimiteit, een ogenblik dat een vrijwel verdwenen verleden levend wordt.

Over een omhelzing tussen mij en Liah zegt Nicole: “Dat moet strakker, anders wordt het te privé. Vergeet niet dat jullie goden zijn.”

We zijn heel veel in de voorstelling: goden, eencellige wezens, je kunt niet genoeg zijn in zo’n uur dat vrijwel uitsluitend uit dans bestaat.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Vrijdag 4 februari

De laatste dag in de studio, hierna gaan we naar Bellevue. “Ik ben verdrietig, ik zal de studio missen,” zegt Liah.

“Ik kijk uit naar de voorstellingen,” zeg ik. “Dan kan ik weer halve dagen schrijven.”

Daniil Charms, een Russische schrijver die in een van de gevangenissen van Stalin is gestorven (men schijnt hem daar vergeten te zijn), schreef een korte tekst Het blauwe schrift nr. 10, over een roodharige man die geen mond had en geen neus en geen haren en geen rug en geen ruggengraat en geen ingewanden. ‘Hij had helemaal niets.’ (‘zodat men hem maar bij wijze van spreken roodharig noemde.’)

Meerdere malen heb ik tijdens de repetities aan die man gedacht, al heb ik wel het gevoel dat ik tijdens de repetities gaandeweg benen heb gekregen, iets van een rug, misschien zelfs een neus.

Vóór de doorloop zegt Nicole: “Jullie kunnen geen fouten maken.” Dat is maar ten dele waar; we kunnen heel veel fouten maken, maar als we dat doen moeten we doen alsof het erbij hoort, alsof we maanden hebben geoefend hebben om die ‘fout’ precies zo te maken. Wat dat betreft maakt het niet uit of je in de circuspiste staat of in een theaterzaal.

Na afloop is het team gematigd tevreden. Men zegt dat het wat kan worden, alleen aan de kostuums moet nog wat gesleuteld worden.

Snel kleed ik me om, een paar kilometer verderop wacht een ander leven op mij. Een baby, een Griekse dame die drie dagen per week op de jongen past, een zak met maïssnacks waar de jongen dol op is.

Camus beweert dat de absurde logica veronderstelt dat men zonder hoop door het leven gaat, maar ik zou liegen als ik zou beweren dat ik dat doe. Slechts de hoop op een split is vervlogen.

Wel kan ik zeggen dat ik een nieuwe taal heb leren spreken, dat ik die nu spreek op het niveau van een vierjarige. De mogelijkheden van die taal zijn nog lang niet uitgeput en alleen al dat doet me plezier.

Buiten in de kou dringt het tot me door dat ik ongeveer net zo goed dans als dat ik Hebreeuws spreek.

De dansvoorstelling Microcosm met Arnon Grunberg en Charlotte Van den Broeck is t/m 13 maart te zien in Theater ­Bellevue.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden