Plus Interview

Architect Marc Koehler: ‘Zelfbouw gaat over ballen hebben’

De keuken hier, de tv daar – weg met die saaie standaardplattegrond, zegt architect Marc Koehler (42). Hij ontwerpt superlofts: grote, lege appartementen. Koehlers ideaal: een inclusieve tolerante stad, met buren die elkaar ontmoeten.

‘Als het allemaal yuppenwijken worden, haal je de ziel uit de stad’ Beeld Friso Keuris

“Het mooiste van een eigen huis ontwerpen is dat je een scenario moet gaan schrijven. Je moet je afvragen: hoe ga ik de rest van mijn leven gelukkig worden? Design can make you happy. Heb je grote ramen, die op de juiste manier zijn ontworpen, dan voelt het constant of je buiten leeft. Dat is iets wat voor geluk zorgt,” zegt architect Marc Koehler. “Maar als de ramen niet goed zijn ontworpen, en je het steeds te heet hebt, gaat het juist mis. Wat ook geldt: Design can fuck your life up.”

Hij begint aan een lange opsomming van geluksmomenten. Wakker worden met zonnestralen op je bed, terwijl je de geur en het geluid van een espressoapparaat al hoort. Het geluk van een licht huis met bomen en planten, een fraai uitzicht of een goede akoestiek. “Een ontwerp kan dat allemaal maken. De individuele vrijheid en het maakbare geluk, binnen het collectieve raamwerk. Dat is de opgave van de architect.”

Dus dat is waarom u toekomstige bewoners, voor het ontwerpproces begint, vraagt hun ideale dag te beschrijven?

“Ja, als het script van een film, van moment tot moment. Tot in detail. Hoe wil je wakker worden, welke muziek hoor je daarbij, hoe valt het licht, wat zie, ruik en hoor je? Het denken vanuit scenario’s, dat is iets wat al mijn ontwerpen kenmerkt.”

Waar komt dat vandaan?

“Mijn vriend is choreograaf bij Nationale Opera & Ballet. Aan het begin van mijn carrière heb ik samen met hem een paar keer de scenografie en decors van balletvoorstellingen gedaan. Toen realiseerde ik me: zo kun je ook naar gebouwen kijken. Een gebouw is eigenlijk een decor voor een choreografie. Als architect creëer je de condities waarin dansers, of bewoners, de maximale vrijheid ervaren om zich uit te kunnen drukken. En als je dat goed doet, wordt het geen zooitje of kakofonie, maar een harmonieus geheel.”

Iedereen wil wel in een goed ontworpen huis wonen dat perfect past, maar de realiteit in de stad is dat dit voor veel mensen geen optie is.

“Mensen krijgen de kans niet, omdat de meeste woningen niet ontworpen zijn met het idee van maximale expressievrijheid. Als een woning al helemaal ingedeeld is, en je kunt de bank maar op één manier neerzetten, en de tv moet op een vaste plek omdat daar de aansluiting zit, terwijl het licht verkeerd op het scherm valt, dan houdt het op. Terwijl je ook een woning had kunnen ontwerpen waarin je de indeling meer aan de bewoners overlaat.”

Veel woningen passen dus niet bij wat mensen echt willen?

“Ja, en dat accepteren we allemaal maar. Maar ik zou zeggen: er moet nog zo veel gebouwd worden. Laten we dat dan op een goede manier doen, niet weer met te krappe woningen, die op een standaardmanier ingedeeld zijn. Met wanden en installaties in beton gegoten waardoor je ze nooit meer kunt aanpassen zonder te slopen. Het stomme is dat het Bouwbesluit heel veel regels voorschrijft, maar niet stelt dat je een bankstel op minimaal drie verschillende manieren moet kunnen neerzetten.”

‘Zorg voor plekken waar men elkaar spontaan tegenkomt.’ Beeld Friso Keuris

Koehler zit aan een smal keukeneiland van natuursteen, op de vide van zijn loftwoning in de Houthavens. In de vijf meter hoge ruimte, met overal onafgewerkt beton, heeft hij een tussen­etage geplaatst. Het is een hangende staalconstructie met een massief houten vloer. Er zijn trappen aan beide kanten, die de woonkamer en slaapkamer met elkaar verbinden. Beneden wordt gewoond en gewerkt, hierboven gegeten en gekookt.

In zijn huis dat vol met planten staat, heeft hij een bad dat uit de kledingkast schuift, een tweede voordeur (zodat de woning ooit makkelijk op te delen is, als hij die een tijdje wil verhuren) en een fantastisch uitzicht. Het is een plek tussen oude en nieuwe stad. Aan de ene kant heeft hij uitzicht op de nieuwbouw voor de deur, en aan de andere kant op de indus­trie van de Coen- en Vlothaven. Vanaf hier ziet hij het IJ, de auto’s op de Ring, de torens van de monumenten in de binnenstad, de hoogbouw rond Zuidas en Amstelstation. Kortom: de hele stad.

Dit is wat hij een ‘superloft’ noemt. Het is een appartement in een woonblok dat helemaal bestaat uit dit soort op elkaar gestapelde lege ruimtes. Als een soort luchtkavels, waarin bewoners zelf kunnen bepalen waar de wanden, de trap en de kamers komen.

Drie van dit soort complexen met superlofts staan er nu in de Houthavens, en ze zijn ontwikkeld zonder projectontwikkelaar. Koehler ontwikkelde ze samen met een coöperatie van bewoners en architectengroep De Hoofden.

Daarna zijn er nog meer gekomen. In de Buiksloterham staat een blok met superlofts, en in samenwerking met ontwikkelaars zijn nog twee projecten in Noord in de maak. Ze staan ook in Delft en Den Haag, komen in Hoorn, Groningen en Almere, en er zijn plannen voor het buitenland.

“Maar er was ook een moment, niet zo heel lang geleden, dat niemand dit zag zitten. Makelaars zeiden: niemand wil zo’n woning, iedereen wil gelijkvloers wonen. Commerciële partijen durfden de risico’s niet te nemen. Het is eigenlijk uit frustratie dat we in 2011, in de crisis, zijn begonnen als ontwikkelende architecten.”

“Maar zelfbouw gaat over ballen hebben. Pioniers worden beloond. Dit soort projecten is niet per se voor mensen met veel geld, maar wel voor mensen die de moeite doen om zich vanaf het begin aan te sluiten bij zo’n project, en er tijd en energie in investeren.”

En zo blijft het relatief betaalbaar. U betaalde 380.000 euro voor een loft van 135 vierkante meter.

“Ja, en het binnen afbouwen zoals het nu is kostte nog eens 70.000 euro. Maar het echte financiële voordeel voor mensen is dat ze hun investering kunnen faseren. Een superloft is een relatief groot huis, maar wel helemaal leeg. Daarna kun je sparen voor een luxe keuken, de extra vloer, badkamer of slaapkamer. Het leent zich ook voor nieuwe woonvormen. Verderop woont een gescheiden echtpaar dat wel samen de kinderen opvoedt: ze wonen naast elkaar, met allebei een eigen voordeur, maar ook een gemeenschappelijke ruimte.”

Maar het is nu 2019, niet 2011. Kan dit soort projecten op dit moment in Amsterdam nog?

“Noord, Zuidoost, Duivendrecht, Haven-Stad, NDSM. Dat zijn nu de Houthavens van zes jaar geleden. Zoek die pionierende locaties op, want daar kan het nog. Misschien. Want door de hoge grondprijzen, stapeling van eisen en de gestegen bouwkosten is betaalbaar bouwen wel heel moeilijk geworden in Amsterdam. En de ontwikkelwoede is zo groot dat er, behalve op IJburg, nog maar heel weinig kansen zijn voor dit soort initiatieven.”

Beeld Jansje Klazinga

“Mijn pleidooi zou ook zijn: als je dit als samenleving wilt, zorg dan dat dit soort kavels beschikbaar is, of verleid ontwikkelaars met bijvoorbeeld lagere erfpachtprijzen voor bijzondere initiatieven.”

Waarom zou je als samenleving dit soort luxe loftwoningen willen?

“Het draait niet om luxe. In de Superloftgebouwen willen we juist zo veel mogelijk verschillende woningtypen: van 30 vierkante meter tot 200 vierkante meter. Dan krijg je een leuke mix van mensen en krijg je eigenlijk een soort ministad, of een stadsdorp. Dat is de sleutel tot een inclusieve stad. Dat is Amsterdam op dit moment nog steeds, maar daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Als het allemaal yuppenwijken worden, haal je de ziel uit de stad.”

Door Architectuurcentrum Amsterdam bent u nu aangesteld als architect-in-residence, voor gevraagd en ongevraagd advies aan de stad. Dus zeg het maar: wat moet er nog meer gebeuren?

“Ik denk dat we in de stad moeten oppassen dat we geen gebouwen gaan maken die op dit moment een functie vervullen, maar over tien jaar weer half leeg staan. Het moet flexibeler zijn. Dat betekent hogere verdiepingshoogtes, demontabele wanden en installaties, grote ramen en meerdere voordeuren per woning, zodat je ze later kunt opknippen. Sociale huur, luxe koopwoningen of bedrijfsruimte: dan kan het allemaal. En dan kom je eigenlijk op het idee van de loft.”

Wat is er zo aantrekkelijk aan een loftwoning?

“Denk aan Soho, New York en aan de oude industriële gebouwen uit het begin van de vorige eeuw. Die hebben grote glazen gevels zodat de fabriekswerkers midden in zo’n diep gebouw ook met daglicht konden werken. Het zijn gebouwen die hun waarde hebben bewezen: ze hebben plek geboden aan krakers, kunstenaars, ateliers en creatieve bedrijven. Inmiddels is alles gemengd.”

“De kwaliteit van dit soort gebouwen wordt gevormd door de grote ruimtes zonder vaste indeling in allerlei wanden, met een grote overspanning, overmaat in de hoogte en heel veel glas. Het is een gebouw zonder vaste functie, en daarom zo ideaal.”

Het zijn gebouwen die vaak door naamloze architecten zijn neergezet.

“Dat klopt. Het zijn ook geen potsierlijke gebouwen die schreeuwen: hier ben ik, hier ben ik! Het zijn goede basics, met daarbinnen een wereld van diversiteit. Terwijl er nu heel vaak gebouwen worden neergezet met binnenin de door de makelaar voorgeschreven best verkopende standaardplattegrond. De architect mag daar alleen nog een geveltje omheen bedenken, als een soort architectuursausje, om de saaie woningen te verzachten. Maar dat is oppervlakkig en niet duurzaam, en holt de stad op den duur uit.”

Bij dit soort gebouwen neemt u als architect ook een bescheiden rol aan.

“Nou ja, bescheiden. Ik vind het een grote verantwoordelijkheid om de balans tussen het collectieve en het individuele te bewaren. Maar ik wil inderdaad geen schreeuwerige gebouwen maken, maar tijdloze, krachtige sculpturen die tegen een stootje kunnen. Stoere eenvoud.”

Past dat bij uw generatie architecten, die is begonnen na het knappen van de dotcom-bubbel en de kredietcrisis mee heeft gemaakt?

“Er is nu een nieuwe generatie architecten bij wie het veel minder gaat over ego’s, de vorm en de buitenschil, maar echt om fundamentele innovaties. Ik ben met een groep architecten een beweging begonnen die we ‘open building’ noemen, naar de ideeën van John Habraken uit de jaren zestig. Een visionair. Onze circulaire gebouwen geven vrijheid aan de gebruiker om alles zelf in te delen en zijn vanwege flexibiliteit toekomstbestendig. Een gebouw is alleen een infrastructuur, en het leven dat er inkomt gaat het inhoud geven.”

‘Vijf jaar geleden heb ik het licht gezien en radicaal mijn levensstijl veranderd.’ Beeld Friso Keuris

Dat klinkt wel heel functioneel.

“Dat is het niet. Waarom houden mensen van de stijl van de Amsterdamse School of de industriële architectuur van Soho? Omdat het casco, de drager, supermooi gemaakt is. Als het alleen maar een functionele structuur zou hebben, zou het geen authenticiteit hebben, ontzield zijn. En vergis je niet: het is heel moeilijk een gevel te ontwerpen die er rustig en tijdloos uitziet en mooi oud wordt. Een gevel is een opstapeling van bouwproducten. Gevels, puien, deuren, ventilatieroosters, regenpijpen. Het moet er allemaal bij.”

Wat was het eerste huis dat u ontwierp?

“Dat was een huis op IJburg, in 2005. De opdrachtgever wilde het meest duurzame ecologische huis dat was te bedenken binnen het budget. Het werd een gebouw met een verticale tuin en urban farming op het dak, met kippen, peren­bomen en een groentetuin.”

En dat huis viel op.

“Ja, toen Jort Kelder een foto van dat huis op de voorkant van een architectuurboek zag, kreeg ik de opdracht zijn vakantiehuis op Terschelling te ontwerpen. Het is een eco-duinhuis, verzonken in het zand. Jort gaf me volledige ontwerpvrijheid en vertrouwen. Dat gebeurt weinig in Nederland, omdat iedereen de situatie te veel probeert te controleren of niet wil opvallen.”

“Ik werk nu alleen nog met collega’s en opdrachtgevers die honderd procent vertrouwen geven. Dat is denk ik de manier om het verschil te maken en te excelleren, anders regeert de compromis en de middelmaat.”

Dat klinkt als een luxepositie.

“Ja, we hebben er vijftien jaar hard voor gewerkt, maar het voelt op dit moment als een soort snoepwinkel. De economie draait als een gek, dus kunnen we kiezen met wie we willen werken. Nu komen de beste opdrachtgevers en ontwerpers naar ons toe, en hoeven we niet op zoek naar werk.”

Woonhuizen, een nieuw gebouw van de HvA aan de Wibautstraat, een toren van 95 meter in Zuidoost, projecten in Noord en Amstelkwartier. Het is druk op het kantoor bij Marc Koehler Architects.

“We hebben iets van twintig projecten tegelijkertijd lopen. Maar het is ook een spannende tijd: de bouwkosten en grondprijzen zijn op dit moment zo hoog, dat bij een aantal Amsterdamse projecten onzeker is hoe het nu verder moet. Wordt de verhouding 40-40-20 door de gemeente bijgesteld, waardoor 80 procent gebouwd moet worden voor lage- en middeninkomens? Mogen we kleinere maar slimmere woningen maken om ze toch betaalbaar te houden? Welk effect heeft de stikstofdiscussie op ons werk? Kunnen we toch nog een ander bouwsysteem vinden waardoor de bouwkosten 10 procent goedkoper worden? Of vinden we beleggers die met minder rendement genoegen nemen?”

Ligt u hier wakker van?

“Regelmatig. Ik ben echt gespannen, omdat we toch een heel groot bureau ­hebben opgebouwd. We hebben vorig jaar tien tenders gedaan, waarvan we er zes hebben gewonnen. Dat betekent dat we enorm gegroeid zijn en een geweldig leuk team hebben, met een nieuw kantoor in een oude filmstudio in Noord, maar door de druk op de Amsterdamse projecten ligt stagnatie op de loer. En je moet wel gewoon je medewerkers doorbetalen.”

Terwijl vrienden zeggen: Marc is de afgelopen jaren meer ontspannen geworden, minder maniakaal met zijn werk bezig.

“Dat komt doordat ik zo’n vijf jaar geleden het licht heb gezien, dat het belangrijk is om gezond te leven. Ik heb van de ene op de andere dag radicaal mijn levensstijl veranderd.”

Hoe kwam dat?

“Het was erop of eronder om de superlofts van de grond te krijgen. Daar heb ik heel lang heel erg hard voor moeten werken, en we zijn een paar keer bijna failliet geweest. Toen ik helemaal overspannen op een eiland in Thailand zat, heb ik een boek van de Dalai Lama gelezen: The Art of Happiness. Toen ik terugkwam heb ik een hond uit het asiel genomen, ben ik elke dag om 06.00 uur opgestaan om te gaan hardlopen en ben ik gezond gaan eten. Ik ben 18 kilo afgevallen en het heeft mijn leven ingrijpend veranderd.”

Wat is er anders?

“Ik ben gewoon ontzettend bewust van hoe belangrijk gezondheid is. Als je je kapotwerkt, ongezond eet en te veel drinkt, heeft dat ook een negatief effect op je gemoedstoestand. Een gezond lichaam en een gezonde geest hangen samen, dus daar let ik op.”

Beeld Jansje Klazinga

“Dat betekent dat je stress onder controle probeert te krijgen. En dat je alleen dingen doet waar je energie van krijgt. Authentieke dingen die bij je passen en waarin je gelooft. Geen dingen voor het geld, geen dingen voor je ego. Het zijn ­allemaal zaken die ik heb moeten loslaten.”

En dat komt ook terug in de gebouwen die u ontwerpt.

“Ja, het gezonde leven komt in alles terug. We doen nu heel veel met hout, want dat is de gezondste en duurzaamste manier van bouwen. We integreren groen in de architectuur, met daktuinen en groene gevels, net zoals op dat eerste IJburghuis in 2005. Daarin zit alles wat ik nu nog doe, maar nu lukt het me om dat op grotere schaal toe te passen. En ontmoeting is belangrijk, dat is echt de sleutel voor een inclusieve tolerante stad.”

Hoe kan een architect daarvoor zorgen?

“Combineer de entreehal met een lounge met werkplekken voor thuiswerkers, een speelruimte voor kinderen of een werkplaats met gedeeld gereedschap, waar iemand even iets kan repareren of een kastje kan schilderen. Maak collectieve dakterrassen met barbecues, zonneweides en buitendouches. Zorg dus voor plekken waar men elkaar spontaan tegenkomt.”

Mist u de crisis weleens?

“Als ik nu een jonge ondernemer zou zijn, zou ik een crisis wel verwelkomen. Iedereen wil nu de hoofdprijs, dus gebeurt er op veel plekken niets. Op het moment dat de economie stilligt, zakken de prijzen en worden alle experimenten weer haalbaar. Never waste a good crisis.”

En wat zijn uw plannen?

“Met superlofts naar het buitenland zou mooi zijn, maar ik wil ook meer kleine betaalbare superlofts ontwerpen. En ik heb nog steeds een droom om al die superloftinitiatieven te gaan verbinden, om een soort supercommunity maken van bewoners. Dus investeer ik veel geld in een website, waar bewoners hun verhalen vertellen en contact met elkaar zoeken.”

Daarmee rekt u de rol van architect behoorlijk ver op.

“Iedereen verklaart me ook voor gek dat ik hier al honderdduizenden euro’s in heb geïnvesteerd in de ontwikkeling van Superlofts en in de community. Ik heb nu weer 25 lofts laten fotograferen, bewoners laten interviewen, films en een website laten maken. Maar intuïtief weet ik dat ik dit moet doen, want hiervan krijg ik energie.”

Is dat de enige reden?

“Een architect die een community om zich heen verzamelt, is een manier om invloed te krijgen op de kwaliteit van de stad. Op die manier probeer ik de markt te verleiden om meer duurzame, inclusieve gebouwen te gaan maken. Want denk je dat het zo’n Duitse of Chinese belegger uitmaakt hoe er wordt gewoond? Echt niet. Die wil een generiek woonproduct dat zo min mogelijk risico heeft.”

“Wat ik wil zijn juist gigantisch uitdagende projecten ontwikkelen, met nieuwe ideeën, die duurzaam, inclusief, tijdloos, toekomstbestendig zijn. Daar zitten risico’s aan, maar die zijn beheersbaar en ik zie vooral kansen. En hallo, dat is toch waarom we begonnen zijn met dit vak. Om gave dingen te doen en de stad beter te maken.”

Marc Koehler
28 maart 1977, Naarden

1999 Hbo Bouwkunde, HvA, Amsterdam
2003 Master Architectuur, Technische Universiteit Delft
2004-2005 Architect bij Architekten Cie., Amsterdam
2004-2012 Docent Technische Universiteit Delft en HvA Bouwkunde
2005-heden Oprichter Marc Koehler Architects, Amsterdam
2011-heden Oprichter Superlofts.co
2016-heden Lid Commissie ruimtelijke kwaliteit, gemeente Amsterdam
2018-heden Medeoprichter OpenBuilding.co
2018 Winnaar BNA Beste Gebouw van het Jaar en Architectenweb Awards (Superlofts Blok Y, Utrecht), winnaar WAN Award London: Best European Housing (Superlofts Houthaven)

Marc Koehler heeft een relatie met choreograaf Juanjo Arques en woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden