PlusReportage

Arabische prinsen, Indiase bruiloften en Amsterdamse geintjes – 10 jaar Conservatorium Hotel

De lounge van het Conservatorium Hotel, door medewerkers ook wel aangeduid als ‘The living room of Amsterdam’. Beeld Dingena Mol
De lounge van het Conservatorium Hotel, door medewerkers ook wel aangeduid als ‘The living room of Amsterdam’.Beeld Dingena Mol
Kees van Unen

De pontificale kolos met grandeur aan de Van Baerlestraat, nummer 27, is niet te missen. Oorspronkelijk (in 1901) gebouwd als bank en ook decennialang als zodanig gebruikt. In 1984 trok het Conservatorium van Amsterdam erin, en in december 2011 opende het Conservatorium Hotel er officieel zijn deuren – precies tien jaar geleden. Een jarenlange verbouwing was er nodig: de Milanese ontwerper Piero Lissoni wilde de oude luister herstellen en combineren met modern. Het beste van twee eeuwen gecombineerd.

Het resultaat is een hotel in de categorie vijf sterren-plus. Luxe met een schepje erbovenop. Gasten kunnen in bad met uitzicht op het Rijksmuseum. Aan het einde van de dag wordt de weersvoorspelling nog even op een kaartje naar de kamer gebracht, en het bed is zo comfortabel als een baarmoeder. Er is een kapper. Iemand komt desgewenst je schoenen poetsen. Een sigarenwinkel, restaurant Taiko van chef Schilo van Coevorden, een spa met zwembad en hammam.

Weldadig, kortom, zoals luxe luxe kan zijn. Maar het idee is: luxe is maar luxe, uiteindelijk gaat het om mensen. Dus laveert men hier als het even kan om het opgedirkte stijve heen. Tuurlijk, je koffers worden getild, maar dan wel met een Amsterdams stekelig geintje erbij. Als je daar tegen kan tenminste, want dat voelt men aan. Zo moet een plek voor de stad zijn.

Maar oké, er is ook de internationale allure. De wereldsterren die komen, de Arabische prinsen, Indiase bruiloften – allemaal vrolijke bijvangst van een hotel op dit niveau. Maar vraag de doorman wat hij van Ajax vond gisteravond, en hij zal het je zeggen. Gewoon, zoals het was.

Bas de Jong: ‘Die auto’s de sterren, ik kick er niet meer zo op.’ Beeld Dingena Mol
Bas de Jong: ‘Die auto’s de sterren, ik kick er niet meer zo op.’Beeld Dingena Mol

Bas de Jong (30) – bagageportier sinds 2011

“Koffers tillen, eigenlijk is dat bijzaak. Wat ik doe is veel meer dan dat. En hoe langer ik hier werk, hoe meer ik krijg toegeschoven. Inmiddels is dat tien jaar, want ik was er vanaf het begin bij.”

“Het leek me een prachtige kans om mee te maken hoe zo’n periode is voor een vijf sterren-plus hotel. Even zoeken natuurlijk, maar al heel snel liep het. Kwamen de wereldsterren. Tuurlijk, dan maak je wat mee. Een Amerikaanse artiest die wilde dat zijn Playstation was geïnstalleerd nog voordat hij op z’n kamer kwam. Of die steenrijke Arabier met een aparte kamer waar een mannetje de hele dag gigantische shisha’s met kolen brandende hield. Het hele hotel rook ernaar.”

“Auto’s wegzetten doe ik ook. Ik heb alles wel zo’n beetje gereden, maar de eerste keer inparkeren met een Lamborghini was zweten. Die auto’s, de beroemde gasten: ik kick er niet meer zo op. Het went, andere dingen worden de moeite waard: de band die je opbouwt met vaste gasten en collega’s.”

Etan Sela: ‘Alles kan, ik ben er voor de gast.’  Beeld Dingena Mol
Etan Sela: ‘Alles kan, ik ben er voor de gast.’Beeld Dingena Mol

Etan Sela (60) – conciërge sinds 2011

“In de tien jaar die ik hier werk heb ik het niveau van Amsterdam echt omhoog zien gaan. Er zijn steeds meer kwaliteitsplekken waar ik gasten naartoe kan sturen. Want dat doe ik.”

“Ik hou niet van het woord conciërge, dus als ik in één zin zou moeten uitleggen wat mijn rol hier inhoudt, dan is het: ik weet wat mensen willen voordat ze het zelf weten. Om daarachter te komen, stel ik vragen en luister ik. Waar kom je vandaan? Hoe lang zijn jullie samen? Ben je moe? En ondertussen voel ik. Hebben ze smaak? Hebben ze geld? Nou ja, dat altijd, maar willen ze het uitgeven?”

“Vervolgens regel ik het. Of iemand nu de beste tandenborstel van Amsterdam wil, 35 koffers bij zich heeft of een rapper die om twee uur ’s nachts vraagt om een gebakken ei – geen probleem. Of een taxi van hier naar het Van Gogh Museum, wat letterlijk 50 meter is – tuurlijk. ‘I don’t walk,’ zei ze. Maakt niet uit, alles kan, ik ben er voor de gast. Oké, en voor mezelf een beetje. Elke keer als ik hier binnenloop, is het: Etan is binnen, let the show begin. Leukste baan op aarde, absoluut.”

Astrid Rose: ‘Waar nu de spa zit werd gitaarles gegeven.’ Beeld Dingena Mol
Astrid Rose: ‘Waar nu de spa zit werd gitaarles gegeven.’Beeld Dingena Mol

Astrid Rose (44) – hoofd marketing en communicatie van het Conservatorium van Amsterdam

“Een beetje verwarrend is het wel: het Conservatorium Hotel is níét het Conservatorium van Amsterdam, maar ze zitten wél in ons oude gebouw. Voordat het hotel hier kwam, hebben we 25 jaar in dit pand gezeten. Toen kregen wij een heel mooi modern pand aan de Oosterdokskade en ging het hier natuurlijk helemaal op de schop.”

“Eerlijk is eerlijk: er is een hoop grandeur voor teruggekomen, in onze tijd was het vloerbedekking en systeemplafonds. Maar eigenlijk is het pand altijd prachtig geweest. En er is oog voor de geschiedenis ervan: sinds 2016 is de muziekvakopleiding gaan samenwerken met het hotel. Nu spelen hier elke week talenten van ons en er is een prijs in het leven geroepen: de Expression of Art Award.”

“Met het Conservatorium hebben we hier een keer een uitje gehad, toen waren er ook collega’s die hier nog les hebben gekregen. Dat was een en al nostalgie. Waar nu de spa zit, werd vroeger gitaarles gegeven. En in een suite had iemand nog zangles gekregen. De samenwerking is mooi, zo kunnen we iets voor elkaar betekenen. Maar het misverstand blijft bestaan, hoor. Ik krijg nog steeds weleens te horen: ooh, je werkt bij het conservatorium, aan de Van Baerlestraat. Nee dus, het Conservatorium van Amsterdam is iets ánders en zit ergens anders. Maar het zijn allebei bijzondere plekken.”

Beatrijs Aghina: ‘Hoe voelt het, klopt het, wat mist er?’ Beeld Dingena Mol
Beatrijs Aghina: ‘Hoe voelt het, klopt het, wat mist er?’Beeld Dingena Mol

Beatrijs Aghina (46) – creative director sinds 2012

“Creative director van een hotel: ik had er zelf ook nooit van gehoord toen ze zeiden dat ze er iemand voor zochten. Maar toen ik hoorde wat de functie inhield, dacht ik: hé, maar dat kan ik en dat vind ik leuk.”

“Ik bewaak het gevoel van het hotel in allerlei facetten. Details vaak, hoe ver een stoel van een muur afstaat bijvoorbeeld. In het begin werd ik gekscherend ‘die vrouw die steeds alles rechtzet’ genoemd. Maar het is veel meer dan dat. Het gaat ook om samenwerkingen met musea als het Van Gogh en het Rijksmuseum, of met kunstenaars als Jasper Krabbé en nu bijvoorbeeld met fotograaf Bastiaan Woudt. Maar ook de playlists voor de muziek in de openbare ruimte. Mijn droom zou zijn: een eigen geur ontwikkelen voor het hotel.”

“Het is geen kantoorbaan. Iedere dag loop ik door het gebouw en ervaar ik zelf hoe het voelt, wat er klopt en wat er mist. De meeste gasten zullen niet direct doorhebben wat ik doe, maar onbewust maakt het veel uit voor hoe het hotel aanvoelt.”

“En die stoelen van de muur schuiven, dat blijft een tik. Toen ik hier een keer met mijn man kwam slapen, moest hij lachen: ik was de hele tijd alles recht aan het zetten. Tja, details: daar gaat het dus precies om.”

Bep Hellard: ‘Dit werk houdt me jong.’ Beeld Dingena Mol
Bep Hellard: ‘Dit werk houdt me jong.’Beeld Dingena Mol

Bep Hellard (68) – ontbijtchef

“Ik ben hier om de hoek geboren, Frederiksplein. Amsterdammer ja, en altijd in de horeca gewerkt. Eerst in Chinese restaurants, op de Nieuwendijk maar ook in Australië. Nou, daar draaide ik dubbele diensten om de terugreis naar Amsterdam te kunnen betalen. Toen ik terugkwam, kuste ik de grond.”

“Uiteindelijk ben ik ontbijt gaan doen en zo kwam ik hier terecht. Eerst durfde ik niet, ik weet niet waarom. Er was iets waarom ik heel zenuwachtig was om hier te solliciteren. Maar toen sprak ik chef Schilo van Coevorden, ook Amsterdammer, en toen was het meteen goed. Ik was natuurlijk al op leeftijd toen ik hier kwam maar hij vroeg niet eens hoe oud ik was. En het is nooit een probleem geweest.”

“Iedere dag ben ik er om half vijf, heerlijk. Voor de invulling van het ontbijt heb ik heel veel vrijheid gekregen. Het is hier natuurlijk de crème de la crème dus het moet meer zijn dan een gebakken eitje. Nou, dat lukt heel aardig. Natuurlijk kan het druk zijn, met tweehonderd ontbijtjes die eruit moeten op een ochtend, dat is wel even heftig, hoor. Dan moet je me even niet aanspreken. Maar het houdt me scherp. Als ik thuis op de bank ga zitten word ik heel snel oud, hier blijf ik jong.”

Menno Kroon: ‘Met bloemen wordt alles spannender.’ Beeld Dingena Mol
Menno Kroon: ‘Met bloemen wordt alles spannender.’Beeld Dingena Mol

Menno Kroon (60) – hotelbloemist

“Al bijna negen jaar ben ik de vaste bloemist van het Conservatorium Hotel. In het begin was dat even zoeken, wat is de ziel van deze plek en welke bloemen horen daarbij? Maar in de loop der jaren hebben we die ziel wel gevonden.”

“Nu is het een uitdaging om steeds weer te blijven verrassen. En soms is het snel schakelen. Zo was er iemand die een aanzoek deed en kort daarvoor nog even een bloemenzee van de kamer wilde maken. Helemaal over de top natuurlijk, prachtig. Ik zou geen nee meer durven zeggen.”

“Het hele jaar door moet het bijzonder zijn, maar het is ook inspelen. Moederdag, Vaderdag, Valentijnsdag, en nu kerst al helemaal natuurlijk. Met tien man van zeven uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds het decor opbouwen en de volgende dag nog een keer. Maar móói.”

“Wat mij betreft zetten we nog veel meer bloemen in het hotel. Niet omdat het goed is voor mijn portemonnee, maar om het elan dat je ervoor terugkrijgt. Het is nu eenmaal zo: met bloemen wordt alles een beetje spannender. Toen het hotel vorig jaar even dicht moest, merkte je het: geen bloemen, geen leven. Echt, het was meteen een dood gebouw.”

Leticia Frimpong: ‘Ik ben er trots op als het netjes is.’ Beeld Dingena Mol
Leticia Frimpong: ‘Ik ben er trots op als het netjes is.’Beeld Dingena Mol

Leticia Frimpong (51) – room attendant sinds 2014

“Bijna elke maand ja, ‘room attendant of the month’. Bos bloemen, 100 euro – ik ga nog rijk worden. Mijn geheim? Ik neem m’n tijd. Alles doe ik met aandacht. Dat moet. In veel kamers zit veel glas, elke vingerafdruk zie je. De enige manier om het goed te doen is om het grondig te doen.”

“Ik vind het heerlijk als het druk is. Als het hotel beweegt, beweeg ik vanzelf mee. Gelukkig is het hier bijna altijd druk. Soms zeggen ze weleens: Leticia, morgen is het rustig. Maar dan kom ik de volgende dag in het hotel en dan zie ik meteen: drúúúk. Dus inmiddels geloof ik het niet meer als ze zoiets zeggen. Geen probleem, want ik hou van mijn werk.”

“Ik voelde me hier meteen thuis en nu probeer ik nieuwe collega’s hetzelfde gevoel te geven. Ook omdat ik collega’s nodig heb want ik kan het niet alleen. Hoewel, dan win ik wel elke maand die prijs natuurlijk. Maar ik ben er trots op als het netjes is. Als de lakens strak zitten, de kussens recht liggen. Thuis doe ik hetzelfde. Ik ga nooit de deur uit zonder m’n bed op te maken, precies zo netjes als hier. Het moet altijd perfect, ik zou niet anders willen.”

Gota Kaneda: ‘Het gaat hier om skills, en die heb ik.’ Beeld Dingena Mol
Gota Kaneda: ‘Het gaat hier om skills, en die heb ik.’Beeld Dingena Mol

Gota Kaneda (49) – sushichef sinds 2016

“Op mijn negentiende ging ik vanuit Japan naar Londen om in een restaurant met een Michelinster te werken. Daarna naar Amsterdam, en zo kwam ik hier terecht.”

“In dit keukenteam maakt het niet uit waar je vandaan komt, het gaat om skills, en die heb ik als het op sushi aankomt. Het is niet zo simpel als gewoon vis en rijst. Het gaat om details, heel veel details. Eigenlijk geldt: hoe simpeler het lijkt, hoe moeilijker het is.”

“Ik ben hier aangenomen voor mijn ervaring als traditionele sushichef maar restaurant Taiko is niet alleen maar dat: het is Oosters met een twist. Daar leer ik van. Een Frans sausje maken bijvoorbeeld, heel interessant. De sfeer in de keuken is serieus, geconcentreerd. Prettig, daar gedij ik goed bij. Ik weet dat het heel Nederlands is om direct te zijn en juist niet Japans. Maar als het op de vis aankomt, heb ik er geen moeite mee om te zeggen: deze zalm is niet goed, breng maar terug. Als er maar respect is, en dat is er hier genoeg.”

“Ik betwijfel of ik ooit nog terugga naar Japan. Amsterdam past goed bij me. Ik ga op de fiets naar m’n werk, het is hier zo lekker klein, overzichtelijk en rustig.”

Jean Uijttenhove: ‘Je moet er niet als een zoutzak bij staan.’ Beeld Dingena Mol
Jean Uijttenhove: ‘Je moet er niet als een zoutzak bij staan.’Beeld Dingena Mol

Jean Uijttenhove (62) – doorman sinds 2012

“Ik sta bij de deur, dus ik ben het gezicht van het hotel, de eerste indruk. Die moet altijd goed zijn natuurlijk. Dat betekent: aanvoelen wie je voor je hebt. Herkennen. Zakelijk? Prima, dan doe ik dat. Maar ik prik er snel doorheen, hoor.”

“Ik ben een mensenmens, en dat is nodig om iedereen te ontvangen op de manier die bij ze past. Beroemd of niet beroemd: maakt mij allemaal niet uit. Iedereen heeft soms een beetje aandacht nodig. En ik geef het, hoor. Het gaat allemaal op intuïtie. Als ik erover na zou moeten denken, ligt de gast al op z’n kamer voordat ik eruit ben.”

“Het is wel veel staan natuurlijk, acht uur achter elkaar. Mijn verleden als personal trainer helpt daarbij, ik weet welke spieren ik moet trainen. Begint allemaal met je core. Bij deze functie hoort het dat je uitstraling hebt en er dus niet als een zoutzak bij staat. Maar ook je gezicht: mijn vrouw doet soms een maskertje bij me op, dat steek ik niet onder stoelen of banken.”

Roy Tomassen: ‘Alles mag een beetje anders hier.’ Beeld Dingena Mol
Roy Tomassen: ‘Alles mag een beetje anders hier.’Beeld Dingena Mol

Roy Tomassen (51) – general manager sinds 2011

“Toen we begonnen, was er geen referentie. Er zat geen grote hotelgroep achter, niemand wist wat het was en wat het zou worden. We hebben mensen moeten aannemen op hun karakter, niet op hun reputatie of cv. Dat is onze kracht geworden: het mag een beetje anders hier. Informeel als daar ruimte voor is.”

“We vragen van al ons personeel om aan te voelen hoeveel ze van zichzelf kwijt kunnen bij onze gasten. Het zorgt voor kleur, voor karakter. Het betekent niet dat we geen respect hebben voor etiketten, maar ik geloof dat die eigenheid past bij deze plek, bij Amsterdam.”

“Daarom is het leuk om te zien dat er ook Amsterdammers komen. We wilden een huiskamer voor Zuid worden: dat is gelukt. In de lobby, in de spa ook. En het leuke is: buurtbewoners mixen dan weer met hotelgasten.”

“Mijn manier van werken is ook een beetje anders. Als ik twee mails op een dag schrijf, is het veel. Ik loop rond. Ik praat met iedereen. Zo weet ik altijd wat er speelt. Ik zie het allemaal niet zo hiërarchisch, maar het klopt: uiteindelijk ben ik wel verantwoordelijk.”

Het gebouw in 1903, toen nog kantoor van de Rijkspost­spaarbank.  Beeld Bedrijfshistorisch Archief ING
Het gebouw in 1903, toen nog kantoor van de Rijkspost­spaarbank.Beeld Bedrijfshistorisch Archief ING

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden