PlusInterview

Antoon is de meest beluisterde popster van Nederland: ‘Mijn drive is mijn succes, maar ook mijn valkuil’

Antoon: ‘Ineens vonden de meiden uit de buurt het interessant wat ik deed. Aha, dacht ik, we zitten op de goede weg.’
 Beeld Lin Woldendorp
Antoon: ‘Ineens vonden de meiden uit de buurt het interessant wat ik deed. Aha, dacht ik, we zitten op de goede weg.’Beeld Lin Woldendorp

Binnen anderhalf jaar tijd is Antoon (Valentijn Verkerk, 20) een van de grootste popidolen van Nederland geworden. Hoe hij dat deed? ‘Niet gaan gamen als je ook kunt werken.’

Stefan Raatgever

De meest beluisterde popster van Nederland woont sinds twee weken op zichzelf in Amsterdam. Antoon (Valentijn Antoon Remmert Verkerk) verruilde zijn ouderlijk huis in Hoorn voor een appartementje in Oud-Zuid. De 63 vierkante meter deelt hij met zijn middelbareschoolvriend én tourmanager Maxim Santifort.

De twee zijn bezig hun huishouden op poten te zetten. Maxim is vooralsnog verantwoordelijk voor het koken (‘een lekkere pasta of rijst met roerbakgroenten’), zijn huisgenoot verschoont de kattenbak van poes Poekie. Naar de overige taken wordt nog onderzoek gedaan. Antoon: “Hoe de wasmachine, de droger en de strijkbout werken weet ik nog niet, maar er staat vast wel een instructievideo op YouTube.”

In het café op de hoek van zijn nieuwe straat verontschuldigt de zanger – lang, keurig gekamd en licht Noord-Hollands accent – zich deze middag voor zijn verlate aankomst. Zijn vorige afspraak liep uit omdat hij plots werd verrast met een platina plaat. Het nummer Vluchtstrook, gemaakt met dancecollectief Kris Kross Amsterdam, is inmiddels meer dan 27 miljoen keer gestreamd op Spotify.

Het zijn aantallen waarvan Antoon niet meer opkijkt. De afgelopen weken werd zijn muziek zo vaak beluisterd dat hij sinds vrijdag op 1 staat in de Top 40 met Hallo, een popsong over liefde op het eerste gezicht. Nederlandse tieners (Antoon: ‘Mijn fans zijn 75 procent meisjes’) zingen massaal mee met het refrein: Je had me bij ‘Hallo’/Gelijk ondersteboven/Misschien klinkt het idioot/Ik loop me uit te sloven.

Rijmen en moeilijke woorden

Ook zijn eerste grote hit, Hyperventilatie uit 2020, was een dansbaar liedje over de liefde. Maar dan over de beknellende kant ervan: Die chick wil een relatie/Hyperventilatie! Antoon schreef het in het tuinhuisje van zijn ouders, waar hij als tiener een eigen studiootje mocht bouwen. Tijdens een avondje ‘chillen en frituren met vrienden’ klooiden ze met een beat die hij had gemaakt. “We zochten naar een goed woord dat het liedje kon dragen,” zegt hij. Uiteindelijk bood de website moeilijkewoorden.nl uitkomst. En met hulp van de site rijm.nu werd de rest van de tekst vervolmaakt.

Zo is de droom die Antoon – hij koos zijn tweede naam als artiestennaam om zijn overleden opa met die naam te eren – als jonge jongen al formuleerde in sprinttempo aan het uitkomen. Als 13-jarige vertelde hij de lokale krant al de grootste dj van het land te willen worden. Het dj’en gaf hij op toen hij op huisfeestjes ontdekte dat de feestvierders graag een catchy refreintje hadden om mee te zingen. “Ineens vonden de meiden uit de buurt het interessant wat ik deed. Aha, dacht ik, we zitten op de goede weg.”

Op zijn vijftiende stopte Antoon met zijn vwo-opleiding. Na drie voltooide schooljaren had hij aan de toelatingseis voldaan van de Herman Brood Academie, waar hij een van de jongste studenten ooit werd. Aan de opleiding gaf ook Twan van Steenhoven, de helft van hiphopduo The Opposites, les. Antoon liet hem zijn eerste liedjes, waaronder Hyperventilatie, horen. “Een week later zat ik bij Twan thuis op de bank. En weer een week later tekende ik bij zijn platenlabel.”

Heb je een verklaring voor je succes?

“Het allerbelangrijkste is dat je muziek als hobby, maar tegelijk als je belangrijkste tijdsbesteding ziet. Talent is niet genoeg, het gaat om toewijding. Je kunt wel zeggen dat het je droom is het te maken in de muziek, maar dan kun je niet gamen, tv-kijken, op de bank hangen of blowen. Dat doe ik dus allemaal niet. Tuurlijk, een sociaal leven is ook belangrijk, maar mijn carrière gaat nu voor. Dat snapt niet iedereen. Mijn laatste relatie is er op stukgelopen. Een meisje met wie ik samen ben, moet begrijpen dat muziek mijn leven is.”

Waar heb je die competitieve instelling vandaan?

“Die komt van mijn pa, die nu mijn manager is. Hij heeft het er vroeger als een militair bij me ingebeukt: hard werken en niet zeiken. Toen ik een jaar of tien was, kon ik goed BMX’en. Toen was hij ook fanatiek. Samen maakten we een plan om beter te worden op die crossfiets.”

“Toen mijn vrienden op de middelbare school bijbaantjes kregen in de supermarkt, zei mijn vader: ‘Jij gaat niet vakken vullen. Je krijgt wat zakgeld, dan kun je aan je muziek werken.’ Dat heeft goed uitgepakt. Maar ik denk dat het harde werken ook gewoon in mijn bloed zit. Ik houd van die instelling. Ik ben in die tijd ook met atletiek en zeilen gestopt, omdat ik vond dat het niet bijdroeg aan mijn carrière.”

Is het begin van de middelbare school niet wat vroeg om aan je carrière te denken?

“Toen ik op mijn vijftiende een motivatiebrief moest schrijven om te worden toegelaten tot de Herman Brood Academie, maakte ik een switch in mijn hoofd. Ik moest ze daar overtuigen hoe ongelooflijk graag ik het wilde. De mindset die ik toen opschreef, heb ik nooit meer losgelaten. In die jaren erna heb ik heus af en toe lol gemaakt met de boys uit m’n klas, maar ik ging nooit mee uit. Ik was 15, zij begin 20. ‘Gaan jullie lekker bier drinken in de stad, ik ga de studio in, werken aan mijn doelen’.”

Is het behalen van die doelen zo leuk als je verwachtte?

“Nee. Nooit. Of ik dat jammer vind? Nee, hoor. Het werken aan mijn eerste gouden plaat was veel leuker dan hem ontvangen. Het eerste wat ik toen dacht was: en nu platina. Ik doe het voor de lol van de weg ernaartoe.”

Je stond vorig jaar voor het eerst in Paradiso. Was dat wel zo mooi als je vooraf dacht?

“Jaaa. Dat was onwerkelijk. Dat het lukte om het uit te verkopen en de zaal mee te krijgen maakte me niet normaal trots. Maar het gekke aan het artiestenleven is dat je went aan vette dingen. De dag erna stonden we in Zwolle voor 500 man. Normaal waren we tantoe hard gegaan, maar dit voelde ineens veel minder speciaal. Maar ik ga daarom niet stoppen met rennen, hoor. Dit is mijn leven nu. Het enige probleem is misschien dat ik er aan kapotga, maar zo lang ik de juiste mensen om me heen heb moet ik dat wel kunnen voorkomen.”

Hoezo zou je er aan kapotgaan?

“Vanwege mijn ma. Dat is het enige in mijn leven dat me mentaal echt dwarszit. Ze is anderhalf jaar geleden overleden. Darmkanker. Toen het gebeurde, dacht ik: niet zeiken nu, Tijn, doorbeuken. Zo deden we altijd bij ons in de familie. Ik heb m’n verdriet weggestopt en ben elke dag muziek gaan maken. Zes maanden later stond mijn carrière op de rit, maar was ik helemaal kapot. Ik heb drie dagen in mijn bed gelegen, niets gegeten, wilde met niemand praten. Het kostte echt moeite weer aan de slag te gaan.”

Anderhalf jaar klinkt ook niet als lang geleden.

“Dat is ook zo. Ik moet er ook mee dealen. Het lukt ook wel beter, hoor, dat praten. Sinds die keer dat ik zo diep zat, ga ik af en toe naar een psycholoog. Dat heeft wel wat veranderd. Ik weet nu dat over mijn verdriet praten geen gezeik is dat anderen tot last is. Maar het probleem is dat ik niet meer over die dingen praat als ik eenmaal lekker ga. Dan wil ik door, snap je? Die drive is de reden dat ik nu zo succesvol ben. Maar tegelijk ook mijn valkuil. Het is dubbel.’’

Je schreef ook een liedje over de dood van je moeder: Onweer.

“Dat is een van mijn manieren om het te verwerken. Toen ik het af had, voelde ik een last van m’n schouders vallen.’’

Je zingt: Je moet weten dat ik elke dag hard aan het werken ben/En ik me bij elke stap steeds meer in jou herken.

“Ik lijk behalve op mijn vader, ook veel op haar, dat merk ik nu ik ouder word steeds meer. En ik vind het ook steeds vaker jammer dat ik dat niet aan haar kan laten zien. Zo van: kijk ma, ik doe het nu ook zo. Mijn moeder en ik zijn allebei heel perfectionistisch en eigenwijs. De looks heb ik ook van haar, haha! Ze was heel knap. Alleen blijft het een raadsel van wie ik de muzikaliteit heb.”

Heb je Onweer in Paradiso gezongen?

“Zeker. Die hele dag en die hele show draaide in mijn hoofd om mijn moeder. Voor mijn gevoel was ze er ook bij. Ze zat op het eerste balkon op het middelste stoeltje en keek mee. Supertrots was ze, dat weet ik honderd procent zeker.”

Dan: “Sinds mijn moeder is overleden is het vanzelfsprekende eraf. Bij alles waarover ik twijfel, heb ik in mijn hoofd: misschien ben ik morgen wel dood. Dus probeer ik nu alles eruit te halen wat erin zit. Want misschien kan het straks niet meer.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden