PlusAchtergrond

Antiracistisch feminisme is nog steeds niet vanzelfsprekend

De kritiek van de antiracismebeweging op de van oudsher overwegend witte vrouwenbeweging blijft. Witte feministen kijken te weinig naar de positie van zwarte vrouwen. ‘Mijn hoop is gevestigd op de jonge generatie.’

Beeld Sioejeng Tsao

Het is krap twee weken na het massale antiracismeprotest op de Dam, als onder een foto op het Instagramaccount van Milou Deelen (24), journalist en prominent pleit­bezorger van het hedendaags feminisme, een reactie verschijnt van @spacerwoman: ‘Hi Milou! Ik ben benieuwd op welke manier jij je platform en privilege als witte vrouw nog gaat gebruiken ivm de strijd tegen racisme.’

De foto toont Deelen en Daan Borrel. Onlangs verscheen hun boek Krabben, over de manier waarop vrouwen elkaar belemmeren in hun strijd tegen het patriarchaat. @spacerwoman hekelt het feit dat Deelen haar boek promoot, maar zich op sociale media nauwelijks uit tegen racisme. ‘Dit is toch wel een beetje de definitie van wit feminisme: racisme als een aparte zaak zien. Zeker anno 2020 kan zwijgen over racisme als bekende witte feminist niet echt meer, toch?’

Nieuw is de kritiek vanuit de antiracismebeweging op de vrouwenemancipatie niet. In de jaren zeventig en tachtig, tijdens de tweede feministische golf, zwol de onvrede aan. Het overwegend witte feminisme had nauwelijks oog voor de positie van zwarte vrouwen. Bovendien bood het klakkeloos nabootsen van de emancipatiestrijd volgens westerse definitie, met de witte vrouw als uitgangspunt, geen soelaas voor de dagelijkse lasten van zwarte vrouwen. 

Baanbrekend

In 1982 publiceerde Philomena Essed het artikel Racisme en feminisme, waarin ze in klare taal fikse vraagtekens zette bij de vrouwenbeweging. Zolang witte feministen niet expliciet aandacht besteden aan de bestrijding van racisme blijft een sterk verankerd feminisme uit, schreef ze. ‘Wij zwart-gekleurde vrouwen vormen vanuit onze ervaringen met racisme en seksisme een onmisbare bron van inzichten waar witte vrouwen veel van kunnen leren.’

“Die scherpe taal van Philomena schokte zelfs mij,” zegt Gloria Wekker (70), emeritus hoogleraar Gender en Etni­citeit en een van de wegbereiders van de Nederlandse ­antiracismebeweging. “Haar artikel was destijds baanbrekend, confronterend en herkenbaar.” 

Wekkers eigen kennismaking met de vrouwenbeweging vervulde haar in eerste instantie met groot genoegen. “Wij vrouwen zouden de wereld gaan veranderen, en het gaf een geweldig gevoel om daarbij te horen.” Maar haar vervoering maakt plaats voor ergernis als ze merkt dat racisme niet in de vrouwenbeweging leeft.

“Er werd geaarzeld of de gemeenschap zich moest uitspreken tegen racisme, en of ze zich aan de antiracistische strijd moest verplichten. Ook tijdens vergaderingen werd telkens gedacht vanuit de positie van witte vrouwen. Neem het begrip ‘thuis’, of ‘huishouden’: de witte feminist beschouwde dat als onveilig of belemmerend. Voor een zwarte vrouw was het juist de enige plek waar ze beschermd was tegen racisme. Dit soort alledaagse voorbeelden zorgden ervoor dat zwarte vrouwen zich niet gehoord voelden en zich afzonderden. Ik heb dat zelf ook gedaan door samen met anderen Sister Outsider op te richten, een plek voor zwarte lesbische vrouwen.”

Dat ze een eigen stroming begonnen, was volgens Wekker geen aanzet voor een open gesprek. “Die discussies waren merendeels tegen dovemansoren gericht. Tegenwoordig ben ik iets hoopvoller gestemd, als ik bijvoorbeeld naar de recente demonstraties kijk: er staan een hoop witte jongeren tussen. Maar nog steeds zijn er talloze voorbeelden te noemen van wit feministisch denken.” 

Flatterend zelfbeeld

Ook schrijfster en politica Anja Meulenbelt (75) herinnert zich de euforie van de begindagen van de tweede golf, maar tevens het gebrek aan eenheid. “Er brak een tijd aan waarin diverse groepen binnen de vrouwenbeweging voor zichzelf begonnen. Gaandeweg groeide ook bij mij het besef dat er iets niet klopte. Het dominante beeld dat de witte vrouw bepaalt wat feminisme is, en de zwarte vrouw mag meedoen: dat is iets heel kwalijks. Net zo irritant als een man die komt vertellen hoe seksisme in elkaar steekt.” 

Witte feministen moesten meer zelfkritiek ontwikkelen, zegt ze, ‘dat heeft bij mij ook even geduurd’. “De kritiek die ik veertig jaar geleden had op wit feminisme, deel ik nog steeds.” Maar het beeld dat er tijdens de tweede golf totaal geen oog was voor de ellende die racisme met zich meebrengt, wil ze nuanceren. “Met de Feministische Uitgeverij Sara gaven we de boeken van Philomena Essed uit, en vertaalden we werk van Audre Lorde en ­Linda Brent. We ontwikkelden cursussen voor vrouwelijke hulpverleners waarbij we het hadden over kleur, klasse en seksualiteit.”

Toch weet Meulenbelt dat een antiracistisch feminisme nog steeds niet vanzelfsprekend is. “Dat feminisme niet de pretentie moet hebben maatgevend te zijn voor alle vrouwen zat er voor mij al vroeg in, maar niet voor iedereen is dit evident. Velen zien zichzelf nog vanzelfsprekend als dominant, die les moet nog geleerd worden.”

Wekker dicht het flatterende zelfbeeld van de witte vrouw een grote rol toe in het getreuzel van de feministische gemeenschap om zich met antiracisme bezig te houden. “Als jij jezelf als vooruitstrevend ziet, heb je niet de behoefte jezelf als antiracistisch feminist neer te zetten. Volgens je zelfbeeld ben je immers ten diepste antiracistisch en hoef jij je dus niet uit te spreken tegen racisme.” Dat is kwalijk, zeggen zowel Wekker als Meulenbelt.

“De verschillende pilaren van een identiteit, zoals ras, gender, seksualiteit en klasse, kunnen niet los van elkaar worden gezien. We leven in een maatschappij waarin deze vormen van systematische ongelijkheid verbonden zijn en een samenspel vormen,” zegt Wekker. “Het is een strijd van de lange adem, maar ik heb mijn hoop op de jonge ­generatie gevestigd en de mate waarin zij een begrip als intersectionaliteit omhelzen.”

De vrij academische term intersectionaliteit laat zich het beste vertalen als ‘kruispuntdenken’. Het heeft als doel het doorbreken van het verzuilde systeem waarbij gender, ras, klasse en seksualiteit als afzonderlijke ingrediënten van iemands identiteit gelden. De onderdrukkingsmechanismen die bij deze hokjes komen kijken, zoals racisme of seksisme, moeten niet los van elkaar worden bestreden: het is een gezamenlijke strijd, aldus het intersectioneel gedachtegoed.

Ongemak

“Ik ga als zwarte vrouw door het leven,” zegt journalist en spoken-wordartiest Zaïre Krieger (24), “en beide aspecten zeggen iets over mijn leven, mijn identiteit. Dus wat is mijn feminisme nog waard als ik niet tegen racisme strijd? Ook in mijn werk houd ik daar rekening mee. Als ik bijvoorbeeld een artikel over feminisme schrijf, wil ik zo veel mogelijk verschillende vrouwen laten zien. Het gaat daarbij, naast ras, bijvoorbeeld ook over disabled mensen.” 

“Intersectionaliteit betekent voor mij dat je niet stopt met strijden als jouw persoonlijke strijd is gestreden, maar verder kijkt en pas stopt bij algehele gelijkheid,” zegt journalist en presentator Mandy Woelkens (31). “Daar zijn we nog lang niet. Mijn battle als zwarte queer vrouw is anders dan die van een heteroseksuele witte vrouw, maar verschilt ook van de strijd van iemand die zwart, queer en dis­abled is. Als we allemaal in onze eigen kaders blijven hangen, wordt het nooit inclusief.” 

Hoewel intersectionaliteit steeds meer mensen bekend in de oren klinkt, steekt een wit feministisch denken nog geregeld de kop op, zegt Krieger. “Tijdens de coronacrisis schreef Linda Duits een pleidooi voor alleenstaanden die behoefte hebben aan seks, terwijl bij talloze vrouwen van kleur het water aan de lippen staat. Dit is voor mij een voorbeeld van de vele blinde vlekken binnen het feminisme. Zij heeft het privilege in zo’n crisis aan seks te denken, dat noem ik een knap staaltje wit feminisme.”

“Ik zie de strijd tegen racisme en seksisme uiteraard niet als twee aparte zaken, maar de reactie van @spacerwoman onder mijn foto wees me op mijn verantwoordelijkheid,” zegt Milou Deelen. “Offline las ik toen al langere tijd boeken, luisterde ik naar podcasts, voerde ik gesprekken met familie en vrienden. Online liet ik dat niet genoeg zien.” Korte tijd later deelt ze een post waarin ze op zoek gaat naar haar eigen racistische aannames en vooroordelen. “In de hoop dat mensen ook bij zichzelf te rade gaan. Dat is ongemakkelijk, maar dat ongemak is iets goeds.”

Niemand is perfect, zegt Mandy Woelkens, “maar wees je bewust van je privileges. Je kunt niet iedereen bedienen, maar dat betekent niet dat je iemand mag vergeten. Vergeten is kwalijk. Dat geldt trouwens voor elke beweging, ook de zwarte beweging is nog niet volledig inclusief. Intersectioneel denken brengt uiteindelijk élke beweging verder.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden