Plus Interview

Annemieke Jansen (79) van Coster Diamonds: ‘Verkopen zit me in het bloed’

Internationale bezoekers bekijken en passen de sieraden. Beeld Marie Wanders

Annemieke Jansen (79), commercieel directeur bij Coster Diamonds, was nooit een diamonds-are-a-girl’s-best-friend-meisje. Ze wilde zelfs liever een jongen zijn. Nu waardeert ze diamanten zeer en is ze een instituut binnen een instituut. 

Coster Diamonds in de Paulus Potterstraat is zo’n Amsterdams instituut waar bewoners van de stad zelden komen, ook al fietsen ze er misschien achttien keer per jaar langs. Coster Diamonds – of eigenlijk Royal Coster Diamonds want ze mogen zich Koninklijk noemen een jaar na hun 175-jarig bestaan in 2015 – is vooral voor toeristen.

Dat beeld wordt bevestigd zodra de receptioniste je door de glazen deuren de centrale hal in laat. Tientallen internationale bezoekers in joggingbroeken en gewatteerde jassen vergapen zich voor de vitrines aan de eeuwige stenen, sommigen zo groot als kiwi’s. Replica’s welteverstaan, glaswerk. De echte glinsterkwesties zitten veilig opgeborgen. Daar kom je niet bij in de buurt zonder waakzame begeleiding van een meneer of een mevrouw in een Coster-uniform.

De vier aaneengesloten monumentale panden van het bedrijf, met daarin onder andere een zetterij, een slijperij, een museum, winkels en showrooms, zijn behoorlijk kruip-door-sluip-door, met veel trappen (het verwijt dat de lay-out niet vriendelijk genoeg is voor de minder mobiele mens is het management niet vreemd, maar door dat monumentale kan het niet anders).

Het kantoor van Annemieke Jansen zit goed verstopt, onder een trap, naast een vitrinekast met foto’s van koninklijke bezoekers uit de wereld. De grootvorst van Rusland Nicolaas Aleksandrovitsj, de Oostenrijkse keizerin Sisi, Napoleon Jozef Karel Paul Bonaparte (broer van): allemaal bezaten ze een paar diamanten van Coster.

Tweede huis

Jansen schuift meteen haar visitekaartje over het bureaublad: chief commercial officer. Oftewel: commercieel directeur. En een instituut binnen het instituut. Ze wordt in april tachtig.

Coster is haar tweede huis, zegt ze. Haar eerste werkdag, als rondleidster en verkoopster, was in maart 1964. Het bedrijf was toen al 124 jaar oud, zat nog in de Zwanenburgerstraat en heette Diamantslijperij Coster, naar de oprichter Moses Elias Coster.

Verschillende eigenaren volgden, onder wie Ben Meier bij wie Jansen in dienst kwam. Meiers dochters zijn nu eigenaar, maar zij zijn niet betrokken bij de bedrijfsvoering. De huidige ceo heet Kees Noomen. En dan nog even het voornaamste wapenfeit: de Koh-i-Noor, het pronkstuk (109 karaat) van de Britse kroonjuwelen, is in 1852 door slijpers van Coster herslepen.

Annemieke Jansen: ‘Het gaat om de vier c’s. Eigenlijk vijf. Carate, colour, clarity, cut and dan de vijfde: Coster.’ Beeld Marie Wanders

Mevrouw Jansens huid is zomervakantiebruin, alsof ze al met pensioen is en elke dag een paar uur onkruid wiedt in de moestuin. Zo zit het dus niet. Ze is net terug van het jaarlijkse golfuitje (dit keer in Portugal) met de directie, waarbinnen zij de enige vrouw is tussen zes mannen van rond de vijftig. Elk jaar zegt ze: neem mij niet mee. Maar de mannen willen daar niets van weten: Jij bent one of the guys, werpen ze dan tegen, jij moet mee.

Is het diamantvak een mannenaan-gelegenheid?

“Aan de top wel, zoals overal in het zakenleven, al begint het gelukkig bij te draaien. Dat we diamanten associëren met dames betekent niet dat mannen zich er niet mee wensen te bemoeien. Last heb ik er niet van. Ik ga graag en makkelijk met ze om. Zelf wilde ik vroeger ook liever een jongen zijn. Ik klom altijd in bomen en hield van voetballen. Zeuren kan ik slecht verdragen. Dat heb ik van mijn moeder meegekregen.”

Even later omschrijft ze zichzelf als een ‘zeurpietje’, als we praten over haar vroege jeugd in Amsterdam. Ze kwam een maand voor de oorlog ter wereld, in een zijstraat van de Overtoom, als derde in een katholiek gezin met vier meisjes. Haar vader had een groothandel in slagroom en roomboter. Ze omschrijft hem als een hardwerkende, vrolijke family man die dol was op zijn vrouw, en omgekeerd.

Toen haar moeder in de Hongerwinter naar het ziekenhuis moest met ernstige hartproblemen werden Jansen en het jongste meisje naar grootouders in Laren gebracht, met paard en wagen want de auto was in beslag genomen door de bezetter. “We deden er uren over. Ik, een bangig, mager kind dat nooit wilde eten, kwam aan met twee bevroren tenen. Mijn zusje van twee had nergens last van, die had lekker zitten wiebelen naast mijn vader en vond het allemaal prachtig. In Laren was ik ook bang. Naast het huis van opa en oma, die onderduikers hadden op zolder, was een school in beslag genomen door Duitsers. Ze kwamen geregeld binnen voor een praatje. Ik denk dat ik de spanning voelde als dat gebeurde.” 

Minder bezoekers

Haar moeder bleef de rest van haar leven hartpatiënt. “Zij was zo flink. Nooit klagen, terwijl ze echt weinig kon. Ons had ze stevig onder de duim. Met natuurlijk overwicht; als we in de kerk zaten te dollen was één blik genoeg om weer netjes stil te zitten. Ze maakte ons ook flink. Ziek zijn was er niet bij. Als ik uit school kwam met buikpijn, gaf ze me geld voor de bakker: ‘Loop maar een stapje harder, dan vliegt het eruit.’ Het hielp wel. En zij is met dat zwakke hart evengoed 73 geworden. Op karakter, denk ik.”

Jansen stelt voor een rondleiding te geven. Ze denkt dat het dan duidelijker wordt hoe het hier gaat en wat haar werk inhoudt. Onderweg naar de diamantslijpers op de begane grond komen we een Aziatische rondleidster tegen die binnenkort vertrekt. “We are very sorry to hear that you’re leaving,” zegt Jansen in foutloos Engels met het accent van een Nederlandse politicus.

Er zijn op dit moment ongeveer 120 mensen in dienst bij Coster in de Paulus Potter, van directie tot parttimeverkopers en schoonmakers. De vestigingen in Londen en Parijs zijn jaren geleden gesloten, Antwerpen wacht hetzelfde lot.

De zaken gaan even ietsje minder, zegt Jansen. “Amsterdammers klagen over de overstroming van toeristen, maar wij hebben minder bezoekers. Lange tijd groeiden we met het toerisme mee, daar hebben we ons ook altijd op geconcentreerd, niet op de Nederlandse markt. En daar zit nu ook behoorlijk geld.”

O jee.

“Ja, de diamantverkoop aan Nederlanders stijgt, maar er is terughoudendheid om bij ons binnen te stappen. Ze gaan naar een juwelier, zoals ze gewend zijn. Wij zijn nu druk doende mee te bewegen met de ontwikkeling. Dat moet, want er mogen dan veel meer toeristen naar de stad komen, en gedurende het hele jaar, het type toerist is enorm veranderd. Het zijn jongelui die willen blowen en lekker uitgaan, dat is niet onze doelgroep. Zij komen ook niet met een gezelschap waar wij van oudsher toegang toe hebben via reisorganisaties.”

Toen ik net binnenkwam, was het anders verschrikkelijk druk beneden, allemaal groepen. Kopen die dan niets?

“Zeker wel, maar in het verleden konden we toch iets meer dan nu leunen op de klassieke reputatie van Amsterdam als diamantstad. Veel bezoekers dachten: laat ik een diamant kopen, ik ben er nu toch. Op vakantie geef je makkelijker geld uit. Dat is het leuke aan mijn werk, bezoekers zijn over het algemeen vrolijk omdat ze vrij zijn en zich hebben verheugd. Als je een mooie steen verkoopt, krijg je ook echt een band met ze. Nee, serieus. Ik werk allang niet meer in de directe verkoop, maar ik kreeg me vroeger toch een brieven, overlopend van dankbetuigingen en complimenten.”

Alsof u hun eerstgeborene succesvol had geopereerd.

“Je zou het bijna zeggen. Zo blij zijn mensen met een eersteklas diamant.”

Jansen tuurt de ontvangsthal in waar je nog steeds over de internationale hoofden kunt lopen en vier slijpers achter een glazen wand onverstoorbaar bezig zijn met hun precaire geduldwerk (als je een klein diamantje laat vallen, is de kans groot dat hij onvindbaar blijft – bedenk maar hoe moeilijk het kan zijn de dobbelsteen van het Monopolyspel op de grond te traceren als iemand die van tafel heeft gegooid). Ze knikt tevreden: “O ja, ik zie het, lekker druk.”

Beeld Marie Wanders

We wurmen ons door de massa naar een bord aan de muur. “Nu ga ik iets belangrijks uitleggen: wat bepaalt de prijs van een diamant? Om te beginnen het gewicht, het karaat dus. Een karaat is een vijfde gram onderverdeeld in honderd punten. Dan, de kleur. Daar heb je gradaties in, exceptionally white is het beste. Dan, clarity, de zuiverheid. Veel diamanten hebben een piepkleine inclusion, een onvolkomenheid, die op het oog niet te zien is, maar de diamant wel wat goedkoper maakt. Mijn advies is echter altijd: als je een diamant koopt, koop dan een goeie. Maar ja, dat geldt voor alles.”

Ze knipoogt. “Daarna krijgen we de cut: het slijpsel. De briljant is het meest bekend, dat ronde slijpsel weet je wel, maar als de ruwe diamant langwerpig is maken we er een ovale steen van, of een square cut: een vierkantje. Dat is een fractie goedkoper dan een briljant want daarmee verlies je iets meer in gewicht. Wij hebben bij Coster ook een uniek slijpsel, de Royal 201, met 201 facetten, dat glinstert zo ongelooflijk mooi. Toen ik nog verkoopster was zei ik altijd: het gaat om de vier c’s. Eigenlijk vijf. Carate, colour, clarity, cut and dan de vijfde: Coster.”

Taalvaardigheid

Ze knikt bemoedigend naar een troepje Japanners in roze en gele fleece­truien dat op de vingers van een slijper staat te kijken. “Wel gezellig zo hè, mooi druk. Hoe meer mensen meekrijgen van het proces, hoe meer behoefte ze voelen een diamant te kopen. We hebben ook een zetterij. Daar kunnen ze zien hoe hun steen in een ring wordt gezet, of in een hanger. Er wordt wel gezegd dat je als klant moet oppassen met zetten, omdat je steen dan wordt geruild voor een mindere. Dat is een diamantair onwaardig natuurlijk, zulke dingen gebeuren hier niet. Het bijzondere, en het mooie, aan dit vak is dat het aankomt op wederzijds vertrouwen.”

Een verkoopster troont de Japanners in het Japans mee naar een volgende attractie. Er worden bij Coster 27 talen gesproken, zegt Jansen. Voor verbale communicatie in de eigen taal geldt namelijk hetzelfde als voor de zichtbaarheid van het proces: het maakt bezoekers kooplustiger.

Jansen is zelf ook door haar taalvaardigheid in de diamanten beland. Na de Middelbare Handelsschool ging ze als au pair naar Duitsland, Engeland en Frankrijk, waar ze nog eens aan tafel zat met president Charles de Gaulle die haar ‘la petite Hollandaise’ noemde. Na haar terugkeer werkte ze een tijdje in de souvenirwinkel van de Keukenhof. Van een vriendin hoorde ze dat Coster iemand zocht die Spaans sprak: Zuid-Amerikaanse klanten kwamen toen in zwang.

Jansen sprak geen woord Spaans, maar dat gaf niet, volgens de vriendin. Kwestie van de rondleidingstekst uit je hoofd leren. Toen ze voor het eerst met een Spaanse groep in een showroom stond, vond ze het toch vervelend dat ze niet meer dan de vaste riedel kon oplepelen. Ze vroeg een van de klanten die net als zij Frans sprak voor haar te vertalen. Dat werkte als een trein, Jansen verkocht meteen vijf ringen: haar toon was gezet.

Waar zit het ’m in dat u een goede verkoopster bent?

“Ik maak makkelijk contact met vogels van diverse pluimage. En ik kan mensen goed inschatten. In zo’n groep pikte ik de vrouwen die echt geïnteresseerd waren er zo uit, tijdens de rondleiding al. En je weet hoe het gaat, als de ene vrouw een ring koopt, wordt de andere een beetje jaloers en die wil er dan ook eentje, en dan de volgende, enzovoort. Het ging eigenlijk altijd vrij makkelijk.”

Herkent u een goede verkoper?

“Zeker. Ik ben zelf alleen totaal geen winkeltype. Ik ga altijd naar dezelfde kledingzaak in de PC. Klassiek sportief is mijn stijl. Jurken zijn nu erg in, maar ik voel me het beste in broekpakken. Op mijn leeftijd hoef je niet meer mooi te zijn, lekker rustig. Verzorgd, dat wel uiteraard, daar hecht ik zeer aan.”

En altijd een diamantje om?

“Bijna altijd. Ik ben nooit zo’n diamonds-are-a-girl’s-best-friend-meisje geweest, maar ik zou jokken als ik zeg dat ik het niet mooi vind. Ik waardeer diamanten zeer en ik werk er graag mee. Verkopen zit me in het bloed. Ik had vast ook goed strijkijzers aan de man kunnen brengen, maar dit is toch leuker.”

Hoeveel heeft u nu aan uw vinger?

“Dit is anderhalf karaat. Voor mij hoeft ie niet groter, dit ben ik. Wat verkopen betreft, een goede uitstraling helpt ook mee. Dat heeft weinig te maken met schoonheid. Ik nam een keer een verkoopster aan, oerlelijk was ze, maar zo’n bruisende verteller, ik wist meteen: die moet ik hebben. Ach, wat is mooi. Een leuk karakter, dát zie je aan je kop.”

Annemieke Venneman trouwde in 1966 met Kees Jansen. Ze raakte snel in verwachting, maar dat liep verkeerd af. Al na zes maanden beviel ze, van een jongetje. “Ik had vreselijke rugpijn, maar ik had geen idee dat het weeën waren. Het voelde zo rottig dat ik me terugtrok in de slaapkamer, niets voor mij. In een jonge moeders-gidsje van Margriet bladerde ik naar pijn in je rug. ‘Trek makkelijke schoenen aan’, stond er. Briljant advies als je in bed ligt. Zonder dat ik wist wat er gebeurde, zette de bevalling in; het was niet te stoppen. Het jongetje heeft vijf minuten geleefd. Dat was geen prettige ervaring.”

Een diamantslijper aan het werk. Beeld Marie Wanders
Materiaal waarmee edelsmeden stenen in ringen en hangers zetten. Beeld Marie Wanders

Ze ging vrij snel terug naar Coster, zegt ze dan. “Werken was het beste, want ik was anders zo bezig met mijn verdriet.”

Later kreeg ze nog een dochter en twee zoons. Drie kleine kinderen vond ze reden om haar baan op te geven. Dat deden praktisch alle getrouwde vrouwen, maar het was eigenlijk niks voor haar. Na vier jaar zei haar man Kees, die zelf een drukke baan had in de confectie: Begin toch weer, alles is te regelen, we nemen een meisje.

Alles liep op rolletjes, tot Kees in de zomer van 1980 plotseling overleed aan een hartinfarct. Hij was 43, zij veertig, de kinderen elf, negen en zes. “Ik voelde me totaal verloren, mijn leven was ineens zo anders dan ik had gehoopt. Mijn baas belde vaak, om me te steunen en om te vragen of ik het zag zitten weer te beginnen. Ik dacht dat het niet zou kunnen, als alleenstaande moeder van drie kinderen die hun vader kwijt waren, maar mijn middelste zoon, een lief mannetje van negen, zei: ‘Mama, ga toch weer aan de slag, elke dag stofzuigen is niets voor jou.’”

Pikken

“Zo ben ik er weer ingegroeid, eerst bij public relations, later als commercieel directeur. De eerste jaren zat ik vaak huilend in de auto naar de zaak nadat ik de kinderen op school had afgezet, maar het hielp wel, het werk hielp me de draad weer op te pakken, vertrouwen te hebben dat ik het alleen kon.”

Ze kucht met haar hand voor de mond. Dan zegt ze: “We gaan even naar een showroom, iets moois bekijken.” In showroom 2, een spaarzaam ingerichte kamer in niet-afleidende neutrale kleuren, wijst ze naar een beige krukje aan een lage tafel: “Ga daar maar zitten.”

Ze duikt in een kluis met daarin nog een kluis. “Alles tegen het pikken. Helaas is dat nodig. Vroeger, toen de controles minder waren is er veel gepikt, ook door personeel.”

Er komt een doosje uit de kluis. “Even kijken, wat heb ik hier, een heleboel kleintjes, tien puntjes, een tiende van een karaat dus. Dit is mooie kwaliteit zie ik zo op het oog. Per stuk 469 euro. En hier heb ik vier briljantjes die wat groter zijn.”

Bezoekers fotograferen een replica van de Koh-i-Noor, het pronkstuk (109 karaat) van de Britse kroonjuwelen die in 1852 door Coster werd herslepen. Beeld Marie Wanders

Ze schudt ze uit een fluwelen zakje en schuift ze voorzichtig heen en weer met een pincet. “Hoe groter, hoe zeldzamer. Dit is achttien puntjes. Even kijken hoor, ik ga het opbouwen. Hier heb ik 59 punten, in de op een na beste kleur: achtduizend euro. En dit is er een van het dubbele, 1 karaat 12, maar de kwaliteit is minder. Nog steeds prachtig natuurlijk. Tienduizend euro.”

Door naar de ringen en de horloges. “Onze collectie is uitgebreid met veel sieraden. ‘Als u wilt, kunt u de ringen passen,’ zeg je dan tegen bezoeksters. Dat willen we want als ze een ring omhebben, willen ze hem niet meer afdoen.”

Wat is de duurste diamant die jullie in huis hebben?

“Op het moment? Kan er een van een miljoen zijn. We hebben er toevallig niet zo lang geleden nog een verkocht. Ja, onvoorstelbaar hè. Aan een Amerikaan. Loepzuiver, prachtig gekleurd en heel groot: tien karaat.”

Voor zijn vrouw?

“Tuurlijk.”

En dan moet zo’n vrouw daarmee rondlopen. Ik zou het doodeng vinden.

Ze glimlacht fijntjes. “Ach, daar wen je wel aan.”

Is het nog steeds zo dat mannen vooral diamanten kopen voor hun vrouw, of laten we zeggen, een vrouw?

“Ja, al zien we ook steeds vaker dat vrouwen voor zichzelf een mooie steen kopen. Dat is een goede ontwikkeling. Eigen inkomen, niet meer afwachten tot manlief in actie komt. Wat we ook veel meemaken, is dat de man graag wil kopen voor zijn vrouw maar dat zij niet wil dat hij zo veel geld uitgeeft. Daar moet je dan een beetje tussen zitten als verkoper, belangstellend vragen of ze kinderen hebben, en vertellen dat het zo fijn is om een diamant door te geven aan een dochter of een kleindochter. Daar zijn vrouwen erg gevoelig voor. En het is waar.”

Ze bekijkt me belangstellend. “Heb jij niets?”

Nee.

“Het wordt tijd. Je hebt er de leeftijd voor en het is een prachtig product. Een diamant verliest nooit haar waarde en ze slijt niet. Je moet er bijna met een trein overheen rijden wil je haar kapot krijgen. En het is natuurlijk zo dat het erg leuk staat als je goed gekleed bent, een diamant complementeert een gesoigneerd uiterlijk zoals niets anders dat kan.”

We gaan terug naar haar kantoor, via het museum waar een film bezig is die het winningsproces uitlegt.

Wat weten jullie van de arbeidsomstandigheden van de arbeiders die de ruwe diamanten uit de grond halen in onder meer Afrika?

“Er zijn gebieden waar we niet van kopen. Die worden ook internationaal bekend gemaakt. Maar ja, we weten niet alles, we zijn er niet zelf bij.”

Ze steekt haar hoofd om de deur van een dames-wc. “Ik neem steekproeven om te kijken of het goed schoon is,” zegt ze grinnikend. “Toch een visitekaartje, je toilet. Sommige schoonmakers vragen voor ze beginnen met hun dienst terloops aan de directiesecretaresse: ‘Is Annemieke working today?’ Ik heb tegen haar gezegd: altijd beweren dat ik er ben, want dan houden ze het beter bij. Erg hè?”

Als we weer aan de koffie zitten, laat ze foto’s zien van haar kleinkinderen en van haar eerste dag bij Coster, een verwachtingsvol jong koppie naast een slijpmachine. “Ik ga stoppen, hè, als ik tachtig ben. Het zal verandering brengen en soms best lastig zijn, maar ik kan beter afscheid nemen nu ik nog vitaal ben.”

“Jaren geleden zei ik al tegen de andere directieleden: Als ik geen toegevoegde waarde meer heb, moeten jullie het me zeggen. Niet dat ik het zover had laten komen. Mensen zijn geen diamanten, dat weet ik maar al te goed.” 

Annemieke Jansen heeft een 5 carat pearshape-steen tussen de pincet. Beeld Marie Wanders

Anderen over Annemieke Jansen

Donny Griffioen, hoofd inkoop Coster Diamonds

“Annemieke is een moederlijk type, een steunpilaar. Ze heeft oog voor detail en daar gaat ze ver in. Net als Ben Meier, die Coster in de jaren zestig overnam, controleert ze of er geen stof op de weegschalen ligt, of alle lampjes het doen en de wc’s wel schoon zijn. Ze gaat veel op de fiets naar portiers van grote hotels om zeker te zijn dat ons reclamemateriaal in de lobby ligt. Een dijk van een vrouw.”

Marjolein van Veenendaal, managementassistent, zit bij haar op de kamer

“We kletsen veel, vooral over het toerisme en over de gemeente. Om de haverklap komt er iemand binnen om iets met haar te bespreken. Ze is een bruisende vrouw met oprechte interesse in anderen. Ze vraagt altijd naar mijn leven en ze onthoudt het ook nog. Zakelijk is ze ook sterk, altijd zonder te pushen, daarvoor is ze te stijlvol.”

Kees Noomen, ceo

“Annemieke heeft een groot Costerhart. Ze voelt feilloos aan wie het juiste dna heeft om bij ons te overleven. Als ze stopt, zal Coster nooit meer hetzelfde zijn.”

Bij Coster Diamonds zien ze steeds vaker dat vrouwen voor zichzelf een mooie steen kopen. Beeld Marie Wanders
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden