PlusExclusief

Annabelle, 20 jaar later: ‘Dit is gewoon the decade of love, man’

Annabelle nu. Haar grote droom was altijd te gaan ondernemen. Die droom is uitgekomen. Beeld Raimond Wouda
Annabelle nu. Haar grote droom was altijd te gaan ondernemen. Die droom is uitgekomen.Beeld Raimond Wouda

Twintig jaar geleden stelde Hans van der Beek grote vragen aan 18-jarige Amsterdammers. De zin van het leven, liefde en seks, god en de dood, vaders en moeders. Tien jaar later vroeg hij hen weer. En nu weer. Aflevering 5: Annabelle Groenendijk werd gepest en vluchtte uit Nederland. Nu rent ze niet meer weg.

Annabelle Groenendijk had een moeilijke jeugd. Nu weet ze: tijd heelt, tijd helpt. En juist toen ze besloot alleenstaande moeder te worden, ontmoette ze haar grote liefde.

Het leven

18: “Ik ga emigreren, ik wil hier weg. Ik heb heel veel te verduren gehad. Ik dacht vroeger: misschien hoort het bij de leeftijd dat ik gepakt word. Maar het pesten hield maar niet op. Als ik terugkijk, heb ik heel weinig perioden van echt geluk gehad. Ik ga reizen en duidelijk uitzoeken wat ik mijn leven wil gaan doen. Ergens hoop ik dat ik heel erg gelukkig word.”

“De zin van het leven? Oh, djeezus. Ik denk... dat er eigenlijk geen zin is. Oké, we zijn er. Dan kun je wel heel erg gaan tobben over de vraag waarom, maar: maak er gewoon het beste van.”

28: “Wauw, wat was ik een puber. Boos en onzeker. Ik ben zó blij dat ik ouder ben. Het is een gegeven in het leven: tijd kan heel veel dingen helen. Als iets kut is, denk je: over vijf jaar is het minder kut. Tijd helpt.”

“Tot een paar maanden geleden wilde ik geen kinderen. Ik vond mijn jeugd moeilijk en wil niet dat mijn kinderen hetzelfde moeten doormaken. Maar iedere tiener heeft een andere ervaring. Ik sta ver weg van het doemverhaal van vroeger.”

“Ik heb in Portugal, Engeland en Zwitserland gewoond en ben veel op reis geweest. Ik was aan het weglopen, en dat was prima. Maar nu weet ik: home is where the heart is. Soms moet je weggaan om te realiseren wat je hebt.”

“Het klinkt misschien zweverig, maar de zin van het leven is: gewoon, liefde geven. Als iedereen iets liever is voor elkaar, inclusief ikzelf, dan zou het leven iets leuker zijn.”

38: “Ik heb het net teruggelezen: ik vind mezelf wel wijs op mijn 28ste. Ik had toen net een soort epiphany gehad, een goddelijke openbaring: ik voelde de opluchting op die leeftijd. Echt heel fijn, ik voel het nog steeds. Ik heb als kind een bepaalde onzekerheid ontwikkeld. Met heel veel therapie en groei en liefde van mensen ben ik eruit gekrabbeld. Maar dat kind, die stem, die onzekerheid kan nog af en toe de kop opsteken. Het is heel dominant dan, maar ik heb dat nu beter door. Ik heb die stem een naam gegeven. Arie. Ik gebruik het ook zo: Arie is even aan het praten hier. Dat maakt het duidelijk. Ik ben echt van mezelf gaan houden, ik ben nu een krachtige, zelfstandige, volwassen vrouw – die alleen af en toe op sleeptouw is met Arie.”

“Mijn grootste droom was te gaan ondernemen. Daar kwam samen met twee anderen Het Pontstation uit, een biologische snackbar bij de NDSM-werf. Dat was een van de twee leukste dingen die ik in mijn leven heb gedaan. Het andere is mijn Tiny Inn: een veertig jaar oude schaftwagen die ik zelf heb afgebroken en weer opgebouwd tot een bed and breakfast. Heel bijzonder en bijna zelfvoorzienend. Hij staat heel erg prachtig in Ransdorp. Het is mijn droom dat er ooit nog meer komen. Absoluut een dream come true, naast mijn werk als kwartiermaker en conceptontwikkelaar. Ik vind mezelf, zoals ze dat vroeger noemden, een firestarter.”

“Voor mij draait de zin van het leven allemaal om samenzijn, en liefde en respect voor elkaar hebben. Op micro­niveau zoveel mogelijk goed voor jezelf en je naasten kunnen doen, en daarin heel veel respect te hebben voor natuur en verbinding. Liefde staat voor mij centraal. Love conquers all. Beetje naïef, maar lekker naïef dan maar.”

De liefde

18: “Ik heb er weinig ervaring in. Ik ben een aantal keer echt smoorverliefd geweest – op het onmogelijke. De populairste jongen van de klas, van wie ik wist dat hij me toch niet zag. Ik verlang ernaar dat er iemand op de wereld is met wie je diep gelukkig bent. Ik geloof er heilig in dat die er is. Maar of je die ooit zult vinden, dat weet ik niet. Seks speelt daar een grote rol in, natuurlijk. Stel, ik ontmoet iemand van wie ik zeg: die is ideaal voor mij, maar hij kan niet zoenen. Dan houdt het op. Want zoenen zegt iets over liefde.”

28: “Rook jij? Eerst even roken dan?”

“Ik ben iemand die wil geven. Maar in de liefde is het ook fijn als je kunt nemen en dat vind ik soms best moeilijk. Maar dat verandert gelukkig. Vroeger dacht ik: verliefdheid is het ultieme. Maar die maakt blind, en liefde is voor de lange termijn. Laat ik het zo zeggen: doordat ik veel en altijd onderweg was, was toch geen enkele liefde voor de lange termijn, en dat was ook een geruststelling. Het klassieke huisje-boompje-beestje heeft me lang niet aangestaan. Maar nu ben ik veel meer gesetteld en zal de echte liefde veel meer in mijn leven passen. Ik ga niet meer wegrennen. Ik ben blij met mijn leven hier.”

“Seks, ja, seks is leuk. Maar uiteindelijk wordt seks alleen maar leuker als je verliefd bent. Als je samen op elkaar verliefd bent, dus. Vroeger dacht ik dat seks een binding zou geven met iemand, maar al dat kortetermijngedoe, dat levert je minder op dan je geeft.”

38: “Ja, dat is wel echt het allerleukste van de hele wereld, wat daar gebeurd is. Rond mijn 34ste kreeg ik naast mijn liefdeswens ook een grote kinderwens. Dus ik daten, daten, daten. Dat maakte me eigenlijk heel erg ongelukkig: dat appen en zo, oh my god. En als je meteen met een kinderwens aankomt, zet dat toch allemaal dingen onder druk. Toen heb ik heel lang nagedacht en met veel mensen gepraat, en heb ik bewust mijn kinderwens voorrang gegeven boven mijn liefdeswens. Dat was superbevrijdend.”

“Ik heb een jaar lang alle scenario’s onderzocht: co-ouderschap met een vriend of vriendin, anonieme of bekende donor. Ik kom van gescheiden ouders, dat is niet altijd even gemakkelijk geweest. Maar het was zo ontroerend hoe iedereen achter me stond. Iedereen zei: ja, dat moet jij doen, dat past bij je, en vooral: je kan dit. Echt en masse, hè. Iedereen. Dat gaf me vertrouwen. Uiteindelijk besloot ik om toch alleenstaande moeder te worden.”

“Maar ik was ook al een jaar niet aan het daten, en ik had wel zin om gewoon even voor de lol gezelligheid te hebben. En toen ontmoette ik Harm. We ontmoetten elkaar op een zondagochtend op de app. We hebben tot ’s nachts gepraat. De volgende dag zagen we elkaar en drie dagen later kwam ik pas thuis. Drie weken later gingen we op vakantie en drie maanden later gingen we een huis zoeken en drie maanden daarop vroeg ik hem ten huwelijk. Een jaar nadat we elkaar ontmoetten, trokken we ons koophuis in. Het is gewoon bizar hoe het leven anders kan gaan.”

“Harm en ik waren meteen zo senang samen, het is echt fantastisch. Alle fucking clichés zijn gewoon waar. Alleen een kind duurt langer dan we hadden gehoopt, maar ook dat gaat hopelijk gewoon gebeuren. Daarin heb ik geen controle, maar dat is accepteren en heel liefdevol zijn voor elkaar.”

“Seks is heerlijk, toch? We zijn heel erg gelukkig met elkaar. Voor mij is liefde zich echt kunnen ontwikkelen door je veilig te voelen bij iemand. Dat zet zich ook door in hoe je seks ervaart. Dat is mijn les in de afgelopen tien jaar.”

Familie

18: “Na de scheiding zag ik mijn vader vier keer per jaar, maar hij zal me altijd steunen, maakt niet uit in wat. Mijn moeder ook. Ze weet dat ik verstandig ben, en daarom vertrouwt ze me. Mijn moeder is gewoon wel een goede vriendin, vind ik. Het enige is: mijn moeder is bang dat ik dezelfde dingen meemaak als zij, denk ik. Ze is bang dat iemand mij pijn gaat doen, of dat ik tegenslag heb. Dat is lief, puur uit bezorgdheid, maar ik heb zoiets: als dat zo is, moet ik dat zelf leren. Als je, patsboem, van iedereen maar alles aanneemt, dan heb je geen eigen leven.”

28: “Jeetje, wat ben ik blij dat ik familie heb. Die zie ik echt als een geschenk. Natuurlijk zijn we het weleens niet met elkaar eens, maar ze zijn wel een vaste bron van liefde. Mijn moeder is echt een anker geweest, al die tijd. Ze heeft me gewaarschuwd, dingen afgeraden, en ik heb naar haar geluisterd – of niet. En mijn vader is een inspiratie om anders te leven dan per se de norm is. Hij leeft bijna zelfvoorzienend in Portugal, met eigen energie en voedsel. Laatst werd mijn broer dertig en dat hebben we met zijn allen gevierd in Portugal. Voor het eerst in tien jaar waren we allemaal samen. Kinderen, partners, twee kleinkinderen. Prachtig. Echt een scène uit een Italiaanse film. Ik voelde me toen heel rijk. Maar het was ook bizar. Want hoe vaak ben je dan samen? Eén keer in de tien jaar...”

Annabelle in 2011. Beeld Raimond Wouda
Annabelle in 2011.Beeld Raimond Wouda

38: “Ook daarin is niet veel veranderd: ze zijn nog steeds geweldig. Ik heb nog steeds een grote familie, sterker nog, ik heb echt uitbundig veel nichtjes en neefjes. Alle zestig familieleden zien elkaar elk jaar. Dat is een enorme verrijking van mijn leven. En mijn zusje woont weer in Nederland. Ze was heel lang in het buitenland, en dat vind ik ook heel fijn.

“Mijn vader heeft in Portugal een paradijs gebouwd, met allemaal watermolens op zijn land. Hij is in die zin echt een levenskunstenaar. Hun moestuin is insane, zo prachtig. En mijn moeder: nog steeds te gek. Met haar heb ik wel de veiligste band gecreëerd. Ik kan heel goed mezelf zijn bij haar, en ze kan me ook wel op dingen aanspreken. Ze is onlangs met pensioen gegaan, en dat gun ik haar enorm. Ik hou heel veel van haar, ik kan me echt niet voorstellen zonder haar door het leven te moeten. Ik weet gewoon niet zo goed wat ik moet zeggen, want mijn moeder is gewoon top. Toen ik had besloten alleenstaande moeder te worden, zei ze ook meteen: ‘Je kan weer thuis komen wonen, ik ben er voor je’.”

God

18: “Ik weet niet wat of wie überhaupt daarboven zit – of het een persoon is, of een kat, of weet ik veel wat. Ik heb niet het idee dat God er is om de mens te beschermen. Anders zouden al die vreselijke dingen niet gebeuren.”

“Volgens mij is het zo dat je geest na de dood blijft hangen op de plek die in je leven heel erg belangrijk voor je was. Ik geloof ook in spoken en geesten, qua gedaanten en zo. Voor de dood ben ik niet bang. Als ik dood ben, ben ik dood. Daar heb je het dan niet over, dat accepteer je.”

28: “Ik geloof heel erg in mensen. Ik snap waarom mensen religie hebben, maar voor mij is het niet weggelegd. Er gebeuren nare, verschrikkelijke dingen in de wereld, dagelijks, dan snap ik waarom mensen zich aan religie vasthouden. Ze hebben het idee dat God hen nooit in de steek laat. Ik snap ook waarom er alcoholisten zijn, en drugs. Dat is een pleister op een wonde. Misschien niet zo’n goede pleister, maar mensen zitten complex in elkaar en gevoelens kunnen overweldigend zijn, dus zoek je naar iets wat pijn verzacht.”

“Na de dood – ik denk er niet zoveel over na. En over die geesten: ik geloof het nog steeds wel, maar ik heb geen zin om die strijd aan te gaan, wel niet, wel niet, het zou dondersgoed kunnen, maar of het echt zo is – I don’t know.”

38: “Ik ben het nog steeds wel eens met wat ik vroeger zei. Ik geloof niet in een God, ik geloof wel heel erg in liefde, en dat probeer ik als leidraad te nemen in het leven. Ik vind religie moeilijk, maar God niet. Religie is heel erg met mitsen en maren. Doe dit, anders dan dat. Voor mij voelt het als onvrij, maar dat zeg ik als iemand die niet heel veel weet over religie. Ik zou nooit iemand willen beledigen of kwetsen daarin.”

“Ik zou het jammer vinden om nu dood te gaan, maar ik ben niet bang voor de dood. Laatst overleed iemand die ik niet heel goed kende, maar daar was ik heel erg van geschrokken. Iemand die mega in het leven stond. Ik hoop dan oprecht dat ik die persoon ooit nog zal zien. Dat vind ik een mooie fantasie. Nee, niet een fantasie, gewoon een mooie gedachte. Ik hoop echt dat ik mijn neef Taco zie en mijn grootvader en mijn tante Mirjam, waar ik heel erg aan gehecht was. Ja, ik hoop heel erg dat er een hiernamaals is. Die gedachte geeft rust. En als je dan aan ze denkt, beleef je ze al even.”

De ideale dag

18: “Gewoon, uitslapen. Zonder de wekker te zetten, want ik haat de wekker. Dan heel relaxed aankleden, douchen, ontbijten, en dan ben ik klaar om een uur of half één, één uur. Dan ga ik lekker met een vriendin sporten. Honkballen of voetballen, jammer genoeg doe ik dat echt nooit.”

Annabelle in 2001. Beeld Raimond Wouda
Annabelle in 2001.Beeld Raimond Wouda

“Daarna in het park een grote picknick maken, lekker, met een wijntje erbij, gewoon lol maken, kletsen, tikkertje of een waterballonnengevecht, dat is ook zo leuk. Ik kan heel erg kind zijn.”

“Tegen de tijd dat het een beetje fris wordt naar huis, nieuwe kleren en dan stappen. Dansen! En flirten niet te vergeten. Tegen vier, vijf uur bij een vriendin of bij mij thuis nog een uurtje drinken en eten en kletsen.”

28: “Rustig wakker worden, half tien of zo, tien uur, en dan eerst even sporten. Hardlopen, of naar dansles, vervolgens brunchen met mijn vrienden. Echt uitgebreid, een goed gepocheerd eitje, lekkere kazen, verse jus, goede koffie, scones ­– gewoon, royaal.”

“Daarna naar de markt, naar het volgende eetmoment. Dan ga ik uitgebreid koken voor vrienden. Koken is echt mijn meditatie. En als we nog puf hebben, gaan we daarna een dansje wagen. Mijn ideale dag staat meestal in het teken van relaxedheid en lekker eten.”

“Een man komt er niet in voor, nee. Tuurlijk, het liefste word ik samen wakker met mijn geliefde, eerst elkaar nog drie uur vertederd in de ogen kijken en dan opstaan, maar dat is nu gewoon niet zo, dus is dit mijn ideale dag. En over tien jaar maak ik eerst mijn twee kinderen wakker en daarna ga ik naar mijn moestuin, maar ook dat is nu gewoon niet aan de orde.”

38: “Uitslapen lukt niet meer, ik sta tegenwoordig op wanneer onze lieve pup Habib ons wakker blaft. Eerst gaan we samen wandelen in Landsmeer of ’t Twiske of naar het bos. Dan samen ontbijten, het allerleukste nog is als mijn zusje en mijn neefje en vrienden op bezoek komen. Het liefst kook ik de hele dag door, als het kan zoveel mogelijk uit de eigen tuin. Ik heb vier verschillenden soorten bonen op het moment, en heel veel salades, en knoflooksprieten, dat is echt superlekker. Ik bak nu bananenbrood, ook voor de restverwerking. Het liefst spendeer ik elke dag tijd in de tuin, en dat alles relaxed is. Dat is het.”

“Normaal deed ik zelf alles, maar dat heb ik ook fijn toegelaten: samen alles doen is juist zo leuk. Dus iedereen kookt een beetje, iedereen helpt elkaar. Ik ben niet meer de eeuwige pleaser waarvan ik dacht dat ik die moest zijn. Echt, dat maakt het leven zoveel relaxter.”

“In de zomer eindigt de dag op de bank van onze achtertuin, letterlijk turend naar alle vogels. Met een fikkie. En dan niks, eigenlijk. Of ik ben op pad, mijn vrienden zien.”

“Het is grappig, het verschil tussen 18 en 28 was gewoon de big bang. Voor mijn gevoel is er sindsdien niet megaveel veranderd, qua wie ik ben. Ik ben wel gegroeid, maar mijn grootste verandering is mijn leven met Harm. Eigenlijk is het gewoon the decade of love, man.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden