‘Weet je dat ik die wedstrijd nooit meer heb teruggezien?’

PlusInterview

Andre Onana: ‘Ik wil schreeuwers niet geven wat ze willen’

‘Weet je dat ik die wedstrijd nooit meer heb teruggezien?’Beeld © Jitske Schols

Ajaxkeeper Andre Onana (23) beleefde dit jaar zijn internationale doorbraak, en kreeg ­bijna elke uitwedstrijd te maken met racisme. ‘Als jij mij een aap vindt, prima.’

Op de drempel van 2020: hoe zou je het afgelopen jaar in één woord omschrijven?

“Geweldig. De wedstrijden die we wonnen op het hoogste niveau, het avontuur dat we samen beleefden. De laatste weken van het jaar waren een teleurstelling, maar als ik het grote plaatje bekijk: 2019 was fantastisch.”

Het lijntje tussen winnen en verliezen is soms flinterdun, vind je dat moeilijk?

“Verliezen is heel moeilijk, vooral als het zo’n belangrijke wedstrijd is als tegen Valencia. Of Tottenham Hotspur. Na Tottenham was ik verdrietig. We misten de finale van de Champions League op een paar seconden… Na de ­uitschakeling tegen Valencia was ik boos, want ik voelde me sterker dan vorig seizoen, meer ervaren. Ik zei tegen mezelf: ‘Andre, je bent niet meer die jonge keeper die voor het eerst in de Champions League speelt, je bent hier al geweest.’ Ik was kalm en vol vertrouwen.”

Wat deed je na die dramatische uitschakeling tegen ­Tottenham?

“Niks. Snel naar huis. In bed liggen en naar het plafond staren. Mijn telefoon stond vol berichtjes, van mensen die je willen steunen, maar ik heb niemand geantwoord.”

Interview gaat verder onder foto

‘Het is niet makkelijk voor een zwarte keeper om hogerop te komen.’Beeld © Jitske Schols

“Ik dommelde om een uur of vijf in slaap. Om negen uur was ik weer op de club. Iedereen heeft het over die wedstrijd, je kunt je er niet voor afsluiten. Weet je dat ik die wedstrijd nooit meer heb teruggezien? Ik vind het niet moeilijk om ernaar te kijken – ik sluit ook niet uit dat ik dat ooit nog doe – maar ik wil er niet meer mee bezig zijn. Niet aan worden herinnerd.”

Want er is altijd een volgende wedstrijd?

“Ja, en die kwam toen gelukkig snel. FC Utrecht, de ­wedstrijd waarin we de strijd om het kampioenschap beslisten. De titel gaf ons vreugde. Ik heb vooral genoten van de blijheid van de mensen op de tribunes, in de stad, op de club. Ook tijdens al onze Europese wedstrijden, hoe iedereen meeleeft. Zelf kun je soms maar moeilijk genieten.”

Dat kan misschien pas op je oude dag, genieten van je carrière?

“Nee, dat kan nu ook wel, buiten het seizoen om. Ik kom geregeld in Parijs, waar ik ook vrienden heb wonen. ­Tijdens één van die bezoekjes kwam ik Bertrand Traoré tegen, mijn ploeggenoot bij Ajax in mijn eerste seizoen. Dan haal je herinneringen op, vooral de mooie. Dan zeg je tegen elkaar: ‘Weet je nog, Schalke? Van 3-0 achter naar 3-2 (waardoor Ajax de halve finale van de Europa League bereikte). De euforie.’ En laatst met Matthijs de Ligt, bij de Ballon d’Or. Hij zei: ‘Andre, kijk waar we drie jaar geleden stonden en waar we nu staan. Ongelooflijk toch?’ Die momenten koester ik.”

Je was elf jaar toen je naar de voetbalschool ging van Samuel Eto’o. Was dat je eigen keuze?

“Je kiest niet zelf; het voetbal kiest jou. En veel kansen krijg je niet in Afrika. Van de duizenden kinderen die voetballen, nemen ze er één. En die ene was ik. Ik kende geen twijfel. Ik kon naar de beste academie in Kameroen, in Douala, op 300 kilometer van huis. Je moet je familie loslaten. Je broers en je ouders, je vrienden. Bij hen weggaan was de prijs die ik moest betalen. Het was moeilijk soms. Ik had heimwee. Om te komen waar ik nu ben, moest ik heel veel grenzen over.”

Denk je nog weleens aan dat jongetje van toen?

“Ik weet waar ik vandaan kom. Wie ik ben. Met mijn eigen Foundation probeer ik in Kameroen kinderen te helpen die minder of helemaal geen kansen krijgen. Ik zet me speciaal in voor blinde kinderen. Een vriend van mij nodigde mij uit om een benefietwedstrijdje te spelen in Yaoundé. Na die wedstrijd, in alle hectiek, werd ik bij mijn hand gepakt door een jongen. Hij praatte honderduit tegen me, maar pas toen ik me omdraaide, merkte ik dat hij blind was. Hij bleek vijftien jaar en was wees, maar kon niet meer in een weeshuis terecht. Ik dacht: hoe doe je dat? Helemaal op jezelf aangewezen zijn, én blind? Ik was onder de indruk van zijn verhaal en ik probeer iets voor hem en zijn lotgenoten te doen. Huisvesting, scholing, voeding, kleding, maar ik probeer ook hun ambitie aan te wakkeren. Iedereen kan zichzelf een doel stellen in het leven en iets bereiken.”

Uit wat voor gezin kom je?

“Een warm gezin. We waren niet rijk, maar mijn ouders hebben ons alles gegeven wat we nodig hadden. Ik heb een mooie jeugd gehad. Ik heb nog steeds dezelfde vrienden, jongens in Yaoundé met wie ik opgroeide. En die nu denken: staat Andre daar nou bij echt bij de Ballon d’Or? Toen ik terugkwam uit Parijs zei mijn beste vriend: ‘Hoe doe je dit? Hoe is dit mogelijk? Jij bent hier opgegroeid met ons en nu sta je daar tussen alle wereldsterren?’ Ik weet niet wat ik dan moet antwoorden. Hard werken, zeg ik dan maar. En dat is niet gelogen.”

Wat waren je verwachtingen bij de uitreiking van de Ballon d’Or?

“Ik hoorde mensen zeggen: je verdient die prijs. Maar ik vond het al een prijs om daar te zijn, op dat podium. De prijs voor beste keeper, de Lev Yashin Award, ging naar Alisson Becker van Liverpool. Hij is fantastisch. Net als Marc-André ter Stegen van Barcelona, of Ederson van Manchester City. Het is moeilijk om als speler van Ajax zo’n prijs te winnen. Ajax is een grote club, maar niet uit hetzelfde rijtje als Barcelona, Real Madrid, Liverpool. Er wordt anders naar je gekeken als je daar speelt. Ik vond het al een groot compliment om genomineerd te worden. Als Afrikaanse keeper, volgens mij als eerste zwarte keeper. Het was dus niet alleen belangrijk voor mij, maar ook een boodschap aan de volgende generatie.”

Dat je altijd je dromen moet najagen?

“Voor mij is dit meer dan een droom die ik heb verwezenlijkt. Onderweg merkte ik: het is niet makkelijk voor een zwarte keeper om hogerop te komen. In mijn eerste jaar bij Ajax haalden we de finale van de Europa League. Na die finale sprak mijn manager met een geïnteresseerde club, maar die club zag toch af van een transfer, want een zwarte keeper zou moeilijk liggen bij hun achterban. Het was dus niet omdat ze me niet goed genoeg vonden. Dat beschouw ik dan maar als een ­compliment.”

In 2019 kwam er aandacht voor racisme op en rond de Nederlandse voetbalvelden. Hoe heb je die discussies gevolgd?

“Racisme is er, bij bijna elke uitwedstrijd heb ik ermee te maken. Maar ik spreek er niet over. Ik ben trots om zwart te zijn. Als jij mij een aap vindt, prima. Ik zie geen verschil tussen wit en zwart en ik maak geen verschil. Als jij dat wel doet, is dat jouw probleem.”

Maar je stapt niet van het veld bij racisme, zoals Oranjeaanvoerder Georginio Wijnaldum eind november zei dat hij zou doen?

“Nee, want dat is wat ze willen. En ik wil die schreeuwers niet geven wat ze willen. Er zitten uiteraard grenzen aan, maar je moet ook begrijpen: er worden vaak dingen geroepen door supporters van het team dat verliest. Het is dan de enige manier om je nog te kunnen raken, pijn te doen.”

Er zijn dus clubs die jou niet durven te contracteren omdat je zwart bent?

“Ik ben al twaalf jaar in Europa. Ik leef en werk met mensen uit alle landen van de wereld, in alle denkbare kleuren. Voor elke wedstrijd klinkt het in de stadions: ‘No to racism.’ Maar racisme is er niet alleen in voetbal, het is overal. Racisme was er al ver voor ik geboren ben, en het is morgen niet ineens weg. Op een dag zal het ­stoppen. Het heeft alleen tijd nodig en je kunt het niet ­forceren.”

Je zegt eigenlijk dat racisten je niet kunnen raken?

“Wat ze roepen raakt me zeker. Maar wij moeten sterker zijn dan zij. Ik heb een sterke persoonlijkheid, ik weet wat ik wil, ik houd mijn doel voor ogen. En ik besteed geen aandacht aan dingen die ik niet kan controleren. Die mijd ik of stop ik weg. Het enige wat ik kan doen, is mezelf zijn.”

Andre Onana

Geboren 2 april 1996, Nkol Ngok, Kameroen

2007 Voetbalschool van Samuel Eto’o in Douala

2010 Wordt opgenomen in de jeugdopleiding van Barcelona

2015 Maakt overstap van Barcelona naar Jong Ajax

2016 Officieel debuut Ajax 1, thuis tegen Willem II (1-2)

2017 Finale Europa League tegen Manchester United (2-0 verlies)

2018 Debuut Champions League, 3-0 zege op AEK Athene

2019 Halve finale Champions League met Ajax, kampioen en bekerwinnaar

2019 Genomineerd voor Lev Yashin Award, prijs voor beste keeper van Europa

Andre Onana is getrouwd met Mélanie Kamayou. Ze hebben een zoontje, Andre junior, en wonen in Amsterdam.

Terugblik 2019

Hoogtepunt: “De 4-1 winst op Real Madrid. Ongelooflijk. Ondenkbaar. Thuis hadden we met 2-1 verloren, iedereen achtte ons kansloos. En dan de grootsheid van dat stadion: Santiago Bernabéu, kolkend, met 80.000 mensen op die hoge, steile tribunes. Het was een magische avond.”

Dieptepunt: “De 3-2 nederlaag in de halve finale tegen ­Tottenham Hotspur. Vooral de manier waarop we verloren deed pijn.”

Persoon van het jaar: “Mijn zoon, Andre junior. Hij is bijna twee jaar en lijkt op mij. Hij is alleen stil als hij slaapt. Hij zit overal aan, ik moet hem steeds corrigeren. Maar dat ­verbaast je zeker niet? Ik heb ook veel energie.”

Wat zal je het meeste bijblijven? “De 2-1 zege op Juventus. Winnen van Real Madrid was dus geen geluk of toeval geweest, en die bevestiging kregen we tegen Juventus.”

Wat hoop je in 2020 niet meer terug te zien? “Nederlagen. In het begin van 2019 en helemaal op het eind hebben we te vaak verloren. Veel doelpunten tegen ook. Ik ben niet meer furieus na elke goal die we tegen krijgen. Door alle ervaring die we hebben opgedaan, ben ik nu een van de belangrijke spelers van het team. Ik moet de minder ervaren jongens en de nieuwe spelers helpen. Die balans moet ik vinden: tussen kalm en collegiaal blijven en hard en scherp ­reageren.”

Dit is de zesde aflevering van de interviewserie ‘Het jaar van’, waarin ­markante Amsterdammers terug-blikken op hun 2019. Lees hier de eerdere afleveringen terug:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden