Expositie

Amsterdamse Naaktkalender

Beeld Lara Verheijden

Ongepolijste portretten

Fotograaf/kunstenaar Lara Verheijden en stylist Mark Stadman maakten drie jaar geleden in eendrachtige samenwerking de eerste Amsterdamse Naaktkalender. Die bevatte geen beachbabes met siliconenborsten of stoere hunks met een sixpack, maar zeer uiteenlopende modellen (m/v), die op ongepolijste wijze zijn geportretteerd op typisch Amsterdamse plekken als de pont, in het Vondelpark en op de grachten.

De Naaktkalender werd wegens succes geprolongeerd. Sterker: dit jaar verschijnt er niet alleen een Amsterdamse editie, maar maakte Verheijden ook een Berlijnse variant. De modellen vond ze op Instagram en via via.

Voor september koos ze een ‘kunstenaarskoppeltje’: Jaki (rechts op de foto) komt uit Berlijn, Javier de la Blanca is haar – ze is in transitie – vriend. Hij is een performancekunstenaar, die vanuit Madrid naar Berlijn is verhuisd om zijn geluk te beproeven. Hun bibberende hondje heet Camillo. De foto is zeven uur ’s ochtends gemaakt bij het Volkspark Hasenheide in de Berlijnse buurt Neukölln. Verheijden was nog nooit zo snel klaar; er is maar één iemand boos geworden.

De Amsterdamse Naaktkalender ’21 en Der Berliner Nackt­kalender ’21 zijn voor 45 euro te koop bij Athenaeum Nieuwscentrum (Spui 14-16) en via thenudecalendarproject.com.

Beeld Jonathan Herman

Distant Cities

Het had niet veel gescheeld of we hadden twee Hermannen gehad in de Nederlandse jazz. Jonathan Herman, tweelingbroer van saxofonist Benjamin, studeerde jazz­gitaar aan het conservatorium, maar koos toch voor een carrière als filmer. Hij regisseert televisiedrama en speelfilms, maar vooral commercials.

Die commercials brachten hem de afgelopen vijftien jaar over de hele wereld. Een paar jaar geleden constateerde hij dat al de steden waar hij kwam in elkaar begonnen over te lopen. Foto’s die hij in buitenlandse steden maakte, verzamelde hij in het boek Distant Cities, dat hij omschrijft als een soort plattegrond van de fictieve ­metropool in zijn hoofd.

Een herinnering aan een tijd dat reizen heel vanzelfsprekend was, is het boek ook. Als die pandemie eindelijk voorbij is, is het nog maar de vraag of reclamebureaus weer zo vanzelfsprekend een commercial­regisseur van de andere kant van de wereld laten over­vliegen. Deze foto maakte Jonathan Herman in Toronto.

Distant Cities is te bestellen via jonathanherman.nl

Beeld Sandra Hazenberg
Beeld Sandra Hazenberg

Sporen van 50 jaar Lada

In 1966 sloot de Russische regering een contract met het Italiaanse Fiat voor het bouwen van een autofabriek in Togliatti aan de Wolga. Vanaf 1971 werd daar onder meer de Lada geproduceerd, gemodelleerd naar de Fiat 124.

Zoals er veel is gegrapt over de DAF (Wat is de snelste auto ter wereld? Een DAF, want die rijdt altijd vooraan in de file), werd dat ook al snel gedaan over de hoekige volkswagen van Rusland. De waarde van een Lada verdubbelen? Volgooien met benzine!

Hoewel ‘het merk zonder bla bla bla’, zoals de reclameslogan ooit luidde, sinds 2017 onder de vleugels van Renault valt, bestaat Lada nog altijd in Rusland en enkele andere landen. Dit najaar rolde de dertig miljoenste Lada van de lopende band, maar de (internationale) verkoop loopt terug, voor een belangrijk deel omdat het Russische automerk niet kan voldoen aan steeds strengere Europese milieumaatregelen. Ook Nederland kent geen officiële importeur meer. Toch waren er op 28 september nog 884 Lada’s op Nederlands kenteken geregistreerd; de oudste dateert uit 1971, de jongste op de Nederlandse wegen is een Vesta uit 2018. Opvallend: de meeste zijn rood.

Fotograaf Sandra Hazenberg documenteerde de overblijfselen van het iconische automerk in Nederland en in Togliatti, met foto’s en verhalen van mensen die betrokken zijn (geweest) bij Lada: de laatste rijders, de importeurs, garages en dealers, werknemers die de Lada’s maken en leden van de Lada fanclub.

Te zien tot 31 december in WTC Amsterdam, in de corridor ­onder het Zuidplein, van maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 19.00 uur. Gratis toegankelijk, coronaproof.

Open your Eyes

Beeld Ernst Coppejans

Naar het museum kunnen we voorlopig niet, maar we kunnen wel naar buitententoonstellingen. Op het Museumplein is Open Your Eyes to Human Trafficking te zien, met dertig portretten die fotograaf Ernst Coppejans maakte van slachtoffers van mensenhandel.

De man hierboven is Mario. Dit is zijn verhaal: “Als jonge homoseksueel ben ik door een vriendin meegenomen naar Nederland. Ik dacht dat ik hier als danser in discotheken zou kunnen gaan werken en misschien wel een lieve vriend kon vinden. Maar ik werd naar mannen gebracht die hele andere plannen met mij hadden. Zij dwongen me tot prostitutie. Veel mannen kwamen langs, maar niemand die zich afvroeg of ik dit wel wilde. En weglopen, dat doe je niet. Tot ik op een avond in een discotheek was en daar een heel lieve man leerde kennen. Hij vroeg mijn baas of hij me een avond mee mocht nemen. Hij vond mij leuk en zei me dat hij me wilde helpen. Ik kon bij hem blijven. Het was daar een tijdje veel beter, maar ook hij wilde op een gegeven moment dat ik andere mannen voor geld ging ontvangen. Gelukkig heeft de politie me uiteindelijk hieruit kunnen halen en ben ik nu veilig. Het enige wat ik wil is een lieve vriend en een normaal leven.”

Museumplein, t/m 16/11

Beeld Nicole Segers

Fotoboek

Met Black Lamb and Grey Falcon, het meesterwerk van de Britse schrijver en journalist Rebecca West (1892-1983) onder handbereik, reisden historicus en schrijver Irene van der Linde en documentair fotograaf Nicole Segers jarenlang door voormalig Joegoslavië en Albanië, op zoek naar de betekenis van de nieuwe grenzen op de Balkan.

Ze trokken over verlate wegen en dorre hoogvlaktes, door desolate dorpen en donkere rotskloven en bezochten steden als Dubrovnik, Sarajevo, Skopje, Ohrid en Tirana. Onderweg ontmoetten ze doodgewone mensen met een buitengewone geschiedenis; ‘mensen die dromen, vechten, angstig zijn, worstelen met hun lot. Als in een veelstemmig koor vertellen zij over hun levens’.

Hun wederwaardigheden zijn nu samengebracht in het door Smel *Design vormgegeven Bloed en Honing – Ontmoetingen op de Grenzen van de Balkan. Taal en beeld zijn daarin met elkaar verweven tot een onlosmakelijk geheel – op dezelfde manier als die waarop de geschiedenis verweven is met de omgeving.

Irene van der Linde en Nicole Segers: Bloed en Honing – Ontmoetingen op de Grenzen van de Balkan, Lecturis, €44,90

Beeld Bart Eysink Smeets

Beest

Hoe zit het ook alweer, gaan baasjes op hun hond lijken of honden juist op hun baasje? Die twee hierboven zijn Diederik Lohman en Bro. De laatste heette in het asiel nog Beau. Zijn nieuwe baasje vond dat geen naam die recht deed aan het mannelijke karakter van de hond (ook al is die gecastreerd). Bro is voor de ene helft een kooiker en voor de andere helft vermoedelijk een vlinderhondje. Hij is zeer agressief tegen andere honden, in mensen is hij niet erg geïnteresseerd.

Lohman en Bro wonen in de Bellamybuurt. Vier keer per jaar maakt Bellamy Kabinet daar een tentoonstelling in elf leegstaande ramen. Voor Beest speelde fotograaf Bart Eysink Smeets, een van de drie deelnemende kunstenaars, met dat idee van baasjes die op hun hond lijken (dan wel andersom). “Ik was afhankelijk van de mensen die zich vrijwillig aanmeldden, dus ik kon niet kiezen voor setjes die al heel erg op elkaar leken. Ik vond het wel leuk om de mensen, los van hun eigen uiterlijk, toch op hun hond te laten lijken. Dit project was dus vooral heel veel shoppen voor precies de goeie outfits.”

Beest is t/m eind 2020 te zien, bellamykabinet.nl

Beeld Ka-Ho Pang
Beeld Ka-Ho Pang

Invisible van Ka-Ho Pang

De in Frankrijk geboren fotograaf van Hongkongse afkomst Ka-Ho Pang verhuisde begin 2019 naar Amsterdam. Daar heeft hij nu zijn eerste solotentoonstelling. Hij begon zijn lopende straatfotografieproject in oktober 2018 in Hongkong, waar hij destijds woonde. Omdat zijn baan als commercieel fotograaf hem niet bepaald inspireerde, verliet hij zijn studio en stortte hij zich met zijn camera in het bruisende straatleven van de stad.

Ka-Ho richtte zijn lens aanvankelijk vanaf een veilige afstand op de vele mensen om hem heen. Het gebrek aan sociale interactie resulteerde echter in nietszeggende foto’s. Ka-Ho merkte dat hij dichter bij zijn subjecten moest komen om emoties vast te leggen en een verhaal te vertellen. Zijn camera op ooghoogte brengen is inmiddels zijn manier van respectvol groeten geworden. “Uiteindelijk gaat wat ik doe om communicatie. Ik geef mensen het gevoel dat ze worden ‘gezien’, en velen waarderen dat.”

Tegelijkertijd – en een essentieel onderdeel van de tentoonstelling Invisible in Gallery WM – begon Ka-Ho met het maken van foto’s van de marktkramen in Hongkong. Zoals zo veel van zijn leeftijdsgenoten neusde hij toen hij opgroeide door de talloze consumptieartikelen die werden verkocht, van zowel originele merken als ‘originele’ nepmerken: Rolessen, Timmy Hilgers, Adadassen, Rayboks enzovoort, ad infinitum.

Invisible van Ka-Ho Pang: 16/10 t/m 14/11 in Gallery WM, Elandsgracht 35-BG

Music Portraits van Hester Doove

Kennen we haar nog, Lady Miss Kier, de zangeres van Deee-Lite? In 1990 had het Amerikaanse dancetrio met Oekraïense en Koreaans-Japanse roots een wereldhit met het nummer Groove Is in the Heart. Het jaar daarop fotografeerde Hester Doove de zangeres in Amsterdam, zoals gebruikelijk met een Hasselbladcamera, maar tegen haar gewoonte in met kunstlicht.

In de jaren negentig fotografeerde Doove (Maastricht, 1966) popmuzikanten voor het tijdschrift Oor. Ze was bij het popblad de eerste vrouw die dat deed. In het boek Music Portraits, dat met een crowdfundingsactie tot stand is gekomen, verzamelde zij haar mooiste foto’s uit die tijd. Het is er niet aan af te zien dat de meeste ervan in heel beperkte tijd werden gemaakt in hotel- en kleed­kamers.

“Ik heb meegemaakt dat er iemand van de platenmaatschappij met een stopwatch in de hand bij stond. Het was echt topsport.”

Het boek bevat foto’s van onder anderen Barry White, Sonic Youth, David Byrne, Elvis Costello en Radiohead.

Hester Doove: Music Portraits, uitgeverij Lecturis, €35

Beeld Patrick Cooper

Tuya Street

Toen hij in 2011 met zijn gezin door Azië reisde, belandde de Nederlandse fotograaf Patrick Cooper in de Chinese miljoenenstad Chongqing. Een kennis raadde hem aan Tuya Street te bezoeken, een 1,25 kilometer lange straat waar werkelijk elk pand met graffiti is versierd (tuya betekent graffiti in het Chinees). Het waren vooral kunstacademiestudenten die de winkels, ziekenhuizen, scholen en woningen in opdracht van de gemeente beschilderden. Vaak gingen ze daarbij uit van een ontwerp, maar het gebeurde ook dat kunstwerken ter plekke ontstonden.

Cooper begon direct te fotograferen. Later ontstond het idee voor een fotoboek, waarvoor hij nog vijfmaal naar Chongqing reisde. In die tijd werd de stad een steeds grotere trekpleister voor Chinese toeristen. Toeristen die vaak zelf graffiti achterlaten. En daarbij de in de graffitiscene geldende regel negeren dat een werk alleen mag worden overgespoten als dat een verbetering oplevert.

Nog verontrustender vindt Cooper het dat een aantal gebouwen is afgebroken. In Chinese steden wordt oudbouw in rap tempo vervangen voor uniforme nieuwbouw. De toekomst van Tuya Street, waarvan de meeste gebouwen uit de jaren vijftig stammen, is daardoor ongewis.

Tuya Street van Patrick Cooper is te bestellen via ­patrickcooper.nl, €35,00 (exclusief verzendkosten).

Beeld Remsen Wolff Collection, Courtesy of Jochem Brouwer 2020

Amsterdamse meiden

Heerlijke tijd, de jaren negentig, zeker in het Amsterdamse nachtleven. In clubs als vooral de RoXY en de iT kon en mocht alles, zolang je anderen maar met respect behandelde. Iemands seksuele geaardheid was totaal geen issue en tussen de traditionele categorieën man en vrouw bleek nog een zee van andere mogelijkheden te bestaan. Trans personen (een term die toen overigens nog geenszins gangbaar was) als Zubrowka, Hellun Zelluf, Jet Brandsteder en Vera Springveer groeiden er uit tot sterren.

Voor zijn project Special Girls – a celebration verbleef de Amerikaanse fotograaf Remsen Wolff (1940-1998) in de vroege jaren negentig een maand per jaar in Amsterdam, waar hij lokale trans personen fotografeerde; sterren uit het nachtleven, maar net zo lief ook onbekende mensen, die soms worstelden met hun (seksuele) identiteit.

Op de tentoonstelling Amsterdamse meiden in Foam zijn behalve vijftig vintage portretten, van heel uitbundig en glamourous tot heel ingetogen en intiem, ook contact­vellen te zien.

Foam, Keizersgracht 609, t/m 6/12

Beeld Thomas Manneke

In 1991 kwam de Zeeuwse fotograaf Thomas Manneke (1970) naar Amsterdam om stage te lopen bij Erwin Olaf. Na zijn afstuderen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag vestigde hij zich definitief in Amsterdam; hij ging er naar de Rietveld Academie en resideerde aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

In de jaren die volgden, maakte Manneke vier fraaie fotoboeken met een stad als onderwerp: Vilnius (2004), Odessa (2007), Liège (2011) en Amsterdam (2016).

Met zijn nieuwste fotoboek, dat treffend Mutatio (‘Verandering’) heet, gooit Manneke het over een andere boeg. Het boek bevat 47 zwart-witfoto’s die hij de afgelopen drie jaar maakte tijdens zijn dagelijkse wandelingen, de meeste door Amsterdam. Zijn dochter figureert op meerdere. Bovenstaande raadselachtige is gemaakt bij de Nieuwmarkt; de metro is gerenoveerd en ze ligt op het glas. Manneke maakte de foto van onderaf in de metro.

“Het gaat voor mijn gevoel over veranderingen,” aldus Manneke. “De manier waarop alles altijd aan verandering onderhevig is. Soms heel traag, zoals een taal die langzaam verandert en soms heel snel, als een boom die door de bliksem wordt getroffen. De manier waarop je als persoon verandert en de werkelijkheid anders gaat zien.

Het gevoel wat je kunt hebben als je na jaren een plek uit je jeugd opzoekt en erachter komt dat de plek hetzelfde is, maar dat je hem vanuit een ander perspectief ziet.”

Mutatio van Thomas Manneke is uitgegeven in samenwerking met Van Zoetendaal Publishers in een oplage van 500 exem­plaren. Japans gebonden, 22x28cm, €35. Meer informatie en ­bestellen via thomasmanneke.com.

Beeld Elsa Leydier

Transatlántica

Inmiddels is fotograaf Elsa Leydier (1988) weer thuis in Frankrijk – tot haar leedwezen, maar vanwege het coronabeleid van president Jair Bolsonaro vond ze het niet verantwoord om in Brazilië te blijven wonen en werken. Haar fascinatie met het Zuid-Amerikaanse continent leidde al tot meerdere fotoseries, die nu te zien zijn in de nieuwe vestiging van Galerie Caroline O’Breen (vlak bij de oude locatie in de Hazenstraat, waar binnenkort Bildhalle neerstrijkt, de gerenommeerde galerie uit Zürich).

Ze was in de Amazone voor het project Braços Verdes e Olhos Cheios de Asas, waarmee ze wil laten zien hoezeer het beeld van het gebied wordt bepaald door populaire cultuur. Leydier wil de toeschouwer niet onderdompelen in weelderige groen, maar wijst op de misleidende geromantiseerde aard van veel afbeeldingen. Tegelijkertijd is haar beeldtaal juist ontleend aan die van luxe esthetiek.

De serie Plátanos con Platino, waaruit bovenstaande foto afkomstig is, gaat ook over het verdraaien van afbeeldingen. Hij is gemaakt in Chocó in het noordwesten van Colombia. Chocó staat te boek als de armste en meest gewelddadige regio van het land, maar het is óók een van ’s werelds rijkste regio’s op het gebied van bio­diversiteit.

Transatlántica van Elsa Leydier: t/m 3/10 in Galerie Caroline O’Breen, Hazenstraat 54

Beeld Tanya Habjouqa / NOOR

I exist

Het eerste wat de aandacht trekt, is natuurlijk die ananas. Het ziet er tamelijk absurd uit, die jonge vrouw met hidjab die lekker onderuitgezakt op de bank de tropische vrucht omhoog houdt. En dat is ook de bedoeling. Nisreen Miloud, de 21-jarige vrouw op de foto van Tanya Habjouqa, vindt het absurd hoe geobsedeerd mensen in Frankrijk, waar ze woont in een gehucht bij Grenoble, zijn met de manier waarop zij zich wenst te kleden. Sinds haar vijftiende draagt ze een hidjab en als ze gaat zwemmen, trekt ze een boerkini aan.

De foto is onderdeel van I exist: European stories of islamophobia, de eerste fysieke tentoonstelling in de Melkweg Expo sinds het begin van de coronacrisis.

Te zien is werk van bij fotobureau Noor aangesloten fotografen, die het verhaal vertellen van in Europa wonende moslims die te maken hebben met stigmatisering en discriminatie.

Op de andere foto (van Bénédicte Kurzen) staan Abdelakader en Patricia Aziz, wier woning in Marseille werd bestormd door islamhaters. Patricia, die uit Italië komt, wilde non worden, maar ze wilde ook kinderen. In de islam vond ze de mogelijkheid een spiritueel leven te combineren met het moederschap. Perfect, vindt ze.

Melkweg Expo, Marnixstraat 409, t/m 10/10

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden