PlusInterview

Amsterdams GGD-hoofd infectieziekten zwaait af: ‘Het moet veel slagvaardiger’

Na ruim zes jaar bij de GGD Amsterdam wordt Yvonne van Duijnhoven in september directeur van GGD Rotterdam-Rijnmond. Beeld Eva Plevier
Na ruim zes jaar bij de GGD Amsterdam wordt Yvonne van Duijnhoven in september directeur van GGD Rotterdam-Rijnmond.Beeld Eva Plevier

Yvonne van Duijnhoven (52), hoofd infectieziektebestrijding bij de GGD Amster­dam, vertrekt: ze wordt directeur van de GGD Rotterdam-Rijnmond. ‘Mijn wereld was de wereld van iedereen geworden.’

“Heel veel succes met alles.” Daarmee sloot Yvonne van Duijnhoven op 9 juli haar laatste, wekelijkse pandemie-update af aan Femke Halsema en de vijf andere burgemeesters van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Behalve een steunbetuiging ging in dat ‘succes’ ook een zekere mate van ironie schuil, zo beseft Van Duijn­hoven. Want daags voor de afsluitende mail stelde de GGD het hoogste aantal besmettingen in Amsterdam vast sinds het begin van de pandemie: bijna duizend.

Op het moment van schrijven wist Van Duijnhoven – net als Halsema – ook dat het einde van de piek nog niet in zicht was. Een paar dagen later tikte de teller 1322 aan, het voorlopige ‘hoogtepunt’. Inmiddels is de virusgroei wat afgenomen.

“Bij mijn afscheid werden enkele – zeker niet kwaad ­bedoelde – opmerkingen gemaakt over het ongelukkige moment van vertrek,” zegt Van Duijnhoven. De virus­oplevingen in Amsterdam zijn een complex samenspel van mutaties, menselijk gedrag in een dichtbevolkt gebied en het landelijke coronabeleid. Als uitvoerende organisatie heeft de GGD daarin een heel belangrijke rol, al bepaalt ze niet zelf haar beleid.

Van Duijnhoven is bovendien niet het type dat wegloopt voor moeilijkheden. Ze stelde haar overgang naar Rotterdam zes weken uit om ‘Amsterdam’ zo goed mogelijk achter te laten. Daar is alle reden toe, want de grootste GGD van Nederland onderging tijdens de pandemie een gedaanteverwisseling. Voor corona telde Van Duijnhovens afdeling zo’n 320 medewerkers. Tijdens de hoogste piek was dat opgeschaald naar circa 3000.

Foutmarge

Ondanks die enorme groei zijn er soms nog medewerkers te weinig. Zo is er met de abrupte stijging van de coronacijfers nu weer gebrek aan bron- en contactonderzoekers. Daarom moet een deel van de Amsterdammers na een besmetting zelf hun ­contacten bellen om hen te wijzen op een coronatest, een isolatie- of quarantaineplicht. Als de GGD dat doet, is de naleving waarschijnlijk groter en lukt het beter om het ­virus in te dammen.

Het afgeschaalde bron- en contactonderzoek is slechts een van de vele kritische noten bij het functioneren van de GGD. Critici wezen ook op de gebrekkige testcapaciteit en de trage start van de vaccinatiecampagne.

De meeste kritiek laat Van Duijnhoven van zich afglijden. “Aan het gebrek aan coronatests of vaccins kan de GGD niets doen. Maar het is ook een enkele keer voorgekomen dat we vaccinaties omwisselden, of buisjes met afgenomen keel- en neusslijm bij het verkeerde laboratorium aankwamen. Dat trek ik me wel aan. Het is crisis en dan gaat er altijd iets mis, maar de foutmarge moet klein zijn en we moeten ervan leren. Dat is gelukt.”

Zelfstandig beslissen

Als groot wapenfeit van de Amsterdamse GGD noemt ze de samenwerking met Amsterdam UMC bij het volgen van mensen die in eerste golf besmet raakten. Dat onderzoek leverde de kennis op dat mensen na een doorgemaakte ­infectie langduriger beschermd zijn dan vooraf was ­verwacht. Daarop werd het landelijke beleid aangepast: mensen die corona hadden doorgemaakt, hoefden nog maar één prik.

Ook op de snelle opbouw van de test- en vaccinatiestraten is Van Duijnhoven trots. Aanvankelijk zouden de GGD’s pas in het voorjaar gaan meeprikken. In december vorig jaar bleek echter dat de huis- en arbo-artsen problemen hadden met de logistiek en de gekoelde mRNA-­vaccins. “Toen keek iedereen ineens naar ons,” zegt Van Duijnhoven. “Half december kregen we de opdracht, en op 11 januari is in Amsterdam de eerste prik gezet. Wij waren de helden in dat verhaal.”

Als de GGD’s die opdracht eerder hadden gekregen, had Nederland – net als Engeland – al in december kunnen ­beginnen met vaccineren, zegt Van Duijnhoven. “Maar het zou weinig of niets hebben uitgemaakt voor de snelheid van de vaccinatiecampagne, want wij hadden minder vaccins dan Engeland. Gebrek aan vaccins was de remmende factor, niet de priksnelheid.”

Hoewel het virus veel leed heeft veroorzaakt, was het afgelopen anderhalf jaar inhoudelijk de interessantste tijd uit haar loopbaan. Ook kwamen Van Duijnhoven en haar collega’s ineens vol in het spotlicht. “Mijn wereld was de wereld van iedereen geworden,” zegt ze. “Dat was wennen, maar het ging me goed af. Ik wist dat ik crisisbestendig was. Ik ben uitgedaagd, maar het is bevestigd.”

“Mijn werk voelde ook heel relevant. Bij elke gezette prik in Amsterdam bekroop me het gevoel: weer een potentieel slachtoffer minder, weer een stapje dichter bij het einde van de pandemie.”

Kennis van nu

Ze kwam ooit terecht in de infectieziektebestrijding ­vanwege de combinatie van het recherchewerk naar de oorsprong van besmettingen, het opzetten van slimme onderzoeken en de grote invloed op de volksgezondheid. Hoewel het al sinds 1991 haar werkterrein is, verraste de pandemie ook haar volledig.

Toen er op 12 maart vorig jaar zestien besmettingen in Amsterdam bekend waren, zei ze in Het Parool ver­trouwen te hebben in de Nederlandse aanpak om het virus klein te houden. Ze roemde de bestuurlijke crisis­structuur.

Met de kennis van nu ziet ze dat anders. Niet alleen bleek het virus zich onder de radar te verspreiden en daarom niet of nauwelijks in te dammen, ook viel de Nederlandse crisisstructuur door de mand. Er zaten zoveel partijen aan tafel – de minister van Volksgezondheid, de GGD’s, het RIVM, burgemeesters, ziekenhuizen, huisartsen, arbo­artsen – dat de besluitvorming te langzaam verliep. ­Tekenend is dat demissionair minister Hugo de Jonge eindverantwoordelijk is voor de uitvoering, zonder dat hij de GGD’s direct kan aansturen, als een generaal zonder ­leger. Die bevoegdheid ligt bij de burgemeesters.

“Ineens ging het ministerie van Volksgezondheid zich inhoudelijk bemoeien met het bron- en contactonderzoek,” zegt Van Duijnhoven. “Dat was even slikken, want de GGD is gewend om zelfstandig te beslissen, al snapte ik het wel. We dachten: als jij het beter weet, be my guest. Uiteindelijk voer De Jonge toch op onze professionele kennis, maar het maakte wel duidelijk dat de crisisstructuur in de toekomst veel slagvaardiger moet.”

Voorkomen en genezen

Wat volgens Van Duijnhoven eveneens een les is voor de toekomst: ziektepreventie moet veel belangrijker worden. Van de 100 miljard euro aan zorggeld gaat zo’n 92 miljard op aan het genezen van ziekte en het uitstellen van over­lijden, terwijl voor het voorkomen van ziekte ‘slechts’ 8 miljard euro is gereserveerd.

Het gebrek aan ziektepreventie is ‘de blinde vlek’ in het volksgezondheidsbeleid, zegt Van Duijnhoven. Ze begrijpt wel waarom. Mensen die niet ernstig ziek worden, bezetten immers geen ziekenhuisbedden. Maar het coronavirus maakte die groep ineens zichtbaar.

“Als geen enkele Nederlander zou roken of te zwaar zou zijn, was het de afgelopen twee jaar niet zo druk geweest op de ic’s. Ziektepreventie verdient zichzelf terug. Daarnaast: gezonde mensen hebben vaak een hogere levenskwaliteit.”

De landelijke GGD en tal van andere groeperingen hebben de pandemie aangegrepen om bij het rijk meer geld los te peuteren voor ziektepreventie. Vóór de pandemie lukte dat zelden.

Ook op gemeentelijk niveau visten de GGD’s voor de coronatijd vaak achter het net. In vergelijking met andere ­gemeenten was Amsterdam nog redelijk scheutig met preventiegeld, al heeft Van Duijnhoven lang moeten pleiten voor extra personeel. “Ik vond het beschamend dat Amsterdam jarenlang minder infectieartsen in dienst had dan de beroepsnorm op grond van het inwonersaantal voorschreef. Na vier jaar duwen en trekken hebben we geld bijgekregen voor enkele extra artsen en verpleegkundigen. Voor de pandemie voldeed Amsterdam beter, maar nog niet helemaal aan de norm. Niet dat het verschil had gemaakt bij de pandemiebestrijding, zo gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Dit virus is exceptioneel en zou ook niet meteen de maat der dingen moeten zijn. We konden het gewoon niet aan.”

Naar Rotterdam

Van Duijnhovens nieuwe werkgever, GGD Rotterdam-Rijnmond, staat te boek als een ver uitgeklede GGD. Dat gebeurde onder leiding van de voormalige Rotterdamse wethouder De Jonge – de huidige minister, inderdaad. De ironie ontgaat Van Duijnhoven niet. “Onder Sven de Lange, de huidige Rotterdamse zorgwethouder van het CDA, gaan we de GGD Rotterdam-Rijnmond weer optuigen. Net als ik gelooft hij in een soort 3.0-versie.”

Van Duijnhoven vertrekt per september naar Rotterdam, omdat ze daar een grotere rol kan spelen bij het verbeteren van de volksgezondheid. In Amsterdam zat ze op infectieziektebestrijding, in Rotterdam wordt ze algemeen directeur. “Ik kan me ook richten op bijvoorbeeld gezonder eetgedrag of het voorkomen van mentale problemen bij jongeren. Dat laatste wordt volgens toekomstverkenningen een groot probleem, ook in Amsterdam.”

De komende periode zal echter nog veel in het teken staan van corona, ook in Rotterdam, zo beseft Van Duijnhoven. Het ministerie heeft de GGD’s al verzocht om ook de eerste maanden van 2022 paraat te staan. Op welke ­wijze precies is nog niet duidelijk. Het testen zal nodig blijven, en misschien moeten kwetsbare ouderen opnieuw worden gevaccineerd.

“Over een jaar hoop ik niet meer met Covid-19 bezig te zijn,” zegt Van Duijnhoven. “Er is meer dan dat ene virus.”

CV

Yvonne van Duijnhoven (52), geboren te Helmond

1987-1991
(Biomedische) gezondheidswetenschappen, Katholieke Universiteit ­Nijmegen (KUN)

1998
Promotie aan de Universiteit van Amsterdam. Proefschrift: Epidemiology and control of sexually transmitted ­diseases in a Rotterdam STD clinic

1991-2014
Diverse functies bij het RIVM, waaronder waarnemend directeur ­Centrum Infectieziektebestrijding en hoofd Centrum voor Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie

2015 - 2021
GGD Amsterdam, hoofd Infectieziekten & Toezicht en operationeel ­directeur Publieke Gezondheid Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

September 2021
Directeur GGD Rotterdam-Rijnmond

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden