PlusReportage

Amsterdam is vies en vunzig: de afdeling Schoon is hier nooit klaar

Abderrahim (Appie) Elbahyaoui werkt bij de Reinigingsdienst van gemeente Amsterdam. Zijn werkgebied is het centrum van de stad.  Beeld Dingena Mol
Abderrahim (Appie) Elbahyaoui werkt bij de Reinigingsdienst van gemeente Amsterdam. Zijn werkgebied is het centrum van de stad.Beeld Dingena Mol

Amsterdam is vies en vunzig – tot de stadsreiniging alles komt opruimen. Maar kort daarna puilen de bakken alweer uit. Een dagje mee met een trotse voorman. ‘De burger moet tevreden zijn.’

Een van de eerste meldingen van de dag komt vanaf het Oosterdokseiland. ‘Kapotte vuilnisbak, de troep waait op straat,’ verschijnt er op de tablet van Abderrahim Elbahyaoui (41), voorman bij de reinigingsdienst van stadsdeel Centrum. Vanaf stadswerf Oostenburg rijdt hij met zijn kipper, een wagen met laadbak, naar de plek van de melding.

Het is een van de tien rode punaises in het centrumgebied die deze ochtend op zijn scherm staan gemarkeerd, en als hij even uitzoomt laat hij zien dat de stad helemaal volstaat met dit soort mora’s – meldingen openbare ruimte Amsterdam. Iedere week zijn er in de hele stad zo’n 2500 meldingen van afvaloverlast, en vandaag is het aan Elbahyaoui de taak om de klachten in stadsdeel Centrum langs te gaan.

En inderdaad. Voor de ingang van een hotel staat een prullenbak waarvan de klep open is. Het slot is kapot. Met zijn tablet maakt Elbahyaoui er een foto van, waarna de melding nog een flinke reis zal afleggen door de gemeentelijk bureaucratie voordat er een nieuwe prullenbak komt. Een foto van graffiti wordt doorgestuurd naar het team APK – Anti Plak en Klad. En de foto van de grote berg huisafval waar Elbahyaoui zojuist langsreed – te veel voor in zijn karretje – gaat weer naar team Afval. Dat is weer iets anders dan afdeling Schoon, waar Elbahyaoui bij hoort.

De meldingen komen op een tablet binnen. Beeld Dingena Mol
De meldingen komen op een tablet binnen.Beeld Dingena Mol

Achter het schoonhouden van Amsterdam zit een ogenschijnlijk complexe operatie, vastgelegd in tal van beleidsdocumenten, kadernota’s, visiedocumenten en uitvoeringsprogramma’s vol met strategieën, voornemens en diagrammen. Erg boeiend allemaal, maar daar heeft Elbahyaoui nu geen tijd voor. Hij staat alweer verderop, omdat hij een vuilnisbak ziet met uitpuilende troep. Bovendien is het doel van deze spoedcursus stadsreiniging iets anders: eens kijken hoe de pandemie de afvalstromen in het centrum van de stad heeft veranderd.

Zo is de vuilbak waar Elbahyaoui mee bezig is niet echt vol. De toegang van deze Constructo 100 is verstopt door een bruine papieren tas met de resten van een afhaaldiner. Net zoals je in de stad nu de eerste vogelnestjes ziet die gemaakt zijn van takjes én mondkapjes, zijn ook de verstopte vuilnisbakken een teken des tijds.

Je zou de ontwikkeling van de binnenstad zelfs kunnen schetsen aan de hand van de geplaatste vuilnisbakken. Neem alleen de afgelopen twintig jaar. Aan het begin van deze eeuw trof je vooral de Omnipole, een 55-liter model van de firma Bammens. Omdat die te vaak vol zaten (en moesten worden geleegd door een ingewikkeld zuigsysteem), werden ze vanaf 2006 vervangen door de Constructo 100 van de firma Grijsen. Door de binnenbak te vervangen met een plasticzakhouder kreeg deze bak zelfs een capaciteit van 120 liter. Het werd drukker en drukker, waardoor vanaf 2013 op sommige plekken zelfs de twee keer zo grote Constructo 200 werd geplaatst. En een paar jaar later verschenen de grote zelfpersende afvalbakken van Mr. Fill, met een capaciteit van 840 liter. Allemaal uitstekende afvalbakken geschikt voor massatoerisme (heel veel klein vuil), maar minder ten tijde van een pandemie (minder vuil, maar grote verpakkingen).

Een melding van vuilnis op straat naast een glasbak  in de Eerste Marnixdwarsstraat. Beeld Dingena Mol
Een melding van vuilnis op straat naast een glasbak in de Eerste Marnixdwarsstraat.Beeld Dingena Mol

“Altijd oppassen met duwen. Je weet nooit of er glas in zit,” zegt Elbahyaoui, terwijl hij de zak flink heen en weer schudt. De papieren tas zakt naar beneden, waarna hij de vuilniszak kan legen. Ook al is dat eigenlijk de taak van collega’s die hier straks langskomen op de bakken te legen, zoals alle pakweg 1800 vuilnisbakken in het Centrum iedere dag minimaal één keer worden geleegd. “Maar mijn baas zegt altijd: als je bezig bent en je ziet wat, doe dan wat,” zegt Elbahyaoui. “Het gaat om de kwaliteit, want de burger moet tevreden zijn.”

Dumpplek

Onderweg naar de volgende melding – een stapel vuilnis rond een prullenbak op de Brouwersgracht, ondanks een briefje van een bewoner met de waarschuwing dat het hier geen dumpplek is – vertelt Elbahyaoui dat hij dit werk al bijna veertien jaar doet.

Eerst tien jaar in West, toen drie jaar in Nieuw-West, en nu is hij blij dat hij sinds zeven maanden in het centrum werkt. Niet omdat er in de binnenstad veel meer zwerfvuil is. Wel omdat hij in de buurt van de werf van stadsdeel Centrum woont en nu niet meer iedere dag een uur op zijn scooter hoeft te zitten.

Op de Brouwersgracht blijkt de troep al te zijn opgeruimd door zijn collega’s die hier de bakken aan het legen zijn. Volgende stop: een klacht op de Marnixkade, van bewoners die benadrukken dat zij ‘ook gewoon belasting’ betalen. Ook daar zijn collega’s al langs geweest, ziet Elbahyaoui al zodra hij de straat inrijdt; hij wijst op de afdrukken van de veegmachine langs de stoeprand.

Zo zou je kunnen denken dat de stad helemaal brandschoon is, maar dat is ook weer niet zo. Integendeel. Vanuit de kipper waar Elbahyaoui mee rondrijdt valt juist op dat overal, echt overal, troep te zien is. Een complete huisraad op de stoep, huisvuilzakken bij de prullenbakken of lantaarnpalen, kartonnen dozen bij een container. En dan al dat zwerfvuil. Blikjes in de bosjes, sigarettenpakjes achter de elektriciteitskastjes, papiertjes op de stoeptegels. Op de Egelantiersgracht ligt zelfs een grote plas witte verf.

Prikken

Rommel, troep, afval, puin, vuilnis, vullis. Als je het eenmaal ziet, zie je het overal. Steeds meer, steeds viezer. Wie in de stad woont is omringd door vunzigheid. En voor wie daar eigenlijk voor het eerst eens goed op gaat letten, is het een gek­makende gedachte. Waar moet je beginnen met opruimen?

Elbahyaoui blijft er rustig onder, zoals altijd. Het is de ervaring dat hij precies weet welke afvalberg hij kan passeren, omdat de grofvuilwagen onderweg is. Hij passeert prullenbakken met gedumpt huisvuil ernaast, omdat hij weet dat zijn collega’s die de bakken legen – en zwerfvuil gaan prikken – al in de buurt zijn. En soms stopt hij wel opeens, omdat hij losslingerende troep ziet die wel direct moet worden aangepakt. Dan dreigt die bijvoorbeeld in het water te waaien, of zijn de bakken net geleegd. “Na al die jaren vind ik het nog steeds fijn werk, want je hebt het gevoel dat je wat doet voor de mensen,” zegt Elbahyaoui. “Als ik na mijn werk thuiskom, kan ik het ook niet laten om de troep bij de container voor mijn deur even op te ruimen.”

Het wagenpark aan de Jacob Bontiusplaats.  Beeld Dingena Mol
Het wagenpark aan de Jacob Bontiusplaats.Beeld Dingena Mol
Appie leent afvalringen en grijpers bij het afgiftepunt.  Beeld Dingena Mol
Appie leent afvalringen en grijpers bij het afgiftepunt.Beeld Dingena Mol

Elbahyaoui kan zich niet eens echt druk maken over de vervuilers wier troep hij de hele dag moet opruimen. “Ik begrijp het wel. We zijn allemaal mensen.”

Terwijl hij weer terugrijdt naar de werf, voor een kop koffie, vertelt hij dat je tegenwoordig rondom bankjes en zitplekjes meer en ander zwerfvuil vindt dan voor de crisis. Normaal waren het vooral sigarettenpakjes, blikjes Red Bull en een zakje van een broodje. Nu is het de verpakking van complete maaltijden.

Op mooie dagen was het de afgelopen tijd in de parken bijna iedere keer een soort Koningsdag: ploegen van alle stadsdelen moesten uitrukken om te helpen met schoonmaken. Sowieso slingeren er op dit moment veel meer lege drankflessen rond.

En normaal was het al lastig dat mensen hun huisafval dumpten in de reguliere prullenbakken, maar nu iedereen thuiswerkt, gebeurt dat helemaal vaak. Ook zitten de papiercontainers veel vaker vol, doordat mensen meer pakketjes laten bezorgen. En omdat meer mensen thuiszitten, zijn er ook veel meer meldingen van afvaloverlast.

In het afgelopen jaar zijn ook de vuilnishotspots verplaatst, door het ontbreken van de toeristen en het al het gewandel en geslenter van Amsterdammers. Vooral rond de Negen Straatjes, de Westerstraat en de Elandsgracht zijn plekken waar de afvalbakken tegenwoordig snel vol of verstopt zitten; de schoonmaakploegen gaan daar nu extra vaak langs. Rond de Westerstraat wordt zelfs bijna de hele dag schoongemaakt.

Onderweg vlakbij De Dam.  Beeld Dingena Mol
Onderweg vlakbij De Dam.Beeld Dingena Mol

Toch is de basis, pandemie of niet, nog steeds hetzelfde. De stad is vies en vunzig. Tot Elbahyaoui en zijn collega’s langskomen. En even daarna is het weer vies.

Ratten

Alle klachten zijn afgerond, dus na de koffie is het tijd voor een rondje prikken. Elbahyaoui parkeert zijn wagen op de Noordermarkt. Hij geeft een vuilniszak en een afvalgrijper aan. “En nu is het gewoon pakken wat je pakken kan,” zegt hij. “Eerst de ene kant, dan de andere kant van de straat. Alleen dode ratten en duiven moet je laten liggen, die zijn voor de GGD.”

In de Westerstraat zijn de prullenbakken eerder geleegd, de veegmachine is al langs geweest. En toch ligt er onder de geparkeerde auto’s, langs stoepranden en in hoekjes nog van alles.

 Een melding van vuilnis op straat naast een glasbak in de Eerste Marnixdwarsstraat.  Beeld Dingena Mol
Een melding van vuilnis op straat naast een glasbak in de Eerste Marnixdwarsstraat.Beeld Dingena Mol

Blikjes, houten en plastic vorkjes, het plastic van een sigarettenpakje, dopjes, papiertjes, lollystokjes, tandenstokers, hondendrollen, mondkapjes. Geen dode ratten of duiven, maar smerig is wel een open flesje Spa blauw, vlak onder het portier van een auto, met daarin een gelige vloeistof – dat moet haast wel urine zijn?

En toch: de zon schijnt op de Westerstraat, soms is er iemand die dankjewel zegt, en de meeste mensen maken ruimte als iemand in oranje pak met vuilnisprikker langsloopt. Al na een kwartiertje prikken blijkt het schoonmaken van de stad echt werk te zijn dat voldoening geeft. En de ergernis over alle rotzooi van eerder vandaag maakt nu plaats voor een soort mildheid.

In Amsterdam wonen meer dan 870.000 mensen, en iedere inwoner zorgt voor gemiddeld 358 kilo afval per jaar. Dat is bijna een kilo per dag, 40 gram per uur, iedere vijf minuten 3,4 gram afval. En dat is misschien precies het gewicht van de kassabon die uit je jaszak is gewaaid en nu, na een regenbui, vastgeplakt zit op de tegels van de Westerstraat en pas na veel moeite loskomt. Kan gebeuren.

Avondklok

Elbahyaoui is nog iets opgevallen aan de afgelopen maanden. In het centrum wordt altijd tot in de nacht schoongemaakt, waarna de ochtendploeg opnieuw kan beginnen. Door de avondklok kwam het de laatste tijd voor dat de ochtendploeg de stad aantrof, exact zoals hij uren eerder was achtergelaten: helemaal schoon. Als de stad stilstaat, stokt de afvalstroom. Een stad die niet vies is, leeft dus niet. En dat geldt misschien ook andersom.

Want waarom zou daar eigenlijk een golftee liggen? Wat heeft er vastgezeten met die tie-wraps? Met hoeveel mensen zouden ze hier hebben gezeten dat er zo veel blikjes liggen?

Na een rondje heen- en weer over de Westerstraat zit de vuilniszak voor de helft vol met zwerfvuil. Natuurlijk, er zijn genoeg redenen om je te ergeren aan de troep. Iedereen vindt dat het schoner moet. Maar hier, prikkend in zonnetje, zoekend naar vuil, is de halfvolle vuilniszak ook het bewijs dat de stad nog steeds leeft, ook al is nog niets zoals het was.

“Het is leuk werk, hè,” zegt Elbahyaoui. “We zoeken altijd mensen, dus ik zal een goed woordje voor je doen bij mijn baas.”

Zwerfafval oprapen in de Westerstraat.  Beeld Dingena Mol
Zwerfafval oprapen in de Westerstraat.Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden