Plus Reportage

Amsterdam helpt bij stadsherstel Suriname

Julianastraat 56 na renovatie. Beeld Stadsherstel Suriname

Stadsherstel Suriname probeert, naar Amsterdams voorbeeld, het gebouwd erfgoed van Paramaribo te redden van de ondergang. ‘De tijd dringt.’

“Het piept en het kraakt misschien, maar het breekt niet hoor.” De voordeur van de woning Prinsessestraat 47, iets buiten het centrum van Paramaribo, is net door Kenneth Woei-a-Tsoi (70) met breekijzer en hamer opengebroken als hij lachend de vertwijfeling bij de ­bezoeker wegneemt. Het pand mag dan het aangezicht hebben zoals zo veel panden in Paramaribo – alsof het elk moment in elkaar kan storten – Woei-a-Tsoi geeft de ­garantie dat het tropenhout nog altijd sterk genoeg is. We kunnen dus zonder levensgevaar de nieuwste aanwinst van Stadsherstel Suriname betreden. “Als je wil, kun je zelfs boven op het balkon een kijkje nemen,” zegt hij.

Het is het vijfde pand dat Stadsherstel Suriname heeft verworven en directeur Woei-a-Tsoi is zichtbaar trots. Niet zonder reden. Het pand is kolossaal, heeft drie verdiepingen, zit vol karakteristieke kenmerken, ademt historie en staat in een mooie straat op een ruim perceel. Zelfs een leek kan zien dat het gebouw een enorme potentie heeft. Een beetje schuren en een likje verf zal niet genoeg zijn, maar een paar goede ambachtslieden moeten hier wel raad mee weten, denkt ook Woei-a-Tsoi. Hij kan niet wachten totdat de restauratie begint. “Kom over een half jaar weer eens kijken. Je zal niet geloven hoe het pand er dan bij staat.”

Maak kennis met Stadsherstel Suriname, een non-­gouvernementele organisatie die sinds 2011 het doel heeft de wegkwijnende binnenstad van Paramaribo nieuw elan te geven. Dit doet zij met begeleiding van en op vrijwel gelijke wijze als Stadsherstel Amsterdam dat sinds de jaren vijftig hier doet: door het opkopen, restaureren en exploiteren (verhuren) van historische gebouwen. Die hebben niet allemaal de monumentenstatus, maar zijn in alle gevallen beeldbepalend voor de binnenstad. Stadsherstel Suriname heeft geen winstoogmerk.

Julianastraat 56 voor renovatie. Beeld Stadsherstel Suriname

Kennis delen

De ondersteuning vanuit Amsterdam komt vooral van hoofd fondsenwerving Stella van Heezik en projectleider Paul Morel, die vanaf het begin bij het project betrokken is. Volgens hem zijn er veel parallellen tussen het naoorlogse Amsterdam en het Paramaribo van nu. “Het ontbreken van een structurele aanpak vanuit de overheid om het erfgoed te behouden, een gebrek aan financiële middelen, de woonfunctie die uit de binnenstad wegtrekt. Het zijn allemaal uitdagingen waar wij in Amsterdam bekend mee zijn.”

Van Heezik: “Wij willen onze kennis delen. Het is niet dat wij even wat geld naar Suriname overmaken en klaar. Het moet juist dáár gebeuren.” Morel: “Stadsherstel Suriname is een juridisch-economisch onafhankelijke organisatie die op eigen benen staat.”

De opgewektheid van Woei-a-Tsoi heeft deze maandagmiddag in Paramaribo dan ook vooral te maken met de wijze waarop het pand in de Prinsessestraat is verworven. In tegenstelling tot de eerste vier objecten die zijn ­gerenoveerd, hoefde Stadsherstel Suriname dit keer niet de portemonnee te trekken. In aankoop heeft het pand geen euro, geen Amerikaanse, zelfs geen Surinaamse dollar gekost. Een unicum in een land waar grote problemen zijn met boedelkwesties: panden en percelen blijven in Suriname vaak generatie op generatie in handen van één familie waardoor het aantal erfgenamen alsmaar toeneemt en een eensgezind besluit over verkopen of restaureren vaak steeds moeilijker wordt.

In het geval van Prinsessestraat 47 is het pand geschonken door de liefst 21 erfgenamen van Coenraad Jacob ­Johan van der Kuyp, die het pand in 1912 voor 400 Surinaamse guldens kocht van Georgetina Paulina Polak en daar tot zijn 105ste woonde. Toen hij in 1983 overleed was hij de oudste man van Suriname.

Een lach volgt na een diepe zucht als Woei-a-Tsoi terugdenkt aan het hele schenkingsproces. “Wat het extra lastig maakte is dat de erfgenamen in vijf landen wonen. Het was een lang traject om iedereen op één lijn te krijgen en alles te formaliseren. Dat dit na drie jaar is ­gelukt, is een wereldprestatie.” De restauratie is begroot op 160.000 euro, waarvan de helft inmiddels binnen is. “Het zou mooi zijn als dit anderen inspireert ook aan ons te schenken.”

Het is namelijk lastig werken aan een idealistisch project als dit, zegt hij, in een land waar sinds de devaluatie van de nationale valuta in het najaar van 2015 een ongekende economische crisis gaande is en waar van koopkracht bij het merendeel van de bevolking nauwelijks sprake is.

Directeur Kenneth Woei-a-Tsoi (midden) ontvangt van de Vrienden van Stadsherstel Amsterdam een donatie voor de renovatie. Beeld Stadsherstel Suriname

Laten verkrotten

Daar komt bij dat het belang van nationaal erfgoed lang niet bij iedereen is doorgedrongen. “Dat neem ik de Surinamers niet kwalijk. Dat de awareness onvoldoende is heeft te maken met de fase van ontwikkeling van het land. Het is bijna een luxe om dat besef wél te hebben. Om je ­bezig te kunnen houden met erfgoed in plaats van de zorgen over hoe je de maand nu weer doorkomt.”

Ook Morel ziet de moeilijkheden om donateurs te werven in Suriname. “Daarom sjouwen wij hier in Nederland wat af om geld bij elkaar te krijgen. Door de economische situatie is kapitaal verzamelen in Suriname momenteel gewoon heel erg lastig.”

Kapitaalkrachtigen die een monumentaal pand bezitten en het ondanks een gevulde portemonnee doelbewust laten verkrotten, neemt Woei-a-Tsoi het gebrek aan daadkracht wel kwalijk. Ze vervangen het krot vervolgens voor stenen nieuwbouw. De regering blinkt volgens hem verder al jaren uit in verkeerde prioriteiten, nalatigheid en corruptie.

Sinds de oprichting van Stadsherstel Suriname is van ­ondersteuning vanuit de overheid nauwelijks sprake ­geweest. Sterker: het is juist de overheid die veel monumentale panden bezit die in zeer slechte staat verkeren. Ook wordt de Monumentenwet, die zou moeten toezien op goed beheer, niet gehandhaafd. “Wat dat betreft weet je niet wat je aan de overheid hebt. Ze werken ons niet tegen, maar ze faciliteren ook niet. Ze laten het wegrotten. Het belang om historie te koesteren wordt onvoldoende beseft.”

De vijf panden die Stadsherstel Suriname in bezit heeft stonden al jaren leeg en worden na restauratie verhuurd. Het zijn de eerste van wat een lange reeks moet worden. Wie een rondje Paramaribo doet zal zien dat honderden in potentie beeldschone houten panden in deplorabele staat verkeren. De tijd dringt dan ook, zegt Woei-a-Tsoi. Hij ziet dat de leefbaarheid van de binnenstad, waar van ruimtelijke ordening geen sprake is en die steeds meer aan woonfunctie inboet, meer en meer onder druk komt te staan.

Een bijkomend obstakel is dat veel huiseigenaren veel te hoge bedragen vragen voor panden die soms al jaren leegstaan, en dan ook nog eens in Amerikaanse dollars of ­euro’s. “We realiseren ons dat Stadsherstel Amsterdam ons voorbeeld is en zij hebben er zestig jaar over gedaan om een groot portfolio op te bouwen, maar we hoopten dat de aanschaf van panden sneller zou gaan. Ons doel was twee panden per jaar te renoveren zodat onze invloed op het straatbeeld duidelijker zou zijn.”

Morel: “Over niet al te lange tijd willen we vijf of zes panden erbij hebben. Er moet sowieso snel zicht zijn op een volgend pand. Alleen geld aan donateurs vragen om een idee heeft weinig zin. Je moet echt laten zien voor welk pand je geld nodig hebt. We willen doorpakken.”

Meer bekendheid

Mede daarom werkt Stadsherstel Suriname samen met Stadsherstel Amsterdam aan meer bekendheid in Nederland. Woei-a-Tsoi: “Toen de gebouwen hier zijn neergezet was Suriname onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. Het is daarmee een verleden waar we beiden zorg voor moeten dragen.” Hij lacht en zegt: “Ik wil geen morele druk opleggen, in Amsterdam is de sympathie voor Suriname al aanwezig, maar Nederlanders zijn financieel gezien vele malen bemiddelder dan de gemiddelde Surinamer. Wat donaties betreft mag het altijd meer.”

Dan, serieuzer: “We zijn bezig met een moeilijk gevecht. Het is hard werken, maar we mogen Paramaribo niet door onze vingers laten glippen. Daarvoor is de stad veel te waardevol.”

Surinaamse Maanden

In juni en juli worden in de Amstelkerk de Surinaamse Maanden georganiseerd. Op woensdag 3 juli licht Paul Morel het redden van Surinaams erfgoed naar Amsterdams model toe en op woensdag 10 juli vertelt Julie-Marthe Cohen over de Joodse sporen in Suriname. ­Entree €7,50 per lezing, aanvang 20.00 uur. Van 19 juni tot 29 juli is de expositie De magie van ­authentieke parels te bezoeken.

Zwarten-hovenbrugstraat 116 voor renovatie. Beeld Stadsherstel Suriname
Zwarten-hovenbrugstraat 116 na renovatie. Beeld Stadsherstel Suriname
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden