PlusReportage

Als smid in hartje Amsterdam maak je van alles mee: ‘Rijk de Gooijer vroeg of ik zijn bed kon repareren’

Arno Kouwenhoven aan het werk in zijn smederij. Beeld Daphne Lucker
Arno Kouwenhoven aan het werk in zijn smederij.Beeld Daphne Lucker

Al meer dan 150 jaar huist aan de Teerketelsteeg een smederij. Sinds 1960 is dat Smederij Kouwenhoven. Van Tuschinski en Carré tot hotels en grachtenpanden: door heel Amsterdam is hun siersmeedwerk te zien. ‘Een hekwerk komt écht niet met een druk op de knop uit een machine.’

Marloes de Moor

Arno Kouwenhoven (44) wilde eigenlijk drummer worden. Heer en meester zijn over de trommels, opgaan in het ritme, het tempo bewaken. Hij doet dat in zijn vrije tijd in een band, maar overdag beheerst hij een heel ander soort slagwerk. In de werkplaats van Smederij Kouwenhoven in de Teerketelsteeg weerklinkt dagelijks het repeterende geluid van de hamer op het aambeeld. Steeds hetzelfde ritme, totdat het ijzer verbuigt als klei. Voor zware klussen treden machines met dreunende donderslagen in werking.

Kouwenhoven wijst op een groene pers, waarmee hij de hele buurt kan wakker schudden, ware het niet dat hij hem nooit voor negenen aanzet. “Deze pers heeft een hydraulische smeedhamer, die gelijkmatiger slaat. Je kunt daar met de hand niet tegenop werken,” vertelt hij.

Achter hem flakkert het smidsvuur. Buiten in de vrieskou ademen mensen witte condenswolkjes uit en spoeden sekswerkers zich rillend met hun rolkoffertjes naar hun werkplek in nabijgelegen roodverlichte panden, maar hier binnen verspreidt de warmte zich snel.

[Tekst gaat door onder de foto]

null Beeld Daphne Lucker
Beeld Daphne Lucker

De donkere gevel met gevierendeelde ramen van Smederij Kouwenhoven valt nauwelijks op. Vroeger had Kouwenhoven de deur uitnodigend openstaan en waren de vlammen vanaf de straat zichtbaar. “Dat kan helaas niet meer. Ze stelen mijn zaak leeg als ik dat doe.”

Metalen vogeltje

Voor bezoekers die het erop wagen de klemmende deur open te duwen, moet hij eerst een barricaderende houten balk weghalen voordat ze toegang krijgen tot het magische, eeuwenoude domein. Al sinds 1861 staan smeden zich hier boven het aambeeld in het zweet te werken.

“De krimpbakken voor de wielen van paard-en-wagens zijn nog steeds aanwezig,” vertelt Kouwenhoven. “De smid maakte de ijzeren banden roodgloeiend en liet ze afkoelen in die bakken. Dan krompen ze en kwamen muurvast om de naaf te zitten. Begin 1900 zat Van Gend & Loos hier om de hoek. Daar had de smederij veel werk van. Tot de jaren vijftig werden op deze plek kachels en paardenwagens gemaakt.”

Hij kijkt om zich heen. “Ach, er is sindsdien niet eens zoveel veranderd. Mijn vader Jan kocht de smederij in 1960 en ging zich meer specialiseren in restauratiewerkzaamheden en constructiewerk. Er zijn wat moderne machines bijgekomen, maar verder liet hij het zo. En dat doe ik ook. Waarom zou je iets veranderen als het goed is?” zegt Kouwenhoven, die het bedrijf in 2001 overnam van zijn vader.

Als een vis in het water beweegt hij zich in zijn oerwoud van ijzer en metaal, mallen, hamers, tangen en poken. Tekeningen en handgeschreven geheugensteuntjes hangen aan de muur.

[Tekst gaat door onder de foto]

Eigen werk van Smederij Kouwenhoven. Beeld Daphne Lucker
Eigen werk van Smederij Kouwenhoven.Beeld Daphne Lucker

Het is een wat rommelige, industriële ruimte, die je makkelijk zou kunnen onderschatten als je niet wist dat hier op fijnzinnige wijze het hekwerk voor half Amsterdam wordt gemaakt.

De balkonhekken voor Carré, smeedijzeren sierwerk voor bioscoop Tuschinski, ornamenten, gevelverankeringen, trapleuningen, en hekken van talrijke grachtenpanden, hotels en gebouwen als de Beurs van Berlage. Maar evengoed een metalen vogeltje met afgebroken staart, dat tussen gereedschappen en een bestofte pot Completa op tafel ligt. Of een steelpannetje zonder handvat, een fiets zonder trapper. “Ik heb in de buurt veel klanten die met dat kleinere spul langskomen, want dat repareer ik ook.”

In een hoek van de werkplaats staat een oude bakfiets waarmee hij geregeld door de stad rijdt om bij klanten langs te gaan, werk op te nemen en materiaal op te halen.

Terug in de tijd

Kouwenhoven kwam in 1998 bij zijn vader in de smederij werken. “Ik leerde het ambacht bij een smid in Purmerend. Dat vond mijn vader beter. Het was slechts de basis, want ik leer elke dag nog bij. In dit vak is het steeds dingen uitproberen en opnieuw uitvinden, zelf mallen maken, het materiaal goed aanvoelen.”

“Bij veel opdrachten ga je terug in de tijd. Hoe heeft het gezeten en hoe hebben ze dat toen gedaan? Dat leer je niet uit een boekje. Soms heb je alleen een summiere tekening uit 1900 en daar moet je het dan mee doen. Door nieuwer materiaal verandert ook de techniek. IJzer was vroeger veel zachter dan tegenwoordig. Je moet het nu twee keer warm maken doordat het harder is en moeilijker warmte vasthoudt.”

Regelmatig gaat Kouwenhoven naar het gemeentearchief om foto’s te bekijken, zodat hij weet hoe een hek of siersmeedwerk er vroeger uitzag. “Op basis daarvan teken ik een ontwerp en maak ik een exacte kopie, naar de maatstaven van nu.”

Op zijn telefoon toont hij foto’s van een siersmeedwerk dat hij een tijdje geleden maakte voor een trappenhuis in een pand aan de Nieuwe Herengracht. “De architect dacht goed mee over hoe we dit konden doen. Het was een lastige, uitzonderlijke klus, maar het is gelukt om het hekwerk onder de leuningen precies zo te restaureren als het was. Daar ben ik echt trots op.”

Werken voor de eer

Vrijwel al het werk doet Kouwenhoven tegenwoordig in zijn eentje. Twee dagen per week krijgt hij hulp van een vroegere werknemer van zijn vader. “Hij is 72, doet dit al sinds 1976 en beheerst het vak volledig. Nieuwe mensen zijn moeilijk te vinden. In mijn vaders tijd had je dertig smederijen in het centrum, maar die zijn allemaal weg. Doordat er nog maar weinig mensen zijn die dit kunnen, ben je veel tijd kwijt aan opleiden. Maar alleen red ik het ook. Ik heb ‘nee’ leren zeggen als een klus te groot of te veel is.”

Met het werk voor grote aannemers is hij gestopt. “Doordat dit oogt als een klein bedrijf, denken ze vaak dat het een eer voor me is om voor hen te werken. Ze stellen allerlei voorwaarden, betalen pas na honderd dagen of in termijnen. Terwijl ik ook moet vechten voor mijn boterham en het evengoed een eer is dat ik voor hen werk! Dus als het me niet zint, doe ik het niet. Dan stap ik op mijn bakfiets en ben ik weg.”

De laatste tijd is hij naast restauratiewerk ook druk met het maken van ijzeren raambeveiligingen. “Sinds vorig jaar een student van drie-hoog uit het raam viel en overleed, is daar opvallend veel vraag naar,” vertelt Kouwenhoven.

Ook hijshaken verkoopt hij veel. Hij wil ze op den duur in een webshop gaan aanbieden. “Het is alleen lastig dat mensen tegenwoordig wat minder geduld hebben. Ze denken dat ze hun bestelling net als bij bol.com na een dag thuisbezorgd krijgen. Maar dit is handwerk; het kost tijd om iets te maken. Een hekwerk komt écht niet met een druk op de knop uit een machine.”

[Tekst gaat door onder de foto]

Een werktekening. Beeld Daphne Lucker
Een werktekening.Beeld Daphne Lucker

Initialen

Desondanks geniet hij van de bonte waaier aan klanten die hij over de vloer krijgt. “Dat is het leuke van midden in het centrum zitten. Je maakt van alles mee. Ik herinner me dat Rijk de Gooijer binnenkwam met zijn kapotte bed. Hij was erdoorheen gezakt en vroeg of ik het kon maken. Of een man die vroeg of ik zijn door midden gebroken laptop kon lassen. Dan moet je serieus blijven en uitleggen dat plakband of lijm mogelijk beter werkt.”

Vader Jan Kouwenhoven hielp tot op hoge leeftijd mee in de smederij, maar is inmiddels 88 jaar en zo slechthorend en slechtziend dat dat niet meer mogelijk is. “Een halfjaar geleden is hij hier nog wel wezen kijken. Hij vindt het vak nog steeds mooi.”

Kouwenhoven senior begon er destijds mee om in al zijn werk zijn initialen JK met het jaar van plaatsing aan te brengen. Zoon Arno bleef dat ook doen. “Nee, geen AK, maar nog steeds JK. Ook zonder dat merk herken ik ons werk feilloos. Als ik door de stad fiets, let ik erop en denk dan: dat is er een van ons. En die ook! Je ziet ons werk overal terug.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden