Michael Kulkens, de vader van Tommy-Boy.

Plus Interview

‘Als mijn zoon had opgelet, was hij niet aangereden’

Michael Kulkens, de vader van Tommy-Boy. Beeld Marc Driessen

Na de dood van zijn dertienjarige zoon maakte Michael Kulkens (49) er zijn missie van: zorgen dat fietsers hun telefoon met rust laten. Vanaf maandag krijg je een boete van 95 euro als je hem gebruikt.

Michael Kulkens weet het zeker: als Tommy-Boy een dwarslaesie zou hebben gehad, was het appverbod er nu niet gekomen. “Maar hij had geen dwarslaesie,” zegt hij. “Hij was dood. Tommy-Boy is dood en ik ben zijn vader. Ik moest daar iets mee doen en ik kon daar iets mee doen. Ik ben blij dat ik iets heb kunnen bereiken. Mensen moeten weten wat er kan gebeuren als je aandacht tijdens het fietsen op je telefoon gericht is.”

Het is een bekend verhaal geworden, de dood van Tommy-Boy Kulkens. Dertien en een beetje nog maar, kwam hij op zaterdag 22 augustus 2015, onderweg van zijn huis in Kortenhoef naar de atletiekvereniging, onder een auto ­terecht. Laat op die dag zou hij overlijden aan de ­gevolgen van het ongeluk. Oorzaak: Tommy-Boy keek op zijn telefoon terwijl hij fietste. Niet om een appje te versturen of te lezen trouwens: hij had Spotify op staan. Op het moment van de aanrijding luisterde hij naar het nummer Butterflies van dj Tiësto.

Nu, bijna vier jaar verder, leeft Tommy-Boy voort in de stichting TButterfly. De T van Tommy-Boy, gecombineerd met de titel van de muziek die hij hoorde op het moment dat zijn leven ophield. Vader Michael Kulkens maakte er een missie van om mensen te vertellen over het gevaar van afgeleid zijn in het verkeer. Hij geeft voorlichting, ging in gesprek met duizenden kinderen en jongeren. Doe het niet, zegt hij dan. “Als mijn zoon had opgelet, was hij niet aangereden.”

Niet boos

In die zin maakt dat zijn verdriet dragelijk, zegt Kulkens: dat er niemand anders is die in de fout is gegaan. “Mijn zoon is verantwoordelijk. Híj lette niet op het verkeer. Hoe had ik hier ooit mee om kunnen gaan als een ander de schuld had gehad? Nee, ik ben niet boos. Ik ben blij dat Tommy-Boy in dertien jaar voor wel 88 jaar aan leuke dingen heeft beleefd.”

Hij spreekt vaak mensen over het ongeluk. Die willen dan weleens beginnen over dat auto’s zo hard rijden op de plek waar het is gebeurd. Of dat de weg daar onoverzichtelijk zou zijn. “Zo werkt het niet bij mij. Tommy-Boy keek op zijn telefoon, zeg ik dan. Hou op met je gezeur over overhangend groen. Als er alleen maar woede zou zijn, waren we eraan onderdoor gegaan.”

Wat goed dat je er zo mee kan omgaan, zeggen ze vaak ­tegen hem. Ook zo werkt het niet. Dit is hoe hij is, en zijn vrouw trouwens ook. “Het is niet knap hoe we de dood van Tommy-Boy hebben overleefd, wij doen het minst knappe. Wij laten alle gevoelens toe, maar het moeten wel ­gevoelens zijn. Als mensen ‘gecondoleerd’ zeggen, vind ik dat niks. Gecondoleerd is zo’n kutwoord. Of als ze zeggen dat je een jaar moet nemen om de dood van je kind een plekje te geven. Kom op!”

En dus waren het onwaarschijnlijk zware jaren voor Kulkens en zijn gezin. Loodzwaar, maar niet alléén loodzwaar. “Alle emoties zijn er geweest. Het was zwaar kut. Maar tegelijk: je wil niet weten hoe hard we gelachen hebben om Tommy-Boy, terwijl we tegelijk jankten van verdriet. Ik ben zo dankbaar dat we dat hebben kunnen overbrengen op onze vrienden: alle emoties mogen er zijn.”

Je mag het niet zeggen van hem, want het is dus niet iets om je op te laten voorstaan. Maar toch is het bewonderenswaardig hoe Kulkens en zijn gezin zijn omgegaan met de dood van Tommy-Boy. Als er toch gerouwd moet worden, dan maar zo. Want gerouwd is er. Wie ook maar zou durven vermoeden dat de oprichting van TButterfly een vlucht is, om maar niet stil te hoeven staan bij de onvoorstelbare pijn en verdriet bij de dood van een kind, die kan zich niet méér vergissen. Vraag Kulkens naar verdriet en hij begint alle mooie dingen op te sommen die hij met zijn zoon heeft beleefd. Die keer bijvoorbeeld dat ze een zeilboot maakten van plastic waterflessen. “Of toen ik Tommy-Boy op een parkeerplaats achteruit liet rijden met de auto. Tien jaar was ie.”

Grote pakkans

Dat dus, en de stichting die hij oprichtte. Want kinderen van de leeftijd van zijn zoon zijn geboren met de telefoon. Het ding is alom. En met ouders die er zelf ook de godganse dag op zitten te hannesen. “De kinderen, die moet je hebben. Als je kinderen weet te overtuigen van de noodzaak van hun telefoon af te blijven in het verkeer, dan heb je niet alleen hen, maar ook hun ouders. Kinderen zijn vasthoudend, als zij je gaan corrigeren, gaan ze daarmee door tot je het ook echt niet meer doet. Mensen zullen verbaasd staan hoe razendsnel het nu zal gaan.”

En nu is er dus de wetgeving waarvoor Kulkens zo heeft geijverd. Waarover hij in gesprek ging met de vorige verkeersminister Melanie Schultz van Haegen. Probleem ­opgelost vanaf maandag? Kulkens barst uit in gelach. “Wetgeving is superbelangrijk, maar aan zo’n wet zelf heb je niets. Het helpt, dat zou je kunnen zeggen. Vergeet niet dat de pakkans levensgroot is: als je appt tijdens het fietsen, ben je heel zichtbaar. In de auto kan je het nog eens ongemerkt doen, op de fiets gaat je dat niet lukken.”

Maar verandering moet uit mensen zelf komen. Dat geldt net zo goed voor hem, zegt Kulkens. Hij, wiens zoon om het ­leven kwam doordat hij op zijn telefoon was gericht, maakt zich er zelf soms ook schuldig aan. “Dat je in de auto zit en je denkt: éven kijken wie me appt. Na de dood van Tommy-Boy heb ik mijn telefoon om die reden niet uitgezet tijdens het reizen. Ik wilde ervaren hoe moeilijk het is om het apparaat te negeren. Je moet jezelf trainen het niet te doen. Ik zeg het ook tegen iedereen: je kan heel goed worden in het níet gebruiken van je smart­phone. Maar makkelijk is het dus niet, ook niet voor mij.”

Er is nog veel werk aan de winkel. “Hoeveel mensen zie je niet op de fiets in de weer met hun telefoon? Ze appen, ze checken sociale media, er wordt zelfs Netflix gekeken ­onderweg.”

Vijf jaar heeft Kulkens zichzelf gegeven. De stichting gaat dan door, maar zonder hem. “Om voor te zijn dat ik mezelf verlies in mijn missie.” Nu de eerste drieënhalf jaar voorbij zijn, kijkt hij vol positiviteit terug. “De wet is er, maar het is nog niet af. Nu moet het gebeuren en ík ben ­degene die het moet doen, want ik ben die man die zijn zoon is verloren.”

Geen afleiding meer

Vanaf maandag 1 juli kunnen fietsers die een ‘mobiel elektronisch apparaat’ vasthouden een bekeuring krijgen van 95 euro. De maatregel is genomen door verkeers­minister Cora van Nieuwenhuizen die stelde dat mensen die zich in het verkeer begeven, hun aandacht erbij moeten houden. Het moet een bijdrage ­leveren aan het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers. Cijfers over ongevallen veroorzaakt door het gebruik van de mobiele telefoon onder fietsers zijn er niet. Volgens het wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek wordt in ­Nederland niet geregistreerd of ­afleiding een rol heeft ­gespeeld bij een ongeluk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden