Plus Achtergrond

Als je kind een nachtje moet brommen: ‘Hij was erg bang en verdrietig’

Een barrel van een fiets stelen en worden betrapt, opgepakt wegens baldadig gedrag en het op zak hebben van een kleine hoeveelheid drugs: ook kinderen zitten, als het niet anders kan, een nacht in de cel. Vaak hakt dat er behoorlijk in. Ook bij de ouders. ‘Daar zaten ze met hun bescheten koppies.’

Beeld Fieke Ruitinga

Midden in de nacht draait een politieauto met zwaailichten een Amsterdamse straat in. Pal voor het woonhuis van Anna (50) stoppen ze. Ze schrikt zich wezenloos als blijkt dat de twee agenten bij háár moeten zijn. Mijn zoon is dood, is het eerste wat door haar heen gaat. Hij is op vakantie en logeert met zijn vriend bij diens ouders op de Veluwe.

“Mijn dochter was nog klein. Ze kwam uit bed en stond geschrokken in haar pyjama naar de agenten te kijken. Die vertelden dat mijn 15-jarige zoon in de cel zat, op een politiebureau in Apeldoorn. Hij had met een vriend een fiets gestolen. Ze waren op heterdaad betrapt. Toen de twee agenten vervolgens met hun collega’s in Apeldoorn belden, hoorde ik ze zeggen: ‘Het zijn normale mensen hoor.’”

Ook Annemarie (46), die in een huisje op de Veluwe verblijft, krijgt ’s nachts een telefoontje van de politie. “De jongens waren uit geweest in Harderwijk en reisden met de trein naar station Nunspeet. Later begreep ik van hen ze daar naar een oude fiets hebben gezocht om mee naar de camping te gaan. Ze wilden mij niet wakker bellen om hen op te halen. Het was een oud barrel waar ze amper nog op konden rijden. Ze hadden er ook geen slot voor hoeven forceren. Iemand had ze echter zien neuzen in het fietsenhok en de politie gebeld. Onderweg zijn ze aangehouden.”

Kwajongensstreek

Nee, een fiets meenemen die niet van jou is, mag niet, óók niet als het een wrak is dat niet op slot staat, zegt Annemarie. En ze kan zich er ook nog enigszins in vinden dat de politie haar zoon een nachtje vasthield om hem eens flink aan het schrikken te maken. “Al was het volgens mij echt niet meer dan een kwajongensstreek. Ik kon de volgende dag pas komen om hem te zien.”

“Die ochtend ging ik om negen uur naar het politiebureau. Daar hoorde ik dat hij nog de hele dag tot vijf uur ’s middags moest blijven. Ze moesten wachten totdat de hulpofficier van justitie uitspraak kwam doen. Dat vond ik écht overdreven. Het gaat hier om twee jongens van vijftien die geen enkele voorgeschiedenis hebben. Pas tegen zessen kon ik ze ophalen. En daar zaten ze met bescheten koppies, veters uit hun schoenen. Ze waren behoorlijk van streek. Vooral omdat ze lang in onzekerheid zaten. Ze hadden geen benul van tijd, omdat het een cel zonder ramen was. Het had best een tandje minder gekund.”

Daar is Anna het mee eens: “Ik zal de eerste zijn om te zeggen dat ze straf moeten krijgen en ben echt niet zo’n moeder die vindt dat haar eigen kind alles mag. Mijn zoon moet van andermans spullen afblijven. Maar om ze zo lang vast te houden, vind ik buitenproportioneel voor een kind van vijftien.”

Hoeveel nachtjes nog?

Het voorval is vijf jaar geleden maar Anna en Annemarie zijn het nooit vergeten. Ze zijn niet de enigen die hierover hun bedenkingen hebben.

De Kinderombudsman kreeg de afgelopen jaren veel klachten binnen over kinderen die voor een licht vergrijp een nacht in de cel doorbrachten. De instantie heeft daar meerdere keren onderzoek naar gedaan, wat onder andere in april het rapport Hoeveel nachtjes nog? opleverde. Daarin werd ook breder gekeken naar de oorzaak van de klachten.

Naar aanleiding van dat rapport roept de Kinderombudsman de politie, het College van procureurs-generaal en het ministerie van Justitie en Veiligheid op om de belangen van kinderen voorop te stellen en de positie van minderjarigen in het strafrecht te verbeteren.

Nachtmerries

Uit de verschillende onderzoeken blijkt dat politie en andere betrokken partijen bij het aanhouden van minderjarigen onvoldoende rekening hielden met hun belangen. Ouders werden niet of onvoldoende geïnformeerd, het kind mocht geen contact hebben met de ouders of ouders mochten hun kind niet in de cel bezoeken.

Beeld Fieke Ruitinga

“Soms zaten minderjarigen tussen volwassenen in een cellencomplex. Die zagen ze weliswaar niet, maar ze hoorden ze wel, wat heel naar kan zijn,” zegt Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer.

“Een kind heeft recht op juridische bijstand, maar als het na acht uur ’s avonds wordt opgepakt, kan er geen advocaat meer worden opgeroepen, omdat het systeem waarin dat dan moet al gesloten is. Dat is de reden dat kinderen ’s nachts in de cel worden gezet. De impact daarvan is zowel voor ouders als kinderen groot.”

Marian (36) herkent dat. Haar 13-jarige zoon heeft nog altijd nachtmerries na zijn verblijf in een politiecel. “Hij had nooit eerder zoiets meegemaakt en was erg bang en verdrietig. Ook voor mij was het een enorme schok. Mijn zoon was die middag gaan voetballen met een vriend. ’s Avonds stond de politie voor de deur om te vertellen dat hij was opgepakt voor een roofoverval. Ze zouden me op de hoogte houden. Hij moest nog worden verhoord en daar wilde ik graag bij zijn, omdat ik een roofoverval helemaal niets voor mijn zoon vond.”

Toen Marian maar niets hoorde, belde ze zelf naar het bureau. “Toen bleek dat hij al verhoord was en die nacht moest blijven. Ik mocht hem wel even zien. ‘Mama, ik heb écht niets gedaan,’ bezwoer hij me, toen ik hem bezocht. Een jongen was in de buurt van het voetbalveldje beroofd van zijn telefoon. Toen de politie aankwam, rende mijn zoon weg. Hij deed dat in een impuls, omdat hij schrok toen ze op hem af liepen. Maar het maakte hem natuurlijk wel verdacht.”

Excuses

“De volgende dag kreeg hij een advocaat toegewezen. Ze bekeken camerabeelden, maar daarop was hij niet te zien. Ook had hij geen mes of gestolen telefoon op zak. Waarschijnlijk is hij verward met iemand anders. Hij mocht naar huis.”

Marians zoon heeft nog steeds last van zijn verblijf in de cel en slaapt er slecht van. “De zaak is nog niet helemaal afgerond. We hebben er al weken niets meer over gehoord. Als het hiermee is afgedaan, wil ik graag excuses en eerherstel. Zijn naam moet worden gezuiverd.”

Ook Timo (16) bracht deze zomer een nacht in de cel door. Hij werd aangehouden vanwege baldadigheid, het niet bij zich hebben van een identificatiebewijs en een kleine hoeveelheid wiet, hasj en mdma die hij op zak had. “Mijn vrienden en ik beklommen tijdens een vakantie in Zeeland een bouwsteiger. De politie betrapte ons om twee uur ’s nachts. Ze doorzochten onze tassen, op zoek naar een ID en vonden toen wat drugs. Mijn vrienden moesten ook mee naar het bureau, maar werden vrijgelaten. Ik moest blijven vanwege die drugs. In mijn eentje zat ik in een cel. Die nacht heb ik geen oog dichtgedaan. Ik vond het geen pretje om te worden opgesloten in zo’n hokje en met niemand te kunnen praten.”

Je zou ook kunnen denken: ach niet zeuren, als je iets doet wat niet mag, moet je de consequenties dragen. Maar zo eenvoudig ligt het niet, zegt Kinderombudsvrouw Kalverboer. “Kinderen in de puberteit zijn op emotioneel gebied nog in ontwikkeling. Een kind kan heel stoer zijn in zijn vergrijp, maar als het in aanraking komt met de gevolgen daarvan, kan het ineens terugvallen in veel kinderlijker gedrag. Ik heb kinderen gezien die erg overstuur en uit balans raakten van zo’n nacht in de cel.”

Waarheidsvinding

Volgens Elise Groenteman, operationeel expert jeugd bij de Amsterdamse politie, probeert de politie een kind bij een klein vergrijp niet langer dan nodig op het politiebureau te houden. “Na het onderzoek en verhoor bellen wij de officier van justitie op ZSM (Zorgvuldig, Snel en op Maat), een samenwerkingsverband waarin politie, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming bepalen hoe de zaak wordt afgedaan. We bespreken of het kind vanwege het onderzoek langer moet blijven en of het nodig is het in de cel te laten overnachten. In principe gebeurt dat niet, maar soms is het nodig om nog getuigen te horen of aan waarheidsvinding te doen. De hulpofficier van justitie, die op het politiebureau is en de inverzekeringstelling doet, kan die beslissing ook zelfstandig nemen en bij twijfel overleggen met ZSM.”

Scherm met één kanaal

Groenteman bevestigt dat het is voorgekomen dat kinderen een nacht in de cel doorbrachten. “Dat is nu zeker veranderd. Wij kijken naar het belang van het kind. Of een kind bij ons overnacht, is wel afhankelijk van hoe zwaar het delict is, of het vaker in aanraking met de politie is geweest, of een kind beperkingen, zoals een licht verstandelijke beperking of autisme heeft, wat zijn sociale omstandigheden zijn.”

“In dat laatste geval bekijken we of de thuissituatie veilig is en kunnen we een beschermende maatregel inzetten om eerst een veilige terugkeer naar huis te bewerkstelligen. Ons credo is ‘zacht als het kan, hard waar het moet.’”

De jeugdcellen zijn in Amsterdam ‘kindvriendelijk’. “Voor zover dat kan,” voegt Groenteman daaraan toe. “Ze zijn voorzien van een zuil met kinderrechten in alle talen en een scherm met één kanaal, bijvoorbeeld Discovery. Kinderen mogen er een boekje lezen of zelfs huiswerk maken. De regels zijn er anders dan in een cellencomplex voor volwassenen.”

Zo’n cel heeft Timo in Middelburg niet gezien. “Het was een betonnen ruimte. Af en toe mocht ik naar een andere betonnen ruimte, maar dan zonder dak, om even te luchten.”

Rond elf uur ’s morgens werd hij verhoord. Daarna mocht hij gaan met een boete van 104 euro voor het niet bij zich hebben van een ID, 240 euro voor baldadigheid en een taakstraf van veertien uur via Halt, dat kortlopende bemiddeling organiseert om jeugdcriminaliteit te voorkomen, bestrijden en bestraffen.

“Ik moet opdrachten maken en gesprekken voeren met medewerkers van een jeugdafkickkliniek. Daarmee ben ik nu op de helft. Mijn moeder vond het niet leuk dat ik drugs bij me had, maar die nacht in de cel vond ze overdreven. Mijn vader heeft bezwaar ingediend tegen die boete voor baldadigheid. We hebben helemaal geen schade veroorzaakt en waren ook niet van plan iets te vernielen. Ons idee was om van bovenaf mooi uitzicht op lichtjes in de haven te hebben.”

First offenders 

Naar aanleiding van een brief en het meest recente onderzoek van de Kinderombudsman is op 19 juni het beleid rond het straffen van minderjarigen voor lichte vergrijpen veranderd. Kinderen worden in principe niet meer opgesloten, tenzij er een goede reden is dat wel te doen.

“Kinderen worden nu zonder advocaat naar huis gestuurd en kunnen daar het verhoor afwachten. Wij hebben sindsdien geen klachten meer gehad,” zegt Kinderombudsvrouw Kalverboer.

Beeld Fieke Ruitinga

Ze benadrukt dat het dan alleen gaat om lichte vergrijpen van kinderen die dat nooit eerder deden. “Er is slechts een kleine groep waar de politie zich écht zorgen om maakt. In de meeste gevallen gaat het bij kleine vergrijpen om first offenders. Ze zoeken grenzen op, maar verder is er met het kind en diens omgeving niet veel aan de hand. Uit criminologisch onderzoek blijkt dat de meeste kinderen die in hun puberteit de grenzen opzoeken niet in de criminaliteit terecht komen.”

Excuusbrief

Tegelijkertijd wordt natuurlijk wel verwacht dat de politie er iets mee doet als een winkelier aangifte doet van een diefstal op heterdaad. Of het nu gaat om een flesje nagellak of om een bluetooth speaker – het is een overtreding van de wet. Dat betekent dat een kind daar niet zonder straf mee wegkomt.

De politie heeft projecten voor de jeugd, zoals de reprimande winkeldiefstal en de jongerenrechtbank. Groenteman: “Sommige jongeren die zich voor het eerst schuldig maken aan overtredingen en misdrijven krijgen de kans zich eerst te verantwoorden bij een jongerenrechtbank die sommige scholen hebben. Die wordt bemand door jongeren, die ervoor zijn opgeleid en worden begeleid door de politie, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht. Zo wordt voorkomen dat ze meteen in het strafrechtelijk circuit zitten.”

Bij een reprimande winkeldiefstal krijgen first offenders soms eerst een stevig gesprek en een waarschuwing. Ze worden wel geregistreerd in het systeem, als stok achter de deur, maar krijgen niet meteen een strafblad. “Zo kunnen wij bij recidive meteen ingrijpen. De registratie vervalt na een tijd automatisch,” aldus Groenteman.

Een Halt-straf is ook een optie. “Die kan per kind verschillen. Wat bij de ene minderjarige effectief is, werkt bij de andere juist niet. En hoewel we er altijd naar streven kinderen in hun eigen bed te laten slapen, is soms een nachtje cel zo slecht nog niet. Ik spreek weleens een kind dat vroeger bij ons in de cel heeft gezeten. Hij of zij is daar toen zo van geschrokken dat er nooit meer iets is voorgevallen.”

De puberzoons van Annemarie en Anna moesten een excuusbrief schrijven en een taakstraf doen via Halt. “Mijn zoon werkte een dag op een kinderboerderij tussen de criminelen met getatoeëerde traantjes onder hun oog. Ik vond dat behoorlijk heftig.”

Annemaries zoon prikte een dag papier. Ze drukte hem op het hart voortaan heel voorzichtig te zijn en nooit meer iets te pakken wat niet van hem is. “’Als je straks zestien bent, gelden andere regels,’ heb ik hem uitgelegd. Het is nu vijf jaar later en hij heeft sindsdien nooit meer een overtreding begaan.”

Anna knikt. “‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ zal de gedachte erachter zijn. Beter één keer goed straffen, dan doen ze het niet meer. Dat de politie te soft is, hoor je mij niet meer zeggen.” 

Om privacyredenen zijn de namen van de geïnterviewden gefingeerd. De echte namen en gegevens zijn bij de redactie bekend.

Dit zegt de jeugdpsychiater ervan

Prof. dr. Ramón Lindauer is hoog­leraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie bij het Amsterdam UMC, locatie AMC, gespecialiseerd in trauma en werkt bij de Bascule, academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Amsterdam.

“Bij een licht vergrijp is het pedagogisch niet verstandig om een nacht in de cel te zien als straf. Beter is het om jongeren te confronteren met wat ze gedaan hebben en wat de consequenties zijn voor anderen. Zo help je ze hun vergrijp vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Meer afleiding in de cel en contact met de ouders kan stress en angstgevoelens beter reguleren. Het is belangrijk dat een minderjarige weet waar hij aan toe is, begrijpt wat er zal gebeuren en hoe lang het zal duren. Ik pleit voor meer nazorg.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden