PlusReportage

Als Europees Kampioen Schoenreparatie train je zestien uur per dag

Als iemand zijn zaak in Zuid een ‘hakkenbar’ noemt, zal het hem een zorg zijn. Theo Frijn, de kersverse Europees Kampioen Schoenreparatie, is schoenmaker omdat hij houdt van het vak. Gucci of stevige stapper: het moet gewoon goed zijn.

Theo Frijn samen met zijn vader Onno aan het werk in hun zaak in Amsterdam-Zuid.  Beeld Marjolein van Damme
Theo Frijn samen met zijn vader Onno aan het werk in hun zaak in Amsterdam-Zuid.Beeld Marjolein van Damme

Hij pakt ze er maar eens bij, het winnende paar. Santoni’s dus, met oranje zolen. De linker is afgedragen, de rechter glimmend goed. Een jaar lang liep Theo ze stuk om er vervolgens eentje van te herstellen. De ander ging mee als vergelijkingsmateriaal.

Het technische hoe en waarom is voer voor liefhebbers, maar over het resultaat kan geen misverstand bestaan. Theo Frijn (33) werd er vorige maand Europees Kampioen Schoenreparatie mee. Met 197 van de maximale 200 punten, de hoogste score ooit. Verbluft was de jury van dit staaltje vakmanschap.

Hij zag het eerst en vooral als z’n eigen wedstrijd. Dat werd beloond. Nu lonkt het WK in Japan in 2023.

Theo deed het allemaal op één zondag, nadat hij de deur van de winkel van de Vakschoenmaker op de Stadionweg op slot had gedraaid. In die winkel staat hij elke dag, samen met zijn vader Onno (54). Je kunt gerust spreken van een schoenmakersfamilie: het andere filiaal, in Baarn, wordt bestierd door zijn moeder Paula en zijn broer Marco. En dan zitten Theo’s vriendin en zijn zus ook nog in het schoenenvak, in de medische hoek.

Het schoenmakers-dna begint bij vader Onno. Die ging in 1983 werken bij een wasserette mét schoenmakerij in Heemstede. Hij was 17. Het beviel. Zo goed zelfs dat hij altijd werkte. Wie er ook ziek of op vakantie was: Onno was de eerste die gevraagd werd om in te vallen. Hij deed het, zelfs als hij zelf al een vakantie had gepland.

Het winnende schoenenpaar. Beeld Marjolein van Damme
Het winnende schoenenpaar.Beeld Marjolein van Damme

Theo, achter de toonbank met een paar Van Bommels in zijn handen: “Hij was er bijna nooit, altijd aan het werk. Vooral toen hij net de zaak had overgenomen, was hij er 363 dagen per jaar. Alleen met kerst en nieuwjaar was hij thuis. Maar het is een fantastische vader, hoor. Als hij er was, dan was het geweldig. Omdat hij zo veel werkte, had ik wel een Super Nintendo met alle spelletjes – dat telt ook als kind, hè?”

Knutselen

Als jongetje ging Theo geregeld mee met zijn vader, ook al mocht en kon hij nog bijna niets. Maar hij wilde het zien. Die machines, z’n vader aan het werk. Langzaamaan ging hij een beetje helpen: twee stukjes leer op elkaar slaan, beetje lijmen, knutselen eigenlijk. Koffiezetten, dat ook.

Ergens – vader noch zoon weet waar precies – sloeg de liefde voor het vak over om daarna nooit meer weg te gaan. Toen ze op de schoenmakersschool een rondje in de klas maakten om te vragen waarom ze eigenlijk schoenmaker wilden worden, antwoordde bijna iedereen: gewoon, je moet toch wat. Theo was de enige die zei: omdat ik dit léúk vind.

Daar is niets aan veranderd. Hij vindt het nog elke dag leuk, en hij is er goed in. Of de beste dus.

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Elke schoen moet goed. Onno: “Je hebt schoenmakers, die maken prachtig wedstrijdwerk, maar als je dan ziet wat ze in hun winkels op de plank hebben staan: dat is dan opeens een stuk minder. Nou, zo moet het niet natuurlijk. Wat je inlevert bij een wedstrijd moet ook de kwaliteit zijn die je elke dag aan je klanten levert. Want je klanten, díé bepalen uiteindelijk of je goed bent.”

Inmiddels komen die klanten overal vandaan, ook uit het buitenland. Aangetrokken door het Instagramaccount waar Theo zijn mooiste werk deelt: @Shoespa_Amsterdam. Voor de leek oogt het als een indrukwekkende verzameling van vooral veel glimmende zolen. Of dat nut heeft? Na één keer lopen is de glans er immers toch wel af? Ja, zegt Theo dan, als je gaat eten in een sterrenzaak, haal je je vork door het gerecht en ziet het er ook niet meer lekker uit. Maar dan heeft het wel bestaan.

Buffelen

Hij viel al eerder in de prijzen. In maart won Theo het schoenpoetskampioenschap op de Amsterdam Super Trunk Show, een prestigieuze beurs voor schoenliefhebbers. “Poetsen, en dan heel snel en grondig. Je hebt twintig minuten de tijd om ze perfect glimmend te krijgen. Dat is echt buffelen, maar ik had er enorm hard voor getraind. Twee weken lang, zestien uur per dag. Ja echt, zes-tien uur per dag.”

“Als ik ergens voor ga, dan ga ik er vol voor. Dan haal ik alle uren uit een dag die erin zitten. Vrienden en klanten liet ik met stapels schoenen komen, zodat ik kon oefenen, steeds die twintig minuten. Ik heb zulke uitdagingen nodig om het leuk te houden. Steeds die lat wat hoger, steeds een nieuw wedstrijdje.”

“Ik heb dat ook met barbecueën. Dan duik ik er helemaal in, net zolang totdat ik die côte de boeuf perfect heb. Filmpjes kijken, klooien met kruiden en sauzen, ja, hij is lekker nu. Voordat ik schoenmaker werd, was ik fanatiek gamer. World of Warcraft. Ook zéker zestien uur per dag.”

Vader en zoon Frijn. Theo: ‘Het is leuk om te zien dat het vak nu positieve aandacht krijgt’ Beeld Marjolein van Damme
Vader en zoon Frijn. Theo: ‘Het is leuk om te zien dat het vak nu positieve aandacht krijgt’Beeld Marjolein van Damme

Als vader Onno er niet was geweest, deed hij dat misschien nog steeds. Onno: “Theo had zijn middelbare school afgerond en nam toen een soort tussenjaar. Op zich geen moeite mee, tussenjaartje, maar toen hij aan z’n tweede tussenjaar wilde beginnen, zei ik: ‘Nou, kom maar, dan vul ik het wel even voor je in.’ Weer een heel jaar gamen – dat leek me geen goed plan.”

Dus kwam Theo in de winkel die zijn vader in 2002 had overgenomen. Onno kon toentertijd kiezen uit twintig zaken, want zoveel filialen had zijn baas, maar hij wilde deze. “Omdat voor een schoenmakerij drie dingen belangrijk zijn: locatie, locatie, locatie.”

Croc

Schoenmaker in Amsterdam-Zuid: dat betekent veel moois door je handen. Met de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Onno: “Je moet jezelf wel waarmaken als de Gucci’s en Prada’s je om de oren vliegen. Daar moet je dan wel wat mee kunnen. Terwijl, als je in een heel ander soort wijk zit, moet je een Croc in twee stukken weer aan elkaar kunnen krijgen. Andere tak van sport.”

Theo: “Ik stuur net een doos op naar het zuiden van het land: verzekerd voor 5500 euro. En dat is omdat dat het maximaal verzekerde verzendbedrag is, want er zat voor tienduizend euro aan schoenen in. Vijf paar, dus reken maar uit.”

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Onno: “Er komen hier vrouwen in de winkel, daarbij wéét je gewoon dat ze 250 paar schoenen in de kast hebben staan. Maar die worden dan toch helemaal zenuwachtig als dat ene paar niet goed is. Hoeveel schoenen kun je tegelijk dragen, denk ik dan, maar ik ben geen psychiater die eens gaat onderzoeken wat er nu precies misgaat in dat hoofd. Ik zorg dat er eind van de middag nog een nieuw hakkie onder zit, zodat ze gewoon weer naast die andere 249 kunnen staan.”

Even langs de machinerie dan. Eerst het gedeelte voor het grove werk: de zolen, de hakken. Lukraak liggen er nijptangen en borstels van nieuw tot bijna uitgeborsteld. Verder, langs hamers, een schaar en flesjes met olie of smeer. Overal ligt gruis en zitten vlekken. Voor de werkplek van iemand die schoenen kan oppoetsen tot ze fonkelen van vreugde, lijkt het toch wel een janboel. “Weten we,” zegt Theo, “maar wij vinden: het mag er uitzien alsof er wordt gewerkt. Klanten zeggen weleens: maak het nou even schoon. Maar ja, dan is het over een uurtje weer vies, hoor.”

Ritsje

In de winkel in Baarn schijnt dat anders te zijn. Daar waakt de vrouw des huizes iets scherper over het propere. Bovendien wordt daar nooit vergeten dat een mens ook moet eten, en af en toe iets drinken. In Amsterdam schiet dat er nogal eens bij in. Theo: “Dan kijken we elkaar aan het einde van de dag aan en zeggen we: oh, ja, weer niet gelukt.”

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Er gaat trouwens veel heen en weer tussen de twee winkels. Onno: “Ik kan bijvoorbeeld best stikken, een ritsje in een jas of zo, maar het is toch mooier als dat door een vrouwenhand wordt gedaan. Dus die gaat dan naar Baarn. Een ingewikkelde reparatie aan een herenschoen gaat vaak naar Theo. Ieder van ons vier heeft zo z’n dingetje. We zijn alleen nog aan het uitvinden waar ík nu eigenlijk goed in ben.”

Zo kunnen ze het de hele dag over schoenen hebben. Over hoe goedkoop altijd duurkoop is. Echt leer, dat kun je blijven opknappen. Gaat zo dertig jaar mee. Rubber, dat vergaat. Over hoe schoenen de man maken. Paar knappe stappers, strak gepoetst: dan kun je dus rustig een gaatje in je broek hebben, daar kijken de mensen dan niet eens naar. Zelf zijn ze het levende voorbeeld. Simpel polootje, grijze jeans, en daaronder allebei puur vakmanschap aan de voeten – echt leer natuurlijk, en glimmen doen ze ook. En over gereedschap dat naar je hand gaat staan. Drie identieke hamertjes en toch heeft Onno een favoriet, zoals een sushi-chef z’n eigen messen heeft.

Thuis, met de hele familie in het schoenenvak, gaan die gesprekken gewoon verder. Echt, hij heeft niemand gedwongen, verzekert Onno. Onverminderd druk hebben ze het, hoewel het iets terugliep toen de halve Zuidas ging thuiswerken en de nette schoenen dus onder de kapstok bleven staan. Maar het was eerder ook eigenlijk té druk.

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Theo: “Ik wil het netjes doen, goed werk leveren. Niet snelheid omhoog, kwaliteit omlaag. Dus wat deed ik? Ik nam het mee naar huis. De makkelijke klusjes waar ik geen gereedschap voor nodig had. Poetsen, patineren, dat kan daar ook. Zat ik ’s avonds op de bank nog met een paar loafers op schoot. Maar ik vind het leuk, dus waarom niet?”

Aandacht

Na het winnen van het EK en alle media-aandacht was Theo even bang dat ze met te veel zouden komen. “Dan krijg je misschien mensen die een zootje rotzooi komen brengen en zeggen: ja, jij bent toch de beste? Laat maar zien dan. Maar dat is allemaal nog erg meegevallen. Gelukkig vindt iedereen toch z’n eigen schoenmaker altijd de beste. Het is leuk om te zien dat het vak nu positieve aandacht krijgt. Daar doe ik het eigenlijk voor.”

Hij viert zijn ambacht. Schoen-hersteller vindt Theo een mooi woord. Oplappen? Liever herstellen. “Maar als iemand me hakkenbar noemt, dan doet me dat niks. Ze weten niet beter of het is dollen. Soms maak je mee dat mensen zeggen: ‘Wow, ze zijn als nieuw! Prachtig, vakwerk!’ Maar het komt ook voor dat je heel lang aan een paar lastige zolen hebt zitten knutselen en de klant er vervolgens niet eens naar kijkt, ze op de grond gooit en ze aantrekt. Mag allemaal. Ik vind: het begint ergens en het stopt ergens. Ik doe het niet voor de complimentjes.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden