PlusAchtergrond

Als de man onvruchtbaar blijkt: ‘Ik heb gefaald als man’

Beeld Alexandra España

Als stellen ongewenst kinderloos blijven en het zaad het precaire punt is, zwijgen mannen daar het liefst over. Ze voelen het als een aantasting van hun mannelijkheid, als falen. ‘Ik kweekte extra spieren om te compenseren.’

“Ik heb gefaald als man. Het is alsof ik tekortschiet in het meest basale onderdeel van het man-zijn: zorgen dat de vrouw zich kan voortplanten en ervoor zorgen dat mijn familie blijft bestaan op deze wereld,” zegt Jouke de Jong (31), als hij terugdenkt aan hoe hij zich voelde nadat hij vorig jaar te horen had gekregen dat hij volledig onvruchtbaar is.

“In de periode erna ben ik veel gaan sporten. Ik wilde aan mezelf en aan mijn vrouw bewijzen dat ik wél mannelijk ben, ondanks mijn dode zaad. De extra spieren die ik kweekte, waren echter niet voor mezelf, nee. De wereld moest ze zien: kijk, ik ben een man met testosteron.”

“Het sloeg nergens op. Dat weet ik nu ook wel, maar dat is wel wat er gebeurde. Ik moest mijn tekortkomingen compenseren. Na een paar weken vroeg ik mezelf af wat ik nu eigenlijk aan het doen was. Ik ben nooit een echte sporter geweest, nu wilde ik ineens het mannetje uithangen. Het was bizar wat er met me gebeurde.”

De Jong en zijn vrouw, met wie hij drie jaar geleden na een relatie van dertien jaar trouwde, behoren tot de circa tien procent van de stellen die het niet lukt om zonder hulp hun kinderwens te vervullen. De kaarten onder heterostellen zijn gelijk verdeeld: de man heeft voor circa een derde een aandeel in het zwangerschapsproces, de vrouw ook een derde nog eens een derde heeft betrekking op de man en vrouw samen, aldus Paul Flierman, fertiliteitsarts in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam.

Cruciale bijrol

Ondanks de gelijke verdeling zit mannelijke onvruchtbaarheid in de taboesfeer. De Jong: “Het is ontzettend onterecht, maar het is echt een no-go om te vertellen dat je onvruchtbaar bent of problemen hebt met je balzak of zaad.” De Jong wordt boos als hij vertelt hoe onbegrepen hij zich voelde toen juli vorig jaar, na anderhalf jaar van behandelingen, de deur van een kier in het slot viel en hij hoorde dat een kind van eigen genetisch materiaal nooit werkelijkheid zou worden. “Het lijkt alsof ik de enige man ben die hiermee moet dealen.”

Het staat buiten kijf: mannen hebben een net zo grote vinger in de pap bij het zwangerschapsproces als vrouwen. Toch voeren vrouwen de boventoon – op álle vlakken.

Flierman vergelijkt de verdeling van ‘de bloemetjes en de bijtjes’ met stijldansen: “De vrouw wordt ondersteund door de man. Dat is eigenlijk ook een beetje de afspiegeling van de biologie. De mannen spelen een cruciale bijrol, maar het is een bijrol.” Dat klinkt haast denigrerend in het Nederlands. “In Amerika heb je bij de Oscars de best actor in a supporting role, dat is beter. Mannen zijn wel degelijk van waarde, zaadcellen zijn immers onmisbaar, maar het is wel zo dat de vrouw bepaalt. Dat zie ik ook mij bij in de spreekkamer. De vrouw is hier en de man is er óók,” zegt Flierman.

“Maar juist omdat zijn rol zo marginaal is, is de man kwetsbaar,” zegt klinisch psycholoog Chris Verhaak. In het Radboudumc helpt ze stellen met fertiliteitsproblemen. De man is onmisbaar, maar de partner is in de praktijk inwisselbaar: als het niet lukt samen een kind te krijgen, omdat de man kwalitatief slecht zaad heeft bijvoorbeeld, is er nog de mogelijkheid om voor een zaaddonor te kiezen. De vrouw wordt dan alsnog zwanger, het stel krijgt een kind, alleen is de partner plots niet de biologische vader. Verhaak: “Dat kan voor mannen een grote klap zijn. En het roept de vraag op: ben ik zo makkelijk inwisselbaar?”

Maar ook het stadium ervóór is ingrijpend. Gezonde stellen kunnen na een jaar tevergeefs pogen zwanger te worden door hun huisarts worden doorverwezen naar een fertiliteitspoli. Die stap is een drastische, volgens Verhaak. “Een kind verwekken in intimiteit kan dan niet meer. Het wordt iets klinisch. Dokters en assistenten zijn dan onderdeel van wat normaal in de slaapkamer gebeurt.”

Prestatiedruk

Voor het eerste onderzoek op de fertiliteitspoli moet de man binnen een uur na de ejaculatie zijn zaad inleveren. De vrouw wordt onderworpen aan bloedonderzoek. Daar begint het al: “Zaad inleveren alleen al is heel ingrijpend voor veel mannen,” zegt Verhaak. “Ineens moet je zaad produceren onder druk. Je ejaculeert niet omdat je seks wilt hebben of uit genot, maar omdat de dokter het wil hebben. Dat kan gepaard gaan met stress en prestatiedruk. Als dan ook nog blijkt dat de man degene is die de kinderwens bemoeilijkt, kan dat voor sommigen voelen als falen in mannelijkheid en falen naar hun partner.”

Het is een gevoel dat Thijs (31) herkent. Anders dan De Jong wil hij niet met zijn achternaam in de krant, maar hij wil wel graag zijn verhaal vertellen. Thijs trouwde vorig jaar september. Sindsdien proberen hij en zijn vrouw hun kinderwens te vervullen.

“Ik heb er nooit een moment over nagedacht of het al dan niet zou lukken,” zegt Thijs. “We hebben het ook direct serieus aangepakt.” Het stel hield met ovulatietesten bij wat het beste vrijmoment zou zijn.

Als zijn vrouw na een jaar nog niet zwanger is, gaat het stel naar de huisarts en de fertiliteitspoli. Daar blijkt, na een reeks onderzoeken, dat Thijs minder dan een miljoen levende zaadcellen per milliliter heeft – bij minder dan 15 miljoen is een man in Nederland verminderd vruchtbaar.

Ondanks dat Thijs al jaren weet dat hij één bal heeft, kwam dat nieuws als een ongewenste verrassing. “Twintig jaar geleden zeiden doktoren dat het feit dat ik maar één bal heb, geen impact zou hebben op mijn vruchtbaarheid.” Het had Thijs minder tijd en moeite gekost als hij destijds juist was ingelicht over de mogelijke gevolgen. “Dat had mijn vrouw en mij een jaar hoopvol iets proberen dat toch niet zou lukken, gescheeld. En we hadden eerder om hulp kunnen vragen.”

Zevenhonderd stellen

Omdat anders dan bij Jouke de Jong Thijs’ sperma wel levende zaadcellen bevat, kan hij door een ICSI-behandeling (voluit Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie) alsnog een poging doen een kind te krijgen van eigen genetisch materiaal.

In het laboratorium wordt dan één zaadcel in één eicel gebracht en vervolgens teruggeplaatst bij de vrouw. Maar omdat er bij een normale cyclus doorgaans slechts één eicel rijpt, krijgt de vrouw hormonen toegediend om de eierstokken te stimuleren meerdere eicellen tegelijk te laten rijpen.

Die hormonen zijn overigens niet zonder bijwerkingen: ze hebben vaak ongemakken als misselijkheid, hoofdpijn, vermoeidheid en stemmingswisselingen tot gevolg. Daar komt bij dat de puncties om eicellen te verwijderen of terug te plaatsen niet zelden pijnlijk zijn. Thijs: “Ik voel me daar wel schuldig over ja. Door mij moet ze dit meemaken.”

Fertiliteitsarts Flierman: “Je ziet inderdaad dat mannen zich daar over het algemeen schuldig over voelen.” Jaarlijks melden zich in het OLVG circa zevenhonderd stellen met een kinderwens. “Die wens hebben ze samen, maar de vrouw moet het allemaal maar ondergaan, omdat hij niet van dat goede zaad heeft – dat gevoel.”

Next level

Thijs en zijn vrouw zitten nu midden in het ICSI-behandeltraject. Ze praten er onderling veel over en hoewel Thijs’ vrouw het haar man niet kwalijk neemt, voelt hij dat anders.

“Weet je, lang was het zo dat als je ’m een keer niet omhoog kreeg, dat het ergste is wat je als man kon overkomen. Als je seks ging hebben en het lukte niet om welke reden dan ook, faalde je als man, maar dit is echt next level. Als ik mijn vrouw gewoon normaal zou kunnen bevruchten, had zij niet in deze positie gezeten.”

Was het te voorkomen geweest? Thijs: “Ik ben twee jaar geleden gestopt met roken. Bewust, als voorbereiding op het vervullen van onze kinderwens. Ik slaap en eet goed, ik drink alleen wanneer het leuk is, ik sport veel maar ik doe geen extreme duursporten – dat zou van invloed zijn op je de zaadkwaliteit. Mijn androloog gaf ook aan dat ik niets hoef te veranderen.”

Beeld Alexandra España

“Maar hoe positief dat ook klinkt, zo voelde het niet. Dit ben ik, dit is de beste versie van mezelf en die versie schiet te kort. Dat vind ik lastig. Dus om terug te komen op de vraag ‘was het te voorkomen?’ Nee, maar die rationale vraag doet er niet toe in het oordeel naar mezelf.”

Thijs en Jouke de Jong worden door de buitenwereld, net als andere verminderd vruchtbare of onvruchtbare mannen, gekscherend slome duikelaars, slappe zakken, homo’s of de vrouwtjes genoemd. Dat heeft vanzelfsprekend impact op het individu, maar houdt ook het stigma ‘als je niet vruchtbaar bent, ben je ook minder mannelijk’ in stand, aldus klinisch psycholoog Verhaak.

In één keer raak

Dat merkte ook Thijs toen hij zijn verhaal vertelde. Op zijn werk werd begripvol gereageerd, met zijn vrouw kan hij er goed over praten. “Maar ik heb ook meegemaakt dat mensen belachelijk reageerden en de drang voelden eerst te benadrukken hoe mannelijk ze zelf wel niet waren, omdat zij wél een kind van zichzelf hadden zonder hulp.”

“Iemand zei: ‘Ik schoot in een keer raak bij mijn vrouw en maak je maar geen zorgen. Als je geen kinderen kunt krijgen: ik ken mensen die een hond hebben. Daar kun je ook gelukkig mee worden.

Ja, gast…”

Tweedeling

Op fora, besloten Facebookgroepen en bijeenkomsten valt de tweedeling tussen hoe mannen en vrouwen met onvruchtbaarheid omgaan ook op, zegt Marjolein Grömminger, woordvoerder bij Freya, de patiëntenvereniging in Nederland voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen.

Vrouwen praten er vaker over, delen hun onzekerheden, vertellen hoe ver ze in een eventueel behandeltraject zitten en hoe ze zich onder de omstandigheden voelen. Mannen vermijden doorgaans het gesprek en houden zich op de achtergrond. Het beeld dat alleen vrouwen lijden onder hun onvervulde kinderwens – ongeacht de oorzaak –, wordt hierdoor bevestigd.

“Mannen en vrouwen gaan verschillend om met hun emoties,” zegt klinisch psycholoog Verhaak. Op haar spreekuren in het Radboudumc ziet ze steevast een complex spectrum aan emoties.

“We weten uit onderzoek dat het bij vrouwen een grotere impact heeft dan bij mannen als er om welke reden dan ook geen zwangerschap ontstaat. Bij vrouwen stijgt het boven alle andere problemen uit. Het gaat om moeder worden, maar ook om zwanger zijn, de baby baren, en het is verweven met het basale gevoel van levensinvulling. Lukt het niet? Dan praten ze er graag over, op de bank bijvoorbeeld, onder een dekentje – lekker tegen elkaar aan de warmte opzoeken.”

“De wens om vader te worden is meer gefocust op resultaat – een kind – en minder op het proces. Want wat levert praten nu op? Mannen zijn over het algemeen toch oplossingsgericht. Waar vrouwen een luisterend oor willen, ook als daar niet direct een praktische oplossing op kan volgen, onderzoeken mannen eerder manieren om verder te gaan.”

Eigen behoeften

Verhaak benadrukt: dit is hoe het doorgaans gaat. “Er is zoals met alle psychische problemen en mentale klappen niet één manier om ermee om te gaan. Iedereen heeft zijn eigen behoeften en er moet dan ook ruimte zijn om het verdriet op een eigen manier een plek te geven.”

Wat we verder niet moeten vergeten: onvruchtbare mannen, verminderd vruchtbare mannen – het is relatief nieuw dat er zo in de openbaarheid over wordt gesproken.

“Het was lang onduidelijk of het probleem bij de man lag,” zegt Verhaak. “En zelfs als het vermoeden er was dat het aan de man lag, kon dat niet met zekerheid worden gezegd.”

Overigens stagneert het wetenschappelijk onderzoek naar infertiliteit bij mannen. “We weten maar een paar dingen, maar we weten ook heel veel dingen niet,” zegt fertiliteitsarts Flierman.

“Het onderzoek naar sperma, mannelijke vruchtbaarheid, staat stil. We weten wel hoeveel zaadcellen iemand heeft, wat we er eventueel mee kunnen om de kinderwens te vervullen, maar met minder goede spermakwaliteit kunnen we verder niet zo veel. We weten vaak niet waardoor het komt en nog altijd niet hoe we de spermakwaliteit kunnen verbeteren.”

In therapie

Jouke de Jong heeft er nu spijt van hoe hij destijds handelde. “Ik ging te snel door met mijn leven, ik heb achteraf gezien onderschat hoeveel impact het slechte nieuws had.”

Sinds een paar maanden is hij daarom in therapie. “Daar had ik veel eerder mee moeten beginnen. Er komt meer bij kijken, weet ik nu. Onvruchtbaar zijn is een groot ding, ik zal nooit zelf een kind krijgen. Ineens was ik jaloers op ouders. Mijn vrouw en ik zouden het veel beter doen, dacht ik dan. En waarom lukt het andere mannen wel en mij niet? Therapie helpt om die emoties een plek te geven. Ik gun iedereen hun geluk, maar die gevoelens zijn er soms, ongewild, wel.”

Dat er meer over onvruchtbaarheid bij mannen gepraat moet worden, daarover zijn alle betrokkenen het eens. Die gesprekken moeten verder reiken dan de relatie alleen. Verhaak: “Ook de omgeving speelt een rol: hoe zou je willen dat broers en zussen of andere naasten met kinderen reageren? Wil je betrokken worden bij hun kinderen of juist helemaal niet?”

De Jong: “Als ik van te voren meer had geweten over de emoties die erbij komen kijken, had ik me erop kunnen instellen. Wellicht had ik sommige gevoelens dan niet gehad. Daarom zeg ik ook: mannen, praat er alsjeblieft over met elkaar. Je bent niet alleen.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden