PlusAchtergond

Al 1825 kerken hebben een nieuwe functie: ‘omkatten’ wint het van slopen

NedPho Koepel in de Gerardus Majellakerk.Beeld Chris Booms en Paul van Galen

Elke twee weken komt er een kerk leeg te staan. Herbestemming wint het steeds vaker van slopen, laat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zien met een boek. 

Zet twee Nederlanders bij elkaar en je hebt een kerk. Zet drie Nederlanders bij elkaar en je hebt een schisma. Die diepgewortelde hang naar religieuze scherpslijperij en afsplitsing is tenminste één verklaring voor het grote aantal godshuizen in ons land. De Nederlandse kerkdichtheid is de hoogste in Europa, met uitzondering van Zweden, waar het pas in 2000 tot een scheiding van kerk en staat kwam.

Nergens in Europa sloeg ook de secularisatie vanaf de jaren zestig zo hard toe als in Nederland. De kerken liepen leeg; de hulzen die achterbleven werden veelal ­gesloopt – voor kerkbesturen de lucratiefste oplossing: geen onderhoudskosten meer, wel inkomsten van verkochte grond. Bij gemeenten en omwonenden is echter steeds meer het besef ingedaald dat het gaat om gebouwen met grote ­monumentale, maatschappelijke, architectonische en stedenbouwkundige waarde. Verheffing tot monument houdt de sloopkogel soms op afstand en er wordt steeds vaker gekeken naar hergebruik. Van de 7110 kerken die Nederland nu telt, hebben of krijgen er 1825 een nieuwe functie.

NedPho Koepel in de Gerardus Majellakerk.Beeld Chris Booms en Paul van Galen

Hindoetempel

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft er een aantal uitgelicht en toegelicht in het boek Kerkgebouwen – 88 inspirerende voorbeelden van nieuw gebruik. “Alle functies die je in een stad tegenkomt, kunnen gehuisvest worden in een kerk,” zegt Frank Strolenberg, hoofd van het programma Toekomst Religieus Erfgoed van de RCE en drijvende kracht achter de publicatie. “In Amsterdam heb je onder andere een expositieruimte (Nieuwe Kerk), een kinderspeelparadijs (Sint-Josephkerk) en een kantoor (De Voorzienigheid) in een kerk. In de jaren tachtig werden ­kerken nog weleens omgebouwd tot hindoetempel of moskee, zoals bijvoorbeeld De Zaaier aan de Rozengracht, maar dat is vrijwel geheel gestopt na 9/11.”

Strolenberg bedoelde het boek als inspiratiebron voor gemeenten en kerkbesturen die met overtollig religieus erfgoed in hun maag zitten. Want in de Biblebelt worden dan wel kerken bijgebouwd, in de rest van het land blijven ze leegstromen. “Op dit moment wachten 295 kerken op herbestemming,” weet Strolenberg. “Daar zitten ook ­Amsterdamse kerken bij als de Augustinuskerk in Noord, of de Willem de Zwijgerkerk en de Rietveldkerk in Zuid.”

Architect André van Stigt is dé autoriteit als het gaat om het ‘omkatten’ van kerken. In 1980, hij was net afgestudeerd, zette hij zich in voor het behoud van de Vondelkerk en de Posthoornkerk. Daarmee stelde hij zich op tegenover het bisdom Haarlem en beheerorganisaties als CityKerk, die hun vastgoedbestand liefst grondig wilden saneren. “We hebben die kerken vanuit buurtorganisaties gekraakt, er vloeren ingelegd met verwarming en isolatie, en andere aanpassingen gedaan. We hebben altijd ­gestreefd naar een publieke functie. Een kerk is immers de huiskamer van de buurt, een sociaal monument.”

Congressen en evenementencentrum in de Posthoornkerk.Beeld Chris Booms en Paul van Galen

Bij verbouwing staat voor Van Stigt altijd ‘de heilige haalbaarheid’ voorop. Goedkope en slimme oplossingen dus, en geen franje als het niet kan. Ook belangrijk: vooraf huurders vinden die zich committeren aan langjarige contracten. “Je moet bij zo’n project niet denken als architect maar als bouwmeester, en een beetje als ontwikkelaar.”

Na de Vondel- en Posthoornkerk volgden meer herbestemmingsprojecten, waarvan de Majellakerk, tegenwoordig thuishonk van het Nederlands Philharmonisch Orkest, het bekendst is. Maar al die stichtingen besturen – onbezoldigd in de avonduren – ging Van Stigt zwaar ­wegen, en in 1990 verenigden deze zich daarom in het ­Amsterdams Monumenten Fonds, dat in 1999 werd ondergebracht bij Stadsherstel.

Die instelling had zich sinds de oprichting in 1956 uitsluitend gericht op restauratie en behoud van woonhuizen, maar had met het verwerven van de Amstelkerk en schuilkerk De Hoop in Diemen twee belangrijke kerken in haar bezit gekregen. Door de fusie met het Amsterdams Monumenten Fonds werd het religieuze vastgoedbestand uitgebreid met onder andere De Duif, de Oranjekerk en de Schellingwouderkerk.

Congressen en evenementencentrum in de Posthoornkerk.Beeld Chris Booms en Paul van Galen

Onorthodox

“Sindsdien hebben we veel ervaring en kennis opgedaan met installatietechniek, bouwfysica en het gedrag van dit soort monumenten,” vertelt Paul Morel, senior project­leider van Stadsherstel. “Kijk bijvoorbeeld naar de Amstelkerk, waar wij kantoor houden. Die is in 1680 neergezet en is eigenlijk niet meer dan een houten schuur, één groot tochtgat. Dat is verholpen door het dichten van kieren ­tussen houten delen, een geïsoleerd plafond en voorzet­ramen. Wij kunnen hier behaaglijk zitten met 35 man.”

“Geld is niet het grootste probleem,” weerspreekt Morel het gangbare argument om toch te slopen. “Het gaat erom de juiste gebruiker te vinden, die aansluit bij het gebouw.”

Dat begint volgens architect Van Stigt met ‘het lezen van het gebouw’. “Belangrijk zijn de assen, open zichtlijnen en vaak transparante ruimte. Die eigenschappen zorgen voor de kerkbeleving en geven het gebouw karakter. Daarom ben ik ook tegen het verkavelen van kerken tot appartementen. Er blijft dan niets over van het interieur, je houdt enkel de schil over.”

“Gebrek aan licht kun je oplossen door ramen te plaatsen. Stookkosten kun je met 90 procent terugbrengen door zwevende vloeren te installeren en gewelven te isoleren. Zware kelders lenen zich prima voor computerterminals of warmte-koude-opslag. In hoge ruimtes kun je kantoren huisvesten, die buiten werktijd uitermate geschikt zijn als oefenruimte voor koren. Veel herbestemde kerken hebben een mix van gebruiksfuncties.”

Volgens Morel is er veel overleg nodig met Monumentenzorg om een tweede leven mogelijk te maken. “Als je kerken wilt behouden, moet je onorthodox denken, niet in hokjes en zeker niet in termen van wat wel en niet gepast zou zijn. Persoonlijk vind ik Paradiso een heel goed voorbeeld van herbestemming. Geen enkele kerk wordt zo ­intensief gebruikt of speelt zo’n belangrijke rol binnen Amsterdam en ver daar buiten.”

Morel heeft de omgang met kerken ten goede zien veranderen. “In de jaren tachtig en negentig was de ontkerkelijking keihard en werd zo’n kerk rigoureus leeggetrokken. In de Majellakerk is niets over van het oorspronkelijk interieur. Tegenwoordig wordt dat zo veel mogelijk gehandhaafd, zelfs de banken, die je op wielen kunt zetten zodat ze verplaatst kunnen worden en niet in de weg staan.”

Candy Castle in de Sint-Josephkerk.Beeld Chris Booms en Paul van Galen
Candy Castle.Beeld Marijke Stroucken

Druk op de ketel

Herbestemming van kerken vergt een lange adem, weet Morel. “In 1992 liep ik voor het eerst op het dak van De Duif en pas tien jaar later konden we heropenen. Je hebt te maken met veel meningen en emoties, zelfs buurtbewoners die nooit naar de mis gaan, beschouwen het gebouw als hún kerk. Daarnaast is het bouwproces complex. Kerken zijn in de stad zelden solitaire gebouwen, je staat met je steiger meteen bij de buren, en aanvoer van materialen geeft al snel overlast.”

Door de lange duur van het proces vindt Morel het belangrijk dat er druk op de ketel blijft bij herbestemmingsprojecten. “Het probleem is nu dat de vastgoedprijzen zo de pan uitrijzen dat kerkbesturen liever slopen en de grond verkopen aan ontwikkelaars die huizen bouwen.”

De RCE heeft in 2019 gemeenten opgeroepen een ­kerkenvisie te ontwikkelen. Strolenberg verwacht dat ­ongeveer de helft van alle Nederlandse gemeenten, waaronder Amsterdam, daar gehoor aan gaat geven. Strolenberg: “Hiermee wordt inzichtelijk welke gebedshuizen er zijn en wat hun toekomst is. Samen met kerkgenootschappen kan dan een strategie worden ontwikkeld: verduur­zaming en multifunctioneel gebruik als het een kerk blijft, of een vorm van hergebruik als dat niet zo is.”

“Corona heeft het belang van zo’n kerkenvisie vergroot: door de pandemie is de leegstand in een stroomversnelling gekomen. Veel kerken hebben geïnvesteerd in streamingdiensten, maar kerkgangers haken af en zonder ­fysieke bezoekers is er ook geen collecte. Het is een kwestie van tijd voordat veel kerken hun eigen onderhoud niet meer kunnen bekostigen en moeten sluiten.”

Diverse auteurs: Kerkgebouwen, 88 inspirerende voorbeelden van nieuw gebruik – van appartement tot zorgcomplex, uitgeverij Blauwdruk, €39,50.

Kantoor Kesselskramer in de Voorzienigheid.Beeld Chris Booms en Paul van Galen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden