PlusAchtergrond

Ajaxsupporters over het gemis: ‘Kijken nu op zondag naar oude wedstrijden’

Ajaxsupporters moeten het al weken zonder de wedstrijden van hun cluppie stellen, en dat valt niet mee. ‘Ajax staat in de top drie van dingen die ik het meest mis.’

Eveline Cordus (60) en Luca Brouwer (30).Beeld Ernst Coppejans

‘We kijken alle wedstrijden samen in de kroeg’

Eveline Cordus (60), onderwijsassistent
Luca Brouwer (30), doktersassistent

Cordus: “Luca is de dochter van een mijn beste vriendinnen. Twee jaar geleden kwam ze een keer Ajax kijken in mijn stamkroeg Bührs. Sindsdien kijken we alle wedstrijden samen. We zijn heel fanatiek, alle andere afspraken moeten ervoor ­wijken. Als Ajax om twaalf uur speelt, gaat de kroeg voor ons speciaal eerder open.”

Brouwer: “Eveline kan heel hard schreeuwen en soms roept ze dingen die niet kloppen.”

Cordus: “Ik haal spelers soms door elkaar, zoals Veltman en ‘Tagiatelli’, zoals we ­Tagliafico noemen.”

Brouwer: “Ik ben even luidruchtig, hoor. We gaan allebei helemaal op in het spel, maar hebben ook oog voor het ­mannelijk schoon.”

Cordus: “Ik ben een enorme fan van Mazraoui. Omdat hij een goede verdediger is, maar ook omdat hij er heel leuk uitziet.”

Brouwer: “Ziyech is om dezelfde reden mijn favoriete speler. Ik vind het heel erg dat hij nu vertrekt, zonder dat hij echt ­afscheid kon nemen.”

Cordus: “Ajax kijken is voor ons echt iets om naartoe te leven, ik mis het vreselijk.”

Brouwer: “Het verbindt altijd iedereen, dat is heel mooi.”

Cordus: “Het gat dat is gevallen doordat Ajax niet speelt, vullen we nu op door samen op de stoep een biertje te drinken.”

Brouwer: “Ik heb het oude Ajaxlogo op mijn kuit laten tatoeëren. Het zijn elf lijnen, die voor de spelers van het team staan. En tijdens wedstrijden dragen we altijd een Ajaxshirt, anders brengt het ongeluk.”

Cordus: “Het liefste zou ik bij de F-side zitten. Ik hou van de reuring, het vuur-werk. Ik wil ook graag een seizoenkaart, maar dan moet ik alleen gaan, want voor Luca is die te duur. Mijn buurman, die ik ken sinds het uitbreken van het corona-virus, heeft een kaart. Hij heeft beloofd mij mee te nemen naar het stadion zodra het weer kan. Dit duurt al veel te lang.”

Brouwer: “Als we straks weer in de kroeg kunnen kijken, is daar ook alles anders. We moeten een tafeltje reserveren, mogen elkaar niet meer omhelzen en op anderhalve meter van elkaar vandaan ­zitten. Hoe dan?” 

Nicky Roeg (78).Beeld Ernst Coppejans

‘Ik mis alles: de voorpret, de spanning, het gemopper, het gejuich’

Nicky Roeg (78), gepensioneerd

“Ik ben al 63 jaar lid van Ajax. De eerste keer dat ik naar een wedstrijd ging was in 1952, een kampioenswedstrijd tegen ­Willem II in het Olympisch Stadion. Ik was elf jaar, glipte heel brutaal door het hek en ging langs het veld zitten, leunend tegen een muurtje. Ajax verloor de wedstrijd met 1-2. Jaren later had ik een boetiek in ­dameskleding in de P.C. Hooftstraat, waar veel spelersvrouwen kwamen.

We raakten bevriend. In die tijd leerde ik ook veel spelers kennen, stuk voor stuk fenomenen: Cruijff, Suurbier, Muller, Swart, Keizer. Een keer kwamen mijn vrouw en ik in Parijs Johan en Danny Cruijff tegen in de hotelbar. Er zat daar ook een wonderschone dame, dat bleek Diana Ross. Mensen kwamen allemaal om een handtekening vragen. Niet van mevrouw Ross, maar van Johan Cruijff. Dat vond ik zo sneu dat ik haar toen om een handtekening ben gaan vragen.

Iedereen in onze familie is Ajacied.

Mijn kleinzoon Nathan is de jongste ­voetbalmakelaar van Nederland, hij was goed bevriend met Appie. Mijn andere kleinzoon van acht jaar is net voor Ajax gescout. Ajax speelt het allerbeste spel, aanvallend, dat maakt het de mooiste club die er bestaat.

Vóór corona ging ik nog naar alle ­thuiswedstrijden in het stadion, de uitwedstrijden keek ik al heel lang thuis op tv. Vroeger bestelden we dan altijd ­broodjes bij Sal Meyer. Ik mis alles nu van Ajax: de voorpret, de discussies over de opstelling, de spanning voor, tijdens en na de wedstrijd, het gemopper, het gejuich en de nabeschouwing bij Studio Sport.

Als ik wakker lig, maak ik in mijn hoofd altijd de opstelling voor de volgende week, dan pas slaap ik lekker in. Dat kan nu niet. Ik kijk wel veel oude wedstrijden. Al weet ik hoe het afloopt, het blijft­ ­spannend. Ook als er straks misschien weer duizend mensen in het stadion mogen, blijf ik thuis. Het is met mijn broze gezondheid een te groot risico. Maar Ajax zit ­gelukkig in mijn hart.”

Elisabeth de Boer-Suesan (93).Beeld Ernst Coppejans

‘Als ik doodga, wil ik een Ajaxvlag op mijn kist’

 Elisabeth de Boer-Suesan (93)

“Voor de coronacrisis ging ik nog in mijn eentje naar alle thuiswedstrijden. Zodra het weer mag, stap ik in de auto naar het stadion. Dat ik Ajax nu al weken moet ­missen, vind ik vreselijk. Thuis was het vroeger altijd al Ajax voor en Ajax na. Ik heb drie zussen, en mijn vader nam ons om de beurt mee naar een wedstrijd in De Meer. We kropen door het hek en zochten zelf een plekje, want geld voor een kaartje om met hem op de tribune te zitten had hij niet.

Na de oorlog, toen Ajax weer ging ­spelen, kwam iedereen in de buurt na de wedstrijd naar de Sumatrastraat om daar de uitslagen te bekijken die sigarenboer Klokkemeijer op een bord zette. Later hadden mijn zussen en ik onze eigen ­seizoenkaart; samen gingen we naar alle wedstrijden.

In De Meer hadden we stoelen onder De Engelenbak, waar de spelersvrouwen en Ajaxmensen ook zaten. Dan sprak je gewoon met elkaar. Mijn zoons gingen later bij de F-side, maar ik waarschuwde ze: ‘Als ik jullie ooit zie vechten, mag je nooit meer naar Ajax!’ Ik weet nog dat Stanley Menzo op de bar mitswa van mijn neefje was om hem een bal te geven. Hij vond het zo gezellig dat ie de hele avond is gebleven. Ik kom uit een Joodse familie en als overlever van de oorlog heb ik het altijd vreselijk gevonden dat supporters Ajax een ‘Jodenclub’ noemen.

De liederen die ze op de tribune ­zingen, gaan echt door merg en been. Waarom niet gewoon een leuk liedje, zoals dat nummer in de pauze van Bob Marley? Dat is toch grandioos, daar wordt iedereen vrolijk van. Als ik doodga, wil ik een Ajaxvlag op mijn kist, en een foto van mezelf met de Ajaxvlag gaat mee mijn graf in. Alle andere Ajaxspulletjes, zoals mijn ­verzameling sjaals, suikerzakjes en mijn beeld van ­Litmanen, deel ik uit of ­verdwijnen in de container. Maar voor het zover is, hoop ik Ajax toch echt weer te kunnen zien spelen. Het liefst op de tribune, want dat gevoel is onbeschrijflijk.”

Gerry Berthauer (57).Beeld Ernst Coppejans

‘Ik ging speciaal voor Ziyech naar het stadion’

Gerry Berthauer (57), ­implementatiemanager bij de rechtbank Amsterdam

“In de top drie van dingen die ik het meest mis tijdens corona: oefenen en spelen met mijn seventies-punkband Blaffer, naar concerten gaan en Ajax. Vanaf mijn veertiende ging ik naar De Meer en het Olympisch Stadion, maar de liefde voor Ajax barstte pas echt los vanaf mijn achttiende. Ik kocht kaartjes voor topwedstrijden bij oud-Ajaxspeler Bennie Muller, in zijn sigarenwinkel op de Haarlemmerdijk en voor reguliere wedstrijden fietste ik naar De Meer om een kaartje te bemachtigen. Later stond ik daar een keer per jaar voor mijn seizoenkaart in de rij; die werd ter plekke getikt op een typemachine. De voetbalspelers uit de jaren zeventig waren mijn grote helden, Cruijff vormde altijd de rode draad.

In het stadion heb ik een plek ­alleen, maar in hetzelfde vak zitten een vriend en vriendin met wie ik vaak samen kijk.

Tijdens de wedstrijd juich en joel ik mee, of ik grijp bij een slechte wissel of een gemiste kans met veel gevoel voor drama naar mijn hoofd. Elk seizoen zoek ik een speler voor wie ik naar het stadion ga. Dat was dit keer Ziyech, een wonderbaarlijke alleskunner. Pre-corona zei ik weleens dat voetbal in feite maar bijzaak was. Ik had niet verwacht dat ik het zo zou missen: de gang naar het stadion, het biertje met vrienden, het uitwisselen van anekdotes en feitjes, de oeh’s en ah’s. In de eerste weken van de crisis was het alsof er nooit voetbal had bestaan, zo bizar heb ik het nog nooit meegemaakt.

Ik kijk nu wel naar oude wedstrijden. Dat is leuk, maar het haalt het niet bij de real deal. Vooral omdat de competitie voor de crisis juist zo spannend was doordat AZ de achtervolging inzette op Ajax. We zullen nooit weten hoe dat afgelopen zou zijn. Ik kan me nu nog geen voorstelling maken van hoe het straks gaat in het stadion, maar ik ben ervan overtuigd dat Ajax weer terugkomt op het niveau van voor de pandemie.”

Hans van den Pol (53), Mads van den Pol (21) en Kaj van den Pol (18).Beeld Ernst Coppejans

‘Zelfs een sterfgeval in de familie is geen excuus’

Hans van den Pol (53), auteur en accountmanager bij Uitgeverij Marmer
Mads van den Pol (21), tweedejaarsstudent junior-accountmanager
Kaj van den Pol (18), eerstejaarsstudent CIOS, Haarlem.

HvdP: “Mijn zoons hebben de liefde voor Ajax met de paplepel ingegoten gekregen. Sinds vorig jaar hebben we alle drie een seizoenkaart. We vielen toen meteen met onze neus in de boter, het was een ­geweldig seizoen. Alles gaat bij ons opzij voor de thuiswedstrijden, zelfs een sterfgeval in de familie is geen excuus, haha. Het is een luxeprobleem dat we Ajax ­tijdelijk niet kunnen zien spelen, maar wel een héél groot luxeprobleem.”

KvdP: “Om het gemis te compenseren, ­kijken we nu op zondag naar oude wedstrijden. Van de wedstrijd tegen Benfica kan ik elke keer weer kippenvel krijgen.”

HvdP: “Toch is het geen vervanger van het echte werk. Alle wedstrijden staan in mijn agenda, we bespreken tegen wie ze gespeeld zouden moeten hebben en balen dan flink.”

KvdP: “Zelf bij Ajax voetballen was een ­jongensdroom. Ik heb het geprobeerd, maar ik was niet goed genoeg. Nu speel ik voor mijn plezier in een vriendenteam. Spelen of voetbal kijken: ik kan niet kiezen wat ik leuker vind.”

HvdP: “Ik was altijd coach van de jongens, maar heb ze nooit overdreven gepusht. Plezier en sportiviteit vond ik altijd ­belangrijk, al gaat het zeker ook om ­winnen. Ik voedde de ouders langs de lijn op om niet naar hun kinderen te schreeuwen.”

MvdP: “Wie van ons de meeste voetbalkennis heeft? Daarin zijn we heel competitief, laatst hebben we zelf een pubquiz gemaakt met voetbalfeiten. Kaj en ik weten veel doordat we Fifa spelen, mijn vader haalt zijn kennis uit de krant, boeken en van vroeger.”

HvdP: “Laatst was ik in de buurt van de Arena; ik werd er bijna sentimenteel van. Naar Ajax gaan is echt iets van de jongens en mij. Het heeft onze band versterkt.”

MvdP: “Behalve de wedstrijden missen we ook echt het uitje samen: de rit in de auto met Ajaxnummers op, van Bob ­Marley tot Manke Nelis, de feestsfeer in het stadion, samen een biertje drinken en de wedstrijd doornemen. Onze zondagen nu zijn maar saai, beter gaan ze zo snel mogelijk voorbij.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden