PlusAchtergrond

AFC gaat verkassen. De uitdaging: het AFC-gevoel behouden

Nederland, Amsterdam, 7 september 2020 AFC oude complex kantine en kleedkamers foto: Elmer van der MarelBeeld Elmer van der Marel

De oudste voetbalclub van Amsterdam gaat verkassen. AFC gaat van oud naar strak en modern, een paar honderd meter naast de huidige locatie. Grote uitdaging: het AFC-gevoel behouden.

Op sportpark Goed Genoeg, waarvan AFC, de enige échte Amsterdamsche Football Club, al sinds 1962 de min of meer exclusieve bespeler is, wordt het allemaal anders. Beter, zeggen ze. Moderner. Functioneler en efficiënter. AFC moet mee in de vaart der volkeren en met zo’n aftandse accommodatie, zo’n tot op het draad versleten clubhuis, gaat dat natuurlijk niet. Goed Genoeg is niet goed genoeg meer.

En dus moet ook AFC, zélfs AFC, eraan geloven. Goed Genoeg, die wonderlijke, maar tegelijk zo sympathieke en inclusieve naam, die zal blijven. Maar het sportpark, dat de afgelopen jaren al een verandering inzette, zal nooit meer hetzelfde zijn. En de club, AFC, het oudste wat Amsterdam te bieden heeft als het gaat om georganiseerd voetballen, die verandert nooit.

Beeld Elmer van der Marel

Lekker klagen

Het is zondagmiddag. In het clubhuis van AFC leggen heren op leeftijd – ze zijn de tachtig gepasseerd – een kaartje. Zoals ze hier ook op doordeweeks dagen graag even langskomen. Keurige mannen. Ze mopperen wat als ze weer eens een slechte hand hebben gekregen. “Ik kom hier nooit meer,” zegt een van de mannen tegen zijn leeftijdgenoten. Die lachen hem uit. “Dat zeg je elke keer. Maar wij rekenen op je. Kom nou maar gewoon.”

De vrouw achter de bar zegt het ook. “Die zitten hier elke week. Als zich maar een mogelijkheid voordoet, zijn ze er. Komen ze aan met de taxi voor een uurtje klaverjassen en lekker klagen tegen elkaar. Sinds corona is het voor hen een beetje lastiger geworden, maar dit zijn mannen die zich door geen twaalf paarden laten tegenhouden. Hier ligt hun sociale leven.”

Donkerbruin afgetimmerd, zo zou je het clubhuis – de echte AFC’er spreekt als vanouds nog steeds graag van sociëteit – het beste kunnen omschrijven. Afgeleefd, maar boordevol karakter. Een good old voetbalclub. Een fijne betonnen trap, ­bomvrij, leidt naar de eerste verdieping, waar het allemaal gebeurt. Bij binnenkomst een aantal biljarttafels die slechts spaarzaam worden gebruikt, ter bescherming afgedekt met stevig houtwerk. Teams verzamelen zich hier, geschraagd door een vitrinekast vol trofeeën waar met de regelmaat van de klok jongetjes en meisjes hun neus tegenaan drukken. De linoleum vloer, uitgevoerd in clubkleuren rood en zwart, heeft zijn langste tijd al een jaar of twintig geleden gehad.

Buiten betreedt een elftal 14-jarige voetballertjes van een club uit Haarlem het tweede veld van AFC. Het is ideaal voetbalweer: de zon schijnt, de temperatuur gaat net over de twintig graden. Als je je goed positioneert langs de lijn, doe je een heerlijk kleurtje op en kun je je jas over het hek voor je hangen. Lekker een wedstrijdje kijken, wat kletsen met de mensen om je heen. Iedereen heeft er zin in vandaag.

Op en rond de velden heeft de vooruitgang al toegeslagen. Wie moeite heeft met verandering, is in die zin bij AFC aan het verkeerde adres. Want er is nauwelijks iets vrolijks aan, die strakke kunstgrasvelden, afgehekt door soms overdreven hoog staalwerk. Het is beter, ongetwijfeld. Maar het lommerrijke van enkele decennia geleden, die parkachtige sfeer, die zo naadloos paste bij de stijl, de levensinstelling van AFC en de AFC’ers, die is verleden tijd.

Beeld © 2020 Elmer van der Marel

Stokoud en springlevend

De bezoekers uit Haarlem zijn hier voor het eerst. Een van de ouders zegt dat hij het, ondanks zichzelf, toch wel bijzonder vond: een uitwedstrijd bij AFC. Dat is even iets anders dan op bezoek te moeten bij TOS-Actief, SDW of De Meteoor. Met alle respect uiteraard. Want AFC, dat is een instituut. Meer dan een club. Al één-en-een-kwarteeuw oud. Bejaard, stokoud zelfs, en tegelijk springlevend. Een vereniging die als vanouds associaties oproept van standing en allure. En die dat ook in tijden van grote veranderingen nog levend weet te houden.

Tegelijk viel het de ouders van de bezoekers ook wel een beetje tegen. Over AFC hadden ze al veel gehoord. Goeie verhalen hoor, over de rijke geschiedenis en de lange rij van BN’ers die er hun weekenden doorbrengen. Een brede voetbalvereniging, met oog voor spelplezier bij krukkenvoetballers, maar waar je ook als topamateur terechtkunt. Maar wat over­­heerste in hun beeld was de poenigheid van de club. Het geld dat er zo tegen de plinten zou klotsen. AFC-uit, dan zouden hun kinderen eens wat meemaken.

Wat ze voorgeschoteld zouden krijgen, is een wedstrijd in een bouwput. Links ­verrijst een enorm kantoorgebouw. Het zoveelste in deze omgeving. Hoge kranen hebben net eerder die week een beginnetje gemaakt met de twintigste verdieping. Het heeft er alle schijn van dat het er binnen een paar weken zomaar meer zullen zijn.

Rechts achter hoge hekken een kale vlakte: bouwrijp gemaakte grond, waar niet zo lang geleden nog gewoon werd gevoetbald. Johan Cruijff liep hier nadat hij was gestopt met voetbal, aftrainend in het gezelschap van wel heel matige voetballers.

Beeld © 2020 Elmer van der Marel

Oude krochten

Helemaal rechts, een paar honderd meter vanaf het oude clubhuis, lijkt een vliegende schotel te zijn geland. Het nieuwe clubhuis is alles wat het oude niet is. Ruimtelijk, transparant en strak vormgegeven – een contrast met de jarenzestigarchitectuur waar ze bij AFC zo aan gewend zijn geraakt.

Binnen enkele maanden moet het nieuwe clubhuis in gebruik zijn genomen. De Haarlemse voetballers behoren tot de laatste cohorten die deze septembermiddag gebruik zullen maken van de krochten van die oude kleedkamers. Als het geen coronatijden zouden zijn geweest, zouden ze na het voetballen halfnaakt die lange gang doorslenteren. Want voor de douches moeten de lagere elftallen nog altijd die klapdeurtjes door, aan het begin en het eind van die lange, lange gang.

De kleedkamers zelf zijn ook uitgeleefd. Je kunt er je kont niet keren zonder een ass-bump van je buurman. Het is er koud en misschien zelfs een beetje schimmelig. Ach, wat heerlijk is het er eigenlijk.

Kakclub

Het contrast tussen accommodatie en imago kon bijna niet groter, want AFC geldt als een kakclub. Voor wat het waard is in de Amsterdamse voetbalwereld, waar je nu ook weer niet zó je best hoeft te doen om kakkineus te worden genoemd. De volksere clubs steken er nog steeds graag de draak mee als ze tegen AFC moeten. Om de haverklap klinkt dan nog cynisch: hup AFC, druk een punt. Niet gehinderd door het feit dat een enkele oudere AFC’er zelf liever ‘zet een punt’ roept.

En het is waar: er lópen ook keurige mensen rond, die er eer in stellen dat ze hun opleiding hebben afgemaakt. In de persmap die de club elk jaar uitgeeft, begroette de voorzitter zijn lezers onlangs met het Latijnse Lectori Salutem. Komt daar eens om bij welke vereniging dan ook. Het is een voetbalclub, maar ze zijn hier niet van de straat. AFC is een kwestie van beschaving, heren van stand, zo vinden ze zelf.

In zijn algemeenheid valt daar niet veel tegenin te brengen. Wie de club bezoekt, wordt opvallend keurig ontvangen. Het voelt oprecht en welkom. Er zijn tradities, bijna op een studentikoze manier. Dat is het AFC-gevoel. Het is nog niet zo gek lang geleden dat de club een ballotagecommissie had die bij potentiële leden op huis­bezoek ging. Om af te tasten of beide partijen wel iets voor elkaar waren. Maar naar ­verluidt vooral als middel voor de cultuurbewakers om te peilen wat voor vlees ze in de kuip hadden en of de nieuwe leden wel wisten hoe het hoorde. En om daar dan dus tijdig een stokje voor te kunnen steken.

Beeld Elmer van der Marel

Lange geschiedenis

AFC, opgericht in 1895, is de oudste voetbalvereniging van Amsterdam. ‘The Reds’ speelde de eerste jaren tussen de vijvers van het Vondelpark en de Oranje Nassaulaan. In 1920 verhuisde de club naar de Zuidelijke Wandelweg. Sinds 1962 speelt AFC op Sportpark Goed ­Genoeg. Vorig jaar telde de club zo’n 2100 leden en werden meer dan 125 teams in het veld gebracht. Onder anderen Daley Blind, Carel Eiting, Daniël de Ridder en Justin Kluivert begonnen met voetballen bij AFC. De Amsterdammers spelen in rode shirts en zwarte broekjes, de kleuren van de stad. AFC werd in 2019 kampioen en daarmee de beste amateurclub van Nederland.

Dure grond

De plek waar zich dat allemaal afspeelt, gaat dus veranderen. Het mag archaïsch klinken, maar de club gaat wel degelijk met zijn tijd mee. Als AFC gewoon was blijven voetballen op gras, als ze niet veel tijd en energie zouden steken in het aantrekken van talent, dan waren ze nu niet meer die grootste voetbalclub van Amsterdam geweest.

En, waar je met geen mogelijkheid omheen kunt: de club speelt op de duurste grond van Nederland. Al jaren. Wat heet: decennia. De Zuidas rukt op, het groot­kapitaal richtte de begerige ogen op dat stukje groen dat er zo vaak ongebruikt ligt te wezen. Ook AFC, de vereniging die zo lang weerstand wist te bieden, moet ten minste een beetje het hoofd buigen: de club wordt verplaatst. Niet ver, het gaat om een paar honderd meter in noordelijke richting. Maar toch. Inschikken, ook AFC.

Het betekent het sluitstuk van een slepende discussie. Want hoezo moet een voetbalclub eigenlijk verhuizen omdat de grond eronder een waarde vertegenwoordigd van 800 miljoen tot misschien wel een miljard euro? Dat is een beetje hoe ze er bij AFC over denken. En ook bij de stadsbestuurders kennelijk: er moet ook gewoond gaan worden op de Zuidas, op de plek waar AFC dus al bijna zestig jaar resideert. Betaalbaar zelfs: veertig procent van de nieuwe huizen geldt straks als sociale huur.

De kogel is door de kerk. Goed Genoeg wordt verschoven, de vrijgekomen ruimte zal worden gebruikt om een nieuwe, autovrije stadswijk met 1350 woningen aan te leggen. De velden, die nu nog een tikje slordig over het terrein verspreid liggen, schuiven keurig in het gelid richting de Ring: zij aan zij langs het talud.

Het roept associaties op met het Victoria Hotel, tegenover Amsterdam CS. Toen de vennootschap die zijn zinnen had gezet op de bouw van een hotel er eind negentiende eeuw niet in slaagde om alle grond op de huidige Prins Hendrikkade te verwerven, besloten zij het pand dan maar om de bestaande panden heen aan te leggen. Het is niet anders. Maar jammer is het stiekem wel. Vergane glorie is ook glorie.

Binnen nemen de vaste gasten afscheid van elkaar. “Het was weer helemaal niets met je vanmiddag,” zegt er een tegen een andere. “Maar man, wat heb ik weer genoten van je.”

Beeld Elmer van der Marel

Vastgelegd

De foto’s bij dit verhaal zijn gemaakt door Elmer van der Marel (50), controlerende middenvelder bij de veteranen van Wartburgia in Oost. In opdracht van het Stads­archief brengt hij de sfeer van het Amsterdamse amateurvoetbal in beeld. Amsterdam telt bijna honderd amateurvoetbalclubs, elk met hun eigen karakter. Van der Marels doel: de diversiteit van deze clubs vastleggen. De afgelopen jaren zag hij het karakter van veel clubs veranderen. Nostalgische kantines en krakkemikkige kleedkamers maakten plaats voor glanzende nieuwbouw en kunstgras. “Vorig jaar is onze eigen club op Sportpark Drieburg flink verbouwd.” 

Beeld © 2020 Elmer van der Marel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden