PlusExclusief

Actrice Soumaya Ahouaoui: ‘Ik dacht dat iedereen op me zat te wachten’

null Beeld Reinier RVDA
Beeld Reinier RVDA

Actrice Soumaya Ahouaoui (35) staat volgende week in ITA met Het Nationale Theater. En vanaf 2 juni speelt ze de hoofdrol in Marokkaanse bruiloft, de nieuwe romcom van Johan Nijenhuis. Hoe beweegt ze tussen hoge en lage cultuur? ‘Dat hele ding met die afkomst, ik heb er niet echt iets mee.’

Robert Vuijsje

Soumaya Ahouaoui kan nog precies aanwijzen op welke dag het gebeurde. Ze weet zelfs het exacte moment, nu bijna vijf jaar geleden. “Op de première van Melk & Dadels, een toneelstuk waar ik in meespeelde – we hadden het samen geschreven. Na de voorstelling kwam Eric de Vroedt naar me toe, de artistiek directeur van Het Nationale Theater: ‘Ik wil met jou werken.’ Ik dacht meteen: ja, let’s go. Het was direct geregeld, vanaf de volgende dag had ik werk bij Het Nationale Theater.”

Waarom was dat zo bijzonder?

“Vanaf dat moment veranderde alles. Net alsof een doek opzij werd gedaan en ze me naar binnen lieten: vanaf nu hoor je bij ons en mag je meedoen met de grote mensen. Zo normaal als het was dat ik eerst minder kansen kreeg, zo vanzelf­sprekend was het dat ik vanaf toen met goede mensen mocht werken.”

“Het was alsof ik daarvoor niet had bestaan. Mensen vroegen me waar ik ineens vandaan kwam. Terwijl ik er gewoon al die tijd was geweest. Ik was al jaren bezig, alleen bleef het onzichtbaar. Mijn plan was: ik moet me blijven ont­wikkelen, zorgen dat ik heel goed word en ­uiteindelijk zullen ze dat zien.”

“Het is moeilijker om beter te worden met slecht materiaal dan met een perfect afgeleverd script. Het voordeel daarvan was dat ik nog meer moest ploeteren om er iets van te maken. Daar leer je veel van. Vanaf het begin wist ik: ik hoor daar, tussen die acteurs, bij Het Nationale Theater of ITA – Internationaal Theater Amsterdam in de oude Stadsschouwburg.”

Soumaya Ahouaoui groeide op in de Utrechtse wijk Wittevrouwen. “Heel expliciet, die naam. Superheftig, maar dat is waar ik ben opgegroeid. Wittevrouwen ligt in het centrum. Een soort Utrechtse Jordaan, maar dan minder volks.”

Zo volks is de Jordaan niet meer.

“Oké, dan de Utrechtse Jordaan van nu. Ik heb nooit gewoond in Overvecht of Kanaleneiland, de ghetto’s van Utrecht. Nu zoek ik een woning in Amsterdam, dan wil ik ook gewoon binnen de Ring zitten.”

Maar wat ze dus bedoelde met niet opgroeien in Overvecht of Kanaleneiland: “Op de basisschool zat ik tussen alleen maar witte mensen, dat had ik alleen nooit door. Op het vwo was het ook hartstikke wit. Pas op de toneelschool kreeg ik door hoe wit het was. Ik weet niet hoe het voor mij was geweest als ik op andere scholen had gezeten. Of ik dan anders was geworden dan ik nu ben. Thuis waren we wel een traditioneel Marokkaans gezin.”

null Beeld Reinier RVDA
Beeld Reinier RVDA

Een korte opsomming van haar activiteiten als kind: “Sowieso op zaterdag en ­zondag Arabische les. Via school zat ik op toneel, later ook in Amsterdam, bij het ­Poldertheater. Vier of vijf keer per week karatetraining. Vanaf mijn vijfde was ik fan van Jean-Claude Van Damme, door mijn broer. We keken samen die films. Mijn broer is ouder en deed aan vechtsport. Ik begon met karate toen ik vijf was. In het begin was ik niet de beste, maar ineens had ik het.”

Je werd Nederlands jeugdkampioen.

“In mijn allereerste wedstrijd werd ik vierde. Net geen prijs. De hele nacht heb ik gehuild. Mijn moeder dacht: wat is hier aan de hand? Daarna nam ik me voor: dit gaat me niet nog een keer gebeuren. Ik zorgde dat ik altijd eerste, tweede of derde werd. In het weekend waren er vaak toernooien, thuis heb ik een prijzenkast met meer dan tachtig bekers, denk ik. O ja, en ik deed dit allemaal naast mijn vwo. Ik had nooit genoeg.”

Denk je zelf dat je een streber bent?

“Ik weet niet waarom ik dat heb, zelf kan ik er geen verklaring voor bedenken. Als ik denk dat ik iets niet kan, dan wil ik het juist. Dan móét het gebeuren. Ik ben van de grootse dromen, die probeer ik uit te laten komen. Uiteindelijk stopte ik met al die karatetrainingen; acteren vond ik leuker.”

“Eerst wist ik niet dat ik actrice kon worden. Wat probeerde ik nu eigenlijk te worden, wat voor actrice ben ik dan? Het plaatje dat ik zag bij actrices was: Halina Reijn, Chris Nietvelt, Marieke Heebink, de vrouwen bij ITA. Witte actrices. Terwijl ik helemaal niet zo’n persoon ben die steeds kijkt: o, kleur.”

De vader van Ahouaoui werkte als laboratoriumassistent aan de Universiteit Utrecht. “Ik was me er niet bewust van dat ik anders opgroeide dan veel immigrantenkinderen. We hadden het goed, dat wist ik. Als ik iets wilde, was het mogelijk, dat had ik wel door.”

“Mijn ouders komen uit Tanger, een grote stad. Ze hadden gestudeerd. Vooral mijn moeder is erg geschoold, ze komt uit een rijk milieu. In Marokko hadden ze een goed leven. Eerst verhuisde mijn vader naar Nederland, daarna trouwden ze en kwam mijn moeder mee. Ik vraag me vaak af hoe het was geweest als we in Tanger hadden gewoond, ik denk dat ik het daar ook naar mijn zin zou hebben gehad.”

“We gingen er ieder jaar op vakantie, eigenlijk groeide ik daar ook op. De hele dag op het strand, een groot huis, veel familie. Heel vrij. De deur stond letterlijk altijd open, iedereen kon naar binnen lopen. De volwassenen gingen hun eigen dingen doen en wij waren met alle kinderen. Eén oom erbij of zo, om op te passen.”

Wat vonden je ouders ervan dat je ­actrice wilde worden?

“Eerst ging ik farmacie studeren, aan de universiteit als waar mijn vader werkte. Ik vond scheikunde een van de leukste vakken op school. Ik hou van formuletjes en ik ben erg precies, die studie paste bij me. Het was ook prima geweest als ik daarmee was verdergegaan. Maar het begon aan me te vreten. Ik weet dat dit raar klinkt, maar een soort hogere macht liet me weten: je móét dit nu gewoon doen, je moet verder met acteren.”

“Na een paar jaar durfde ik auditie te doen bij een toneelschool. Voor Maastricht was ik te laat, het werd Amsterdam. Pas nadat ik werd aangenomen, durfde ik het tegen mijn ouders te zeggen. Met de brief ging ik naar mijn moeder, ik heb gelobbyd als een malle.”

null Beeld Reinier RVDA
Beeld Reinier RVDA

“Mijn ouders zagen het als een soort speelstudie. Toneelschool, wat is dat, het slaat nergens op, hoe kun je daar ooit geld mee verdienen? Ik probeerde ze duidelijk te maken dat het echt iets betekende als je werd aangenomen. Zoveel mensen doen auditie en er worden maar achttien studenten geselecteerd. Pas de laatste jaren beginnen ze het te snappen.”

Wat gebeurde er na de toneelschool?

“Ik dacht dat iedereen op me zat te wachten, alleen is dat niet altijd het geval. Vanaf het moment dat ik werd aangenomen, dacht ik al: yes, we made it. Diezelfde gedachte zag ik bij de studenten die er later op zaten. Maar de toneelschool is niet meer dan een beginpunt.”

“Nadat ik was afgestudeerd, moest ik de eerste jaren alles aannemen, om te leren en beter te worden. Als ik een rol kreeg was het sowieso standaard met een hoofddoek op. Zonder karakteromschrijving – wat speel je dan? Het waren kleine rolletjes, als vluchteling of bad guy. Ik heb het nu over film en tv. Bij het toneel ging het beter. Daar was het niet belangrijk dat ik Marokkaans ben. Behalve in Melk & Dadels heb ik op het toneel nog nooit een Marokkaanse rol gespeeld. Dat hele ding met die afkomst, het is alsof dat buiten mij om gebeurt. Ik heb er niet echt iets mee.”

“Ik ben altijd aan het werk gebleven en deed heel veel audities, maar greep net naast de grote rollen. Tot het moment dat ik werd gezien. Van klasgenoten weet ik dat ze niet hebben doorgezet, terwijl ze meer kansen kregen dan ik. Als ik mensen van vroeger zie, kunnen ze vaak niet geloven dat ik het bleef proberen. Zelf zouden ze hebben opgegeven.”

Wat is er veranderd sinds je werd ­gezien?

“Meer mogelijkheden. Grotere vrouwenrollen, want die waren er ook niet echt. Eerst was het alleen: de vrouw van, die kon ik dan spelen. De vriendin. Nu zijn er mooie, complexe rollen voor vrouwen die niet één kleur hebben. Je wilt het complete plaatje, liefst met alle eigenaardig­heden en lelijkheid van het personage. Ik kan niet wachten om meer van die ongepolijste rollen te spelen.”

Waar gaat Marokkaanse bruiloft over?

“Ik speel Yasmine, een ambitieuze advocate op de Zuidas, die is opgegroeid tussen twee culturen. Het gaat goed, maar haar ouders en vriendinnen vragen of het niet tijd wordt voor een leuke man. Het is een romantische komedie, dus er dienen zich twee love interests aan, van Marokkaanse afkomst. De een is het ­perfecte plaatje, een arts: de verstandige keuze, maar is hij het wel? De ander is automonteur en lijkt beter bij haar te ­passen.”

En waar gaat de Leedvermaak trilogie over?

“Over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor een familie. Het begint met een bruiloft. Daarna volgen veel personages en veel verhaallijnen. Het gaat over drie generaties, hoe het leed erfelijk wordt doorgegeven en hoe al die personages er anders mee omgaan. Voor mij gaat het over de kracht om door te leven, vooral bij de eerste generatie, waarvan een aantal personages in Auschwitz zijn geweest. Die grote drang om door te gaan, echt: wow.”

“In feite zijn het drie toneelstukken achter elkaar, de voorstelling duurt vijf uur. Mijn vrienden willen niet komen, die trekken het niet. Je moet je er even toe zetten, ik weet het, maar dan krijg je ook wat.”

Een romantische komedie van Johan Nijenhuis en een toneelstuk van Judith Herzberg bij Het Nationale Theater. Kun je een groter contrast bedenken tussen lage en hoge cultuur?

“Ik weet dat het zo wordt gezien, ik moet wel lachen om die combinatie. Het zijn totaal verschillende projecten en de setting is anders, maar ik neem ze allebei even serieus.”

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de twee?

“Eerst heb je natuurlijk de praktische verschillen. Het toneelstuk is een ensemble van veertien acteurs, waarvan ik er een ben. In de film speel ik de hoofdrol, ik zit in bijna elke scène. Normaal moet je bij filmopnames veel wachten, nu hoefde ik dat niet.”

“Voor het toneelstuk hebben we van tevoren veel gepraat, onderzoek gedaan, samen films gekeken en gerepeteerd. Johan Nijenhuis is ook heel fijn om mee te werken, echt de koning van de romcoms. Hij liet me vrij, maar weet precies wat hij wil. Zo’n groot publiek bereiken, het is heel knap hoe hij dat steeds doet.”

Maar wat is echt het verschil?

“Het script, dat is het ding, ik denk dat het daarin zit. De film blijft een romcom, de verhaallijnen zijn oppervlakkiger en simpeler. In beide verhalen zit drama, alleen wordt het anders in beeld gebracht. De tekst van Judith Herzberg was zo gepolijst en tegelijk alledaags. Over een zwaar onderwerp en toch licht en humoristisch. Steeds gaat het over dat oorlogstrauma en toch weer niet. De personages bespreken het terloops, in terzijdes.”

“Ik ben heel erg van de tekst, overdreven precies. Judith schreef het zo fijnzinnig, nooit een woord te veel. Voor acteurs heel fijn. Maar ook niet het makkelijkste. Als er weinig woorden staan, hoe doe je dat, hoe moet je het spelen?”

“En dan het script van Marokkaanse bruiloft, geschreven door Aliefka Bijlsma, in samenwerking met Mina El Hannaoui: daar werd ik meteen vrolijk van. Natuurlijk is het veel luchtiger. Ik voelde de lijn van Yasmine en waar dit verhaal over ging.”

Ligt het verhaal uit de film dichter bij jezelf?

“Ik herken de tradities, de bruiloften, daar ben ik mee opgegroeid. Yasmine is herkenbaar voor me. Xandra, die ik speel in het derde deel van de Leedvermaak trilogie, is dat in eerste instantie niet. Toch zijn er aspecten waarmee ik me identificeer. Mensen zullen zeggen: jij bent Yas­mine. Terwijl ik denk: ik heb ook heel veel van Xandra.”

Is het bijzonder dat jij een Joods ­personage speelt?

“Het is al mijn tweede Joodse rol bij Het Nationale Theater, ik speel daar alleen maar Joden. Eerder speelde ik Spoonface Steinberg in de monoloog Spoonface. Alleen in Hebriana heb ik daar een niet-Joodse rol gespeeld. Ik vind het ­interessant om nieuwe dingen te doen, daarvoor ben ik acteur geworden. Van huis uit heb ik zo sterk meegekregen dat alle mensen en alle religies één zijn en dat je een open blik moet hebben.”

null Beeld Reinier RVDA
Beeld Reinier RVDA

“Bovendien weet ik niet anders dan dat in Marokko ook Joden woonden. In Nederland heb ik op school veel meegekregen over de Tweede Wereldoorlog, daar was ik altijd door gefascineerd. Hoe kon zoiets gebeuren? Voor mij is het een ding van de laatste jaren, dat Joden en moslims tegenover elkaar zouden staan.”

Betekent het iets dat er bijna geen Joodse acteurs spelen in de Leedvermaak trilogie?

“Voor mij is het belangrijk dat het onderwerp met extreem respect wordt ­uitgewerkt. Ik vind dat het niet uitmaakt wie welk personage speelt. Iedereen moet alles kunnen spelen. Maar het moet wel met aandacht worden gedaan. En met goedkeuring.”

Van wie?

“Ja, eh... ik zou het raar vinden als geen enkele Joodse persoon iets te maken had met deze voorstelling. In de voorbereiding zijn veel mensen langsgekomen. De regie-­assistent is Joods, net als Tamar van den Dop, die een van de hoofdrollen speelt. Verder weet ik niet wie Joods is, ik heb er niet over nagedacht. We hebben het er ook niet over gehad. Met pruiken en ­grime wordt zo goed mogelijk nagedaan hoe de personages eruitzagen in de verschillende tijdperken uit het toneelstuk.”

“Ik weet dat het in Amerika een grote discussie is. Kun je iets spelen wat je niet bent? Maar voor mij is dat juist de essentie van acteren, dat je iemand anders speelt. Anders zou ik alleen Marokkaans-Nederlandse rollen kunnen spelen. In de Verenigde Staten wordt nu bijvoorbeeld gezegd dat een personage met een beperking alleen mag worden gespeeld door een acteur met dezelfde beperking. Laten we daar alsjeblieft niet naartoe gaan. Die rol kan prima worden gespeeld door iemand die daarvoor geschoold is.”

Geldt dat ook voor een toneelstuk over Marokkaanse Nederlanders, zoals Melk & Dadels?

“Dat denk ik dus niet.”

Wat is het verschil met de Leedvermaak trilogie?

“Die voorstelling kwam uit onszelf, we gebruikten niet een bestaande tekst. Het maakproc­es was anders. De teksten hadden we zelf geschreven, op het podium gebruikten we onze eigen namen. Het zou raar zijn als dat werd gedaan door actrices die niet zelf Marokkaans waren.”

“Als afgeleide van Melk & Dadels werd later een tv-serie gemaakt, Zina. Ook over Marokkaanse vrouwen in Nederland. Daarin speelden een Syrische en een Egyptische acteur Marokkaanse personages. Dat kon weer wel, vind ik, omdat het fictieve personages waren.”

null Beeld

Soumaya Ahouaoui

14 oktober 1986, Utrecht

1991-1999 Jenaplanschool Wittevrouwen
1999-2005 Vwo College Blaucapel
2005-2007 Studie farmacie aan de Universiteit Utrecht
2008-2012 Toneelschool in Amsterdam
2014 Toneelvoorstelling Romeo & Julia op Oerol
2018-2019 Toneelvoorstelling Melk & Dadels
2019-heden Acteursensemble Het Nationale Theater
2020-heden Het Klokhuis, NTR
2020-2021 Theatermonoloog Spoonface
2021 Toneelvoorstelling Hebriana
2021 Tv-serie Zina
2022 Toneelvoorstelling Leedvermaak trilogie
2022 Film Marokkaanse bruiloft

Soumaya Ahouaoui woont op een verdieping in het huis van haar ouders in Utrecht en zoekt woonruimte in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden