Plus Interview

Actrice Elise Schaap: ‘Ik speel liever de enge onderbuurvrouw’

Undercover, De TV Kantine, een Televizier-Ster; na jaren in de luwte te hebben geacteerd, is Elise Schaap (36) definitief doorgebroken. Vanaf volgende week draait de film Wat is dan liefde, waarin ze een hoofdrol speelt. ‘Ik vond het verfrissend dat ik niet weer een vrouw was die niet kan inparkeren of uitglijdt.’

Beeld Linda Stulic

“Je begint,” zegt Elise Schaap, “met het accent. Als je de stem eenmaal hebt, dan krijg je zo veel cadeau. Dan heb je een kapstok, houvast, voor de rest van het typetje.”

“Het is heel gericht werken. Je bestudeert hoe iemand praat, wat iemands mondbewegingen zijn, de handgebaren, de motoriek. Een fijne manier van werken. Iemand grotesk spelen is een kostuum dat je aantrekt. Dat is veel veiliger. Ik kan moeilijk naar mezelf kijken als een rol dichter bij mezelf ligt. Dan ziet het er zo uit als acteren.”

Elise Schaap speelde de afgelopen tien jaar in verscheidene films, in Het Klokhuis, in de historische kinderserie Welkom in de…, waar nu Welkom in de jaren 20 en 30 van wordt uitgezonden. Ze speelt al jaren de Roemeense Ruxandra in de RTL-serie Familie Kruys

Vorig jaar brak ze door bij het grote publiek met de Netflixserie Undercover, maar de grootste bekendheid kreeg ze door haar imitaties van onder meer Maan, Famke Louise, Nikkie Plessen, Lady Gaga en Olcay Gulsen in De TV Kantine. De kopieermachine, noemde Carlo Boszhard haar. Professional copycat, staat op haar eigen Instagram.

Wie was het moeilijkst om na te doen?

“Eva Jinek. Die was ook niet gelukt. Ik leek niet op haar, dan sta je al 1-0 achter. Wat haar karakteriseert, is haar voortvarendheid en haar felle blauwe ogen. Ik denk dat ik de stem misschien wel had, maar ik was er verder niet van overtuigd. Dan is iemand nadoen ook best ongemakkelijk.”

Hoe reageren mensen als ze zijn nagedaan?

“Olcay Gulsen reageerde er heel leuk op. Die moest erom lachen, en zei dat ze er veel respect voor had.”

Zo flatteus was het niet.

“Tja... Ik probeer altijd maar te zeggen wat Oscar Wilde geloof ik zei: imitation is the sincerest form of flattery. Maar het zijn altijd karakteristieke dingen van iemand die je uitvergroot. Daar moet je wel tegen kunnen. Olcay heeft gelukkig een enorme dosis zelfspot. Het lijkt me enig om nagedaan te worden.”

Is dat weleens gebeurd?

“Irene Moors heeft Ruxandra weleens gedaan. Dat was heel geestig. Maarten Heijmans kan mij goed imiteren. Hij is mijn tegenspeler in Wat is dan liefde, maar we zijn ook vrienden. Hij is de beste vriend van mijn vriend. Je ziet het misschien niet zo goed, ik kan het ook wel maskeren, maar ik ben vrij gedrongen. Gespierd. Ik kan lopen als een blokje. Een beetje bonkig. Ik moet mijn best doen om elegant en sierlijk te bewegen. Dat kan Maarten heel goed nadoen.”

Kun je iemand imiteren die je niet aardig vindt?

“Juist! De beste inspiratie voor een personage is fascinatie en irritatie. Er moet iets zitten waarvan je denkt: het wringt! Ik kan er eigenlijk niet naar kijken maar tegelijk wil ik er wel naar kijken! Dat heeft niet elk personage, en dat vond ik heel lastig aan Eva Jinek. Ik heb haar heel hoog zitten. Misschien vond ik haar gewoon niet irritant genoeg.”

Zijn die imitaties iets wat u wilt blijven doen?

“Ja, ik vind het leuk. Maar in mijn vak gaat het me vooral om de afwisseling. Grappig genoeg sta ik nu meer bekend als imitator, maar ik ben al tien jaar aan het spelen. Ik heb een grote voorliefde voor zielige personages. Ik vind het mooi als je ziet dat een personage zijn tragiek probeert te maskeren. Zoals Danielle in Undercover. De arena waarin zij zich beweegt is heel donker, met drugs en drugshandel, je bent je leven niet zeker.”

Beeld Linda Stulic

“Zij is een lichtpuntje, de naïeve vrouw die niets liever wil dan sociaal contact, maar heel eenzaam is. Ze zoekt haar heil bij een paragnost op de camping waar ze woont en koopt auraspray in de hoop dat ze zo contact krijgt. Dat vond ik zo’n goed gegeven. In die tragiek schuilt ook de humor. Denk aan Hyacinth Bucket, van Keeping up appearances, die zo graag upper class wil zijn en haar volkse familie probeert te verbergen. Of Carmela van The Sopranos, die verafschuwt wat haar man doet, maar tegelijk haar hele identiteit bouwt op de maffiawereld.”

Wat voor personage speelt u in Wat is dan liefde?

“Dat is veel minder grotesk. Cato is heel nuchter. Mijn mannelijke tegenspeler, Gijs, gespeeld door Maarten Heijmans, is veel sentimenteler. Dat vond ik verfrissend, dat ik niet weer een vrouw was die niet kan inparkeren of uitglijdt en in de armen valt van iemand met wie ze wil trouwen.”

“Ik ben best veel gepolst of ik niet weer de onhandige, randstedelijke girl next door wil spelen, maar als ik heel eerlijk ben vind ik die niet zo interessant. Ik speel liever de enge onderbuurvrouw.”

U was zelf niet tevreden over uw rol van Rachel Hazes, in de musical Zij gelooft in mij.

“Jawel. Het was een mooie rol om te spelen. Maar ik vond het nogal een opgave: ik was de derde understudy, vervanger, in rij van Chantal Janzen. Ik kwam na Hadewych Minis en Ricky Koole. Dat zijn niet de minsten. Toen kwam ik op de proppen: Elise wie? Ik weet nog goed: aan het begin van de show loopt Rachel naar voren. Toen zat er een vrouw vooraan die duidelijk op Chantal Janzen had gerekend, en zei: ‘Oh nee, niet haar!’ En dan moet je nog tweeënhalf uur. Na afloop kun je daar heel hard om lachen, maar op zo’n moment krimp je wel even ineen.”

‘Er staan echt geen paparazzi bij mij voor de deur.’ Beeld Linda Stulic

“Ik snap het ook wel. Toen ik als kind met mijn moeder naar de musical ging, naar The Phantom of the Opera, wilde ik ook Joke de Kruijf zien. Dan ging je echt niet voor minder. Die rol van Rachel Hazes is een van de lastigste dingen die ik gedaan heb. Ik repeteerde met een regisseur, niet met collega’s want die kenden de show al. Eén keer een doorloop en dat was het. Ik kreeg van de weeromstuit een country-and-westernsnik in mijn stem doordat ik zo zenuwachtig was. Het was in het begin van mijn loopbaan, dan moet je opboksen tegen de grote namen. Ga er maar aan staan, iemand vervangen die publiekslieveling is. Het heeft heel lang geduurd voor ik de zenuwen kwijt was.”

Hoe vaak heeft u haar gespeeld?

“Ik denk 120 keer.”

Wordt dat niet heel saai?

“Op een gegeven moment wel. Natuurlijk, geen show is hetzelfde, maar na een tijdje vind ik het leuker om iets nieuws te doen. Als je een film draait, staat het erop en ben je ervan af. Maar het heeft ook iets moois hoor, een rol steeds verder uitdiepen, ook na de première. Timing, en interacties met het publiek, dat heb je niet op een set.”

Elise Schaap woonde tot haar zesde in Papendrecht en groeide op in Rotterdam. Haar vader had een scheepvaartkantoor, haar moeder prikte bloed bij de bloedbank. Als kind deed ze al jong haar familieleden na, draaide ze op haar kamertje haar eigen spelshows in elkaar en koos ze elke vrijdagmiddag op school voor toneelstukjes spelen. Een kleine podiumtijger, omschrijft ze zichzelf. En toch koos ze na het atheneum voor communicatiewetenschappen.

Zei niemand: ga naar de toneelschool?

“Zeker wel. Mijn dramadocent. Maar in ons gezin was toneelspelen een hóbby, daar kon je toch geen geld mee verdienen? Wij kenden niemand die daar zijn vak van had gemaakt. En communicatie… Geen flauw idee, dat was lekker breed. Maar ik raakte er niet geïnspireerd door. In de avond deed ik een deeltijdopleiding toneel, daar ontmoette ik mensen die al wat ouder waren en mij stimuleerden: ‘Je bent goed, probeer het nou gewoon.’”

“Toen besloot ik: ik waag één kans, alleen in Amsterdam, en anders is het niet voor me weggelegd. Bij de inschrijving zonk de moed me in de schoenen: er waren duizend aanmeldingen voor 22 plaatsen. Ik deed de openingsmonoloog van Richard III, met een zwaard van Bart Smit en een bochel van schuimrubber. En ik zong Laat me niet alleen, de Nederlandse versie van Ne me quitte pas, van Jacques Brel. Als je eenmaal op de toneelschool zit, dan weet je: dat lied is zo verheven, dat raak je niet aan. Ik dacht gewoon: oh, mooi liedje.”

Dat lied zal niet de doorslag hebben gegeven.

“Nee. Ik denk dat ik het haalde vanwege het lef waarmee ik de monoloog deed. Ik had een keer Richard III gezien in Londen, gespeeld door alleen maar vrouwen. Dat vond ik zo sterk. En sowieso houd ik ervan lelijke, groteske figuren neer te zetten.”

Het is ook verfrissend dat u als vrouw lelijk durft te zijn.

“Dat vind ik het leukst aan rollen. Als je bezig bent met mooi, dan zit je niet in de rol.”

U hebt vijf jaar bij de zonnebank gewerkt.

“Een bijbaantje. Ik had een vriendje, op school, Thomas. Hij had een scooter en een enorme bodywarmer. Zijn moeder kwam heel vaak bij de zonnebank, zij...”

Was oranje.

“Mahonie. In hun vensterbank stond een gouden Toetanchamon, ze hadden zalmroze tapijt en Swarovskibeeldjes. Zij heeft me toen geholpen aan dat baantje. Ik stond in de avonduren achter de counter: gaatjes knippen in strippenkaarten en zonnebanken schoonmaken. Ik was 15, eigenlijk te jong om ’s avonds te werken. Twee jaar lang moest ik zeggen dat ik ouder was dan ik was. De zonnebank zat op de grens tussen het chique Kralingen en het volksere Crooswijk. De klanten kwamen uit beide wijken, de meest uiteenlopende types. Ik heb daar veel inspiratie opgedaan.”

‘Ik kan lopen als een blokje. Een beetje bonkig.’ Beeld Linda Stulic

“Op mijn zevende zijn mijn ouders uit elkaar gegaan. Mijn moeder ging wat meer werken, mijn broer en ik kwamen eerder uit school dan zij thuis was. Het was in de begintijd van RTL Veronique. De programmering begon al om vier uur ’s middags, ik heb alle soaps gezien. The bold and the beautiful, Santa Barbara, Days of our lives. Je kunt je afvragen waar dat goed voor is geweest, maar het heeft wel een gevoel voor campiness met zich meegebracht. Ik zag als kind vrij snel het glazuur dat erop was geplakt. Het amechtige, het zuchtende, het lang kijken aan het einde van een shot.”

Uw vriend Wouter de Jong zat in Goede tijden, slechte tijden.

“Daar kende ik hem van, die soap volgde ik natuurlijk ook! In de serie vond ik hem altijd vervelend. Hij speelde Milan, de zoon van Robert Alberts, en hij was altijd verbeten en verongelijkt. Hij zat in het tweede jaar van de toneelschool, Anna Drijver zat bij hem in het jaar, die kende ik al van de avondopleiding. Grappig genoeg had zij tegen hem gezegd: ‘Volgend jaar komt er een meisje, ik denk dat je haar wel leuk zult vinden.’”

“Toen ik hem voor het eerst zag, dacht ik: dat is dat boze joch uit GTST, maar hij bleek een vrolijk en schalks iemand te zijn. Met lichtblauwe ogen die je voortdurend aanstaarden. Dus toen was het snel beklonken.”

Zelf weleens in een soap gespeeld?

“Nee. Goede Tijden is ook een soort fabriek. Je repeteert een dag, en dan ga je om half acht de set op en heb je een kwartier voor elke scène. Ga er maar aan staan.”

Bent u een perfectionist?

“Jawel. Maar niet meer op die manier als toen ik net klaar was met school. Toen stond ik zo strak gespannen als een veer: nu moet het gebeuren, nu moet het goed. Ik heb nog steeds de drive en de ambitie, maar naarmate je ouder wordt en sinds ik moeder ben, gaat de bewijsdrang er een beetje af. Ik zou 24/7 kunnen werken, maar daar heb ik geen zin in. Ik ben nu heel goed in het bewaken van mijn tijd. Daar heb ik ook mijn neus voor moeten stoten.”

Het is een pittig jaar geweest.

“Ik begon dit jaar met een longontsteking. Ik zat in een theaterproductie, Single Camping, en had al een antibioticakuur gehad en een week vrij genomen. Het werkte niet, ik bleef last houden. Toen werden weer opnames van Familie Kruys gepland, moest ik een paar keer naar België voor het tweede seizoen van Undercover, kwamen De TV Kantine ertussendoor en sketches voor Het Klokhuis. Sowieso geen ideale combinatie, maar met een weerstand onder het nulpunt slaap je dat niet in twee dagen bij.”

‘Ik deed Richard II met een zwaard van Bart Smit en een bochel van schuimrubber’ Beeld Linda Stulic

“En de dagen dat ik vrij was, ging ik compenseren door uren met mijn dochter in de ballenbak te zitten, met wallen tot aan de knie. Tijdens een voorstelling stond ik een halve scène weg te hoesten. De dokter zei: ‘U moet een week goed rusten, anders solliciteert u naar nog een longontsteking.’ Maar eer je een voorstelling afzegt… Onder acteurs heerst een arbeidsethos: al doen je ledematen het niet meer, dan ga je kruipend op. Single Camping is geen Joop van den Endemusical waarbij je drie understudy’s hebt, daar is helemaal geen budget voor. Als je ziek bent, mik je er een paar pillen in. Het heeft wel wat tranen gekost voor ik naar de producent kon gaan om te zeggen: ‘Ik stop.’”

In diezelfde periode kreeg u een miskraam.

“Dat maakte het niet eenvoudiger. Maar ik ben optimistisch van aard – ik wil niet te lang stil blijven staan bij de dingen die niet goed zijn gegaan.”

En nu?

“Ik heb nu op een rijtje wat ik wil. Mijn dochter is net naar school: ik wil haar kunnen brengen en ophalen. Daar zal ook wel weer verandering in komen, maar ik ga niet meer dubbelen: overdag draaien en ’s avonds een voorstelling spelen. Dit jaar had ik dagen dat ik langer iemand anders speelde dan dat ik mezelf was. Dat ik na vijftien scènes Familie Kruys met een stapel gesmeerde boterhammen moest sjezen naar een willekeurige schouwburg. Toen voelde ik me een gebit op een stokje.”

“Ik had laatst de crematie van de moeder van mijn beste vriendin. Zij vertelde, daar schoot ik wel even van vol: ‘Mijn moeder was er altijd, die zat thuis als ik uit school kwam met een kopje thee.’ En toen dacht ik: ik wil wel dat Ava later kan zeggen: mijn moeder was er wel.”

U wordt bekender. Bent u niet bang dat ze straks met draaiende camera’s op het schoolplein van uw dochter staan?

“Ik tik het af, maar er staan echt geen paparazzi bij mij voor de deur. Ik probeer er wel secuur mee te zijn: ik zal Ava nooit heel dichtbij en duidelijk in beeld brengen, maar ze is wel onderdeel van mijn leven en ze heeft een naam waar ik trots op ben. Natuurlijk zou ik haar graag willen showen, maar op het moment dat ze er zelf over kan beslissen is het aan haar, of ze mee wil naar een première. Dat zou ik nu niet snel doen.”

“Die bekendheid komt in golven. Als Familie Kruys op tv is, merk ik dat. En Undercover wordt wereldwijd uitgezonden. Deze zomer waren we in Portugal. Toen werd ik aangekeken door de caissière, heel intens, en zei ze: ‘Are you Danielle?’”

“Tot nu heb ik redelijk in de luwte mooi werk kunnen doen. Ik ga nog altijd met de trein, ik ga ook heel graag naar de sauna. Dat is een mindere plek om herkend te worden. Ik zal niet meer uitgebreid naakt in een ligweide gaan zitten en een bittergarnituur bestellen.”

Elise Raymonde Schaap

21 september 1982, Rotterdam

1994-2000 Vwo, Montessori Lyceum, Rotterdam
2000-2004 Communicatiewetenschappen, Universiteit van Amsterdam
2005-2009 Toneelschool en Kleinkunst-academie, Amsterdam
2008 Hoofdrol in Bride Flight
2012-heden Rollen in Het Klokhuis
2014 Speelt in Afscheid van de maan
2015 Hoofdrol in Ja, ik wil!
2015-heden Ruxandra in Familie Kruys
2016-heden Typetjes in De TV Kantine
2019 Speelt May in April, May en June
2019 Speelt Danielle in Undercover
2019 Hoofdrol in Wat is dan liefde
2019 Televizier-Ster voor beste actrice

Elise Schaap woont in Amsterdam met acteur en schrijver Wouter de Jong. Ze hebben een dochter, Ava (4). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden