PlusExclusief

Acteur Jeroen Spitzenberger: ‘Ik denk altijd: het kan ons laatste gesprek zijn’

Jeroen Spitzenberger (Oogappels, Süskind, Stanley H., Alles is liefde) won een Gouden Kalf voor zijn rol als Pim Fortuyn in Het jaar van Fortuyn. Nu staat hij op het toneel met een muzikale voorstelling over de dood. ‘Ik ben erin getraind om mijn eigen leven als materiaal te zien.’

Vera Spaans
null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Om nou te zeggen dat hij dat Gouden Kalf verwácht had, nee. Jeroen Spitzenberger (46) was twee keer eerder genomineerd, voor zijn rollen als Stanley H. en Walter Süskind, en toen ging de prijs aan zijn neus voorbij. Maar er waren dit jaar wel allerlei tekenen dat hij dacht: zou het…?

“Ik stond die avond in Ede, met de try-out van mijn voorstelling Memento Mori. We hadden een volle repetitieweek, er was maar één dag voor de montage, zoals dat heet, om de voorstelling helemaal in elkaar te zetten. Dertien muzikanten en ik, daar lag mijn focus. Maar intussen was er de hele week intensief contact tussen mijn management en het Nederlands Filmfestival: ‘Kan die try-out niet vervroegd worden, we willen hem er graag bij hebben, we verplaatsen de uitreiking in zijn categorie naar later op de avond, we zetten een taxi voor hem klaar.’ Ik dacht: er wordt wel heel veel moeite voor me gedaan. Maar ik durfde er geen conclusies aan te verbinden.”

Waarom denk je dat je hebt gewonnen?

“Laat ik het bij de serie houden. Er kon lang worden gewerkt aan een heel goed scenario. De basis was goed, dat voel je als je als acteur betrokken wordt. En dat tumultueuze jaar van Fortuyn, waarin hij als een komeet steeg in de peilingen en tragisch aan zijn einde kwam, dat was een uniek jaar in de Nederlandse geschiedenis. Die moord was zo’n schok in de samenleving.”

Kwam de serie niet wat laat? Is de wereld in twintig jaar niet enorm veranderd?

“Dat vraag ik me af. In die tijd is de kiem gelegd voor het populisme, voor het zoeken naar tegenstellingen en die uitvergroten. En tegelijk: die spastische reactie op zo’n fenomeen als Fortuyn. Ook de versplintering in het politieke landschap is in die tijd begonnen. Dat soort dingen vind ik allemaal heel relevant aan de serie. En daarbij was Fortuyn entertaining: het had inhoud, ging ergens over, maar was ook niet onplezierig om naar te kijken. Er zat humor in. Best knap, bij een serie over allemaal mannen in de politiek.”

Jij had wel de leukste rol.

“Die hele LPF-posse leende zich goed voor drama. Een kleurrijk zootje onge­regeld. Dat hoorden we ook op de set: als de crew een paar dagen de PvdA had gedraaid, hadden ze goede scènes gemaakt, met fantastisch acteerwerk. Maar dán was het weer tijd voor LPF-­scènes.” Handenwrijvend: “Enter Frank Lammers, enter Jeroen de Man, enter Pim!”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Was je niet bang dat Fortuyn een typetje zou worden?

“Dat heb ik me niet echt afgevraagd. Ik wist wel dat hem spelen dun ijs was. Als acteur zet je een interpretatie van iemand neer. Er is niet één Hamlet, er zijn woordjes op papier en vervolgens kleur ik dat personage in. Maar Fortuyn was een bestaand iemand, heel markant in zijn stem en zijn gedrag, die bij veel mensen nog scherp op het netvlies staat. Die wilde ik zo veel mogelijk recht doen.”

Fortuyn was niet van jou.

“Nee, ik kon hem niet volledig eigen maken. De marge die ik had was klein, veel kleiner dan bijvoorbeeld bij Walter Süskind, die ik heb gespeeld. Er zijn maar weinig mensen die zich hem kunnen herinneren. Bij Pim dacht ik: voor je het weet kom je in een wedstrijd terecht, vooral in je hoofd, om hem zo goed mogelijk te benaderen. Ik heb geprobeerd dat te vermijden, al heb ik hem uitentreuren bestudeerd en heb ik eindeloos op zijn stem geoefend.”

Met je hond, las ik.

“Ja, dat is echt zo! De opnames lagen vanwege corona een paar maanden stil, dus ik had veel tijd om me voor te bereiden, om door het park te lopen met onze hond en tegen hem mijn stem te oefenen.” Zet zwaar geaffecteerde Fortuynstem op: “Zo van: ik heb hier twee pagina’s tekst, hoe ga ik dat doen?”

Kon je niet met je vrouw oefenen?

“Nee, dat durf ik niet zo goed, en ik haat het ook. Heel gek, want Olinda zat ook in Het jaar van Fortuyn, ze speelde de vrouw van Ad Melkert. Dat was hilarisch: dat die kale en de vrouw van Melkert… Maar ik los dingen graag in mijn eentje op. Pas als het goed is, durf ik ermee naar buiten te komen.”

Had je iets anders willen doen aan de rol?

“Nee, ik geloof het niet. Teun Luijkx, die PvdA-campagneleider Jacques Monasch speelt, zei: je hebt hem wat minder flamboyant gemaakt hè? En dat klopt. ­Misschien was dat flamboyante wel het beeld dat mensen van Fortuyn hebben, maar als je meteen op het gaspedaal gaat, krijg je elke scène dát. Terwijl je drama aan het maken bent, vijf afleveringen, je hebt een spanningsboog. Dan moet je doseren. Ik heb geprobeerd Fortuyn als een personage te beschouwen. Nu een beetje zo, nu voluit. Kleuren laten zien.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Deze week is Memento Mori in première gegaan, een samenwerking met het New Rotterdam Jazz Orchestra. Een theatervoorstelling, in Spitzenbergers woorden, ‘over de dood, over sterfelijkheid, over de ervaring van doodgaan, maar ook over wat er gebeurt als iemand sterft’.

“Dingdong, er staat opeens een uit­vaartondernemer voor de deur. Je wordt geleefd, je komt terecht in een dynamiek die alleen ontstaat als iemand is overleden. Dat vind ik interessant. Het is een mysterie, de dood is een van die grote vragen die me als kind al hebben beziggehouden. Waarom bestaan we, waarom is het leven eindig? Mijn grootvader, de vader van mijn moeder, is overleden toen hij 52 was, aan hartfalen. Mijn moeder is daardoor haar hele leven bang geweest om 52 te worden. De dood was een enorm onderwerp voor haar. Ik zag dat als kind, hoe het haar bezighield. Dus ik dacht: dan moet het wel iets heel belangrijks zijn.”

Je hebt die fascinatie voor de dood dus van haar overgenomen.

“Ik denk het. Je zou kunnen denken dat ik ook haar angst heb overgenomen, maar dat is het niet. We hadden lang de tijd, we hadden die gesprekken van kleins af aan, dus ik heb er zelf ook goed over na kunnen denken. Ik ging ook boeken lezen over wat er gebeurt als je dood bent.”

Dat lijkt me een dun boek.

You’d be surprised hoeveel er te vinden is. Het onderwerp sprak wel tot mijn verbeelding. Ik heb altijd geloofd en gevoeld dat er méér is, dus voor mij is de dood niet alleen donker of zwaar. Er valt meer over te zeggen dan: o wat verdrietig, punt. De Hollandse sobere uitvaart is ergens ook hilarisch, met zijn gore cake en slechte muziek en al die gemeenplaatsen. Die je ook jezelf hoort zeggen hè, bij gebrek aan betere tekst. Zo’n uitvaart is in zekere zin ook ontroerend, een menselijke ervaring waar we allemaal doorheen moeten. Daar heb ik een voorstelling over willen maken. Met een beetje humor graag, anders is het niet te doen, en muziek. Muziek brengt ons bij een ervaring die niet in woorden te vangen is.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Hoe kwam je bij het New Rotterdam Jazz Orchestra?

“Op de geboortedag van mijn moeder wilden Olinda en ik naar livemuziek luisteren. Het was nog coronatijd, er was niet zoveel, en toen vonden we dit orkest in Rotterdam. We kenden ze niet, maar we waren echt blown away. Het was zo goed. Na afloop stonden we met tranen in de ogen bij de bar omdat we zo geraakt waren. We zeiden tegen saxofonist Miguel Boelens wat een topshow het was. Vijf dagen later kreeg ik een bericht via Instagram, namens het orkest: wil jij eens nadenken over een samenwerking? Dat vond ik lief en leuk en eervol.”

En ook best gek, want je had zoiets nog nooit gedaan.

“Nee. Ik ben ook altijd heel naïef en denk dan: waar kennen ze me dan van? Maar ik heb toen drie ideeën aan ze voorgelegd, waarbij ik Memento Mori, al weet ik niet of ik het toen al zo noemde, het liefste wilde. En het orkest zei unaniem: dit is het beste idee, dit willen we doen. Toen ben ik vrij intuïtief een tekst gaan schrijven. Je zou het als een monoloog kunnen opvatten, maar ik speel verschillende perspectieven. De uitvaartondernemer die opeens voor de deur staat, de huisarts die net iets te lang aan het woord is. Ik heb er als schrijver aan gewerkt en ben toen als acteur gaan kijken: hoe moet je dat dan spelen, deze zin moet weg, deze grap vind ik stom, enzovoort.”

Lijkt me een vrij schizofreen gebeuren.

“Juist niet. Dit is inherent aan mijn werk, ik ben erin getraind om ook mijn eigen leven als materiaal te zien. Je doorleeft de dingen die gebeuren – het uitgaan van relaties, ruzies met kinderen – maar intussen is er ook altijd een oog dat registreert: dat is een goede tekst, dat is een interessante situatie. Die dingen sla je op in je hoofd en als je dan een voorstelling wilt maken, floept het naar boven.”

Uiteindelijk is je moeder niet veel ouder geworden dan 52.

“Nee. Die drempel van 52 had ze gehaald, maar drie jaar later kreeg ze na een stressvolle periode een hartinfarct. Of eigenlijk een serie hartinfarcten. Ze belandde in een coma waar ze nooit meer uit is gekomen. Toen hebben we in overleg besloten de behandeling, die staat van zijn, te beëindigen.”

Zij is dus ook overleden aan hartfalen.

“Het zit in de familie. Mijn broer heeft ook een hartinfarct gehad, gelukkig overleefd, mijn opa is er dus aan gestorven, mijn oom ook.”

En hoe zit het met jou?

“Ik word gecheckt, en het gaat goed. Ik rook niet, ik drink zeer matig, ik leef best gezond, ik heb meer de constitutie van mijn vader. Maar ja, hoe zeggen ze dat in het ziekenhuis: je hebt garantie tot de deur. Misschien is het wel verstandig me elk jaar te laten checken.”

Je kunt je wel afvragen wat je dan met die wetenschap moet. Je staat er nu nog onbevangen in.

“Daar heb ik ook reden toe, vind ik. Ik sta positief en energiek in het leven. Inmiddels neem ik het niet meer allemaal for granted en denk ik: wauw, ik leef, ik besta, ik kan nadenken, ik ben gezond, ik mag leuke mensen ontmoeten, leuke projecten doen. Daar ben ik heel dankbaar voor. Terwijl ik de eerste jaren van mijn leven toch vooral met mezelf bezig was. Je komt van school, wilt een opleiding doen, wilt werk hebben, dat goed doen. Alles gaat in sneltreinvaart. En op een gegeven moment zie je dat het toch allemaal best bijzonder is wat er gebeurt.”

Kun je dat moment aanwijzen?

“Een omslagpunt was de dood van mijn moeder, nu dertien jaar geleden, en het jaar daarop de geboorte van onze zoon. In de nasleep van mijn moeders overlijden hebben mijn vrouw en ik het er vaak met elkaar over gehad: als dit het leven is, zo onverwachts en kwetsbaar, laten wij dan doen wat we echt willen. Sommige mensen wachten op een teken, maar zo werkt het niet. Het leven is veel meer van: wat doe jij ermee, welke waarde wil jij dingen geven. Dus door die gesprekken wilden wij meteen een kind maken. Nou, gelukt. En twee jaar later kwam onze tweede zoon. Dat heeft zoveel in gang gezet, het is de grootste verandering van mijn leven geweest.”

Waar zat hem dat in?

“Ik herkende mezelf niet meer terug. Doodvermoeide mama’s en papa’s blijken in je te hebben bestaan en worden wakker gekust door dit wonder. Ik zeg het even mooi hè, maar vergeet dat aspect van doodmoe zijn niet. En heel veel dingen komen op een natuurlijke tweede plaats: je relatie, en op een gezonde manier ook je werk.”

Was jij niet degene die twee weken na de geboorte van je oudste naar Roemenië vloog voor de opnames van Süskind?

“Nee, dat was na de geboorte van de jongste.”

O, dat verandert de zaak.

“Je weet toch wat ze zeggen? De oudste is glas, de tweede is karton. Maar nee: in het begin kwam ik elk weekend naar huis, maar dat werkte niet. Uiteindelijk kwam Olinda met de kinderen naar Boekarest, waar ze zes, zeven weken met mij in een hotel hebben gezeten. We hebben er het beste van gemaakt. Het helpt wel als je een beetje flexibel bent. Ik weet niet of ik het nog een keer zo zou doen.”

Je moeder heeft je kinderen nooit gezien.

“Nee, dat is zuur. Ik ben daar zeker de eerste jaren wel heel verdrietig om geweest. Huilbuien uit het niets. Dat zet je aan het denken: waarom nu? En dan heeft het ermee te maken dat je op dat moment lekker aan het koken bent, of dat we zitten te tekenen. Huiselijke dingen, die komen opeens binnen.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Ben je bang om dood te gaan?

“Ik dacht altijd, nee, ik wilde altijd ­kunnen zeggen dat ik niet bang ben. Maar voor de zomer had ik een beetje gedoe met mijn hart. Het bleek gelukkig loos alarm te zijn, maar toen ik daar lag, aan al die bedrading, voelde ik me hartstikke kwetsbaar. Niet over het doodgaan zelf, dat merk ik wel, maar ik wilde nog niet weg. Ik vind mijn leven te mooi en wil mijn kinderen en mijn vrouw nog lang meemaken.”

Ik heb altijd het gevoel dat ik niet dood mag. Mijn kinderen hebben mij nog nodig.

“Ja, wat is mogen, je hebt niks te mogen in het leven. Maar ik herken het wel. Al denk ik dat mijn kinderen en mijn vrouw en iedereen die me lief is de kracht zullen vinden om door te gaan. Daar ben ik van overtuigd. We hebben nergens recht op, en daar moet je mee dealen. De een heeft een lang en gezond leven, bij de ander gaat het als een vuurpijl voorbij.”

Zoals bij Fortuyn.

“Volstrekt. Het was ook wel heel bijzonder dat hij een uur voor zijn dood geïnterviewd werd door Ruud de Wild, op het Mediapark. De Wild vroeg hem hoe oud hij dacht te worden. Ik weet niet precies meer wat zijn antwoord was, maar die vraag heeft iets heel profetisch gekregen doordat Fortuyn een uur later werd neergeschoten. De avond voordat mijn moeder haar hartinfarct kreeg, hadden wij ook gesprekken over het leven, en over vergankelijkheid. Het was zomer, Olinda en ik gingen langs bij mijn ouders in Rotterdam om pannenkoeken te eten en Nederland-Frankrijk te kijken. Details, die herinner je je dan. Nederland won overtuigend, onder Marco van Basten. Mijn moeder zei dingen waarvan ik achteraf denk: typisch. Zo benoemde ze bijvoorbeeld hoe mooi ze het vond hoe Olinda en ik met elkaar omgingen, hoe we onze relatie probeerden vorm te geven met alle drukte van toen. Terwijl: de kinderen moesten nog komen. Maar ik vond het ontroerend wat ze deed, het leek alsof ze uitzoomde.”

Had het toen die lading al?

“Alles heeft een lading. Maar niet die van ‘iemand is er niet meer’. Al ben ik wel meer zo naar dingen gaan kijken. Ik denk altijd: het kan ons laatste gesprek zijn. Toen we pannenkoeken stonden te bakken, vertelde ze dat ze die week voor onderzoek naar het ziekenhuis was geweest. Dat had ze me nog niet verteld.”

Een slechte uitslag?

“Nee, juist positief. ‘Ik ken jou,’ zei ze, ‘je bent druk, en dan ga je je maar zorgen maken.’ Ze zou het ons gewoon vertellen als we hier waren, zei ze. Ik vond dat al een beetje gek, maar ja, wat kan je ermee. Nou, zei ik, ik ben blij voor je. Ik weet nog dat ze me aankeek en zei: ‘Weet je wat het is? Nu is het allemaal hartstikke leuk, maar morgen kan ik alsnog dood neervallen.’ Waarvan akte. Nou ja, met een week coma ertussen. Maar aan een gevoel van timing heeft het haar nooit ontbroken.”

Het maakt die preventieve onderzoeken van jou nogal relatief.

Lachend: “Dan kan ik er maar beter een smeuïg verhaal over vertellen in Het Parool en er een mooie voorstelling over maken. Maar zonder grappen: dit is ons lot, we don’t know, het is allemaal één groot experiment. We hebben geen idee wanneer het feestje ophoudt.”

null Beeld

Jeroen Spitzenberger

Rotterdam, 20 januari 1976

1989-1994 Montfort College, Rotterdam
1994-1998 Toneelschool Arnhem
2002 De Tweeling
2007 Alles is liefde
2007-2015 Ensemble Nationale Toneel, Den Haag
2009 Serie Sorry minister
2011 Süskind (genomineerd voor Gouden Kalf)
2012-2016 Serie Divorce
2013 Mannenharten
2016 Serie Vlucht HS13
2016 Een echte Vermeer
2016 Voorstelling Venus
2019 Serie Stanley H., (genomineerd voor Gouden Kalf)
2019 Bumperkleef
2019-nu Serie Oogappels
2020 Voorstelling De liefde begraven
2022 Serie Het jaar van Fortuyn, Gouden Kalf voor beste hoofdrol in een dramaserie
2022 Voorstelling Memento mori

Jeroen Spitzenberger woont met zijn vrouw, actrice Olinda Larralde Ortiz (39), en zoons Milan (13) en Diego (11) in de buurt van Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden