PlusInterview

Acteur Jelle de Jong: ‘Thuis was het: stil jongens, Jelle wil even zingen’

Acteur Jelle de Jong (32) groeide op met liefde voor theater en het circus. Nu speelt hij in Soldaat van Oranje en ontwikkelt hij circusshows. ‘Het hondennummer was vorig jaar een groot succes.’

Jelle de Jong:Beeld Martin Dijkstra

Jelle de Jong, bij het grote publiek vooral bekend uit Dokter Deen, opent de voordeur van zijn appartement in Bos en Lommer terwijl hij aan de telefoon is met zijn vriendin, die in Zürich is voor een optreden. Zij, Yulia Rasshivkina, is Russisch en circusartiest – ze heeft een van de beste hoepelacts ter wereld. 

Hij hangt op en gaat voor naar de woonkamer. Op tafel staan drie salades, hummus, broodjes, geschrapte worteltjes en cinnamon rolls voor de lunch. “Ik hou ontzettend van eten en ik kan niet goed matigen. Valt het op?”

Boven de tafel hangen ingelijste foto’s van de Duitse fotograaf August Sander. Het zijn er best veel: de kok, twee boksers, drie Joodse mannen die een dag later zijn vermoord, de steendrager, een groep circusartiesten uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.

“De circusmensen behoren tot een serie. Ik wil ze allemaal hebben. Kunst kopen is geld uitgeven zonder dat het pijn doet. Bij een dure winterjas of zo, kun je dat wél hebben, toch? Hij is mooi, warm, je hebt hem nodig, maar jeetje, die zes­honderd euro. Van dit werk word ik altijd blij. Elke keer dat ik goed heb verdiend, bestel ik er eentje bij Foam.”

We gaan aan weerszijden van de lunchtafel zitten. Het huis is netjes, maar De Jong zegt dat hij nog had willen opruimen.

“Yulia is al twee maanden in Zwitserland, dus het wordt zo langzamerhand een beetje een man-alleen-puinzooi.”

Het verhaal van het stel zegt het een en ander over zijn karakter. Ze leerden elkaar zes jaar geleden kennen via Stardust ­Theatre, het theaterproductiebedrijf van Henk van der Meijden en zijn vrouw Monica Strotmann. Hun dochter Elisa is De Jongs beste vriendin. Hij groeide met haar op vanaf zijn tiende – de leeftijd waarop hij begon met acteren – en deed zo mee in de theaterwereld van haar familie: musical, ballet, spektakelshows en circus (onder andere het Wereldkerst­circus in Carré). Als tiener deelde hij flyers uit voor voorstellingen, was hij runner, souffleerde hij artiesten, repeteerde hij teksten met ze en ontving hij de pers in het theater. Zo groeide hij in het bedrijf.

In 2013 deed Yulia een act in de door Stardust geproduceerde show van Hans Klok, waar De Jong inviel als productie­manager. Ze gingen drie maanden op ­tournee. “Tussen Yulia en mij was het spannend, maar het werd eerst niks. We schelen een paar jaar in leeftijd – ik ben wat jonger – en zij was behoorlijk Russisch in haar kijk op mannen. Ze viel op oudere machofiguren met wie ze affaires en korte relaties had, ik was echt een jochie in haar ogen, een zacht ei. En dat ben ik ook.”

Ze nam u niet zo serieus?

“Niet zo? Totaal niet. Later zocht ik haar op in Duitsland, waar ze optrad met haar zoon. Hij is nu 18 en heeft een spectaculair luchtnummer. Maar goed, Duitsland, daar werd het behoorlijk gezellig tussen ons en ik was meteen verliefd. Haar temperament, haar vurigheid, ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Natuurlijk zei ik veel te snel dat ik hoteldebotel was. Zij in paniek. Niet zo gek, want ze leefde al twintig jaar uit een koffer, reisde de hele wereld over en had zich nooit willen binden of vastleggen, ook niet aan één circus.”

“Zij vertrouwde het niet, zo’n jongen die elke dag met bloemen voor de deur stond, constant zijn liefde verklaarde en haar zoon meenam naar de Efteling. Toen ze eindelijk toegaf, kreeg ík het ineens benauwd. Dat Russische karakter vond ik moeilijk, de taal ook, en ik kwam vaak leuke Nederlandse meisjes tegen. Moest ik het niet gewoon dicht bij huis zoeken? Nou ja, het ging uit.”

Hij gaat op de leuning van zijn stoel zitten, met twee wortels in zijn hand.

Jelle de JongBeeld Martin Dijkstra

“Hans Klok vroeg Yulia een tijdje later voor zijn volgende show en zo kwam ze terug naar Amsterdam. We hadden geen contact meer, maar ik speelde in de voorstelling Vastgoed B.V. en door de hele stad hingen posters met de hoofden van de acteurs groot in beeld. Overal zag ze me: in de straat waar ze een huis had gehuurd, op de gevel van het DeLaMar waar ze elke dag langs moest. Gek werd ze ervan. Ik probeerde afstand te bewaren, maar het was niet te houden. Nu zijn we tweeënhalf jaar verder en het gaat fantastisch.”

Voelt u zich een circusjongen?

“Ik ben het geworden, doordat ik opgroeide met de familie van Elisa en vaak meeging naar hun shows. Henk en Monica riepen altijd voor de grap: ‘Later als ze groot zijn, nemen Jelle en Elisa Stardust over.’ Dat gaat gebeuren. We zitten inmiddels officieel in het creatieve team en zijn nu bezig een nieuwe circusshow te ontwikkelen en waanzinnige acts uit het buitenland naar Nederland te halen.”

Lukt dat? U speelt ook nog Fred van Houten, een van de beste vrienden van Erik Hazelhoff Roelfzema, in de musical Soldaat van Oranje.

“Dat is goed te combineren. Als ik speel, ben ik overdag vrij om op het kantoor van Stardust te zitten. Het is heerlijk om naast acteren dingen te bedenken en daar zelf controle over te hebben. Je moet als acteur veel uit handen geven op de vloer, en een afwachtende houding past mij eigenlijk niet. Met dat ondernemen ben ik zelf aan zet.”

Iets wat misschien niet het geval is in Soldaat van Oranje, een geoliede machine die al negen jaar werkt.

“Dat was even wennen, ja. Vroeger was ik meteen vrij dominant een stempel gaan drukken op van alles en nog wat. Niet zozeer op de inhoud, maar meer op alle uren die je samen doorbrengt als je niet speelt. Als je het achter de schermen leuk maakt met elkaar, speel je een betere voorstelling. Ik ben goed in dat ‘leuk maken’, maar ik moest rustig beginnen bij Soldaat. Het is toch een instituut en ik was een nieuwkomer.”

Waarom zei u ja op een al door zeven acteurs gespeelde rol?

“Ik zag Soldaat jaren geleden met mijn vader en hij zei meteen: dit is geweldig, jij moet hierin. Toen had ik al lang auditie gedaan voor de rol van Erik, helemaal in het begin. Ik was veel te jong, te druk en te onbezonnen; het paste niet. Toch bleef het creatieve team, onder wie Theu Boermans, de regisseur, denken dat ik een Erik zou kunnen zijn. Het jaar daarna vroegen ze me opnieuw auditie te doen. Weer afgewezen, met name omdat ik vocaal niet sterk genoeg was. Het jaar daarna gebeurde hetzelfde, en nog een keer, en nog een keer. Ik werd steeds nerveuzer, maar het was mijn eer te na niet naar de audities te gaan. De laatste keer dat ze belden was rond kerst 2014, een paar weken na het overlijden van mijn vader. Weer kreeg ik de rol niet. Toen heb ik gezegd: jongens, nooit meer bellen, ik ben nu zeven keer geweest, het zit er gewoon niet in.”

En toen kwam vorig jaar gelukkig De stormruiter voorbij, een spektakelshow met honderd Friese paarden.

“Ja, in die paardenshow moest ik ook zingen en dat ging goed. Het gaf me genoeg zelfvertrouwen om naar Soldaat te bellen of ik toch weer auditie kon doen, voor een andere rol. Dat mocht en het ging verschrikkelijk slecht. Er kwam geen noot uit, je zag ­mensen echt wegkijken, zo gênant. Maar iedereen had me in de paarden­show gezien, dus ik kreeg de rol toch – op voorwaarde dat ik zangles zou nemen. Nu zing ik met de dag beter en ik vind het waanzinnig leuk. Alleen heel vreemd en verdrietig dat mijn vader niet weet dat ik er eindelijk in zit.”

Is uw vader plotseling overleden?

“Nee. Na afloop van de première van The Normal Heart, een toneelstuk geregisseerd door Job Gosschalk waar ik in 2014 in speelde, voelde hij zich zo ziek dat hij werd opgenomen. Hij bleek uitgezaaide longkanker te hebben en had nog maximaal een halfjaar te leven. Pas toen kwamen mijn moeder, broer, zusje en ik erachter dat hij al twee jaar niet op zijn rechterzij kon slapen door de pijn in zijn lever. En hij had al god-weet-hoelang bloed in zijn zakdoek na een hoestbui. Nooit verteld, ook niet aan mijn moeder.”

Bang?

“En stronteigenwijs, zo’n man die nooit naar de dokter wil. Een keiharde werker was hij ook. Hij was begonnen als belastingadviseur en werd later recovery manager, dat is een soort alles overziende ­wonderdokter bij faillissementen. Met een enorme passie voor dansen, ook in zijn vak. Hij heeft bijvoorbeeld geregeld dat professionele dansers een goed pensioen krijgen. Hij werkte altijd tot diep in de avond. Zat hij na het eten aan tafel met zijn papieren, zijn sigaretjes en een glaasje whisky. Ook na de diagnose, zolang het ging. Hij heeft nog drie maanden geleefd.”

Praatte hij toen wel met jullie over wat er aan de hand was?

“Veel bij elkaar zijn, lekker eten, zorgen dat de beste whisky er was, daar ging het over in die laatste periode. Net te weinig over hoe het voelde. We regelden ook alvast veel zakelijke dingen voor zijn dood. Hij wilde alles, ook zijn begrafenis, graag zelf in de hand houden, net zoals ik dat altijd wil met alles. Op die manier praatten we over zijn einde.”

“Soms hadden we het over wat fijner zou zijn: zomaar op een dag niet meer wakker worden of deze drie maanden hebben. Iedereen, ook hij, was het erover eens dat het fijner was om nog wat tijd te hebben. Alleen zijn laatste week was verschrikkelijk, toen had hij gruwelijk veel pijn. Maar een euthanasiedatum kiezen was voor hem onmogelijk, daarvoor hing hij te veel aan het leven en wilde hij geen fractie van ons missen. De prijs die je daarvoor betaalt, is lijden aan het einde. Ik had er alles voor overgehad om hem dat te besparen. Gelukkig neemt het niet de overhand in mijn herinneringen.”

Jelle de JongBeeld Martin Dijkstra

Hij gaat espresso’s maken voor bij de kaneelbroodjes. “Er gebeuren ook vreemde dingen rond zo’n einde. Een week na zijn dood was het sinterklaas. Kwam er een grote chocoladeletter voor hem van de thuiszorg. Hoe slecht en slordig sommige systemen werken, daar was ik verbaasd over. En geërgerd, misschien omdat ik zelf gespitst ben op zorgvuldigheid. Als ik overgeleverd ben aan de nonchalante grillen van anderen, word ik soms gek.”

Volgens mij zijn de nonchalante grillen van anderen ook in uw vak niet dun gezaaid. Hoe gaat u daarmee om?

“Het duurde lang, maar ik heb geleerd wat relaxter te zijn. Dat is beter voor de beoefening van mijn vak, voor mijn privéleven en voor de versmelting van die twee. Ik kon me vroeger verschrikkelijk opwinden over vriendschappen die ik dacht over te houden aan een productie, maar alleen voor de duur van de voorstelling bleken te bestaan. Ik speelde een keer met een acteur met wie het meteen aan was. Elke dag veel contact, samen eten, elkaars auto lenen. Ik dacht: hij is mijn nieuwe beste vriend, hij komt soep brengen als ik ziek ben, zoals ik ook voor hem zou doen. Na de theatertour heb ik hem nooit meer gesproken. Hij nam zijn telefoon niet meer op, reageerde niet op berichten. Ik was in paniek: wat had ik fout gedaan?”

Te graag willen.

“Ja, en vooral in mijn werk kon ik daar onuitstaanbaar in zijn. Als ik complimenten wilde over een rol die ik speelde, bleef ik maar vissen. Had iemand al gezegd dat ik het goed deed, dan vroeg ik nog een keer: hoe vond je het nou? En nog een keer. Dat irriteert mensen. Sinds de dood van mijn vader ben ik beter in ­loslaten. Mijn verwachtingen zijn minder hoog­gespannen en ik loop niet meer zo hard voor iedereen om me heen. Ik ga graag ver vanuit liefde of vriendschap, maar als er nooit iets terugkomt ben ik harder, dan ga ik niet meer zoals vroeger nóg een tandje harder rennen. Mijn kring is daardoor wat gekrompen, en dat is beter.”

De Jong pakt zijn telefoon om een ­filmpje te laten zien van Rasshivkina’s hoepel­act. “Ze begint met vijf hoepels, maar er komen er steeds meer bij, de laatste halve minuut zijn het er 58. Als ze ­tijdens een repetitie vier keer de hele act moet doen, kan ze de volgende dag nauwelijks nog lopen en heeft ze overal snijwonden en striemen.”

Hij laat ook een stukje zien van het luchtnummer van zijn stiefzoon. “Kijk, zonder handen de spagaat op elf meter hoogte. Dat kan bijna niemand. Zijn vader komt ook uit een circusfamilie. Hardheid zit in de Russische cultuur, maar die man is mentaal wel heel verschrikkelijk voor die jongen. Als je geen prijs wint, hoef je niet meer thuis te komen, dan ben je een schande voor de familie, dat soort dingen zegt hij. Yulia is keihard in de training, maar mentaal extreem ondersteunend. Ze is by far een van de liefste en zorgzaamste vrouwen die ik ken, ze heeft alles voor die jongen gedaan. Toen ik haar ontmoette, vroeg ik: ‘Zeker wel belangrijk dat je zoon mee op tournee kan?’ Ze keek me verbijsterd aan en zei: ‘Belangrijk?!’ Toen begon ze te huilen en riep: ‘He’s my arm, he’s my leg, he’s my soul, he’s my everything.’ Dat is hoe een Russische moeder de liefde voor haar kind betuigt. Het is zo groots allemaal.”

De Jong aarzelt. Dan zegt hij dat het misschien gek is, maar dat hij graag het filmpje wil laten zien dat hij monteerde voor de begrafenis van zijn vader: een serie foto’s uit diens leven, van zijn geboorte tot de dag voor zijn dood, begeleid door Shelter from the Storm van Bob Dylan, want daar was hij weg van. “Ik vind het fijn een reden te hebben om het terug te kijken.”

Jelle de JongBeeld Martin Dijkstra

Als hij het dvd-kanaal heeft gevonden, gaat hij vlak voor het scherm op de grond zitten. We kijken naar schattige jaren­vijftig­babyfoto’s, een gelukkig echtpaar en tientallen vrolijke gezinsbeelden.

Er valt een traan op de grond. “Ik heb een lange tijd niet om hem gehuild, maar sinds ik in Soldaat zit, gebeurt het me weer geregeld. Meestal als ik naar het theater rijd, wat ik fijn vind, want in de auto kun je er lekker in hangen. Een week voor mijn vaders dood moesten we de hond laten inslapen. Zijn as strooiden we uit op het strand van Scheveningen. Op een replica van dat strand dat ik zo goed ken, sta ik nu vier avonden in de week.”

We gaan weer aan tafel zitten. De Jong zegt dat hij op-en-top Haags is.

Op-en-top netjes Haags, niet Haagse Harry-Haags?

“Netjes Haags. Archipelbuurt, waar alle ambassades zitten. We hadden een fantastisch mooi, oud huis. Echt een heerlijke plek waar iedereen terechtkon. We hadden geregeld een tijdje kinderen te logeren die het thuis moeilijk hadden.”

En u was het artiestenkind?

“Ja hoor. Je kent het wel: ‘Jongens, stil, Jelle wil even zingen.’ Mensen uit de buurt vonden het raar dat ik bij het theater wil­de, omdat ik ook erg goed was op school. Iedereen dacht: die gaat iets moeilijks ­studeren. Maar ik wilde alleen maar naar de toneelschool. Mijn ouders steunden me daar volop in. Ik ben met ontzettend veel vertrouwen opgevoed en ­opgegroeid.”

Lijkt u meer op uw moeder of op uw vader?

“Op mijn moeder. We zijn allebei koppig, licht ontvlambaar en extreem zorgzaam. Grappig genoeg zie ik ook dingen van Yulia in haar: niet tegen zeuren kunnen en alles overhebben voor hun kinderen. Mijn moeder helpt haar nu met Nederlands, via Skype.”

Staat Yulia in het Wereldkerstcircus?

“Nee, ze trad vijf jaar geleden al op in Carré. Het bijzondere aan het kerst­circus is dat we elk jaar de beste nieuwe wereldacts presenteren; we willen verrassend blijven. Voor 2021 heeft Henk mijn stiefzoon geboekt, zonder dat ik me ermee heb bemoeid. Dat maakt me natuurlijk trots.”

Zitten er nog dieren in, dit jaar?

“We programmeren alleen nog paarden. Vorig jaar hadden we nog een hondennummer, dat was een groot succes. Na afloop was iedereen laaiend enthousiast over die hondjes.”

Terwijl we het eigenlijk niet meer leuk mogen vinden, toch?

“Ik vind dat je je bij ons niet bezwaard hoeft te voelen, want wij boeken alleen acts met dieren die de beste zorg, aandacht en genoeg ruimte krijgen. Er zijn ­talloze mooi ogende nummers die wij ­weigeren, omdat we weten dat de dieren slecht worden behandeld.”

Zoals de circustijgers die laatst hun ­Italiaanse dompteur aanvielen en half opaten?

“Die zijn jaren geslagen, natgespoten en gedrogeerd om ze kunstjes te laten doen. Hun reactie was pure wraak. Er zou een keurmerk moeten komen. Dat gaat niet meer gebeuren, maar het was wel goed geweest, ook voor de toekomst van honden en paarden in het circus. Met een keurmerk was het misschien niet zo misgegaan met de reputatie van dierenacts. Burgemeester Van der Laan vond het ook geweldig, trouwens. Ik stond een keer sigaretjes met hem te roken buiten Carré en toen zei hij dat hij graag wilde dieren wilde toelaten in het kerstcircus, maar het er niet doorheen kreeg.”

U baalt er ook van, hè?

“Ik snap de weerstand, maar ik vind het ook jammer, ja. Neem het leeuwennummer van Martin Lacey, de beste dompteur ter wereld. Hij komt met vijf dierenartsen, traint nooit met zwepen, maar alleen met beloningen en zijn dertig leeuwen en tijgers hebben een verblijf dat een soort reizende savanne is. Je ziet bij hem echt de liefde tussen mens en dier. Zeven jaar geleden stond hij voor het laatst in Carré. Zijn welpjes sliepen bij hem op de kamer in het Amstel Hotel. Wat hij kan, is spectaculair. Wil je het zien?”

Hij kiest op YouTube een van de honderdduizend Martin Lacey-filmpjes. Als een rockster staat hij tussen zijn roofdieren; af en toe loopt papa leeuw naar hem toe om een kopje te geven. “Als je hier live met je neus bovenop zit, word je helemaal gek.” Hij zucht als een gelukkig kind: “Ik hou echt zo van het circus.”

Kinderfoto van Jelle de Jong.Beeld -

26 april 1987, Den Haag

1998-2004 Vrijzinnig Christelijk Lyceum, vwo, Den Haag
1998-2000 Jeugdrollen in de musicals Wuthering Heights, Oliver! en Kruimeltje
2005-2009 Toneelacademie Maastricht
2008 Stage Kamp Holland, ­Orkater
2009 De kersentuin en Verre vrienden, Het Nationale Toneel
2010 Speelfilm Vreemd bloed
2011 Serie A’dam en E.V.A. en ­Midzomernachtdroom, Het Nationale Toneel
2012 – 2017 Speelt Robbert van Buuren in de serie Dokter Deen
2013 The Normal Heart, KemnaSenf
2015 Speelfilm Michiel de Ruyter
2016 Lulu, Toneelgroep Oostpool
2017 Vastgoed B.V., KemnaSenf
2018 De stormruiter, locatie­voorstelling Leeuwarden ­Culturele Hoofdstad 2018
2019 Soldaat van Oranje, de musical
2020 Speelfilm Alles is zoals het zou moeten zijn

Jelle de Jong woont in Bos en Lommer met zijn vriendin (en een heleboel hoepels).

Het Wereldkerstcircus staat in Carré van 19 december 2019 tot en met 5 januari 2020. Soldaat van Oranje – De musical is verlengd tot en met mei 2020.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden