'Ik was niet slim, school wise. Of tenminste, als ik ging leren, bleek ik wel slim te zijn, maar ik vond het gewoon niet leuk.'

PlusInterview

Acteur Bilal Wahib: ‘Ik kan je met woorden in de houdgreep nemen’

'Ik was niet slim, school wise. Of tenminste, als ik ging leren, bleek ik wel slim te zijn, maar ik vond het gewoon niet leuk.'Beeld Peggy Kuiper

Acteur Bilal Wahib (21) werd van de middelbare school gestuurd, vocht zich door speciaal onderwijs, maar vond zijn weg. In Berlijn werd hij uitgeroepen tot veelbelovend acteur van 2020. ‘Ik was wel altijd de sterkste in de mond. Ik ging met je discussiëren en dan voelde jij je klein.’

Acteur Bilal Wahib, bekend van onder andere de serie Mocro Maffia waarvan het tweede seizoen onlangs online ging, zit thuis. Net als iedereen. Hij had net zoveel plannen en men had zoveel plannen met hem, want een maand geleden werd hij op het filmfestival van Berlijn uitgeroepen tot Shooting Star: een van de tien meest veelbelovende acteurs en actrices van 2020. We bellen hem om te vragen hoe het gaat in zijn sociale isolement.

“Ik heb net even buiten voor de deur gezeten met een wijntje. Nu zit ik weer binnen, met de kat en de Playstation. Al mijn werk is verplaatst en verschoven. Het is echt kut, want ik ben slecht in niks doen, maar er gaan mensen dood en dat is veel kutter dus ik moet mijn bek houden.”

Een paar weken geleden, vlak na Berlijn, spraken we nog af in Soho House, alsof er niets aan de hand was. Hij is vrolijk, stralend, vol energie. De introductie is ongemakkelijk, omdat handen geven nog maar net is afgeschaft. We doen het niet, zwaaien schaapachtig van een meter afstand. Wahib moet erom lachen “O ja, corona. Maar daar heb ik goeie dinges voor, alcohol.” Hij haalt een flesje uit zijn zak, gebruikt het niet, stopt het weer terug en gaat zitten. “Ik ga een munttheetje doen. Heb je zin in het interview?”

Zeker. Helemaal nadat ik gisteren De Libi heb gezien, de film gebaseerd op wie jij was in je late puberjaren, nog niet zo gek lang geleden.

“Vond je hem tof, ja? Het is allemaal hier in de buurt opgenomen: de grachten, Haarlemmerstraat, Westerpark. Dat vind ik er zo leuk aan, het is echt een schets van mijn leven.”

Ik las dat je in de grachtengordel op de basisschool zat.

“Ja, op De Burght, van groep 3 tot en met groep 8. Als kleuter zat ik op een Montessorischool. Dat ging helemaal niet, ik ben geen Montessorikind, sowieso te wiebelig en dingen uit mezelf doen lukte niet. Op De Burght ging het beter. Eigenlijk mocht ik er niet heen omdat ik de verkeerde postcode had, maar mijn moeder kende iemand en zo is het gefixt. Daar had ik geluk mee. Ik heb er goede vrienden aan overgehouden, ook al zie ik ze niet vaak meer. Ander leven, snap je.”

Het is een overwegend witte school. Hoe was dat voor jou?

“Eén jongen en ik waren de enige Marokkanen daar. Grappig genoeg zijn wij de twee die het hebben gemaakt tot nu toe. In de media bedoel ik dan, dat we iets doen wat in het oog springt. Hij is een goede voetballer. De andere kinderen uit mijn klas studeren natuurlijk nog na het nailen van het gymnasium. Zij kunnen ons weer helemaal inhalen als ze rechter of arts zijn, eindelijk, over twintig jaar. Haha. Dat was nooit ons doel. Ik was niet slim, school wise. Of tenminste, als ik ging leren, bleek ik wel slim te zijn – al was ik zeker niet de slimste in de klas – maar ik vond het gewoon niet leuk.”

Was er een groot verschil tussen thuis en school?

“Ja, maar dat was niet echt herkenbaar op school. Daar was iedereen één, afgezien van het feit dat wij thuis veel minder geld hadden dan de andere kinderen. Zij hadden allemaal een advocaat als moeder of een vader die iets gewichtigs deed in een groot bedrijf, ze gingen vaak op vakantie en ze hadden kaas van een dure winkel op hun brood. Dat was een switch. Ik zag het wel, maar ik vond het een leuke switch om mee te maken.”

“Ik heb me ook nooit gediscrimineerd gevoeld. In mijn klas zat een jehova-meisje. Alle leuke, gewone dingen die wij deden – sinterklaas, trakteren op je verjaardag, Sint-Maarten lopen – mocht zij niet van thuis. Voor haar waren de verschillen veel lastiger dan voor mij. Ik kom uit een moslimfamilie, met wat regels, maar geen strenge, als ik het goed zeg. Mijn moeder draagt geen hoofddoek, ze heeft een baan, vijf keer per dag bidden doet ze ook niet. Ze voedde me meer op met de boodschap dat je goed voor de ander moet zijn. Als je hart zuiver is, komt het in orde met je.”

En je vader?

“Hij was strenger, maar ook met momenten. Van mijn negende tot mijn dertiende moest ik in het weekend wel naar de moskee om Marokkaans te leren. Wij waren daar een bende van ellende, want niemand had zin om iets te leren terwijl je vrienden vrij waren en lekker konden chillen in het park.”

En jij zat inmiddels op het speciaal onderwijs. Hoe kwam je daar terecht?

“Ik moest erheen nadat ik van het Geert Groote College was gestuurd. De middelbare vrije school is dat. Ik haalde redelijke cijfers, dat was het probleem niet, maar de sfeer was best racistisch. Ik werd er uitgepikt door mijn medeleerlingen. Daar kon ik niet mee omgaan. Iemand zei iets naars, werd ik boos, riep hij nog wat, begon ik te vechten. Na een week schorsing gebeurde hetzelfde en omdat ik nergens anders halverwege het jaar kon instromen, moest ik naar het speciaal onderwijs. Autisten, moeilijk lerende kinderen, adhd’ers zoals ikzelf – alles zat er door elkaar. Het was een soort dierentuin waarin de deuren van de hokken open stonden. Het ging er best heftig aan toe. In de brugklas werd ik in de pauze gepest door jongens uit de vierde. Een beetje wat je in van die Amerikaanse highschoolfilms ziet, weet je wel.”

Was je bang?

“Niet echt. Natuurlijk was het ergens overweldigend want ik was klein, maar ik wist ook dat ik niets te verliezen had. Ze konden niets van me stelen want van een kale kip valt niks te plukken, dat was één. En ik was niet sterk. Tegen mij vechten was eigenlijk een schande voor hun, want zij hadden spieren en ik niet. Een echte man pakt iemand van zijn eigen formaat, ja toch? Ik was wel altijd de sterkste in de mond. Ik ging met je discussiëren en dan voelde jij je klein, met de hele groep erbij kon ik je met woorden in de houdgreep nemen.”

Een interessante monoloog in De Libi tussen jouw personage en zijn beste vriend is die over Cristiano Ronaldo. Hij vraagt: ‘Waarom gaan alle Mocro’s zo hard op Ronaldo?’ Jij zegt: ‘Omdat ie een Mocro is.’ Hij weer: ‘Bro, hij is Portugees.’ En dan eindig jij met: ‘Maar van binnen is hij een Mocro.’ Leg dat eens uit.

“Het was eigenlijk een grap van de regisseur die een scène over mij is geworden, want ik identificeer me met Ronaldo. En omdat ik een Marokkaan ben, me daar trots over voel en ik iets goeds zeg – Ronaldo is top, weet elke mongool – kan ik dat over alle Marokkanen trekken, snap je? Als het over iets slechts ging, zou ik dat niet zeggen. ‘Bro, van binnen is Trump een Mocro.’ Haha, dat zou niet gaan, snap je.”

‘Ronaldo is zwaar gefocust, als ie iets wil, gaat ie het doen, zo ben ik ook.’Beeld Peggy Kuiper

Wij hebben jij en Ronaldo dan gemeen?

“Ronaldo is zwaar gefocust, als ie iets wil, gaat ie het doen, zo ben ik ook. Kijk, Ronaldo en Messi zijn de twee beste voetballer ter wereld, maar er zit een groot verschil tussen die twee. Messi is een natuurtalent, die lijkt het moeiteloos te doen, van kleins af aan. Ronaldo heeft natuurlijk talent, maar hij was niet gelijk de beste, hij heeft gevochten om te zijn waar hij is.”

En jij bent als acteur meer een Ronaldo dan een Messi?

“Zeker weten Ronaldo. Ik moet er voor werken. Of tenminste, ik leer graag, als het om acteren gaat. Ik zit ook op de toneelschool hè, hbo. Ik mocht toch auditie doen, ook al heb ik geen middelbaar schooldiploma. Maar ik acteer al veel langer, sinds mijn elfde.”

Toch een Messi.

“Nou, mijn eerste film was niet geweldig en zijn eerste wedstrijd was dat wel, snap je. Maar op dat moment vond ik die film ook geweldig, hoor.”

Is je moeder blij dat je onder de pannen bent?

“Mijn moeder is altijd blij voor me. Ze zag me effe in een raar hoekje zitten tijdens mijn middelbare schooltijd, maar ze had vertrouwen in mij. Ik ben goed met mensen. Ze dacht: ik weet niet waar hij gaat eindigen, maar het is niet aan de drugs.”

Dat je zo’n Mocro Maffia loopjongetje voor een drugsbaron zou worden.

“Nee, dat sowieso niet.”

Denk jij dat de serie een realistische voorstelling is van de werkelijkheid?

“Wij hebben van hun verhaal een verhaal gemaakt, maar ik snap wel dat mensen er een paar procent realisme in zien.”

Realistisch in hoe ze praten, zich gedragen en in wat ze nastreven en waarnaar ze verlangen?

“Ik weet dat niet precies, ik ben niet met dat soort jongens opgegroeid. Iedereen in mijn omgeving is best goed terechtgekomen. Misschien, als ik doorvraag, ken ik iemand die weleens een telefoon heeft gejat of zo, meer niet. De Mocro-maffia staat voor moorden en drugshandel waar alles en iedereen voor moet wijken.”

En jonkies bereid tot een heleboel voor een Louis Vuittonsjaaltje.

“Dat klopt wel, maar ik weet niet wat hun mindset is. Ik ben nooit rijk geweest. Vakantie betekende om het jaar naar Marokko na hard sparen, samen met mijn zus op de achterbank in een stikhete auto. Merkkleding of een scooter had ik niet. Maar er was geen moment in mijn leven dat ik dacht: geef mij maar een crimineel klusje, dan kan ik ook dikke schoenen kopen. Ik heb weleens rare dingen gedaan, meegesleurd in de flow, maar dat was echt letterlijk kids stuff. Zelfs de rechter gaat denken: jij bent echt een kruimel, ik geef je een taakstraf en nu wegwezen.”

Was het anders gelopen als je ergens anders was opgegroeid?

“Volgens mij niet, het moet in je zitten. Ik heb overal vrienden – Nieuw-West, Zuidoost, Osdorp – en die zijn allemaal netjes. Of tenminste, wat ik netjes vind. Iedereen heeft zijn struggles, maar dat is echt iets anders dan andermans leven kapotmaken voor geld of spullen. Met die mensen ga ik niet om, net zo min als dat jij met ze omgaat. Wij hebben hetzelfde antwoord, alleen ben jij geen Mocro.”

Bilal El Mehdi Wahib
20 januari 1999, Amsterdam

2003-2005 Montessorischool De Eilanden
2005-2011 Openbare basisschool De Burght
September-januari 2011 Geert Groote College
2011-2016 Altra College Centrum
2017-heden Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie
2013 Acteerdebuut in korte film Mimoun en televisieserie De vloer op jr.
2016 Eerste hoofdrol in Fissa
2018 -heden Mocro Maffia als Mo de Show
2019 De Libi. Hij bracht ook Vliegen uit, titelsong van de film
2020 Onderscheiden met Shooting Star Award, rollen in o.a. Paradise Drifters (film) en Commando’s (serie)

Bilal Wahib woont in het Centrum met zijn vriendin en hun kat Kayan.

“Ik heb een Nederlandse vriendin hè, haar moeder woont in Almen, een dorpje bij Apeldoorn, best wel een witte buurt. Ik voel daar soms vooroordelen, maar één gesprekje en het is weg. Je moet elkaar leren kennen, even praten, en het is over. Je hebt overal slechte mensen, in Polen, Marokko, in Luxemburg, en ja ja, zelfs onder witte Nederlandse jongetjes kom je ze tegen. Dat stigma over Mocro’s moet een beetje weggaan.”

Helpt een misdaadserie als Mocro Maffia daarbij?

“Ik denk het wel. Voor de jongeren vooral. Aan het einde van seizoen 1 gaat bijna iedereen slecht. Oké, je hebt een mooie auto en een dure jas, dat heb je allemaal gevoeld en aangeraakt, maar je wilt toch de tachtig halen? Dat wil je toch? Met zo’n leventje haal je dat niet. Als je al buiten komt, loop je diep weggedoken in de kraag van je dure jas, constant om je heen te kijken: ligt er gevaar op de loer. Ze hebben de hele dag stress. Dat is niet cool of tof, en die kant laten we zien in de serie. Niemand wil zo eindigen, waar je ook vandaan komt.”

Stoort het je dat je veel wordt getypecast?

“Nee, dat is niet erg, ik heb ook een kleurtje en ik ben pas net 21. Je gaat zien dat het evalueert naarmate ik ouder word, mijn tijd waarin ik rollen krijg die niets te maken hebben met mijn achtergrond of kleur komt nog wel. Hans Kesting werd vast ook getypecast toen hij mijn leeftijd had. Ik vind hem een beetje onmenselijk goed, en superaardig. Hij staat bovenaan in mijn top drie van beste acteurs. En dan heb ik ook nog een topzoveel-lijstje van acteurs met een kleurtje die een stap verder zijn dan ik. Met hen voel ik me verwant. Zij weten waar ik vandaan kom. Wij zijn niet opgegroeid met theater, geen geld voor die shit. Ik heb jongens op de toneelschool die een hele Shakespeare-scène in één avond kunnen leren. Dat wil niet altijd zeggen dat hij er ook lekker uitkomt. Ik doe er twee weken over om die bladzijdes in mijn hoofd te proppen, maar als ik op het podium sta, nail ik het. Je moet nooit naast je schoentjes gaan lopen, maar je voelt het tot in je nagels als je iets goed doet.”

Pauze om bitterballen te bestellen. “Weet je. Ik wil gewoon mooie verhalen vertellen. Ook al speel ik mijn hele leven alleen maar Marokkanen, maakt me niet uit, als het maar mooie verhalen zijn.”

Woon je nog thuis?

“Nee, ik woon sinds vijf maanden samen, op de gracht. Het bevalt. Alleen heb ik soms moeite met het huishouden. Ik ben gewend dat mijn moeder het doet. Dat bedoel ik niet respectloos, juist niet, integendeel, maar zo was het bij ons thuis. Zij houdt van opruimen omdat ze perfectio­nistisch is.”

En nu is mama er niet meer om je kamer te stofzuigen.

“Nee, en dat is soms lastig. Elke dag lastig. Wij hebben het werk in huis verdeeld en een van mijn taken is de kattenbak. Waarom ik daar ja tegen heb gezegd? Maar ja, ik kan niet meer terug natuurlijk. Onze kat eet ook niet normaal. Hij slaat het allemaal uit het bakje, eet van de grond en laat van alles liggen, snap je. Als ie uit de kattenbak komt, neemt ie effe een kilootje grind mee, loop je dan met je blote voeten doorheen. Vies. Ik hou niet van vies.”

‘Ik heb soms moeite met het huishouden. Ik ben gewend dat mijn moeder het doet.’Beeld Peggy Kuiper

Had je niet eerst een tijdje op jezelf willen wonen?

“Dat kan ik niet. Stel dat het uitgaat, dat gebeurt sowieso niet maar stel, dan ga ik gewoon terug naar mijn moeder. Als ik wakker word, wil ik voelen dat er iemand anders is. Natuurlijk wil ik ook weleens alleen zijn, maar ik wil niet alleen leven.”

“Met vrienden wonen is dan weer niks voor mij. Dan wordt het een puinzooi en ik zeg wel dat mijn moeder een perfectionist is, maar ik ben dat ook. De hele nacht bier drinken in de huiskamer, kotsen op de bank, vind ik niet chill. Wij zijn goed voor elkaar, mijn vriendin en ik, we helpen elkaar. Zij is vijfentwintig. Een iets ouder iemand is goed voor mij, ik heb een beetje houvast nodig.”

Want anders?

“Ik was een lange tijd verslaafd aan jointjes, toen ik nog niet wist hoe ik met mijn adhd moest omgaan. Ik kreeg eerst pillen waar ik buikpijn van kreeg, maar als ik ze niet slikte, kon ik niet slapen. Als ik een jointje rookte, kreeg ik geen pijn in mijn buik en werd ik ook chill genoeg om in slaap te kunnen komen.”

“Maar ja, dat schoot ook niet op want ik raakte afhankelijk van die jointjes, van mijn veertiende tot mijn twintigste. Ik heb nu een jaar niet gerookt. Mijn joint is nu mijn vriendin, in de zin van de houvast die ik nodig heb met mijn adhd. Andere mensen hebben dat misschien omdat ze bang zijn, of vaak down, nou ja, met iedereen is wel iets.”

“Zij redt me ook van de constante ruis in mijn hoofd. Bij haar ben ik gefocust. Als ik alleen in bed lag twee jaar geleden ging het zonder jointje alle kanten op, dat ik dacht: bro, hou op, ga gewoon effe slapen, pik. Niks ervan. Je hebt eigenlijk alleen maar voordelen van adhd, ik zeg je eerlijk, maar een nadeel is die slapeloosheid.”

Hoe is dat nu, als shooting star?

“Als het echt rustig is in mijn leven, kan ik lekker pitten. Dat is nu niet het geval, met alle leuke dingen die op me afkomen na Berlijn: programma’s die me vragen, audities in het buitenland voor vette films, het brengt allemaal driedubbele adhd in mij boven. Ik moet gewoon heel moe zijn. Daarom zit ik nu vaak nog om half vijf naar een film of een serie te kijken. Ook niet altijd lekker want ik kijk als acteur, ik moet er wat van leren en daar word je niet slaperig van.”

Aan wie heb jij het meest te danken?

“Qua werk of qua leven?”

In je leven.

“Als ik heel eerlijk mag zijn, mijn moeder heeft mij sowieso dingen geleerd die niemand anders me kon leren, maar eigenlijk heb ik het meest aan mezelf te danken. Ik heb in donkere dagen met een sterke mind geleefd.”

Kwam er van buitenaf of van binnenuit iets donkers op je af?

“Van buitenaf, dingen die ik heb meegemaakt als kleine jongen hebben me sterk gemaakt. Ik ben iemand van niet vergeten, ik heb veel scènes in mijn hoofd, maar wel van vergeven. Het zou zonde zijn slecht te blijven gaan over wat je hebt meegemaakt. Dat maakt me ook tot de acteur die ik ben. Als ik nare scènes moet doen, denk ik aan die gebeurtenissen en dan kan ik het mooi spelen.”

Denk je dat je jong vader gaat worden?

“Zeker. Voor mijn vijfentwintigste sowieso. Als mijn zaad goed meewerkt natuurlijk. Ik hou echt van kinderen. Ik zie wel tegen de puberteit op, omdat ik weet hoe ik was als puber. Als je mijn genen hebt, kan dat wel botsen. maar die slapeloze nachten als hij klein is, bring it on, ik ben dan toch al wakker.”

En je houdt van thuis zijn.

“Ik hou ook van sociaal zijn hoor, kan ik goed, maar thuis kun je het beste nadenken zodat je niet naast je schoenen gaat lopen. Vergeet nooit wie je bent. Die uitspraak heb ik altijd serieus genomen, als kind al, ook omdat ik eigenlijk altijd wist dat het goed zou komen. Ik zal mezelf nooit verliezen, want ik weet hoe ik mezelf moet beschermen.”

Mocro Maffia Seizoen 2 is nu te zien op Videoland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden