PlusReportage

Aangekoekte stoflaag: naar deze auto's wordt niet meer omgekeken

Vakanties, familetripjes, huwelijken: de auto’s waren erbij. Totdat ze niet meer nodig waren. Een Saab-cabrio, een Eend – eenzaam staan ze her en der in de stad. ‘Ik heb het gevoel dat ik hem in de steek laat.’

Een Canta in Noord.Beeld Peter Boer en Hein Hage

Eén ding is zeker: er zullen professionele schoonmakers aan te pas moeten komen wil deze auto ooit nog de weg op kunnen. Die dikke plakken mos bij de ruitenwissers, zo’n aangekoekte stoflaag op de achterruit, die kun je, met een beetje moeite, zelf vast nog wel verwijderen. Maar de schimmelige matten op de vloer, het stuur waarop uiteenlopende bioculturen groeien of het gras dat zich vanuit de achterbak een weg naar binnen weet te werken, die veeg je niet zomaar schoon met een duizenddingendoekje. En daarbij: je moet wel een stevige weerstand hebben opgebouwd wil je zoveel ziekteverwekkers ongeschonden kunnen weerstaan.

Voor fietsen heeft de gemeente beleid: wie zijn oude fiets niet meer gebruikt, zal die vroeger of later afgevoerd zien worden richting fietsdepot. Want een fiets die stilstaat, verandert op den duur in een wrak en wrakken willen we niet in het straatbeeld. De eerste signalen waar de gemeentelijke fietsenknippers op letten zijn gras dat onder de fiets groeit, spinnenwebben aan het stuur en vogelpoep op het zadel.

Parkeerplek

Voor auto’s kun je ongeveer dezelfde signalen onderscheiden. Onkruidvorming onder de wielen, plakkaten schijt op het dak, roest, deuken, en een algeheel gebrek aan glans. Dan weet je: dit is een auto waarnaar niet meer wordt omgekeken.

Een Subaru in SchellingwoudeBeeld Peter Boer en Hein Hage

Maar verwijderd worden ze niet, niet door de gemeente in ieder geval. Zolang je de parkeervergunning betaalt, mag de auto, ongeacht in welke staat die verkeert, een parkeerplek blijven innemen. De meeste bezitters wachten die totale aftakeling niet af en brengen hun auto naar de sloop. Maar sommige van hen laten, om tal van redenen, de wagen gewoon staan.

Rijden doen ze niet meer, de ongebruikte auto’s die her en der in de stad te vinden zijn. Verstoken van liefde, zo lijkt het. Eenzaam en alleen, bedankt voor bewezen diensten. Schaarse ruimte innemend, in sommige gevallen hooguit nog nuttig als verlengstuk van zolder of schuur.

Het geeft een treurig beeld. De auto’s die, al is het maar voor een deel, levens hebben vormgegeven. Verre reizen, familiebezoekjes, huwelijken en begrafenissen: ze waren erbij, ze maakten het mogelijk. En nu? Nu staan ze op straat te staan. Te wachten op, tja, op wat eigenlijk?

Suzuki Baleno (bouwjaar 1997) in de Watergraafsmeer.Beeld Peter Boer en Hein Hage

Op betere tijden, in het geval van de voorheen donkergroene Suzuki Baleno in dat rustige woonstraatje in de Watergraafsmeer. Hoewel je je afvraagt of het voor de auto niet al te laat is. Strak geparkeerd, dat dan weer wel, maar de roest kruipt uit alle hoeken en gaten. De buitenspiegel is met tape gerepareerd, planten groeien inmiddels tot halverwege het portier.

Afdekzeil

De auto springt vooral in het oog omdat ie afgeladen vol is met spullen. Dozen, kratten en kastjes. Matjes en afdekzeil in alle soorten en maten. John Bouma (67), die hem voor zijn deur heeft staan, gebruikt ’m onder meer als opslag voor het haardhout dat in de tuin maar te vochtig ligt te worden. “Soms denk ik wel eens: waar had ik dit of dat ook alweer gelaten, en dan realiseer ik me later pas dat het in de auto ligt.”

Beeld Peter Boer en Hein Hage

Hij reed er jaren in, de Suzuki die hem zo veel vrijheid gaf. Maar sinds, zoals hij zegt, ‘de mogelijkheden tanen door een kwakkelende gezondheid’, is het niks meer gedaan. “De chemotherapie hakt erin. Ik had gedacht dat ik sneller weer op de been zou zijn, maar het gaat zo ontzettend langzaam.”

De auto (bouwjaar 1997) is nog te gebruiken, als het goed is doet ie het gewoon, zegt Bouma. Maar ondertussen beweegt hij niet meer, net zoals Bouma zelf verminderd mobiel is. In die zin geeft de auto voor de deur dubbele signalen af aan zijn eigenaar: het staat voor zijn verstilde leven. “Als ik naar buiten kijk, denk ik aan de tijd dat ik nog lekker bezig was. Dat is best confronterend, eigenlijk iedere keer dat ik ’m zie. Maar tegelijk put ik er hoop uit. Als ik weet op te krabbelen, dan is de Suzuki er nog. Dan kan ik er hopelijk mijn lichamelijk vrijheid weer mee terugwinnen.”

Die fase is Anouschka Radsma wel voorbij. In de Vogelbuurt in Noord staat de groene auto van haar en haar man die officieel geen auto is, maar een MMBS45, oftewel een Motorvoertuig Met Beperkte Snelheid, waarmee maximaal 45 kilometer per uur kan worden gereden. Een Canta, maar dan gigantisch. Door nieuwe regelgeving mag ze er niet meer in rijden. “Vroeger kon ik mijn man gewoon overal heen rijden, maar sinds kort moet ik een tractorrijbewijs hebben om ermee de weg op te gaan. En mijn man is het laatste jaar slechter geworden, die kan er ook niet meer zelf mee rijden.”

Een (begroeide) Fiat Scudo bij een huis in Noord.Beeld Peter Boer en Hein Hage

Populariteit

En dus staat haar voertuig er treurig bij. Met regelmaat verzamelen zich er politieagenten omheen, zegt Radsma. “De kentekenplaten zijn ervanaf en het gras groeit steeds hoger rond de wielen. Van binnen ziet ie er ook niet meer piekfijn uit. Tja, ooit zullen we hem wegdoen, want stilstand is achteruitgang voor zo’n apparaat.”

De pech is, zegt Radsma, dat het 20-jarige voertuig nog een behoorlijke populariteit heeft. “Onder jongeren is het best een gewild ding. Daarom hebben ze de eisen aangescherpt, niet iedereen mag er zomaar mee rijden. Veel van die jonge jongens, tieners vaak, reden erin rond. Een beetje als met de Canta inderdaad, dat was ook eigenlijk een invalidenvoertuig. Ik heb de accu eruit gehaald; ik ben als de dood dat ie wordt gejat.”

Parijzenaar

Een heel ander verhaal is de 2CV die toch al minstens vier jaar op zijn eigen plekje op de Schellingwouderdijk staat. Franse kentekenplaten eindigend op 75 bewijzen dat deze dijker ooit een echte Parijzenaar is geweest. Klopt, zegt eigenaar Jérome Blumberg in charmant Fransig Engels. “De auto is geboren in 1982, dus inmiddels bijna veertig jaar oud. Ik kreeg hem zestien jaar geleden in bezit. Daarvoor was hij van de Franse filmmaker Jean Rouch.”

Beeld Peter Boer en Hein Hage

Precies die connectie met Rouch verklaart de gehechtheid aan de auto, zegt Blumberg. “Ik ben heel gevoelig voor dit soort verhalen. Bovendien geloof ik er heilig in dat een auto ergens in zich het karakter, de persoonlijkheid van zijn eerdere berijders bewaart. Deze auto is een levend monument.”

Maar tegelijk staat de deux chevaux wel weg te roesten op de winderige dijk. Enkele jaren geleden al raakte het textiele dak op een aantal plaatsen beschadigd. De eigenaar repareerde de boel provisorisch met dé uitkomst voor iedere bezitter van enigszins verwaarloosde auto’s: duct tape. Blumberg, die recht tegenover de plek woont, gebruikt het voertuig tegenwoordig zelfs als fietsenrek: twee fietsen staan er geparkeerd, ontspannen leunend tegen de auto.

Hoe het verder gaat met de auto? Blumberg steekt van wal, want hij heeft wel degelijk plannen met de 2CV. “Ik ben al lang bezig met het voorbereiden van een eigen film over deze auto, hoe ik hem een nieuw leven geef. Onderwerp is de reparatie, want er moet inderdaad wel iets aan gebeuren. Onder meer het chassis zal moeten worden vervangen. Ik wil daarmee laten zien dat dingen die niet meer functioneren, niet ogenblikkelijk bij het grofvuil hoeven. Het thema van mijn film is: repareer het onrepareerbare. In januari moeten de opnames beginnen.”

Een 2CV, alias Eend, op de Schellingwouderdijk.Beeld Peter Boer en Hein Hage

Deze Eend heeft in dat opzicht een gelijkenis met de Volkswagen Golf die een stuk verderop in Noord staat. Ook deze Duitse auto (uit 1983) is in zekere zin een monument volgens de 81-jarige eigenaar Johannes de Vries: hij noemt de Golf een daad van stil verzet. En het lijkt erop dat de auto in Disteldorp in zo mogelijk nog dramatischere staat is: nergens wordt zo duidelijk dat deze auto nooit van zijn plaats komt. De Vries: “In 2014 deed hij het nog, dat weet ik in ieder geval zeker.”

Zombie

Het stille verzet is gericht op de GGD (door de bewoner aangeduid als ‘Geestelijk Gestoorde Dictator’), de gezondheidsorganisatie die weigert te erkennen dat De Vries kampt met ernstige overlast door hoogfrequent geluid. “Ze kunnen het niet meten met decibellen, zeggen ze. En dus gebeurt er niets met mijn klachten. Ik slaap niet meer, ik word er eigenlijk helemaal gek van. Ik loop als een zombie door mijn huis.”

De Vries, wiens rijbewijs al enige tijd verlopen is, heeft daarom besloten zijn auto én zijn invalidenparkeervergunning aan te houden. “Ik bewaar mijn rollator in de auto, het is ook wel handig op deze manier, dan heb ik hem altijd bij de hand.”

Saab 900 Turbo (cabriolet) op de Stadionkade in Zuid.Beeld Peter Boer en Hein Hage

De Vries wil wel toegeven dat het hem pijn doet zijn auto zo achteruit te zien kachelen. “Hij staat in feite gewoon te verrotten voor de deur. Vergeet niet: ik heb deze auto al sinds 1985, ik heb enorm veel herinneringen. Het is lastig, want hij is me al die jaren trouw gebleven, maar nu heb ik toch ook wel het gevoel dat ik hem in de steek laat.”

Streetview

Het lijkt erop dat het grootste deel van de verwaarloosde auto’s te vinden is in de buurten waar geen betaald parkeren geldt. De Saab 900 Turbo die al lange tijd op de Stadionkade in Zuid staat, vormt een uitzondering op die regel. Het is een schitterende auto, maar in tegenstelling tot het omringende wagenpark van deze buurt, wordt er niet zo denderend voor gezorgd.

Beeld Peter Boer en Hein Hage

Wie op Google Streetview kijkt ziet dat de auto al ten minste anderhalf jaar niet van zijn plaats lijkt te zijn geweest. In 2008, het eerste jaar dat de Stadionkade door Google werd gefotografeerd, zie je de Saab ook al staan, net een stukje naast de plek waar hij uiteindelijk terecht is gekomen. Glanzend in de zon, gekoesterd in alle opzichten. Geliefd. En nu is via de RDW te achterhalen dat de apk ook al geruime tijd is verlopen.

Aanbiedingen

De eigenaar, die niet met zijn naam in de krant wil, is gehecht aan de auto, die hij al zeker twaalf jaar in bezit heeft. “Er komen regelmatig aanbiedingen van opkopers. Die laten kaartjes achter of ik hem niet van de hand wil doen. Maar ik pieker er niet over. Het is de bedoeling dat ik hem zelf ga opknappen. Ik woon een deel van de tijd in het buitenland, daar heb ik de ruimte om er zelf aan te sleutelen, hier heb ik de ruimte en de tijd gewoon niet.”

Een 37-jarige Volkswagen Golf in Disteldorp, Noord.Beeld Peter Boer en Hein Hage

Parkeer nooit onder een boom, is de eerste gedachte die in je opkomt als je de Saab uit 1991 op de kade ziet staan. Een kleverige laag bedekt het toch al kwetsbare dak van de cabrio: een mengsel van sap uit de bomen en vogelpoep. Ook bij deze auto is het stuur wit uitgeslagen van de schimmel. Een band staat plat, bij de andere scheelt het niet veel. De kaartjes waar de eigenaar over sprak, steken inderdaad overal tussen de ramen en onder de ruitenwisser. In de auto kan worden gekwartet met aanbiedingen van verschillende opkopers.

Een beetje pijn doet het wel als hij zijn auto ziet staan. Hij zucht diep. “Het is een fijne auto, maar hij is geen schim meer van wat hij was. Ik denk dat ik er wel snel werk van moet maken.”

Beeld Peter Boer en Hein Hage
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden