Plus Tips

9 tips om betere filmpjes te maken met je smartphone

Met de meeste smartphones kun je eenvoudig filmpjes maken van uitstekende kwaliteit. Tips en trucs om ze ook nog eens leuk en spannend te krijgen.

Beeld Fieke Ruitinga

Iedereen kent ze wel, de vakantiefilmpjes van oom Henk die hij met zijn smartphone heeft gemaakt. Ze duren te lang, er zit te veel beweging in, ze zijn te donker of te licht. En vooral: er zit geen verhaal in, zegt videotrainer en televisiemaker Peter Brinkman: “Er is geen begin, geen einde, niks. En filmpjes zonder verhaalopbouw zijn saai. Wat oom Henk doet, is de camera zijn ogen laten volgen zonder erbij na te denken. Zon-de, er is zo veel meer uit te halen.”

Aan de smartphone ligt het niet, zegt Brinkman, die al ­jaren trainingen bij bedrijven en organisaties geeft over filmen met een smartphone. Die is eenvoudig te bedienen, de kwaliteit van de nieuwste apparaten is prima en er zijn genoeg eenvoudige programma’s om al die beelden te monteren tot een verhaal, al dan niet met een muziekje ­eronder. “Je kunt op dat ene apparaat filmen, monteren en uitzenden.”

Brinkman deelt graag een aantal tips en tricks om betere, leukere en vooral spannender filmpjes te maken. Hij pakt een doekje en veegt ermee over de lens. “Smartphones hebben een klein lensoppervlak. Een beetje stof of een vingerafdruk kunnen de opnames flink verpesten. Maak de lens dus schoon voordat je begint.”

1. Zet de smartphone op vliegmodus, zorg voor ­geheugen en neem een powerbank mee

“Wie serieus gaat filmen, wil niet worden gestoord. Bovendien stopt een smartphone met filmen wanneer je wordt gebeld. Het zal je maar gebeuren dat je je voetballende kind filmt en je net een telefoontje krijgt als hij of zij scoort. Daarom: vliegmodus.”

“Zorg uiteraard voor voldoende ­opslagruimte, liefst 5 gigabyte of meer. De batterij moet sowieso vol zijn, een powerbank voorkomt dat je met een lege accu komt te zitten. Filmen vreet batterij, vooral als het koud is.”

2. Bepaal het verhaal

“Denk voor het filmen goed na over je onderwerp, wie je doelgroep is en hoe je het thema in beeld wilt brengen. Doe je dat niet, dan is de kans op nutteloos beeldmateriaal groot.”

“Een verhaal bestaat in mijn ogen uit de antwoorden op drie vragen. Wat is er aan de hand? Waarom wil je daar iets over vertellen? Wat gebeurt er? Op deze manier kun je veel gerichter aan het werk gaan. Je kunt deze vragen op allerlei onderwerpen toepassen: een dagje zwemmen in de zee, een verjaardagsfeestje, het maken van een appeltaart of een boswandeling in de herfst.”

“Neem de boswandeling. Begin bijvoorbeeld met een close-up van het aantrekken van laarzen. Maak dan een shot van regendruppels die in een plas vallen en vervolgens een totaalshot terwijl je wegloopt van huis, onderweg naar het bos. Eenmaal in het bos? Gebruik een selfiestick en vertel kort iets over de dingen die je ziet. Of laat iemand anders iets vertellen. Maak beelden van een paddenstoel en andere leuke dingen in het bos. En eindig met het drinken van een kop warme chocolademelk in een boshut. Het is een simpel voorbeeld, maar wel een verhaal met een duidelijk begin, een midden en een einde.”

3. Maak gebruik van drie basisshots: totaal, medium en close-up

“Verschillende soorten shots zijn nodig om een film aantrekkelijk te maken, om de vaart erin te krijgen en te houden, maar ook om ergens de nadruk op te leggen. Neem het filmen van een persoon. Een close-up is een gezicht of een deel van het gezicht, een mediumshot is een persoon die je vanaf borsthoogte filmt, een totaalshot geeft aan in welke ruimte deze man of vrouw zich bevindt: in een kantoor, op een sportveld of in een bos.”

“Film niet alleen vanaf ooghoogte, maar zak eens door je knieën, of houd de smartphone juist boven je hoofd vast. Het levert vaak grappige shots op.”

4. Film zes seconden (of langer)

“Wie een shot minimaal zes seconden laat duren, heeft tijdens de montage voldoende ruimte om te snijden. Anders gezegd: zorg voor een beetje vlees aan beide kanten, ook bij het maken van een close-up.”

“Denk daarbij aan het geluid: als je een opname langer laat duren, kun je het geluid in- en uitfaden. Voor een filmpje van ongeveer een minuut is het raadzaam om twintig à dertig verschillende shots te maken. Je hoeft ze niet allemaal te gebruiken, maar dan heb je wat te kiezen.”

5. Zet de scherpte en de belichting vast. Zoek het licht op

“Bij de meeste smartphones kun je belichting, scherpte en witbalans vastzetten. Het is bijna altijd verstandig om dat te doen. Bij de iPhone kun je de scherpte en belichting heel eenvoudig vastzetten door op het gele vierkantje te drukken. Druk net zo lang tot je de AE/AF-vergrendeling in het scherm ziet verschijnen. Bij Androidtoestellen is de werkwijze afhankelijk van het type smartphone.”

“Door het vastzetten van licht en scherpte voorkom je dat de camera gaat corrigeren wanneer de lichtsituatie verandert, bijvoorbeeld wanneer je de camera beweegt in een ruimte met tegenlicht. Verder heeft de smartphone een heel kleine lens. Zoek daarom het licht op, maar film niet tegen het licht uit een raam in.”

Film volgens de zogenoemde regel van derden. “Via ­instellingen kun je een raster aanzetten. Dit verdeelt het scherm in twee horizontale en twee verticale lijnen, dus in negen vlakken. Als het hoofdonderwerp op een van de vier snijvlakken staat, krijg je de meest aantrekkelijke beelden.”

6. Bewegen is oké, maar dan wel met een doel

“Kijk maar eens om je heen: de meeste mensen die met een smartphone filmen, zijn maar wat aan rondzwaaien. Doe het niet, het levert onrustige beelden op. Laat de beweging in principe gebeuren in het shot, dus houd de smartphone stil. Beweeg alleen als het een functie heeft, bijvoorbeeld wanneer iemand ergens naartoe loopt of wegloopt.”

7. Inzoomen doe je met je voeten

“Wanneer je inzoomt, gaat de beeldkwaliteit erop achteruit, net als bij het maken van een foto. Het is bijna altijd een onnodige camerabeweging. Zoomen met je smartphone doe je door naar het object toe te lopen. Zoomen met je voeten dus. Als je bij nader inzien toch iets dichterbij in beeld wilt brengen, doe dat dan tijdens de montage.”

8. Geen vaste hand? Keep it steady, gebruik een handgrip of gimbal

“De nieuwste smartphones hebben een ingebouwde stabilisator, toch blijft het soms lastig om stabiel te filmen vanuit de hand. Dan kan een handstatief handig zijn. Er zijn ook gimbals: stabilisators waarmee je, vanuit de hand, vloeiende en trillingvrije beelden opneemt. Zelfs als je loopt.”

9. Genoeg beelden geschoten? Monteren

“Je kunt complete videomontages op je smartphone ­maken, ook zijn er apps voor leuke effecten. Wie een iPhone heeft, kan uit de voeten met de gratis app iMovie. ­Lumafusion is ook heel goed. Voor Android zijn er ook ­genoeg gratis apps. Wil je meer mogelijkheden, dan zijn betaalapps als Kinemaster Pro of Power Director een optie. Ook zijn er allerlei tutorials te vinden op YouTube.”

Beeld Fieke Ruitinga
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden