‘De buurvrouw was er na twee minuten, de ambulance na zes. Dat was voor mij te laat geweest,’ vertelt Coen Mol.

Plus Achtergrond

850 hartstilstanden per jaar: zo wordt Amsterdam veiliger

‘De buurvrouw was er na twee minuten, de ambulance na zes. Dat was voor mij te laat geweest,’ vertelt Coen Mol. Beeld Mikko Kuiper

Amsterdam is niet hartveilig genoeg, zegt de Hartstichting. Meer AED’s (defibrillatoren) in woonwijken kan mensenlevens redden. ‘Bij mij gingen alle alarmbellen af.’ 

Gioia (31) was onderweg naar de donderdagmiddagborrel ergens in januari 2018, toen Patrick van Son (55) van zijn fiets viel, vlak bij de Hermitage.

Van Son had een hartstilstand, onder anderen Gioia (ze wil niet met haar achternaam in de krant) redde hem. Gioia: “Bij mij gingen alle alarmbellen af. Een omstander ging een AED zoeken in de Hermitage, maar die was dicht. Iemand anders begon met reanimeren, maar al snel werd er geroepen dat iemand anders het moest overnemen.”

Gioia reanimeerde tot de brandweer er was. Na afloop liet zij haar gegevens achter bij de politie. Ze zat vol adrenaline, het was gek en naar om iemand ‘voor dood’ achter te laten. Gioia wist aanvankelijk niet dat de man er dankzij haar zonder kleerscheuren van af zou komen.

Twee dagen later ontmoette Patrick van Son in het OLVG de vrouw die zijn leven had gered, hij had via de politie haar nummer achterhaald. Van Son: “Ik vroeg haar waar ik haar een plezier mee zou kunnen doen, om haar te bedanken.”

Gioia: “Dat vond ik buitengewoon ongemakkelijk. Maar ik zag wel een kans om reanimatie onder de aandacht te brengen. Ik heb leren reanimeren op de basisschool, daardoor was ik voldoende handelingsbekwaam. Het leek me mooi om een schoolklas op te leiden.”

Niet alleen op het Damrak

Gioia en Van Son vroegen reanimatie-instructeur Mario Snel (49), tevens ambulanceverpleegkundige, een cursus voor scholieren van het Geert Groote College in Zuid te verzorgen. Honderd leerlingen uit de vierde klas en hoger meldden zich aan. Gioia: “Het pakte precies uit zoals ik had gehoopt.”

Snel schat dat hij de afgelopen twintig jaar zo’n 15.000 mensen heeft lesgegeven. De ­belangrijkste vier onderdelen: controleren of iemand buiten bewustzijn is; checken of diegene normaal ademhaalt; 112 bellen; overgaan tot ­actie. Snel: “Dan moet je gaan masseren, beademen en zo snel mogelijk een AED halen. Druk het borstbeen dertig keer in, vijf tot zes centimeter diep, en beadem dan twee keer – vrij veel, ongeveer de hoeveelheid van een flesje vol lucht. Dit herhaal je tot er een AED in de buurt is.”

Een ­Automatische Externe De­fibrillator (AED) is een draagbaar apparaat dat het hartritme kan herstellen na een hartstilstand, door het geven van een elektrische schok. Wie denkt dat die dingen in de grote stad overal binnen handbereik zijn, heeft het mis. De komende tijd werkt de Hartstichting met onder meer supermarkten en kinderboerderijen samen om Amsterdam op meer plekken hartveilig te maken. Landelijk ­gezien loopt de hoofdstad namelijk achter op het aantal continu beschikbare AED’s die zijn aangemeld bij reanimatieoproepsysteem ­HartslagNu. Dat zijn er tot nu toe 112. Voor een goede dekking – zo ongeveer elke 500 meter een AED – moeten er nog ongeveer 100 defibrillatoren bij komen, blijkt uit cijfers van de Hartstichting.

Gepensioneerd cardioloog in het AMC en reanimatie onderzoeker Ruud Koster: “Er is overal nog veel te winnen, maar zeker in Amsterdam. De meeste mensen krijgen een hartstilstand thuis. Reanimaties gebeuren nu eenmaal niet altijd op het Damrak. Juist in woongebieden – Zuidoost, Noord, noem maar op – zijn AED’s nodig.”

Wethouder Simone Kukenheim (Zorg) laat via een woordvoerder weten dat er misschien wel een tekort is aan AED’s die door burgerhulpverleners kunnen worden gebruikt, maar dat de gemeente niet weet van een echt tekort. “Er is een groot aantal mobiele AED’s bij de professionele partijen, politie, brandweer en ambulance.”

“We zijn ervan overtuigd dat burgerhulpverlening een toegevoegde waarde kan hebben, maar we laten het initiatief hiervoor bij particuliere partijen. De Hartstichting houdt de GGD van tijd tot tijd op de hoogte over de vorderingen rond het realiseren van zogeheten zesminutenzones, waarin mensen bij een hartstilstand binnen 6 minuten de juiste hulp krijgen.”

App voor burgerhulverleners

De Hartstichting werkt hard aan een betere dekkingsgraad in de stad, met onder meer het initiatief BuurtAED, waarbij buurten online geld kunnen inzamelen voor een defibrillator. In Amsterdam is het daardoor tot nu toe 45 keer ­gelukt er gezamenlijk een te kopen. De prijs van een AED ligt tussen de 1500 en 2400 euro.

Als die AED’s er zijn, is het zaak dat er genoeg burgerhulpverleners zijn aangemeld bij app HartslagNu. Die kunnen dan worden opgeroepen bij reanimaties in de buurt: om een defibrillator te halen en dan naar het slachtoffer te gaan, of direct naar het slachtoffer te gaan en te beginnen met reanimeren. In meer dan driekwart van de reanimaties begint een omstander met reanimeren voordat de ambulance er is.

De app HartslagNu werkt pas sinds kort ook in Amsterdam, ­mede door de inzet van Ruud Koster. “De meldkamer en de ambulancedienst waren eerst van mening dat hier al zo veel goede voorzieningen waren dat burgers daar niets aan zouden toevoegen.”

Hoe anders was dat in Wateringen, waar Coen Mol (52) op Prinsjesdag 2013 een hartstilstand had. “Toen ik thuiskwam van mijn werk had ik een drukkende pijn op mijn borst. Dat had ik wel vaker, ik dacht dat het hyperventilatie was. Het ging altijd over. Op die dinsdag was het zo ­heftig dat ik toch even ben gaan liggen.”

“Mijn dochter was toen 14 jaar. Zij hoorde mij naar adem snakken. Mijn vrouw heeft gelijk 112 gebeld en mijn dochter heeft de buurvrouw gehaald. Burgerhulpverlener Marian, ook een buurtbewoner, kreeg een berichtje via Hartveilig Wonen en is direct naar ons huis gerend. Samen met de buurvrouw heeft ze me gereanimeerd tot de ambulance kwam.”

Vroeg beginnen

Mol en Van Son werden beiden burgerhulpverlener na wat hun was overkomen, en roepen anderen op ook een cursus te volgen. Mol: “Als mensen bijvoorbeeld in plaats van een sportles een reanimatiecursus doen, bereiken we een grote groep mensen en kunnen we mensenlevens redden. In mijn geval was het heel belangrijk dat ik snel werd gereanimeerd. Marjan was er binnen 2 minuten, de ambulance na 6 à 7 minuten. Dat zou voor mij te laat zijn geweest.”

Regelmatig gaan stemmen op om op middelbare scholen reanimatieles te geven. Mario Snel is vóór: “In Amerika ­leren kleuters al hoe ze de buikstoot moeten uitvoeren als een klasgenootje zich verslikt. Als het gebeurt, reageren ze daar heel normaal op. Die begeleiders zijn helemaal emotioneel, maar die kinderen denken: dit is toch normaal? Als je vroeg begint, kunnen kinderen dat leren.”

Gioia heeft behalve die ene keer op school, zo’n twintig jaar geleden, geen reanimatiecursus meer gevolgd. “Ik sta achter het initiatief om meer burgerhulpverleners te krijgen, maar het is er nog niet van gekomen opnieuw een cursus te volgen om me te kunnen registreren in de app.”

Van Son: “Van mij zou Gioia een erecertificaat krijgen.”

AED-feiten

- In Amsterdam krijgen jaarlijks zo’n 850 mensen een hartstilstand. De stad komt 100 dag- en nacht beschikbare AED’s tekort. Vooral in Noord, Zuidoost en Nieuw-West valt winst te behalen.

- Een defibrillator kan enorm helpen de overlevingskans na een hartstilstand te vergroten: Als je binnen de eerste 6 minuten reanimeert en een AED gebruikt, is de overlevingskans na een hartstilstand 50 tot 70 procent. Elke minuut dat een defibrillator later wordt ingezet, krimpt de overlevingskans met 10 procent.

- In Amsterdam zijn zo’n 3400 burgerhulpverleners aangesloten op oproepsysteem HartslagNu. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 ­minuut sneller ter plaatse dan een ambulance.

- De Hartstichting werkt de komende tijd samen met de vastgoedsector, kinderboerderijen, supermarkten en particulieren om zo veel mogelijk toegankelijke AED’s in Amsterdam te krijgen. Iedereen kan een defibrillator kopen, ze kosten tussen de 1500 en 2400 euro, afhankelijk van het merk en het soort kast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden